Dyslexie
en schoolkeuze
Leesblinde kinderen op kindblinde scholen

wordt in
Japan soms ook een Cito-toets afgenomen?
Zwaar geëtiketteerde kinderen
op zoek naar een leuke school
Op een verjaarspartijtje, waar een aantal twaalfjarigen bijeen
waren, werd de tsunami, die als Cito-toets het basisonderwijs
overspoelt, uitgebreid besproken. Wat wil je later worden en
naar welke school moet je daarvoor gaan? In Amsterdam moeten
de kinderen loten, en dat wijst erop dat ze zich op een bizar
ganzenbord begeven. Eén van de meiden zet hoog in, ze
vertelde mij dat ze later de journalistiek of de politiek in
wilde. Maar ja, haar vader is 'zwaar dyslectisch' en
zij heeft ook dit etiket opgeplakt gekregen.
Ik
kan mij de gesprekken die ik lang geleden met Fie van Dijk
over toetsen en dyslexie voerde. Fie was indertijd verbonden
aan de Vakgroep Taalbeheersing van de Universiteit van Amsterdam.
Ze is helaas veel te vroeg overleden, anders had ik kunnen vragen
hoe het vandaag de dag met haar etikettenplakkende vakgenoten
gaat. We kwamen er op uit dat als een school kinderen op een
citoïstische manier selecteert je wel mag stellen dat zo'n
school 'kindblind' is.
Ik
legde mijn jonge gesprekspartner uit dat ze best fractievoorzitter
van GroenLinks of hoofdredacteur van Opzij kon
worden met dat plakkertje op haar voorhoofd. Haar moeder keek
bezorgd, maar toch wel trots toe hoe haar dochter de discussie
met mij aanging. Ze had zich helemaal aan haar etiketje aangepast
en geloofde dat ze zelf ook 'zwaar dyslectisch' was, maar de
manier waarop ze haar visie met mij besprak stelde mij gerust.
Die komt er wel.
Is dyslexie: nog steeds een onbruikbaar begrip?
Het woord dyslexie moet maar eens geschrapt worden.
Het is zo langzamerhand wel duidelijk dat er van alles en nog
wat onder kan vallen. In principe gaat het om een individueel
defect dat een mens verhindert te leren lezen en schrijven zoals
ieder zogenoemd 'normaal' kind dat leert. Dat kan verschillende
oorzaken hebben. Een paar ervan die regelmatig worden genoemd
zijn stoornissen in de visuele waarneming, stoornissen in de
ruimtelijke oriëntatie, motorische stoornissen, concentratiestoornissen,
soms komt erfelijkheid opduiken, en niet te vergeten problemen
in gezin of op school.
Het merkwaardige is dat veel publicaties, of ze nu uit de medische-
dan wel uit de psychologische of orthopedagogische hoek komen,
elkaar regelmatig tegenspreken, en niet alleen op details.
Als
kinderen, die de b en de p door elkaar halen, een stoornis hebben
in de visuele waarneming, dan zouden ze toch ook in de war moeten
raken bij andere dingen dan letters. Als ze een bloem per ongeluk
schrijven als ploem zien ze dan een tulp ook op z'n kop
in een vaas staan?
Treedt zo'n stoornis pas aan het licht wanneer de kinderen op
leerplichtige leeftijd naar school gaan?
Bij het woord concentratiestoornissen vraag ik me af: concentratie
waarop? Als ik zelf het dagelijkse weerbericht zou moet herhalen,
reken er dan maar op dat ik behoorlijk last krijg van concentratiestoornissen.
Maartje
is elf jaar en al vaak geopereerd aan haar oren.
Vlak na zo'n operatie kan ze aardig horen, maar stapje voor
stapje loopt dat terug tot een gehoorverlies van 80%. Ze zit
op een gereformeerde dorpsschool omdat er geen school voor gehoorgestoorden
in de buurt is, en vooral ook omdat zij en haar moeder er voor
vechten dat ze zo gewoon mogelijk in de maatschappij meedraait.
Ze heeft meestal een dikke onvoldoende voor dictee. Juf leest
bijvoorbeeld een stukje voor uit 'Alleen op de wereld' en
Maartje schrijft met rode oren op 'Hectot kreeg een uitbrander
van zijn baasje'. Ze krijgt een dikke rode streep onder
de t die zij bij het liplezen niet had kunnen onderscheiden
van een r; een gehoorfout dus. Of een slordige uitspraak van
de juf. Maar ze schrijft ook taffelkleed en de narkis
bloeidt.
Vanuit het raam van het klaslokaal ziet Maartje de kerkmuren.
Over de kerkmuren heen kijken, dat gaat daar niet. Op het bord
staat: psalm 80 vers 11: 'Behoud de Heer der ...zo zullen
w'ons voor afval wachten'. Het woord legermachten
is uitgeveegd, zeker een woord dat de kinderen moeten onthouden.
