startpagina

trefwoorden


literatuur

bekijk foto's, werk


taal algemeen


taal leren

Uitgangspunten Expertisecentrum Nederlands

Taal leren is een proces in dienst van de persoonsontwikkeling van het kind
Als mensen taalvaardig zijn kunnen zij op kritische en verantwoorde wijze deel nemen aan situaties in het gezin, op school en in de maatschappij.
Kinderen leren vooral taal door in interactie te treden met anderen.
Het Expertisecentrum Nederlands kiest daarom voor interactief taalonderwijs. Interactief taalonderwijs gaat niet zozeer uit van overdracht van kennis en vaardigheden maar stelt de betrokkenheid en activiteit van de leerling centraal. Interactief taalonderwijs is nodig om beter aan te kunnen sluiten bij de leerbehoeften van kinderen die verschillen in aanleg en die afkomstig zijn uit uiteenlopende sociale en culturele groepen met dikwijls een verschillende taalachtergrond. Interactief taalonderwijs kent de volgende uitgangspunten.

sociaal leren
betekenisvol leren
strategisch leren

Sociaal leren
In de eerste levensjaren ontwikkelen kinderen hun mondelinge taal in interactie met anderen.
Taalleren is een sociaal proces.
Dit ontwikkelingsproces vindt meestal gewoon thuis plaats. Het kind communiceert met zijn ouders en met andere volwassenen en kinderen in zijn omgeving. Hoe gunstiger de omstandigheden in de thuissituatie, des te verder komen kinderen in hun taalontwikkeling. Interactie bevordert de taalontwikkeling van kinderen als het kind het initiatief in de interactie neemt, als de volwassenen inhoudelijk aan sluiten bij de uitingen van het kind en als zij het niveau van hun taalaanbod aanpassen aan het niveau van het kind. De interactie is erop gericht om het kind steeds zelfstandiger te laten functioneren.

Het taalverwervingsproces thuis is niet helemaal te vergelijken is met het taalleren op school, het Expertisecentrum gaat er van uit dat interactie ook een belangrijke rol speelt in het leren, en in het bijzonder het leren van taal op school. De kenmerken die maken dat interactie thuis bevorderlijk is voor de taalontwikkeling zijn ook geldig in de schoolse situatie. In het taalonderwijs kan interactie een belangrijk didactisch instrument zijn, als kinderen de gelegenheid krijgen initiatieven te nemen, als de leerkracht ingaat op de inhoud en bedoeling van de taaluiting van de leerling en als de leerkracht aansluit bij het taalniveau van de leerling.

Vygotsky ziet taal leren als een sociaal proces

Hij heeft dit uitgewerkt in een sociale leertheorie. Kinderen leren de betekenis van gesproken en geschreven taal in het dagelijks leven door voorbeeldgedrag van ouderen en in de omgang met hen in taalgebruik situaties. Daarbij staat de interactie tussen volwassene en kind centraal. Vanuit die interactie ontwikkelen kinderen hun taalvaardigheid en ontstaat de behoefte aan leren.
Wat een kind op een zeker tijdstip op eigen kracht kan volbrengen, heet het actuele ontwikkelingsniveau. De leerkracht biedt ondersteuning bij de taken die het kind nog net niet zelfstandig uit kan voeren. Hierdoor is het voor het kind mogelijk om in samenwerking met anderen een stapje verder te komen. Het niveau dat het kind nog net niet beheerst, heet de zone van de naaste ontwikkeling.
Effectieve leerkrachten bieden kinderen juist die ondersteuning die zij nodig hebben om taken die zij nog niet zelfstandig beheersen succesvol uit te voeren. Doordat leerkrachten iets voordoen, een oplossingsstrategie verwoorden of spontaan reageren op gedrag van kinderen, kunnen kinderen zich iets eigen maken.

Niet alleen de interactie tussen leerkracht en leerling is van belang maar ook de interactie tussen leerlingen onderling. Kinderen moeten daarom samen werken aan leertaken. Dit heet coöperatief leren. Kinderen versterken hun leerstrategieën als ze samen met anderen bespreken hoe ze een opdracht moeten aanpakken en oplossen. In zo'n gesprek verwoorden ze hun eigen kennis en oplossingsstrategieën en toetsen die aan die van anderen. In heterogene groepen profiteren de kinderen het meest van de samenwerking. Leerlingen die al iets verder zijn, kunnen de andere leerlingen verder helpen. Hiervan leren alle leerlingen: degenen die geholpen worden, maar ook degene die hulp geven.

