startpagina

trefwoorden


literatuur






 

 

En als alles volbracht is
worden de resultaten
netjes in een rapportboekje vastgelegd.



 



iedere keer als ik een letter wil schrijven
komt er een rare kriebel op papier.
Is dat nou een letter?
Het lijkt meer op een raar tekeningetje.



Ik ben interactief aan het kijken en jij bent interactief aan het schrijven,
maar het moet nog interactiever, veel interactiever.



Kijk,
deze beesten staan nu netjes op hun lijntje,
die zijn schoongeschreven.



Taalmethodes

Het Nederlandse Basisonderwijs wordt overspoeld door taalmethoden die het de onderwijzer voor de klas zo gemakkelijk mogelijk moeten maken en het gebrek aan tijd, dat de meester of juf heeft, te compenseren.
Daarmee worden de leerkrachten min of meer aan de kant gezet en heeft een papieren-, of de laatste tijd, een digitale manier van lesgeven het van hen overgenomen.
De school moet vervolgens uit een supermarkt met aantrekkelijke aanbiedingen een keuze uit de taalmethoden maken. In de schappen staan lespakketten met de fraaiste namen.
Sommige pakketten zijn over de uiterste houdbaarheidsdatum heen maar worden desalniettemin toch nog gebruikt. Misschien om de bomen te sparen die voor de productie van die enorme stapel lesboekjes nodig is.

Oer Hollands
Taalmethodes zijn voornamelijk samengesteld voor kinderen met Nederlands als moedertaal. Voor veel andere kinderen zijn, volgens de deskundigen, een heleboel woorden en zinsconstructies te moeilijk. Die kinderen hebben een Taalachterstand. Dat is natuurlijk niet echt zo, ze hebben alleen een achterstand ten opzichte van de Nederlandse taal. Taalmethodes zijn voornamelijk gericht op het bevorderen en sturen van de taalontwikkeling van Nederlandssprekende Oer-Hollandse kinderen. Die taalmethodes zijn niet, of onvoldoende, gericht op Taalverwerving. En dat is nou net waar al die geïmporteerde Nederlandertjes het in de eerste plaats van moeten hebben. Overigens moeten Hollandse Nederlandertjes ook vaak aan het taalverwerven slaan als ze bijvoorbeeld in Oost Groningen of in de Achterhoek opgegroeid zijn.

Wat zit er in die lespakketten?
In de vernieuwingsjaren van het onderwijs waren de methodes voornamelijk cursorisch ingesteld met veel aandacht voor spelling. Toch drong het besef van de individuele ontwikkeling van kinderen wel door en is er meer aandacht voor bijvoorbeeld vakkenintegratie en stellen gekomen.
Laten we eens de schappen langs lopen en kijken wat de titels van de taalpakketten ons aanprijzen.


Iedereen kan leren schrijven. (2018) Op veel scholen willen leerkrachten graag effectiever en betekenisvoller les geven in schrijven. Hoe leren kinderen teksten schrijven, hoe goed moeten ze daarin worden en hoe kunnen leerkrachten hen daarbij helpen?
Daar draait het om: schrijfplezier en schrijfvaardigheid in het basisonderwijs.

Taal leren op eigen kracht (2004) De werkvorm ‘taalronde’ is een basis voor verschillende manieren om les te geven in de reeks: vertellen en schrijven over eigen ervaringen. Als een basiswerkvorm die je in de bovenbouw kunt uitbreiden met gerichte instructie en tekstbesprekingen.

STaal (2013) maakt kinderen sterk in taal en spelling, is opbrengstgericht en laat kinderen smullen van taal door naar veel filmpjes te kijken. Kom op, ze kijken al genoeg naar YouTube. De titel van deze methode sluit prachtig aan bij Twitteren op de iPhone van de kinderen, waarbij zoveel mogelijk letters weggelaten worden.

