Leren
lezen en schrijven zonder leraar?

Theo
Thijssen stelde vast dat je op school leerde lezen en nog
een paar dingetjes.
Dat ging dan meestal met het leesplankje dat honderd jaar
geleden dat door bovenmeester Hoogeveen uit Stiens bedacht
is.
Voor de klas stond een levensgrote leesplank met richels waarop
woorden geplaatst konden worden.
Sinds die tijd zijn vele leesplankjes in omloop gebracht.
Ze groeiden met hun tijd mee.
De letters waaruit de woorden samengesteld werden stonden
educatief een stukje uit elkaar.
Op het allereerste plankje was bij het woord 'gat' een echt
gat geboord.
Over de samenhang tussen de plaatjes en de woorden die de
kinderen er onder moesten samenstellen heerste wel verschil
van opvatting.
Aap had een keurig jasje aan en zwaaide met zijn mutsje
Een circusaapje dat boven op een dak aan een touw vast zat.
Dat was pedagogisch niet zo correct. In de weide stonden schapen
en de bok. De bok stond voor de bokkenwagen en de schapen
stonden al op het laatste plaatje, dus de wei moest leeg,
koeien kwamen niet in het verhaal voor. Wat voor de kinderen
ook verwarrend geweest moest zijn was dat alle mensen onder
hun eigen naam afgebeeld waren, behalve de jongste die heet
'zus' De dieren hebben ras- of soortnamen, behalve de poes
die heet Mies.

raam - roos - neef - fik - gat -
wiel- deur - zes - juk - schop - voet - bok - bijl - ei -
ui
De oerversie moest verbeterd worden
Neef, die met zijn tasje onder de arm op weg naar school was,
kreeg een naam: Wim, die al druk bezig was met het bij elkaar
zoeken van de woorden uit zijn letterdoosje.
Het het niet bestaande hondenras 'fik' werd veranderd in 'does'.
Een 'schep' was nog een 'schop' en de melkmeisjes gingen gebukt
onder een 'juk'.
De 'voet' was een eng plaatje van een afgezaagd lichaamsdeel,
en een leeg hondenhok werd vervangen door een duiventil, maar
nog wel 'hok' genoemd.
Er hoorden vertelplaten bij, getekend door Cornelis Jetses,
die het landleven lieten zien.
Het was duidelijk dat de onderwijsvernieuwer Ligthart het
boerenleven voor de stadse kinderen wilde introduceren.
Verslappende
pedagogiek
Jan Ligthart en Theo Thijssen hadden regelmatig verschil van
mening over hun onderwijsaanpak.
Ik ken de solide verontwaardiging over die 'verslappende pedagogiek',
schreef Thijssen.
"Niet de letters van den man aan de schrijftafel, de
daden van den man voor de klas zijn paedagogiek"
Ik ken dat gewaarschuw: maak het de jeugd niet zo gemakkelijk,
durf wat van de kinderen te eisen, laat ze gerust maar eens
ploeteren, da's versterkend.
Ik ken die opschepperij van: wij hebben het in onzen tijd
óók niet zo gemakkelijk gehad, wij werden heus
niet zo met zijden handschoentjes aangepakt als de kinderen
van tegenwoordig.
Maar al die goedkope fermiteit van veilige volwassenen, voor
negentig procent trouwens nog fantasie van mensen die in werkelijkheid
niet zo hard werden aangepakt, al die zogenaamde gezonde hardheid
is een stuk zielkundige stommiteit.
Ik wil het kind niet 'sparen', ik wil het laten werken harder
dan ooit iemand kan hebben gewild.
Maar het werk moet passen bij de kinderaard, het moet mogelijk
zijn voor het kind.
Aldus Theo Thijssen in 'Het grijze kind'
Eigenzinnige
aanpak
Thijssen kende uit eigen ervaring de sociale omstandigheden
van zijn leerlingen uit de Amsterdamse Jordaan.
De pedagogiek wordt in zijn tijd voornamelijk bepaald door
het gemiddelde van de klasse en de persoonlijkheid van de
onderwijzer.