'De doominees keerden vermoeit terug van de sinoode',
schreef Maaartje, want dat soort dingen moeten kinderen van
elf jaar op school opschrijven. Haar dictee zit vol doorhalingen
en verbeteringen of verslechteringen. Slordig! schrijft
juf er onder.
Een kind dat nu eens behoorlijk hoort en dan weer slecht, moet
zich ontzettend onzeker voelen. De doorhalingen zijn daar een
teken van. Toen Maartje een tijdje hulp kreeg van iemand die
het met haar had over de belachelijke zinnen die ze moest opschrijven
en haar voorstelde om samen een taaldagboekje te schrijven,
kreeg ze, voor het eerst van haar leven, een voldoende voor
taal op haar rapport. 'Je hebt goed je best gedaan',
schreef de juf eronder. De fout was weer teruggebracht naar
het kind, en niet naar de school.
Hyperouders
In Trouw en de Volkskrant zijn artikelen over
etiketten op kinderen, over 'hyperouders' en over het marktdenken
in zorg en onderwijs verschenen.
"Het wordt tijd dat wij langzamerhand de conclusie gaan
trekken dat een kind niet beter wordt van een label ADHD of
dyslexie." Dat is de conclusie van René Kneyber
in de rubriek Podium in Trouw van 20 januari 2011. Kneyber
reageerde op het artikel van redacteur Lidwien Dobber,
die zich afvroeg of ze er goed aan deed haar kinderen op advies
van de school te laten onderzoeken en bang was dat haar zonen
nooit meer van de plakkertjes ADHD en dyslexie af zouden komen.
Paul Helders, emeritus hoogleraar kinderfysiotherapie,
is van mening is dat deze kinderen meestal niets mankeren maar
door 'overbezorgde' ouders van therapeut naar therapeut
worden gesleept. Ze mankeren zeker niet iets dat door een soort
'taal-fysio-therapie' gerepareerd kan worden. Het is
allemaal te wijten aan het marktdenken in de zorg.
Een etiket op zich levert een kind niets op en kan het risico
meebrengen van de 'selffulfilling prophecy' en dat een
onderwijzer vervolgens minder moeite gaat doen omdat het kind
immers een label heeft en het dus niet aan de school kan liggen.
Oudervereniging
Balans vindt dat zo'n etiket een signaalfunctie heeft
als een kind niet aan de verwachting van 'gemiddelde leerling'
kan voldoen. Misschien veel moeizamer tot lezen komt of
zich slecht kan concentreren maar daarom niet kopje-onder hoort
te gaan in het onderwijs.
Ouders willen het onvermogen van hun kind niet verbergen, maar
zoeken naar de manier waarop hun kind gewoon mee kan doen en
niet vol frustraties de school verlaat. Kinderen kunnen mentaal
groeien van tegenslag, beweert prof. Helders. Maar ze
kunnen er ook door worden gehinderd voor het leven. Volwassenen
die last hebben van de gevolgen van niet herkende leer- en gedragsstoornissen
kunnen daarover mee praten.
Hoe komt het dat ouders van kinderen met etiketten verdacht
worden van oneigenlijke praktijken als ze hulp zoeken. Waarom
is dat speciaal het geval bij leer- en gedragsstoornissen en
veel minder bij somatische aandoeningen?
In
groep vijf bleek Ellen woordblind te zijn.
Ze kon de aardrijkskundelesjes wel lezen maar begreep niet wat
er in stond. 'Hier heeft u wat oude schoolboekjes', zei
de onderwijzer tegen de verontruste ouders, 'dan kunt u elke
dag met haar oefenen.' Alsof herhaling van duffe lesinhouden,
iets waar Ellen al schoon genoeg van heeft, de leerstofoplossing
biedt .
Ik vraag mij af of alle onderzoekers naar dyslexie, met hun
tegengestelde uitspraken, verdwaalde wetenschappers zijn. Dat
is natuurlijk niet het geval. Ze zijn wel kortzichtig als ze
hun waarheid als de ultieme waarheid aanprijzen. Ze blijven
gezellig binnen hun eigen, beperkte, vakgebied zonder andere
vakgebieden of maatschappelijke factoren in hun verhaal te betrekken.
Waarschijnlijk zijn ze allemaal met verschillende aspecten van
leerproblemen bezig geweest, en hebben die onder de titel dyslexie
in hun PC opgeslagen.
Soms
denk ik dat de school de kinderen uit de hogere sociale klassen
dyslectisch noemt, en de arbeiderskinderen gewoon stom.
In de loop van de tijd zijn we er achter gekomen dat het niet
om individuele defecten gaat, daarvoor zijn te veel feiten gemeenschappelijk.
