startpagina

trefwoorden


literatuur



Hoe het in zijn werk gaat met Pen, Papier en Plek.
De vleesetende plant

Henk kent Sep vanaf zijn geboorte, hij is nu 9 jaar.
Sep wil graag 'tekenles' van Henk hebben.
De moeder van Sep vraagt of dat kan op maandag na schooltijd.
Henk denkt dat het leuk is als er een paar vriendjes van Sep meedoen.

De eerste twee lessen bij Sep thuis
Henk wil wel samen met de kinderen tekenen, maar er dan ook bij schrijven.
De plek is niet zo handig gekozen want het speelgoed van Sep is daar en als Henk aankomt met een tas vol tekenspullen zitten de jongens elkaar achterna met plastic geweertjes.
Een andere keer gaan we de straat op, maar er komen regelmatig kinderen en ouderen langs die vragen wat we aan het doen zijn. Kortom concentratie is een probleem.
Daarna komen we bij elkaar in het huis waar Henk woont. Dat blijkt een neutrale plek te zijn.
Nadeel is dat de kinderen gebracht en gehaald moeten worden. Niet alle ouders zijn daartoe in de gelegenheid. Er vallen kinderen af.
Twee blijven over: Sep en Lola die beiden de plek kennen van de tijd dat ze daar op de crèche zaten.

Interactiviteit
In de eerste plaats wil Henk geen lesgever, maar deelnemer aan een groepsactiviteit, zijn.
Hoe zullen we beginnen? Moet Henk een onderwerp opgeven? Beter is het als de kinderen zelf bedenken waar het over zal gaan. Henk vraagt om eerst lijstjes over mensen, dieren, planten en dingen te maken.
De kinderen komen bij 'mensen' niet verder dan: mannen, vrouwen en kinderen, of opa's en oma's. Een stap verder is dat er ook mensen met verschillende bezigheden en beroepen zijn.
Bij de rubriek 'dingen' is het niet vanzelfsprekend dat de kinderen bijvoorbeeld voertuigen of huizen ook als dingen benoemen. Het valt me op dat ze vaak blijven steken bij voorwerpen die ze in hun hand kunnen nemen.
In ieder geval is er veel inbreng van de kinderen voorhanden.
Henk bewaakt de activiteit. Er moet toch wel een soort ontwikkeling in de bezigheid zitten. De 'bewaking' is, wat Henk betreft, intuïtief en niet gericht op een in algemene zin bepaald 'leerdoel'

Werkvorm: doorgeeftekenen en bijschrijven.
Lijstje maken van mensen, planten, dieren en dingen die je kent. Ieder kind kiest een onderwerp uit de verschillende lijstjes. Teken het op het blad, binnen het kader, en geef de tekening door naar een ander. Die tekent zijn onderwerp erbij en let op dat die twee iets met elkaar te maken hebben.
Dit gaat zo door tot ieder een tekening heeft met een bijdrage van de anderen. Maak nu de tekening compleet door de achtergrond en andere details er aan toe te voegen.

Op een kladblaadje schrijf je het verhaal dat bij de tekening hoort, dat is iets anders dan een beschrijving wat je op de tekening kunt zien. Dat moet Henk even uitleggen.
We lezen de teksten aan elkaar voor en stellen vragen als iets niet duidelijk is.
Schrijf de tekst in het net.

Henk tekent en schrijft zelf mee
Hij doet dat niet om een voorbeeld te geven, maar om de kinderen ter laten voelen dat we iets samen aan het doen zijn en dat Henk niet de meester is die een opdracht geeft en na afloop kijkt wat het resultaat is en commentaar geeft. Hij voelt op die manier, tegelijkertijd met de kinderen, wat er moeilijk en gemakkelijk is aan de werkvorm.

Beschouwing
Sep kiest voor een vleesetende plant omdat hij een dramatisch element in zijn tekening wil brengen. De vorm kent hij waarschijnlijk uit een boek waarbij hij nog niet door heeft dat de plant geen echte tanden heeft waarmee hij eet zoals dieren. Zijn verhaal gaat over spannende dingen zoals door zijn eigen plant worden opgegeten en over een achtervolging.
Emily tekent een olifant zoals die in vele prentenboeken voorkomt, recht van voren. Als ik vraag hoe de rest van zijn lijf er uitziet tekent ze dat braaf ernaast.
Haar verhaal heeft een structuur met dialogen, meningen en een titel, duidelijk bedoeld om voorgelezen te worden.
Sjoerd tekent een vrachtwagen waarin vleesetende planten vervoerd worden. In zijn verhaal komt de olifant uit de lucht vallen, hoewel Emily bedoelde dat het dier op de achtergrond moest staan.