De onderwijzer met eigen inzichten heeft aan de algemene aanpak
niets. Hij moet het hebben van zijn intuïtie, waarmee
hij de kinderen beoordeelt naar eigen individualiteit. De
klas geeft dan vanzelf aan als hij het mis heeft.
Hij is voor spellingvereenvoudiging.
Dat is wat anders dan het dorsen van leeg stro, zoals Jan
Ligthart het indertijd noemde.
De enige manier om tot houvast in het onderwijs te komen is
een vereenvoudigde spelling.
De bestaande spelling, van de Vries en te Winkel, is een didactische
onmogelijkheid.
Zijn boek Het
taaie ongerief
en Het grijze kind
zijn voorbeelden hoe hij dacht over de verschillen tussen
arbeiders en regenten en hoe arbeiderskinderen daar de dupe
van werden.
Vernieuwingen
en niet op klompen
Thijssen was voor het klassikale onderwijs als middel tot
socialisatie van de leerlingen.
Hij sprak er schande van dat kinderen met ouders 'in de steun'
op klompen naar school gingen.
De gemeente stelde die als ondersteuning in natura ter beschikking.
Die kinderen werden daardoor in een isolement gedrongen, betoogde
Thijssen:
'Een echte Amsterdammer draagt géén klompen!'

De uitgever
van het leesplankje gaf tekenaar Jetses meteen de opdracht
de klompen van de kinderen te veranderen in schoenen. En om
alles maar meteen te moderniseren werd een auto op één
van de wandplaten er bij getekend.

EK
KAN LEES
Zo heet het Zuid- Afrikaanse leesplankje.
Men gaat er van uit dat je bij de eerste blik op het leermiddel
de kunst meteen machtig bent.
Wit
is geen kleur maar een poes. Piet,
een jongetje met een klein boekje in grootvaders stoel.
Lee n een braaf meisje
dat alleen netjes zat te wezen. Iet
een ander meisje dat in de wei lag te lezen.
'n aap, vreemd genoeg
het enige woord met een voorzetsel. Boer
is een echte Afrikaander uit de boerenoorlog. Tys
de knecht met een schep aan de schouder. Poon
is een paard.
Vuur een lekkere pot boeren
pruttelkoffie en jok blijkt
een hond te zijn.
Kortom, het is duidelijk hoe taal en beeld elkaar in de weg
kunnen zitten.
Boom
Roos Vis, zo leer je veilig lezen
De
meeste kinderen in Nederland leren lezen met de woordenreeks
boom-roos-vis en die drie woorden zijn belangrijker geworden
dan aap-noot-mies.
Ze zijn bedacht door Frater Cesarius Mommers.
Wat
is veilig en wat niet?
Met behulp van woordstroken, klapspelletjes en allerlei analyse-
en syntheseoefeningen leren de kinderen de eerste dag dat
ze de school binnenstappen de reeks boom, roos, vis, vuur,
mus en pim. Wie Pim is weten ze niet en dat het plaatje van
een bloem bij Roos hoort moeten ze maar aannemen.
Met losse letters gaan ze in de weer. Net zolang totdat alle
woordjes moeiteloos herkend worden. Het verschil tussen Vuur
en Brand hoeft nog niet. Het verschil tussen een kastanjeboom
en een spar komt later wel. Dat is wel zo veilig.
Mommers
was lid van de onderwijscongregatie van de fraters van Tilburg.
Daar hoorde een jongensweeshuis met een eigen drukkerij bij.
De jongens drukten de boekjes die voor de methode geschreven
werden. Een van de fraters had al in 1905 een leesmethode
ontwikkeld die uitging van normaalwoorden, met klanken die
zo zuiver mogelijk waren. Het leesplankje begon met aap-roos-zeef.
Die aap is van Aap Noot Mies gesprongen. De zeef gebruikte
moeder om zelf brood te bakken.
Vernieuwing
In de jaren zeventig ontstaan veel onderwijsvernieuwingen.
Daarom komt er ook een vernieuwde versie van de methode Veilig
leren lezen. De handleiding wordt vervangen door drie multomappen.