Taal actief (2013). Dit is een methode die grip geeft op de les en op de resultaten. Nou dat is je geraje ook zou mijn moeder zeggen. Het woord 'actief' wordt meestal ook voor schoonmaakmiddelen gebruikt.

Taal op maat (2013). 'Met gemak naar het beste resultaat! Helemaal afgestemd op nieuwe referentieniveaus. Leerlingensoftware en Digibordsoftware ondersteunen de lessen interactief. Hoe je ook je taal- en spellingles wilt geven, de nieuwste inzichten zijn verwerkt in een compacte, flexibele en opbrengstgerichte methode.
Op papier én digitaal verkrijgbaar. Niets is zo erg als knoeien met pen en inkt.

Taalfontein (2005). Is een taalmethode voor het christelijk basisonderwijs. Het schijnt nodig te zijn dat de christelijke kindertjes uit een andere taalbron drinken dan de goddeloze kinderen of de mohammedaanse peuters.

Taaltrapeze (2004). Een taalmethode voor het Speciaal (Basis) Onderwijs met veel aandacht voor interactie en sociaal-communicatieve vaardigheden. Het tempo ligt op 75% van de leersnelheid van het reguliere basisonderwijs. Maar de kinderen zwaaien wel hoog in de lucht terwijl ze zo graag vaste grond onder de voetjes hebben.

Leeslijn en de Leesweg (2004). Een activiteitenlijn waarin kinderen met behulp van materialen zichzelf leren lezen. Een prima idee. De Leesweg is dan voor de wat zwakkere lezers. Er zijn dus blijkbaar verschillende soorten kinderen op pad. Wat sterk en zwak in dit verband is valt moeilijk te meten. Meestal hebben de ‘zwakke’ kinderen even wat meer tijd nodig en is de ‘sterke’ juf een beetje ongeduldig.

De Leessleutel (2002) Wie een sleutelwoord in handen heeft kan twee keer per jaar een taalpoortje open maken. Wat er in tussentijd moet gebeuren weet ik niet. Ik ken alleen maar kinderen die met een eigen taalsleuteltje op zak rondlopen en er zelf steeds meer interessante taaldeurtjes mee open maken. Daar helpt geen lieve leesjuf aan, dat gaat vanzelf.

Lang zullen ze lezen! (2002). Leestechniek en leesbeleving gaan hand in hand zegt men. Aan de hand van vertelplaten wordt een verhaal verteld. Hieruit wordt een kerntekst gekozen en uit de kerntekst wordt weer een ankerwoord geïsoleerd. Mijn leesbeleving zou met die kernwoorden en ankerwoorden wel eens ernstig achteruit kunnen gaan. Ik wil, gewoon, lekker lang, op mijn eigen plekje, lekker lezen.

Leeshuis (2002) Bevat onderdelen voor technisch, begrijpend, studerend en waarderend lezen. Technisch lezen is dan dat je tussen een berg letters een woord herkent. Vervolgens moet je begrijpen wat dat woord betekent. En als je dat allemaal achter de rug hebt kun je alle mogelijke en onmogelijke lesopdrachten begrijpen en het leuk vinden dat je weet waar de meester en de juf je naar toe stuurt in het leven. Begrijpend lezen leren kinderen overigens het beste zonder methode, op eigen kracht, als ze wegdromen in hun zelfgekozen boeken uit de bieb.

Taal op maat (2002). Want er zitten veel verschillende soorten kinderen bij elkaar in één groep. Die moeten wel in de maat lopen.

Van beginnende geletterdheid tot lezen (2001). Beginnende geletterdheid, voor activiteiten in de kring, taalactiviteiten in diverse hoeken. In die hoeken gebeurt van alles en nog wat, maar het zou best eens kunnen zijn dat je er, als kleuter zijnde, niet rustig 'met een boekje in een hoekje' kunt zitten lezen

Taalverhaal (2001).Taalmethode met een verhaallijn als rode draad. Die verhaallijn is tegenwoordig vernieuwd en wordt digitaal aangeboden. Goede leerlingen hebben daar lol in.

