startpagina


trefwoorden


literatuur


gerelateerde artikelen

schrijfonderwijs

schrijfvaardigheid


Schrijven of aan het schrijven zijn

Schoonschrijven met een persoonlijk handschrift

Het knaapje op een dorpsschool mocht, met zijn klompen aan in de klas, met een krijtje letter voor letter overtrekken om de juiste schrijfbeweging te leren beheersen. (AD 2000)

De wezen van het RK Jongensweeshuis aan de Lauriergracht te Amsterdam moesten stichtelijke teksten 'schoonschrijven'.

Het leven is niet te lang om te leeren, men moet van de wieg af beginnen en niet dan op de rand des grafs eindigen (AD1823)

De weesjongens rolden die teksten op om ze in de kieren van de tochtige ramen van hun slaapzaal te proppen.
Dat was voor hen de belangrijkste opbrengst van hun schrijfoefeningen.

Tegen half elf zit ik op de binnenplaats van hetzelfde weeshuis te lezen op een bank, in de zon met een beker koffie erbij. De kinderen van het Kinderdagverblijf, dat ook daar gevestigd is, zijn nieuwsgierig en vragen wat ik lees en wat ik daar zit te drinken.
Ik lees ze een stukje voor uit “Zeepijn” van Charlotte Mutsaers. Het gaat over vissers op zee en pijnbomen in het bos.
Charlotte schrijft:
“Ik leerde een vis tekenen door een lijn van het ene nummertje naar het volgende te trekken. Ik leerde rekenen door versimpelde tekeningetjes van dennenboompjes bij elkaar op te tellen. Maar ik leerde schrijven door heel goed te kijken, naar mijn hond, naar de zee en naar de pijnbomen”.


Het verhaal is een goede aanleiding om met de kinderen te praten over hoe Charlotte schrijven leerde en over mijn beker hete zwarte koffie waar ze voorzichtig met een vingertje aan voelen of die echt heet is.

Schrijven of aan het schrijven zijn
Een schrijver schrijft en zijn persoonlijke handschrift wordt door een letterzetter ontcijferd en door een drukker als een boek afgedrukt. Later, als hij of zij beroemd geworden is, komt dat handschrift in een vitrine in het Letterkundig museum te liggen.

Met de schrijfsels van kinderen op de basisschool is het anders.
Daar gaat het uitsluitend om de technische kant van het leren schrijven.
Het handschrift van de kinderen wordt beoordeeld, het is slordig of netjes.
De letters die ze neerschrijven hebben een methodische opbouw zoals bijvoorbeeld eerst losse blokletters, dan schuine letters gevolgd door gesloten schrift en alle technische varianten die deskundigen voor dyslectische of ongeduldige kinderen bedacht hebben.

Nergens is aandacht voor de inhoud van de tekst, in de voorbeelden uit de methode al helemaal niet. Daar zijn de teksten opgebouwd rond een veronderstelde woordenschat of vastgesteld woordbegrip. Op deze manier kan een kind niet leren zich persoonlijk te uiten, maar dat vinden de schrijfdidactici niet belangrijk.
Alle methodieken zijn in stukjes gehakt en er wordt, voor de ouders bijvoorbeeld, verwezen naar een toekomst waar alles bijeen komt. Dat dit niet altijd het geval is blijkt wel als je de uitingen van pubers op hun zogenoemde sociale media leest.

Als ik aan jonge kinderen, die met stift en papier bezig zijn, vraag: "Wat ben je aan het doen?", krijg ik soms als antwoord: "Ik ken al alle letters van mijn naam en die schrijf ik onder mijn tekening, maar ik kan ook al schrijven: "voor mamma".
Als ik aan een kind, die in groep drie van de basisschool zit, dat vraag zegt die dat ze letters aan het leren is en dat ze er dan woordjes mee kan maken.

Wat is het verschil tussen leren schrijven en schrijven leren?
Het woord schrijven heeft twee betekenissen.
Schrijven is een bezigheid met pen of potlood letters op een vel papier te zichtbaar te maken.
In het onderwijs is de opvatting dat kinderen die manier van produceren van lettertekens eerst stap voor stap moeten leren beheersen.


De andere betekenis omvat veel meer, schrijven is daarin een gedachte, een ervaring of een mening vastleggen opdat iemand anders er op een willekeurig moment kennis van kan nemen.

