startpagina

trefwoorden


literatuur

lees ook:

Bed Bad en Boterham

of
Onderwijs uit de tredmolen




Bureaucratisch Gericht Onderwijs
Taal en de kunst van het woorden leren


Op de basisschool leren kinderen woordjes.
Hoe dat woordjes leren gaat is door deskundigen bedacht en in handzame methodieken ondergebracht. De kinderen gebruiken hulpmiddelen die sterk lijken op de adressenroller die later op hun bureau zal staan.

Het zijn inderdaad woordjes die ze moeten leren, want ze bestaan aanvankelijk elk uit drie letters.
Welke woordjes kinderen, individueel, nodig hebben om hun zin te krijgen, of netter gezegd, aan hun behoeften te voldoen, is niet nagegaan en derhalve ook niet in de taalmethoden opgenomen.
Er bestaat een fictief model waaraan kinderen collectief moeten voldoen en waarop ze getoetst en getest wordt.
Woorden bestaan voor kinderen pas als ze staan voor een begrip dat ze nodig hebben. Dat zijn niet altijd drieletterige woorden, meestal niet.
Het is zinvol wanneer er steeds nieuwe woorden gemaakt, en bedacht, worden als een middel tegen de gebruikers van de heersende taal van mensen met gevarieerde soorten van macht.


Kinderen zijn voornamelijk bezig met 'wat vindt de meester of de juf er van?'
Ze hebben het veel over regels: "wat mag van de juf wel, wat niet?"

Anja Tertoolen *) deed de afgelopen tien jaar onderzoek naar de onderwijsbeleving van 5- en 6-jarigen. Hoe zien zij het onderwijs dat ze voorgeschoteld krijgen
"Kinderen nemen heel erg veel over, zowel expliciete als impliciete uitingen van docenten over wat bijvoorbeeld normaal is, en wat niet".

In de kleuterklas en thuis zou er veel meer meer tijd moeten zijn om gewoon naar de kinderen te luisteren, en niet alleen maar te sturen.
De kinderen maken voortdurend ruzie over de meest pietluttige dingen zoals wie op een groen dan wel op een blauw stepje mag. De begeleiders sussen de boel op een manier die opmerkelijk is.
Ze zeggen :"Hier maken we geen ruzie" dat is behoorlijk normatief.

Tertoolen zegt: "Door stelselmatig conflicten uit de weg te gaan, doe je kinderen ook tekort.
Laat ze maar eens een ruzie hebben, binnen de grenzen wat kan, om hun eigen stem te ontwikkelen".

Een voorbeeld
Onlangs zat ik uit te rusten van mijn boodschappen op de speelplaats die tegenover de supermarkt was aangelegd.
Een moeder was daar naast mij op de bank neergestreken, ze had haar dochtertje van school gehaald en die sleepte een stuk of wat vriendinnetjes mee.
Op de speelplaats zijn schommels en wippen en ook een ingewikkelde toren waar je in kunt klimmen en af kan glijden.
Uit de tas van de moeder kwamen twee dozen met dubbelloops waterijsjes in verschillende kleuren, ze smaakten allemaal hetzelfde: koud, vies en zoet. Toch moest er onderhandeld worden wie welke kleur ijsje kreeg.
De kinderen renden met de ijsjes in de hand naar de speeltoestellen. Het kon niet uitblijven er vielen ijsjes op de grond en die werden daar onmiddellijk beplakt met de neerdwarrelende sneeuw van iepenzaadjes waartussen de duiven druk rondpikten.
Verontwaardigd kwamen de kinderen bij de moeder klagen, alsof die de blaadjes er neergestrooid had.
In plaats dat ze voorstelde dat de kinderen de zaadjes aan de duiven gingen voeren kregen ze steeds nieuwe ijsjes.
De eigen dochter kwam regelmatig met een verontwaardigd stemmetje klagen over het gedrag van haar vriendinnetjes die haar niet op de wip of de schommel lieten.

Twee verschijnselen vielen mij op.
Het kind was niet in staat 'probleempjes' zelf op te lossen en het groepje werd verwend met steeds 'schone' ijsjes.

Hoe zelfstandig zijn de kinderen in ontwikkelingslanden in staat hun eigen leven te regelen.
Als wij beelden in de media zien van kinderen die op, bijvoorbeeld, een vuilnisbelt naar verhandelbare dingen zoeken, welt een drang voor het geven van hulp en bescherming bij ons op.
Maar hoe is het met de hulp en bescherming die onze kinderen in een ogenschijnlijke welvaart missen?

Steeds duidelijker valt een Bureaucratisch Gericht Onderwijs op.
Het is een systeem waar geen enkele pedagoog zijn naam aan durft te verbinden.
De organisatie die het BGO in belangrijke mate in stand houdt is het Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling.

Dat de instelling zelf een beetje de juiste weg kwijt geraakt is bewijst hun logo waarin een vraagteken op zijn kop als de letter i functioneert.
Op deze manier neemt men de doelgroep niet erg serieus.
Wie bewijzen van verwarrende vragen wil zien, die aan argeloze leerlingen gesteld worden als er een bordje "stilte citotoets" aan de deur van het klaslokaal hangt, moet maar eens proberen zo'n prijsvraag toets op te lossen.
Een prijsvraag is het zeker want het geeft de kinderen wel of niet toegang tot een goed vervolg op de basisschool.

Henk van Faassen

mei 2017

*) Gebaseerd op onderzoek op scholen in De Baarsjes in Amsterdam-West, Amstelveen en Limburg schreef pedagoog AnjaTertoolen een proefschrift aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze sprak met kinderen, deed observaties in de klas en liet de kinderen met een camera hun beeld van het onderwijs vastleggen.  Naast onderzoeker is ze ook directeur van het Center of Expertise Persoonlijk Meesterschap en manager onderzoekscentrum bij Hogeschool iPabo te Amsterdam

naar boven
naar index