Leesballon (1998). dat is een Belgische structuurmethode als Vlaamse kindertjes de in de wolken zijn.

Zin in taal (1996). Er is een gedeelte taal en een gedeelte spelling. Het verschil tussen taal en spelling moet nog maar eens uitgelegd worden. Maar de kinderen moeten er wel zin in hebben.

Lezen doe je overal (1996). Methode voor allochtone neveninstromers. Wat zijn dat nu weer voor kinderen? Waarschijnlijk kinderen die op een ongelegen moment een klas binnenstappen en hun eigen taal en cultuur nog moeten aanpassen.

Taalleesland (1995). Methode voor taal en begrijpend en studerend lezen, bestaat uit een themapakket, een spellingpakket en uit schat-eiland en kies maar. Alles staat al goed ingepakt klaar voor een tochtje naar dat land waar uitsluitend gelezen en geschreven wordt.

De toren van Babbel.(1995). Een taalmethode voor Vlaams taakgericht taalonderwijs. De kinderen kletsen maar een eind weg in die toren, niemand verstaat ze.

Het Zwaluwproject (1994). Kinderen moeten met materialen van verschillende methodes zich zelfstandig door een rijstebrij van leerstofpakketten heen werken om daarna in een gewoon boek te gaan zitten lezen.

Lezen moet je doen (1994). Een methode die eigenlijk bestemd is voor Zeer Moeilijk Lerende Kinderen, maar die ook in het regulier basisonderwijs gebruikt wordt. Het is niet duidelijk of alle kinderen daarmee het etiket Moeilijk Lerend op hun voorhoofd geplakt krijgen. In de methode is ook het klank-gebaren-alfabet te vinden. Het lijkt mij een vreemd gezicht om kinderen te zien lezen en daarbij vreemd te gebaren en klanken uit te stoten. Wat moeten andere lezertjes in de bibliotheek daar nu van denken?

Veilig in Stapjes (1994) Is een aanvullend pakket voor zwakkere lezers en voor kinderen die in het speciaal onderwijs terecht gekomen zijn. Zie je wel, er zijn toch nog kinderen die te zwak op hun geletterde beentjes staan om een boom van een roos te kunnen onderscheiden.

Zo leer je kinderen lezen en spellen Volgens de bedenkers van deze methode moet dat eerst met blokletters en later met schuine letters.

ABC- of de Lettermuur Een wandkaart in de klas waarop alle letters van het alfabet zijn te zien. Door de muur te betrekken in taalspelletjes binnen een betekenisvolle context wordt het taalbewustzijn van kinderen gestimuleerd. Uitkijken dat de kinderen niet het gevoel krijgen tegen die muur aan te lopen.

Wat zeg je? Een methode als de juf de kinderen niet verstaat.

Taal voor iedereen (1994). Raamplan voor een geïntegreerde NT1/NT2-methode voor de basisschool. De kinderen moeten het gevoel hebben dat ze er echt allemaal bij horen.

Taaljournaal (1993). Thematisch/emancipatorische taalmethode, bestaande uit Taaljournaal-taal, Taaljournaal-spelling en Taaljournaal-tweede taal. Waar het in het journaal zelf over gaat is niet duidelijk. Maar je kunt het dagelijkse rumoer in het leven natuurlijk niet in een methode vastleggen.

Tong en Teken (1992). Een taalmethode waarin de beginselen van het christelijk reformatorisch onderwijs, alsook het 'spreken in tongen' gestalte krijgen.

Veilig leren lezen (1991), Je weet wel van Boom Roos Vis en nog 34 andere zogenoemde structuurwoorden. Hele generaties zijn er mee opgegroeid. Wat precies die veiligheid was heb ik nooit begrepen.

Zin in taal (1990). Wie geen zin heeft gaat de gang op.