Als ik aan een leerling in de middenbouw van een basisschool vraag wat die aan het doen is dan kijkt die mij aan en zegt: "Dat zie je toch, we moeten allemaal een opstel schrijven over paddenstoelen en zo. Dat moet omdat de juf zegt dat het Herfst is. We moesten ook allemaal een schoenendoos met bladeren en takjes en zo meenemen. Daar schrijven we nu over"
Dat moet dus.

In de bovenbouw, tijdens de Kinderboekenweek, loop ik kans in een groep terecht te komen waar ze allemaal een gedicht, Haiku of een Elf, aan het schrijven zijn.
Als er geen Kinderboekenweek is geeft de meester een onderwerp op om over te schrijven dat moet dan over iets gaan dat je op het Jeugdjournaal gezien hebt en waar je een mening over hebt, bootvluchtelingen of waarom kinderen nog niet mogen stemmen of zo.



Schrijven is een open productie
Als er maar één antwoord op een vraag, op grond van bepaalde informatie, opgeschreven kan worden is er sprake van een gesloten productie. Als ik een potlood omhoog hou en aan de kinderen vraag op te schrijven wat dit is, lees ik: 'een potlood', een enkeling zal schrijven: 'een rood potlood'.
Maar als ik vraag op te schrijven wat je met dit ding kunt doen, schrijven de kinderen: 'Ik kan er een verhaaltje mee schrijven' of 'Ik kan er lijnen mee krassen', 'Een tekening maken van een poes', 'Je kunt er de maat mee slaan', 'Ik sabbel er op als ik aan het denken ben'.

Creativiteit en schrijven horen thuis in een open productie.
Dat is niet vreemd als de situatie waarin het denkproces van de kinderen actief open is. Als er ruimte is voor meerdere oplossingen, door het combineren van ervaringen met bijvoorbeeld dat potlood, of een schaar, ontstaat steeds iets nieuws.

Aan een tekst, een boek, een beeldende uiting, is een creatief proces verbonden. Het werkstuk leidt tot iets waar anderen op kunnen reageren of gebruiken om te communiceren.
Creativiteit is een menselijke eigenschap die in principe bij iedereen aanwezig is.
Creativiteit blijkt niet alleen uit hoe, bijvoorbeeld, architecten als kunstenaars gebouwen ontwerpen, maar ook hoe mensen in die huizen wonen, een sfeer scheppen, lekker koken, rondom het huis een tuin aanleggen, sociale contacten onderhouden en over hun belevenissen schrijven.


Vorm of Vent
In 1931 heeft de dichter J.C.Bloem het probleem van 'Vorm of Vent' aangeroerd.
Gaat het om de vorm waarin, een gedicht bijvoorbeeld, geschreven of gedrukt is of gaat het om de dichter zelf?

Menno ter Braak
en E.du Perron wezen een creatieve vormgeving van een gedicht af.
Ter Braak vond dat poëzie persoonlijk moest zijn.
Simon
Vestdijk bemoeide zich ook met deze discussie.
Als redacteur van het literaire tijdschrift Forum zou hij aan de kant van 'Vent' moeten staan. Maar hij dacht anders. Een talentvol gevonden 'Vorm' vond hij allerminst verwerpelijk. In feite heeft Vestdijk de tegenstelling vorm-inhoud opgeheven door duidelijk te maken dat deze tegengestelde begrippen een juiste probleemstelling onmogelijk maken.
Vorm en inhoud zijn volgens hem geen werkelijkheden, maar een manier van bekijken.
Ieder Taalkunstwerk kan zowel gezien worden vanuit de gezichtshoek ‘vorm’ als vanuit de optiek van de ‘inhoud’.

Schrijftrainingen
Aan een collega, die schrijftrainingen taalvorming aan leerkrachten geeft, waarbij ook voorbeeldlessen in de klas horen, vraag ik hoe ze het schrijven met kinderen aanpakt.
De kinderen zijn duidelijk nog met de vorm van hun schrift bezig. De begeleidster heeft een eigen handschrift.

Ze vertelde dat ze vooraf aan de kinderen zegt dat ze op het digibord andere letters schrijft dan ze gewend zijn. Of ze dat goed vinden. Ja dat vinden kinderen goed en grappig.
Deze juf schrijft geen b met een buik en een f met een streepje er door.
Op deze manier komen de kinderen in aanraking met de verschillen tussen het schoonschrift dat de leerkrachten en de kinderen op school gebruiken en een persoonlijk handschrift van iemand buiten de dagelijkse routine, maar dat toch leesbaar is.