We zijn toen maar over leerstoornissen gaan spreken, maar ook
die term verwijst nog naar een stoornis bij het individu. Op
het ogenblik gebruiken we het woord leerbarrières, dat
in ieder geval aangeeft dat ook oorzaken van buitenaf het Ieren
bemoeilijken.
Leerproblemen worden het duidelijkst gesignaleerd bij lezen
en schrijven. De leerkracht kan dat met het schriftje van een
kind gemakkelijk aantonen. Het slachtoffertje schrijft haar
eigen analyse. Als je dat als dyslexie benoemt, constateer je
dat er iets taligs met het kind aan de hand is en sluit je allerlei
andere factoren buiten het kind uit. Verder zeg je niets. Op
grond van allerlei speculatieve theorieën krijgen kinderen
brillen en functietrainingen voorgeschoteld, en de school blijft
buiten schot.
De
school en de boom voor je raam
Onderwijs wordt op de meeste scholen gedefinieerd als kennisoverdracht.
Dat merk ik aan de manier waarop kinderen moeten leren lezen.
Het wordt voornamelijk als een technische zaak beschouwd. Technisch
lezen, begrijpend lezen en kritisch lezen worden als elkaar
opvolgende fasen in het leesproces aangeboden. Kinderen krijgen
losse woorden aangeboden. Vroeger waren dat boom, roos, vis,
vuur met de bijpassende duffe verhaaltjes, plaatjes, spelletjes,
letterdozen, aanvullende oefeningen, werkbladen. Er werd een
wereld opgebouwd van Kees en Miep, al of niet op de wip. Een
zinloze wereld.
De eigen wereld van het kind komt na het kringgesprek over hoe
je weekend was niet meer aan bod.
De relatie met je eigen kastanjeboom die je uit je slaapkamerraam
ziet met de b-oo-m uit het boekje wordt niet gelegd. Als een
kind die zelf niet ontdekt lijdt hij aan symbool agnosie.
Trouwens, de meeste kinderen groeien zonder bomen voor hun raam
op, en hun vriendjes heten Ali en Ahmed.
Alle kinderen leren uit hetzelfde boek, in hetzelfde tempo.
Ze moeten, liefst tegen Kerstmis, en in ieder geval vóór
de vierde groep, kunnen lezen. Een kleine achterstand, door
wat voor oorzaak dan ook ontstaan, valt moeilijk in te halen.
Wanneer je onderwijs definieert als vorming, als een bewustwordingsproces,
een ontdekkingsreis, dan moeten kinderen het verschil tussen
technisch, begrijpend en kritisch lezen leren herkennen. Het
doel is toch een kritisch begrip te krijgen van de wereld om
je heen? Je begint dan niet met een woord dat door volwassenen
voor je is bedacht omdat je daar mogelijk gemakkelijk mee leert
lezen, maar met woorden die voor jou zinvol zijn, of zelfs het
ouderwetse woord vleeshouwer dat nog op de ruit van de
slager in het dorp staat.
Kindblinde
scholen
De school houdt de mythe in stand dat ze selecteert op begaafdheid,
maar in wezen selecteert ze op sociale klasse. Lees wat prof.
Ad van Gennep in zijn boek Begaafdheid, een hoofdstuk
uit de Orthopedagogische mythologie geschreven heeft.
Aanvankelijk sprak men van taalachterstand bij kinderen uit
de lagere sociale klasse maar die opvatting is
achterhaald door sociolinguïstisch onderzoek: men spreekt
nu van taalvariatie.
Maar de taal van de school is de standaardtaal, en daarop wordt
selecterend getoetst.
Maar ook binnen deze context betekent dyslexie niets, of het
zou het falen van de schoolse school zijn: de school is kindblind
geworden.
Mijn
kleinzoon Albertje komt opgewekt terug van een open dag van
één van de scholen voor VWO die hij op zijn lijstje
had staan. Hij had een les natuur- en scheikunde bijgewoond.
Enthousiast vertelde hij dat hij geleerd had hoe je door een
microscoop moest loeren.
Hij vraagt grijnzend of ik soms een klodder haargel,
die hij zelf in de scheikundeles gemaakt heeft, op mijn kale
hoofd wil.
Zo lokken ze kinderen naar hun leerinstituten en vergeten ze
naar de natuurlijke natuur te leren kijken.
En als Albertje zijn dobbelsteen op het ganzenbord geworpen
heeft en het lot is hem gunstig, blijkt dat hij voor een nieuwe
pot haargel weer gewoon naar een drogistenketen moet.
Ali en Ahmed ziet hij niet meer, die zitten met een normgerelateerde
of drempelgerelateerde taalvariatie op een ROC.
Henk
van Faassen,
in memoriam Fie van Dijk [10
aug.1934 - 8 feb.2002]
'Niet te lang treuren, blij zijn dat we elkaar gehad hebben'