KleurRijker wordt gebruikt bij ROC's, re-integratiebedrijven en taalinstituten met als doel cursisten Nederlands te leren en voor te bereiden op het inburgeringsexamen. Of dat met of zonder een methode lukt is zeer de vraag. Het is nu eenmaal zo dat je het best inburgert als je bijvoorbeeld tussen alle mensen op de markt je boodschappen doet. Dan burgeren Nederlandstalige Hollanders ook gezellig een beetje mee.

Schatkist (1989) Een methode voor kleuters om vijf dingen onder de knie te krijgen: taalgebruik, woordenschat, boeken en verhalen, vormaspecten van taal, functies van geschreven taal. Dat begrijpen de kinderen niet zonder slag of stoot, want in ieder spannend boek staat beschreven wat een schatkist is: een ouderwetse kist met hangsloten waar gouden juwelen in zitten en die op een schateiland verstopt is. Ze lezen ook dat er, zoals altijd, mensen op pad zijn die schat te vinden. Maar nee hoor, als kleuters die kist open krijgen blijken er lesboeken in te zitten!

Van Woord tot Woord (1986). Dit is een analytisch synthetische leesmethode, gebaseerd op het Woord des Heeren. Daarmee leren de christelijke kindertjes die vreemde woordkeus uit de Bijbel en van de dominee te verstaan.

Allemaal taal (1986). Programma tweedetaalverwerving voor anderstalige leerlingen.

De nieuwe taaltuin. Omdat de oude boomgaard was kaalgeplukt.
Dan komen de niet- Nederlandstalige kinderen de tuin in en de taalbomen worden daarop min of meer aangepast.

Taalkabaal
(1981). Een taalmethode met een beetje herrie.

Letterstad (1980). Laten we nu zorgen dat een taalboek niet op een taalboek maar op een legobouwdoos lijkt.
In de jaren tachtig doen de bordrijen hun intrede in het spellingonderwijs. Men probeert mondelinge taalvaardigheid wat meer te belichten. De werkvormen worden speelser, de methodes steeds aantrekkelijker.
er bij.

Jouw taal, mijn taal (1977)

Taal voor het leven (1975). Waar kan taal eigenlijk anders bruikbaar voor zijn dan voor het dagelijkse leven: boodschappen doen in de supermarkt.

Mijn taal (1969). Ja, van wie anders! Maar als de kinderen om zich heen kijken zitten ze allemaal met hetzelfde boek voor de neus.

En nu...taal (1969). en wat gebeurt er daarna?


Klare taal (1966). Dat is nog eens een 'transparante' methode.
Er ontstaat meer aandacht voor een verbinding met bijvoorbeeld Dramatische vorming en Taalexpressie waarmee maatschappelijke thema's in de kinderhoofdjes geprent werden. Kringgesprekken vinden plaats en thematisch onderwijs wordt algemeen aangepakt.

De Taaltuin (1965). Dat klonk lekker ludiek in die tijd.

Taalgroei (1962). De vraag is wie de zaadjes plant en in welke akker die terecht komen!

Taal op nieuwe leest (1962). Schoenmaker hou je bij je leest, is een oud gezegde. De vraag is waarom de taal anders onderwezen moet worden.

Door taal verbonden (1961). Ja, dat zijn we allemaal per definitie. Maar de vraag is of het onderwijs die verbondenheid erkent en herkent. Meestal loopt het op een toets uit waarbij geteld wordt hoeveel woordjes er deze week weer bij gekomen zijn.

Taal leren door zelf corrigeren (1960). Kinderen leren van elkaar en ruimen de fouten zelf op.

Zo leren wij taal (1956). Dat wil zeggen zo leren we dat in het Christelijk lager onderwijs.


Regelmatig een brief met de hand schrijven helpt ons moreel te overleven in een steeds harder wordende 21ste eeuw, meent socioloog Kees Schuyt.


naar boven

naar index