Onderzoek heeft aangetoond dat als we met een pen of potlood aantekeningen maken, als we bijvoorbeeld naar een lezing luisteren, de inhoud bij ons beter bewaard blijft. Je maakt dan wel minder aantekeningen maar die zijn kwalitatief veel beter dan ingetoetste woorden. Je bent ook in staat met tekeningetjes en dergelijke je tekst te ondersteunen.
Het bloknootje waar je op schrijft steek je in je zak en als je thuis bent lees je één en ander sneller weer na. Op een i-Pad typ je maar een eind weg. Je slaat de boel op en het is niet zeker dat je de aantekeningen nog eens bekijkt.
Een schrijver vertelde dat wanneer hij met de hand schrijft, hij de beelden die hij beschrijft beter voor zich ziet.

Ik vraag vaak aan leerkrachten wat ze van het ontwikkelen van een persoonlijk schrift op school vinden.
De antwoorden zijn gevarieerd maar ze komen er op neer dat ze bezig zijn met dingen die in "Kerndoelen voor taal in het basisonderwijs" vastgelegd zijn. In 1993 zijn dat er 122 voor verschillende vakgebieden. Twee jaar later moest het weer anders,103 doelen, vooral voor zelfstandigheidsontwikkeling, de ontwikkeling van het zelfbeeld van leerlingen, het ontwikkelen van leerstrategieën.
Vooral de leergebiedoverstijgende doelen werden door de leraren erg gewaardeerd, die gaven goed de gang van zaken in het basisonderwijs weer.
Vanzelfsprekend kwam er een maatschappelijke discussie op gang. Waar moet onderwijs nu eigenlijk over gaan?

Sinds 2006 is een derde generatie kerndoelen van kracht. Het zijn er nu nog maar 58 over.
S
chriftontwikkeling wordt, voor zover ik weet, niet genoemd.

Bij de Nationale Stichting en Kenniscentrum ter bevordering van de handschrift- en toetsenbordvaardigheidsontwikkeling (een woord waar je met scrabble mee kunt winnen) vond men dat schrijven niet persoonlijk vormgegeven behoefde te worden.

Kinderen ontwikkelen toch ook geen persoonlijke spelling of een persoonlijk rekensysteem?
Een communicatiecode werkt toch alleen als ieder zich aan de afspraken van de code houdt?

Dat is een waarheid als een koe, maar bij mij dringt de vraag op: "Wie heeft met wie die afspraken gemaakt?"
In mijn beleving gaat het er om dat er een duidelijk verschil is tussen vorm en inhoud van een in tekst vastgelegde ervaring of mening en de vorm en inhoudsloosheid van de teksten die in de vele schrijf- en taalmethodes in omloopt zijn.
Aan een persoonlijk handschrift herken je de schrijver, zoals je ook de waarde van een persoonlijk gesprek herkent als je elkaar in de ogen kijkt.

Er zijn kinderen die al vroeg een persoonlijk handschrift ontwikkelen.
Moeders en onderwijzers zien van een afstand al wie wat geschreven heeft. Dat is heel menselijk en natuurlijk.
Maar er zijn ook kinderen die eerst in hun schoonschrift blijven hangen en vervolgens op hun Phone gaan SMS'sen.

Er zijn ook volwassenen die op hoge leeftijd nog 'schoonschrijven', of helemaal niets meer van belang opschrijven.

De opvatting dat kinderen eerst de techniek moeten leren en dan pas aan de toepassing toekomen, heeft er voor het schrijfonderwijs toe geleid dat er tot groep vijf op veel scholen nauwelijks inhoudelijke teksten geschreven worden.

Lang geleden moesten kinderen gedicteerde zinnen opschrijven. In de kerndoelen is dat veranderd in het zelfstandig schrijven van teksten. Hoe je als druk belaste leerkracht dat doel bereikt is nog niet algemeen ingevoerd.

Henk van Faassen
December 2016


meer handschriften


Bronnen:
Suzanne van Norden. Taal leren op eigen kracht (2004)
Suzanne van Norden, Iedereen kan leren schrijven. (2018) Schrijfplezier en schrijfvaardigheid in het basisonderwijs. Uitgave: Coutinho Bussum. ISBN: 9789046906101

Linda Vogelesang. De zijwieltjes van het schrijfonderwijs (2002)
J. Sijtstra, C. Aarnoutse en L. Verhoeven. Taalontwikkeling van nul tot twaalf (1999)

naar boven
naar index