startpagina

trefwoorden


literatuur


lees ook:
leren schrijven zonder leraar





houten software

Digitaal Leesplankje

Theo Thijssen stelde vast
dat je op school leerde lezen en nog een paar dingetjes.

Dat ging dan meestal met het leesplankje dat honderd jaar geleden
door bovenmeester Hoogeveen uit Stiens bedacht is.
Voor de klas stond een levensgrote leesplank
met richels waarop woorden geplaatst konden worden.
Sinds die tijd zijn vele leesplankjes in omloop gebracht.
Ze groeiden met hun tijd mee.
De letters waaruit de woorden samengesteld werden
stonden educatief een stukje uit elkaar.

Een digitale leesplank
Met de opkomst van de computer in de klas worden andere eisen aan de digitale educatieve middelen gesteld.
Op de plaats van een grote leesplank hangt een Digiboard en de meester maakt zijn vingers niet meer vuil aan krijtjes, hij download zijn les met een laptop.

Laten we eens kijken wat er sindsdien veranderde.

Op het allereerste plankje was bij het woord 'gat' een echt gat geboord.
Over de samenhang tussen de plaatjes en de woorden die de kinderen er onder moesten samenstellen heerste wel verschil van opvatting.


Aap had een keurig jasje aan en zwaaide met zijn mutsje
Een circusaapje dat boven op een dak aan een touw vast zat. Dat was pedagogisch niet zo correct.
In de weide stonden schapen en de bok. De bok stond voor de bokkenwagen en de schapen stonden al op het laatste plaatje, dus de wei moest leeg, koeien kwamen niet in het verhaal voor. Wat voor de kinderen ook verwarrend geweest moest zijn was dat alle mensen onder hun eigen naam afgebeeld waren, behalve de jongste die heet 'zus' De dieren hebben ras- of soortnamen, behalve de poes die heet Mies.


raam - roos - neef - fik - gat - wiel- deur
zes - juk - schop - voet - bok - bijl

De oerversie moest verbeterd worden
Neef, die met zijn tasje onder de arm op weg naar school was, kreeg een naam: Wim, die al druk bezig was met het bij elkaar zoeken van de woorden uit zijn letterdoosje.
Het het niet bestaande hondenras 'fik' werd veranderd in 'does'.
Een 'schep' was nog een 'schop' en de melkmeisjes gingen gebukt onder een 'juk'.
De 'voet' was een eng plaatje van een afgezaagd lichaamsdeel, en een leeg hondenhok werd vervangen door een duiventil, maar nog wel 'hok' genoemd.

Er hoorden vertelplaten bij, getekend door Cornelis Jetses, die het landleven lieten zien.
Het was duidelijk dat de onderwijsvernieuwer Jan Ligthart het boerenleven voor de stadse kinderen wilde introduceren.

Verslappende pedagogiek
Jan Ligthart en Theo Thijssen hadden regelmatig verschil van mening over hun onderwijsaanpak.
Ik ken de solide verontwaardiging over die 'verslappende pedagogiek', schreef Thijssen.
"Niet de letters van den man aan de schrijftafel, de daden van den man voor de klas zijn paedagogiek"
Ik ken dat gewaarschuw: maak het de jeugd niet zo gemakkelijk, durf wat van de kinderen te eisen, laat ze gerust maar eens ploeteren, da's versterkend.
Ik ken die opschepperij van: wij hebben het in onzen tijd óók niet zo gemakkelijk gehad, wij werden heus niet zo met zijden handschoentjes aangepakt als de kinderen van tegenwoordig.
Maar al die goedkope fermiteit van veilige volwassenen, voor negentig procent trouwens nog fantasie van mensen die in werkelijkheid niet zo hard werden aangepakt, al die zogenaamde gezonde hardheid is een stuk zielkundige stommiteit.
Ik wil het kind niet 'sparen', ik wil het laten werken harder dan ooit iemand kan hebben gewild.
Maar het werk moet passen bij de kinderaard, het moet mogelijk zijn voor het kind.
Aldus Theo Thijssen in 'Het grijze kind'

Eigenzinnige aanpak
Thijssen kende uit eigen ervaring de sociale omstandigheden van zijn leerlingen uit de Amsterdamse Jordaan.
De pedagogiek wordt in zijn tijd voornamelijk bepaald door het gemiddelde van de klasse en de persoonlijkheid van de onderwijzer.
De onderwijzer met eigen inzichten heeft aan de algemene aanpak niets. Hij moet het hebben van zijn intuïtie, waarmee hij de kinderen beoordeelt naar eigen individualiteit. De klas geeft dan vanzelf aan als hij het mis heeft.
Hij is voor spellingvereenvoudiging.
Dat is wat anders dan het dorsen van leeg stro, zoals Jan Ligthart het indertijd noemde.
De enige manier om tot houvast in het onderwijs te komen is een vereenvoudigde spelling.
De bestaande spelling, van de Vries en te Winkel, is een didactische onmogelijkheid.
Zijn boek Het taaie ongerief en Het grijze kind zijn voorbeelden hoe hij dacht over de verschillen tussen arbeiders en regenten en hoe arbeiderskinderen daar de dupe van werden.


Vernieuwingen en niet op klompen



Thijssen was voor het klassikale onderwijs als middel tot socialisatie van de leerlingen.
Hij sprak er schande van dat kinderen met ouders 'in de steun' op klompen naar school gingen.
De gemeente stelde die als ondersteuning in natura ter beschikking. Die kinderen werden daardoor in een isolement gedrongen, betoogde Thijssen:
'Een echte Amsterdammer draagt géén klompen!'

De uitgever van het leesplankje gaf tekenaar Jetses meteen de opdracht de klompen van de kinderen te veranderen in schoenen.
En om alles maar meteen te moderniseren werd op de achtergrond een auto op één van de wandplaten er bij getekend.