Over fietsen:
Hiervoor zijn we de straat opgegaan. Werkvorm: Kijk door het 'raampje', een gat van 9 x 9 cm. uitgesneden in een stevig vel papier.
Met zo'n raampje zoek je een stukje uit de drukke omgeving om precies te tekenen. Het gaat om stukjes van fietsen en de plek waar ze staan.
Waar Sep die dolfijn gezien heeft is niet duidelijk. Hij heeft die ook doorgekrast, maar daarmee is die niet uit zijn tekening verdwenen. Zijn tekst heeft een paar hiaten. Wat een sul ermee te maken heeft? En Coos is de hond. Kennelijk heeft hij zoveel afleiding op straat dat zijn verhaal abrupt eindigt.
Lola heeft wat dat betreft een completer verhaal. Haar tekening heeft ook details, zoals de langsrijdende veegwagen en de kinderbakfiets.
Ik heb de kinderen gevraagd naar die vuilniszak bij de lantarenpaal te kijken en te bedenken wat daar in zou kunnen zitten.
Luuk tekende verschillende soorten fietsen, eenwieler, ligfiets en ook die veegwagen. Voor een uitgebreid verhaal was hij niet in de stemming.
Sjoerd tekent nogal woest en in zijn verhaal staat 'poep'. In de oorspronkelijke versie stond er 'shit' en ik vroeg naar de herkomst van dat woord. Hij gaf toe dat hij het niet in een opstel voor school zou gebruiken. Lola, die een Engelstalige vader heeft, wist dat het eigenlijk poep betekende. Nou goed dacht Sjoerd, dan schrijf ik dat maar op. Klaar. Maar ja nu hebben we een verhaal met een raadselachtig tussenvoegsel.
En dan is daar het verhaal van Emily die kans ziet om een ingewikkelde situatie met een gehuurde auto die tegen de boom botste te beschrijven. Ze leest, met pretoogjes, het op Henk geprojecteerde verhaal, voor.

Verhalen uit een kistje

Henk heeft een kistje waar prentbriefkaarten over verschillende onderwerpenin zitten. Hij trekt een kaart en vraagt wie er 'iets' in ziet. Als we allemaal een kaart hebben maken we een rondje waarbij een tweede kaart, die iets met de andere te maken heeft, getrokken wordt. Als iedereen twee kaarten heeft vraagt Henk waar je aan denkt als je naar de plaatjes kijkt. Daarmee hebben we dan het beginpunt van tekening en tekst te pakken. In dit geval is de tekst al iets eerder uitgesproken voor de tekening gemaakt is.
Sep denkt aan een woeste scene met gevaarlijke dieren en cowboys die schieten.
Lola houdt het bij haar grote 'kleinemeisjesliefde', het paard.
Het getuigde dier is nauwkeurig getekend, maar het staat er een beetje stijfjes bij.
Wat ook opvallend is dat er op kindertekeningen in een bovenhoek altijd een zon staat te stralen.



Een vergelijkbare werkvorm is met een collectie reproducties van kunstwerken.
Met een kijkraampje zoek je een detail uit de prent en tekent dat zo nauwkeurig mogelijk na. Daarna bedenk je een eigen achtergrond. Lola koos voor een detail uit een schilderij van Gauguin omdat er paarden op stonden. Dat gaf haar de gelegenheid om het dier eens in een andere houding te tekenen. De tekst gaat dan wel weer over het verzorgen van paarden, iets dat de meisjes die in een manege rijden duidelijk ingeprent krijgen.
Sep tekent een Egyptische faraobeeld. Zijn tekst draagt opnieuw een dramatisch element in zich van een woestijnvos die een dode man tot leven likt. Ondanks alle moeite die Henk ervoor doet lukt het niet altijd de kinderen tot het schrijven een eigen associërende ervaring te bewegen. Dat is overigens niet zo vreemd als kinderen op school regelmatig ondervraagd worden over de kennis die ze in hun hoofden opgeslagen hebben.

Wat kinderen denken
Als Lola en Sep op de binnenplaats van de crèche, waar ze vroeger zelf opgezeten hebben, de kinderen die in de zandbak spelen tekenen komen de herinneringen weer boven. Henk vraagt of ze willen schrijven over wat de kleuters denken bij hun spel. Dat levert mooie teksten op.
Lola en Sep hebben er moeite mee om bewegende kinderen te tekenen, maar eentje valt op. Zijn blote billen piepen uit de luier als hij als een bouwvakkertje aan het scheppen is.
Henk denkt dat het goed is als kinderen nadenken over hoe andere kinderen denken als ze spelen.
Sep tekent het interieur van de kresj. Hij ziet dat veel dingen hetzelfde zijn gebleven. Hij pakte altijd een boek met plaatjes uit de kast.

Gewoon, moeilijk of raar
De lijstjes gaan over die dingen. De kinderen vertellen er over. Ze vertalen het naar situaties van zichzelf. Sep geeft een mening weer over een zwerver die raar doet in plaats van naar zijn eigen rare eigenschappen te kijken. Hij schrijft ook wat mensen elke dag doen, maar dat er ook mensen zonder werk zijn. Ran betrekt maar meteen alle kinderen van de wereld bij zijn lol in schrijven. Als hij de wereldbol tekent komen de zon en de maan op een zinvolle manier in beeld.

Henk brengt verschillende eetdingen mee. Dan gaat het natuurlijk meteen erover met wat voor een lepel je iets opschept. De lepels, kaasschaaf en eetstokjes kunnen gemakkelijk natuurgetrouw getekend worden. Sep kan eindelijk de dolfijn, die hij graag tekent, een plek geven.
De teksten worden in de vorm van een soort rondeel geschreven. De eerste regel laat Henk in een variant als afsluitende regel schrijven.

We tekenen de potplanten die op de binnenplaats staan. Henk vraagt één speciale plant uit te zoeken om heel precies te tekenen. De kinderen zitten met de rug naar de spelende peuters in de zandbak. Die zijn nu wel aan ons gewend.
Voor het schrijven vraag ik om niet alleen naar de planten te kijken maar ook te luisteren en te ruiken.
Dat levert een mooie dichterlijke tekst van Lola op.

Ik hoor kinderen gillen
en de wind gaat hard en zacht.
Ik ruik de bloemen
ze bewegen door de wind.
Ik zie de felle zon met wolken
die langzaam weg waaien.


De tekeningen en teksten zijn te zien en te lezen: www.tussentaalenbeeld.nl/PP&P27.htm

naar boven

naar index