De leerkracht moet goed weten welke doelstellingen bereikt
moeten worden. Doormiddel van striptekeningen wordt uitgelegd
hoe het complexe proces van leren lezen gaat. Voor de leesboekjes
en werkboekjes worden bekende kinderboekenschrijvers ingeschakeld.
De
Maan vervangt de Boom
Wat leeft evolueert. Elk levend organisme verandert. Het past
zich voortdurend aan de veranderende omstandigheden aan. In
zekere zin geldt dit ook voor onderwijsmethoden.
Een van de redenen voor nieuwe uitgaven was de integratie
van kleuter- en lageronderwijs.
Er was vraag naar materialen die meer differentiatie mogelijk
maakten. Dat moest ook wel omdat meer zorgleerlingen opgevangen
moesten worden in het kader van "Weer Samen Naar School".
Omdat er steeds meer deeltijdbanen in de scholen kwamen moest
de methode hanteerbaar zijn voor duo-partners. Bovendien deed
de computer intrede op scholen, zodat er een computerprogramma
bij Veilig leren lezen kwam.
Mmmmmm...
Het beginwoord boom werd
vervangen door maan, omdat
de m van maan langer door de leerkracht kon worden aangehouden
dan de beginklank b van boom.
Sam, Dop en Nies verdwenen omdat ze voor allochtone en taalzwakke
kinderen rare namen hadden. Ook verouderde woorden, zoals
riek, en moeilijke woorden met sch verdwenen.
Realistische fantasierijke verhaaltjes uit het dagelijkse
leven vervingen de sprookjes. De eerste wandplaat was een
spiegel waarin de kinderen zichzelf konden zien. De eerste
les begon dan ook met het woordje IK en de daarop volgende
lessen kwamen de woorden maan - roos - vis etc. aan de orde.
Er
zijn Maankinderen en Sterrekinderen
Vele mogelijkheden tot differentiatie. Maankinderen volgen
het reguliere programma.
De 10% vlugge en goede lezers krijgen
leesboekjes uit de zon- en raketserie.
En de kinderen die meer tijd en extra aandacht nodig hebben,
krijgen ster-materialen.
Het
verschil tussen methode en werkwijze
Uit alle onderzoeken blijkt dat een methode weliswaar steun
geeft, kinderen leren ervan.
Hij geeft een gegarandeerde uniforme kwaliteit. Snelle en
effectieve organisatie van het leerproces.
Maar net zo als in alle onderwijsleerprocessen vervult de
leerkracht daarin toch de meest vooraanstaande rol en dan
kan er vervorming optreden. Denk maar eens aan te dominante
leerkrachten tegenover een te weinig inspirerende werkopvatting
van andere.
Op 19
februari 2007 overleed Frater Mommers, die wel de leesvader
van Nederland genoemd werd.

Kan
software het leren schrijven
overnemen van de leraar?
Er
zijn didactici die denken van wel
Het voortgezet onderwijs klaagt steen en been dat de kinderen
die de basisschool verlaten schriftelijk laaggeletterd zijn.
De leraren beweren dat ze geen tijd en geen didactische middelen
hebben om het gat te dichten.
Kinderen
moeten inzichten verzameld hebben om een goede tekst te schrijven
Die tekst moet structuur hebben, boeiend zijn, genuanceerd,
goed van zinsbouw en spelling en mooi op het papier staan.
Omdat schrijven in het voortgezet onderwijs meestal betekent
dat je eerst iets gelezen moet hebben, is het van belang dat
je tactisch kunt lezen en structureel kunt denken en zo meer.
Maar vooral moeten de leerlingen in een leeromgeving terecht
komen die lijkt op die op de basisschool.
Dat is vooral een interactie op menselijke schaal, tussen
leerlingen onderling en tussen leraren en leerlingen.
Nu
hoor ik brullen: het ontbreekt aan tijd en middelen
Het ontwikkelen van schrijfvaardigheid vereist een intensieve
training, onder leiding van een schrijfdidacticus. De drie
of vier schrijfopdrachten per jaar zijn niet voldoende.
