|
Taalachterstand
Taalvermogen en Taalgebaren

Peuterbommen
en Spraakmaken
Taalachterstand is niet iets dat je uitsluitend bij zogenoemde
allochtone kinderen aantreft.1)
Onderzoek heeft uitgewezen dat één op de vijf
Oost-Groningse kinderen een taalachterstand heeft. Ze spreken
Grunnings en de juf verstaat ze niet. De juf heeft daarmee
eveneens een taalachterstand. Daar moet dus wat aan gedaan
worden en de staatssecretaris Dijksma stuurt vijfeneenhalf
miljoen die kant uit.
Wat kunnen we daarmee doen? 'Peuterbommen' en 'Spraakmakend'
invoeren!
Peuterbommen is bewegen op muziek en met je billen 'wiebelwabbelwibbelen'
en Spraakmakend is een memoryspel.
Misgebaren
maken
Dat kinderen woorden beter onthouden als je ze aan een gebaar
plakt is in de kleuterjuffenwereld een algemeen aanvaard begrip.
Toch is het wel nodig dat 'taalgebaar' eens nader te bekijken.
Welk woord moeten peuters leren en welk gebaar maak je er
bij?
Neem bijvoorbeeld het begrip 'zoeken' dat de kinderen moeten
leren.
De peuters moeten daarbij hun hand boven hun ogen houden.
Daarbij stuit ik op een misverstand. Als ik tegen een peuter
zeg: "Ga je laarsjes eens zoeken want het regent buiten",
dan zal de peuter echt niet denken: "zoeken, wat was
dat ook al weer?, O, ja, je hand boven je ogen". Ik zie
het al voor me een peuter bij een hoop schoenen en laarsjes
met zijn hand boven zijn ogen speurend in de verte om zijn
laarsjes te vinden.
Het is een misgebaar dat niet bij zoeken past.
Indianen gebruiken het gebaar om hun ogen tegen de zon te
beschermen en te speuren naar een vijand in de verte.
Wiebelwabbelwibbelen
Bij het woord 'wrijven' moeten de kinderen een handenwassen
beweging maken.
Misgebaar, en wel om verschillende redenen.
De peuters hoeven van mij nog niet het woord 'wrijven' te
kennen. Het neemt een ondergeschikte plaats in de peuter woordenschat
van hun 400 woorden in.
Het woord 'wassen' is veel belangrijker om te kennen, maar
daar hoeft blijkbaar geen gebaar bij. Overigens wrijven volwassenen
zich in de handen als ze ergens tevreden over zijn, peuters
heb ik dat spontaan nooit zien doen.
Bewegen met hun billen doen de peuters veel en wat ze ermee
uitdrukken blijkt dan uit de context: "Ik zag een hondje"
of "ha ik krijg een lekker koekje' of "kijk eens
wat een mooie prinsessenjurk ik aanheb?"
Maar nee hoor, ze leren een woord dat die grappige juf voor
hen bedacht heeft 'wiebelwabbelwibbel', Een woord dat in het
Nederlandse taalgebied, en zeker in het Oost Gronings, niet
voorkomt.
Zo taalstimuleert men de kinderen, zo leert men de kinderen
hoe de associaties van de juffen in elkaar zitten.
Dat kinderen een geheel eigen patroon van associaties hebben
moeten de kleuterjuffen nog leren. Daarmee hebben de juffen
een taalachterstand ten opzichte van de kinderen.
In
welk taalgebied zit je?
Een bepaalde, zogenoemde, taalachterstand is in de regio Oost
Groningen al eeuwen lang aanwezig omdat er veel laagopgeleide
mensen wonen en werken.
Dat is nooit een probleem geweest want voor het werk op het
land en in de kartonfabriek waren voldoende woorden voorhanden.
Taalachterstand is altijd iets van het ene taalgebied ten
opzichte van het andere, dus tussen de ene taalgebruiker en
de ander, tussen de Groningse peuter en zijn juf uit de Randstad,
tussen de Marokkaanse berber en de Hollandse boer.
Ikzelf heb een behoorlijke taalachterstand ten opzichte het
Chinees. Ik gebruik daar dan ook vaak het gebaar van geld
tellen waarbij ik met mijn duim over mijn wijsvinger wrijf
en daarbij op een lekker schaaltje rijst met groente wijs.
De Chinese kok begrijpt me en steekt een paar vingers omhoog.
Zoveel yuan en ik smul van mijn maaltijd.
Voorwerpen
aan woorden plakken
Als de kinderen met Spraakmakend bezig zijn en ze verbinden
woorden aan gereedschap dat in hun omgeving aanwezig is zoals
een lepel, een pan, een bord en zo voort, maar ook een zaag
en een hamer, zullen de peuters die woorden sneller leren
herkennen.
Die woorden horen bij begrippen zoals eten en koken, of bij
timmeren.
Maar nee hoor hamer en zaag horen volgens de spraakmakers
bij het begrip 'bouwen' dat een complex begrip voor de kinderen
is. Maar ja, er is toch 'Bob de Bouwer' met die liedjes en
verhaaltjes op de beeldbuis?
Bob overheerst het gezonde verstand van de juf en dat is jammer
voor haar want dan kan ze niet zo goed kijken naar wat de
kinderen werkelijk aan woorden opsteken tijdens hun geknutsel
in de bouwhoek.
Merkwaardig is dat de woorden boormachine en schroevendraaier
alleen geschikt bevonden zijn voor snelle peuters.
Wanneer is een peuter snel en wie meet die snelheid?
De keren dat ik in het kinderdagverblijf verhalen vertel of
voorlees blijken de kinderen geen traagheidproblemen te kennen.
Ze gaan mee in het verhaal en pikken de woorden op die ze
kunnen gebruiken bij het verbeelden ervan.
Extra
inzet van dialectzangers
De peuterleidster verstaat de kinderen niet als ze het over 'mamma
tuus' hebben en daarom moet een tweede 'spraakmakende' juf twaalf
uur per week ingezet worden.
Of de peuterjuf daar beter Gronings van leert vermeldt het project
niet.
Gelukkig zijn er de laatste tijd veel zangers, zoals Daniël
Lohues en anderen, die zich niet voor hun eigen
taal schamen.
Laten we eens vragen of die, betaald door staatssecretaris
Dijksma, eens voor een klasje juffen willen
optreden.
Lu
dij nait goud lezen wat ter staait, denken voak dat t hail aans
gaait
Henk
van Faassen
1)
Bron: Nieuwe aanpak van taalachterstand peuters in:
Trouw 11 november 2008
naar
boven
|
|