Betekenisvol leren
Aan het principe van betekenisvol leren liggen twee begrippen ten grondslag: intrinsieke motivatie en actief leren.
Als een taak betekenis heeft voor kinderen, zullen zij eerder vanuit zichzelf gemotiveerd zijn voor de taak. Kinderen zullen eerder intrinsiek gemotiveerd werken als leertaken authentiek zijn. Zij ervaren de taak als functioneel voor de praktijk van alle dag. Groep 4 werkt bijvoorbeeld aan het schoolreisje. In kleine groepen maken de kinderen een voorstel voor het schoolreisje van komend jaar. De groep zal uiteindelijk een van de voorstellen kiezen en dat schoolreisje echt maken.
Binnen deze authentieke context leren kinderen informatie te verzamelen, te ordenen en te presenteren. De motivatie komt uit de leerlingen zelf. Naarmate zij hun voorstel voor het schoolreisje beter voor het voetlicht brengen, is de kans groter dat hun groepsgenoten voor dit reisje kiezen. Ze zijn uit zichzelf, intrinsiek, gemotiveerd te leren hoe je een goede presentatie houdt. De motivatie van kinderen bepaalt in sterke mate de richting en kwaliteit van het leerproces.

Een andere reden waarom betekenisvol leren van belang is, is dat leerlingen in een betekenisvolle situatie actief leren. Zij kunnen zelf keuzes maken en eigen betekenis toekennen aan de leerinhoud.
Taal leren is een actief proces waarin kinderen hun taalsysteem en hun kennis van de wereld voortdurend reorganiseren door het taalaanbod dat zij tegenkomen.
Doordat kinderen actief met hun wereld bezig zijn, komen zij tot ontdekkingen omtrent geschreven en gesproken taal. Zij bouwen zelf aan hun kennis over taal en ontwikkelen hun eigen taalvaardigheid. Hierin volgt het Expertisecentrum de theorie van het constructivisme waarvan Piaget een belangrijke grondlegger is.

Strategisch leren
In de taalontwikkeling van kinderen spelen strategieën een rol. In het onderwijs krijgen leersstrategieën expliciet en bewust aandacht. Kinderen voeren niet alleen een taaltaak uit maar bedenken van te voren hoe ze de taak zullen uitvoeren. Tijdens het proces houden ze in de gaten of alles goed verloopt. Na afloop evalueren ze het leerproces. De kinderen passen zelfcontrole toe. Zij doen metacognitieve vaardigheden op.

De leerkracht kan bevorderen dat kinderen strategisch leren
Zij moeten de instructie niet alleen richten op begrip en inzicht maar ook op het leerproces. Dankzij strategisch leren kunnen kinderen steeds beter hun kennis en vaardigheden overdragen van de ene situatie naar de andere. Kinderen die strategieën flexibel hanteren, ontwikkelen zich beter.
Bij mondelinge communicatie leren kinderen bijvoorbeeld steeds beter hun gedachten en gevoelens onder woorden brengen.
Zij schatten in wat hun gesprekspartner al weet over het onderwerp.
Ze bedenken wat ze willen zeggen en hoe ze dit duidelijk kunnen overbrengen. Ze leren hierdoor op planmatige wijze een verhaal te vertellen of informatie te presenteren. Bij lezen en schrijven speelt planmatig werken bij uitstek een rol.

Wederkerend onderwijzen
Een vorm van coöperatief leren waarbij het leren van strategieën centraal staat. Leerlingen werken samen in kleine groepen en geven elkaar instructie. Ze helpen elkaar strategieën toe te passen die leiden tot beter leesbegrip. Ze bespreken samen de betekenis van de tekst. Nadat de kinderen de tekst eerst samen of stil gelezen hebben, past de groepsleider enkele strategieën toe op de tekst. De andere kinderen reageren hierop. In het begin treedt de leerkracht als groepsleider op. Zij doet het strategisch lezen hardop denkend voor. Later nemen leerlingen dit steeds meer over.
Door wederkerend onderwijzen kunnen leerlingen leertaken met succes volbrengen die ze nog niet zelfstandig kunnen uitvoeren. Samen met groepsgenoten doen zij iets, wat ze alleen nog net niet kunnen. De leerlingen observeren het gedrag van groepsgenoten of van de leerkracht en zien hoe die strategieën toepassen. Leerkracht en medeleerlingen hebben een voorbeeldfunctie voor de zwakkere leerling. Wederkerend onderwijzen biedt een combinatie van sociaal leren en strategisch leren.

naar boven