De motivatie van leerlingen om te leren schrijven is zeer
laag. En als ze wel lol hebben om te schrijven moeten we dat
nog corrigeren ook, verzuchten de leraren.
Schrijven
is zichtbaar denken
Schrijfvaardigheid is van groot belang voor de communicatie
en de expressie, is de
algemene opvatting.
En schrijven ondersteunt het denken en dat is een manier om
nieuwe kennis te verzamelen.
De
leerlingen moeten aan TiO gehangen worden
Taal in ontwikkeling, TiO, is een computerprogramma dat bedacht
is voor het ontwikkelen van schrijfvaardigheid zonder menselijke
interventie.
De computer is de coach op de achtergrond.
Het blijkt dat de computer kan praten want tijdens het schrijven
zegt de computer: 'Jouw
tekst wordt boeiender, als je dit of dat doet'. De leerling
krijgt vervolgens een bak schrijfinstrumenten voor zijn neus
om zijn tekst boeiender te maken.
Daar kan een docent niet tegenop.
De docent heeft dan zijn handen vrij om onderwijs te geven
waar menselijke expertise voor nodig is zoals: leren relativeren,
nuanceren, communiceren, actualiseren, literair waarderen.
Laat ik nu gedacht hebben dat deze nu juist in die basisvaardigheden
ontwikkeld worden.
Jongens,
wie kan die digitale leraar hacken?
Er is een anti-TiO-hyves en daar kennen ze een manier om de
digitale leraar te hacken. Leuk toch.
Het is een paar nerds gelukt teksten in de software te plakken.
De samensteller van het programma, Ad Bok, had dat onmogelijk
gemaakt, dacht hij, maar ja....
"Laat die slimmeriken maar slim zijn', zegt hij.
'Dacht je dat er in het oude systeem niet wordt gespiekt?'
We
zullen het eens onderzoeken
Amos van Gelderen, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam
vindt dat het programma hulp biedt om veel praktisch te oefenen.
"Maar goed schrijven doe je over iets waar je ervaringen
mee hebt opgedaan. In TiO ligt de nadruk op vrij schrijven.
De opdrachten zijn niet meer dan een steekwoord dat het onderwerp
aangeeft.
De context is wat mager."
Over de suggesties ter verbetering heeft Van Gelderen zijn
twijfels.
Een meelezende docent kan gericht commentaar geven. Een computer
niet."
Het
principe 'schrijven is verbeteren'
Dat wordt in het programma goed duidelijk, vindt schrijver,
taalwetenschapper en oud-leraar Nederlands René Appel.
Maar het kan ook tot tegenzin leiden. Is het nou nog
niet goed, zullen leerlingen denken.
Het programma gaat dwars tegen de schrijftrends onder jongeren
in. Op msn en in sms'jes zijn spelling, punten en komma's
niet belangrijk."
Voor de leerkracht blijft een belangrijke rol weggelegd, zegt
lector ICT en onderwijs Marijke Kral van de Hogeschool van
Arnhem en Nijmegen. De leraar moet inspireren en coachen.
Het zou mooie zijn als de leraar en het digitale materiaal
beide doen waar ze goed in zijn."
Leren
gaat met TiO op natuurlijke wijze,
Dat beweert de samensteller Ad Bok, een 67-jarige neerlandicus.
"Zoals een peuter de taal in zijn omgeving oppikt, komen
scholieren met dit computerprogramma zo vaak in aanraking
met aspecten van een goede tekst, dat ze die vanzelf zouden
moeten toepassen".
Van
leesplank naar beeldscherm
Welaan ik heb een andere manier van kijken naar natuurlijke
en menselijke communicatie!
Henk van
Faassen
Bronnen:
Dr. Ad Bok, De uniciteit van TiO, uitgave: Bureau voor
Educatieve Ontwerpen. /
Karlijn van Houwelingen, Leren schrijven zonder leraar,
Alumni Pedagogiek en Onderwijskunde Universiteit van Amsterdam.
/
Hans Hoekstra, Leesplankje is eeuw oud, in Het Parool
PS 27 02 2010 /
naar
boven