begrijpelijkheid
Begrijp wat er boven je hoofd hangt

Wat
begrijp ik van dingen die ik moet begrijpen?
Met
een diepe zucht schuif ik het papier, gevuld met woorden die
iedereen op school geleerd heeft, opzij. Het document is grappig
de 'PIL' genoemd. Dat betekent Patiënten Informatie
Lijst moet ik begrijpen. Met de PIL wordt het eenvoudig
om focus (Eh?) aan te brengen in het informatieaanbod in de
wachtkamer.
Informatie over de praktijk wordt afgewisseld met informatie
over actuele items over gezondheid. De presentatie vindt eveneens
plaats via een beveiligd 19'' digitaal scherm. Gelukkig maar
anders loop ik misschien kans stiekem gefilmd te worden. Samen
met een paar vreemde woorden die ik wel kan opzoeken staan de
woorden van de PIL zodanig bij elkaar dat ik er geen touw aan
vast kan knopen.
Ik ben bezig alles te lezen wat ik moet weten voor ik naar het
ziekenhuis ga om daar een nieuwe knie gemonteerd te krijgen.

Thuis ga ik naar de website over versleten knieën en klik
het grappige plaatje 'wist u dat?' aan. Ik lees: Helaas is de
informatie op deze pagina nog niet beschikbaar. Onze excuses
voor het ongemak
Kijk, dat begrijp ik nou niet. Ze vragen of ik iets al wist
en ze weten het zelf even niet.
We
zetten het in de Wet
Iedereen klaagt steen en been over de begrijpelijkheid van officiële
documenten, beweringen van banken die hypotheken verkopen en
uitleg van chirurgen die in je been gaan snijden.
Dat moet maar eens afgelopen zijn en Balkenende III nam het
besluit dat met ingang van 1 september 2010 alle formulieren
van de rijksoverheid 'begrijpelijk' zouden zijn. Kort daarna
viel het kabinet, en dat was begrijpelijk.
Wat
houdt de norm 'begrijpelijk' in?
In Duitsland staat een 'Transparenzgebot' in de wet maar
dan volgt meteen de vraag hoe transparant en begrijpelijk zijn
we met en tegenover elkaar? Gaat het om de begrijpelijkheid
van de tekst of van het begrip van de lezer?
Let
op: Begrip verplicht!
Dat moet maar eens wetenschappelijk uitgezocht worden en dat
zal prof. Dr Leo Lentz van de faculteit Geesteswetenschappen
van de Universiteit Utrecht gaan doen..
Tekst
of lezer?
Als begrijpelijkheid een kenmerk van de tekst is kunnen we misschien
aan de hand van een soort checklist vaststellen waaraan een
begrijpelijk formulier of bijsluiter en dergelijke informatie
moet voldoen. Maar weten we wel welke kenmerken we moeten kiezen?
Het antwoord is: dat weten we niet
Dan
is er nog de lezer
Bijvoorbeeld een patiënt, zoals ik, die geïnformeerd
wil worden over mijn nieuwe knie, 'knieprothese' genoemd.
Volgens het wetboek moet een patiënt duidelijk op de hoogte
gesteld worden van wat er gaat gebeuren en moet ik toestemming
geven om een operatie uit te voeren. De wet gaat ervan uit dat
ik snap wat er gaat gebeuren, maar de vooronderstellingen in
de wet bevatten formuleringen die ik als patiënt heel anders
beleef. De wet veronderstelt drie soorten competenties van mij:
begripscompetentie, oordeelcompetentie en beslissingsvermogen.
Nu dat is niet altijd het geval dus ik vertrouw er maar op dat
de arts het beste met mij voor heeft.
Maar de inspectie van de gezondheidszorg heeft diverse rapporten
gepubliceerd waaruit blijkt dat ziekenhuizen er niet goed in
slagen deze teksten voor mij begrijpelijk te maken.
Hoe
zit het met mijn pensioen?
Ook het jaarlijkse pensioenoverzicht schiet ernstig tekort in
begrijpelijkheid. Bovendien concludeerde toezichthouder Autoriteit
Financiële Markten in 2010 dat meer dan de helft van
de zogenoemde startbrieven die mensen krijgen
zodra ze voor hun pensioen beginnen te sparen, niet voldoende
begrijpelijk was.
Laten we de mensen eens langs een meetlat
leggen
De Raad van Europa heeft een soort meetlat gemaakt waarmee
het taalniveau van de Europeanen gemeten kan worden. De streepjes
op de lat lopen van A1 via A2, B1, B2, C1 naar C2. Uit hun onderzoek
blijkt dat bijna alle financiële informatie geschreven
is op taalniveau C1 terwijl minder dan de helft van de bevolking
C1 begrijpt. 95% van de bevolking zit op niveautje B1.
Een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking
en Ontwikkeling OESO geeft aan dat 60% in Nederland niet
verder komt dan niveautje B1, maar dat blijken mensen te zijn
die Nederlands niet als moedertaal hebben.
Wat niet onderzocht is welke relatie er bestaat tussen de taalvaardigheid
van de volwassenen en het begrijpelijkheidsniveau van de teksten.
Afijn de AFM moet nog maar eens na gaan denken of hun normen
voor begrijpelijkheid niet een keer deugdelijk getoetst moeten
worden voor ze roepen: Loop geen onnodig risico, lees de
Financiële Bijsluiter.
Wat nu, is taal nog wel van ons?
De tekst van de bijsluiters worden niet door de bank of de hypotheekverstrekker
geschreven, maar met behulp van een zogenoemde FB-generator
door de computer in elkaar gezet. Daar komen geen mensenhanden
meer aan te pas.
Leo Lentz komt tot de conclusie dat taalwetenschappelijke expertise
nodig is om de blinde vlekken van medische, juridische en financiële
deskundologen te onderzoeken als het gaat om begrijpelijkheid.
Taalvorming
In 1987 verscheen het handboek 'Taaldrukken, verder dan zeggen
en schrijven' waaraan Leo Lentz vanuit de Stichting Leerplan
Ontwikkeling bijgedragen heeft.
Een paar citaten:
Een voorwaarde voor de ontwikkeling van de taalvaardigheid is
dat ieder kind gestimuleerd wordt actief zijn eigen taal te
gebruiken. Het kind moet plezier en vertrouwen krijgen in zijn
eigen taal (
)
Het gaat er niet om dat je steeds mooiere of nieuwere dingen
verzint. Zoals je het gezegd hebt, kan het opgeschreven worden.
Kortom
er is genoeg werk aan de winkel voor Leo en zijn studenten en
ik wens hem daarbij veel wijsheid en succes toe!
Henk
van Faassen
Leo
Lentz, Let op: Begrip verplicht!, Begrijpelijkheid
als norm in de wet.
Oratie uitgesproken bij het aanvaarden van de leeropdracht Tekstontwerp
en Communicatie. 9 september 2011, Universiteit Utrecht, Faculteit
Geesteswetenschappen.