EK KAN LEES
Zo heet het Zuid- Afrikaanse leesplankje.
Men gaat er van uit dat je bij de eerste blik op het leermiddel de kunst meteen machtig bent.
Wit
is geen kleur maar een poes.
Piet
, een jongetje met een klein boekje in grootvaders stoel.
L ee n een braaf meisje dat alleen netjes zat te wezen.
Iet is een ander meisje dat in de wei lag te lezen.
'n aap, vreemd genoeg het enige woord met een voorzetsel.
Boer
is een echte Afrikaander uit de boerenoorlog.
Tys
de knecht met een schep aan de schouder.
P oo n is een paard.
V uu r een lekkere pot boeren pruttelkoffie
jok blijkt een hond te zijn.

Kortom, het is duidelijk hoe taal en beeld elkaar in de weg kunnen zitten.


Boom Roos Vis, zo leer je veilig lezen
De meeste kinderen in Nederland leren lezen met de woordenreeks boom-roos-vis en die drie woorden zijn belangrijker geworden dan aap-noot-mies.
Ze zijn bedacht door Frater Cesarius Mommers.

Wat is veilig en wat niet?
Met behulp van woordstroken, klapspelletjes en allerlei analyse- en syntheseoefeningen leren de kinderen de eerste dag dat ze de school binnenstappen de reeks boom, roos, vis, vuur, mus en pim. Wie Pim is weten ze niet en dat het plaatje van een bloem bij Roos hoort moeten ze maar aannemen.
Met losse letters gaan ze in de weer. Net zolang totdat alle woordjes moeiteloos herkend worden. Het verschil tussen Vuur en Brand hoeft nog niet. Het verschil tussen een kastanjeboom en een spar komt later wel. Dat is wel zo veilig.

Mommers was lid van de onderwijscongregatie van de fraters van Tilburg. Daar hoorde een jongensweeshuis met een eigen drukkerij bij. De jongens drukten de boekjes die voor de methode geschreven werden. Een van de fraters had al in 1905 een leesmethode ontwikkeld die uitging van normaalwoorden, met klanken die zo zuiver mogelijk waren. Het leesplankje begon met aap-roos-zeef. Die aap is van Aap Noot Mies gesprongen. De zeef gebruikte moeder om zelf brood te bakken.


Vernieuwing
In de jaren zeventig ontstaan veel onderwijsvernieuwingen. Daarom komt er ook een vernieuwde versie van de methode Veilig leren lezen. De handleiding wordt vervangen door drie multomappen. De leerkracht moet goed weten welke doelstellingen bereikt moeten worden. Doormiddel van striptekeningen wordt uitgelegd hoe het complexe proces van leren lezen gaat. Voor de leesboekjes en werkboekjes worden bekende kinderboekenschrijvers ingeschakeld.

De Maan vervangt de Boom
Wat leeft evolueert. Elk levend organisme verandert. Het past zich voortdurend aan de veranderende omstandigheden aan. In zekere zin geldt dit ook voor onderwijsmethoden.
Een van de redenen voor nieuwe uitgaven was de integratie van kleuter- en lageronderwijs.
Er was vraag naar materialen die meer differentiatie mogelijk maakten. Dat moest ook wel omdat meer zorgleerlingen opgevangen moesten worden in het kader van "Weer Samen Naar School".
Omdat er steeds meer deeltijdbanen in de scholen kwamen moest de methode hanteerbaar zijn voor duo-partners. Bovendien deed de computer intrede op scholen, zodat er een computerprogramma bij Veilig leren lezen kwam.

Mmmmmm...
Het beginwoord boom werd vervangen door maan, omdat de m van maan langer door de leerkracht kon worden aangehouden dan de beginklank b van boom.
Sam, Dop en Nies verdwenen omdat ze voor allochtone en taalzwakke kinderen rare namen hadden. Ook verouderde woorden, zoals riek, en moeilijke woorden met sch verdwenen.
Realistische fantasierijke verhaaltjes uit het dagelijkse leven vervingen de sprookjes. De eerste wandplaat was een spiegel waarin de kinderen zichzelf konden zien. De eerste les begon dan ook met het woordje IK en de daarop volgende lessen kwamen de woorden maan - roos - vis etc. aan de orde.

Er zijn Maankinderen en Sterrekinderen
Vele mogelijkheden tot differentiatie. Maankinderen volgen het reguliere programma.
De 10% vlugge en goede lezers krijgen leesboekjes uit de zon- en raketserie.
En de kinderen die meer tijd en extra aandacht nodig hebben, krijgen ster-materialen.


Het verschil tussen methode en werkwijze
Uit alle onderzoeken blijkt dat een methode weliswaar steun geeft, kinderen leren ervan.
Hij geeft een gegarandeerde uniforme kwaliteit. Snelle en effectieve organisatie van het leerproces.
Maar net zo als in alle onderwijsleerprocessen vervult de leerkracht daarin toch de meest vooraanstaande rol en dan kan er vervorming optreden. Denk maar eens aan te dominante leerkrachten tegenover een te weinig inspirerende werkopvatting van andere.

Van leesplank naar beeldscherm
Taal in ontwikkeling, TiO, is een computerprogramma dat bedacht is voor het ontwikkelen van schrijfvaardigheid zonder menselijke interventie.
De computer is de coach op de achtergrond.
Welaan ik heb een andere manier van kijken naar natuurlijke en menselijke communicatie!

Henk van Faassen

Op 19 februari 2007 overleed Frater Mommers, die wel de leesvader van Nederland genoemd werd.


Bron o.a.:
Hans Hoekstra, Leesplankje is eeuw oud, in Het Parool PS 27 02 2010 /

naar boven

naar index