Na
dertig jaar poëtische teksten schrijven met kinderen
is de Taaldrukwerkplaats er niet meer
De
gedichten zijn er nog

Met
de Taaldrukwerkplaatsen startte een heel eigen tradidie
van activiteiten met kinderen en poëzie
*)
Elk
mens, jong of oud, heeft het vermogen zich poëtisch
uit te drukken. Sommige mensen vinden dat kinderen er
meer van hebben dan volwassenen. Omdat ze nog maar net
bezig zijn de taal binnen te gaan, zijn ze minder gebonden
aan conventies, bestaande woorden en vormen.
Ze gebruiken gemakkelijk woorden die ze maar half kennen
en verzinnen er zelf woorden bij.
Hun woordenschat is nog klein, met korte, compacte formuleringen
als gevolg.
Het effect is vaak poëtisch in de ogen van volwassenen.
Waarden en vormen
De mensen van de Taaldrukwerkplaats in Amsterdam werken
al sinds 1974 met kinderen en taalexpressie. De eigen
ervaringen van kinderen staan centraal: daarover vertellen
ze elkaar, van daaruit herkennen ze wat anderen vertellen
en schrijven.
"Poëzie, dat was voor mij in het werk met
de kinderen verboden,"
zegt Frederice van Faassen, een
van de medewerkers van de Taaldrukwerkplaats van het
eerste uur.
"Daaraan zaten veel te veel waarden en vormen
verbonden. Ik dacht: zo meteen willen ze nog gedichten
gaan schrijven! Dan doen ze nooit meer normaal."
Maar het grappige was dat de teksten die kinderen bij
de Taaldrukwerkplaats schreven vaak een grote poëtische
zeggingskracht bezaten.
"'Het is gewoon een gedicht!" zei men over
kinderteksten die niet als gedichten werden geschreven
of gepresenteerd. Als een bijna toevallig effect van
het schrijven kwam de poëzie tevoorschijn.
De
inhoud gaat voor de vorm uit
Wat is precies een gedicht? In elk geval een tekst met
een bepaalde vorm.
De eerste vorm waaraan kinderen denken bij een gedicht
is rijm.
Als ze proberen een rijmend gedicht te schrijven, verliezen
ze in hun speurtocht naar rijmwoorden gemakkelijk het
contact met wat ze willen zeggen. De vorm zit dan de
inhoud in de weg.
Het leidt snel tot onzin-gedichten met rare kromme regels.
Weg dus met die vorm.
Richt je op de inhoud, en zoek naar precieze woorden
om die over te brengen.
Als
kinderen zich betrokken voelen bij wat ze schrijven,
worden hun teksten beter
Of het dan wel of geen gedicht genoemd wordt, is niet
zo belangrijk.
Wel belangrijk is het, om gevoel te krijgen voor de
beeldende, poëtische kracht van taal.
Dat is anders dan de benadering van veel kinderpoëzie-
projecten die sinds de zeventiger jaren ontwikkeld werden.
Daar werd wél gewerkt met vooraf gegeven vormen,
zoals rijm, of met poëtische schrijfopdrachten,
bijvoorbeeld 'als ik een vlinder was'.
Het was expliciet de bedoeling dat kinderen mooie dichtregels
zouden schrijven.
Een nadeel van deze aanpak was dat ze sneller in clichés
vervielen.
Een vorm als houvast
Hoewel de taaldrukkers primair vanuit inhoud werkten,
kregen ze geleidelijk meer aandacht voor de vorm van
teksten.
De kinderteksten over persoonlijke ervaringen waren
dan vaak wel krachtig en poëtisch, ze ontstonden
niet zomaar vanzelf. Er ging een proces aan vooraf,
van zoeken naar goede onderwerpen, van zorgvuldig vragen
stellen en stapsgewijze vertel- en schrijfopdrachten.
(...)
Kinderen zijn gewend te beantwoorden
aan de vormverwachtingen van leerkrachten
De taaldrukkers zochten versvormen die konden helpen
om de eigen poëtische taal van kinderen naar boven
te krijgen en die tegelijkertijd leerkrachten houvast
gaven. Ze vonden de uit Amerika afkomstige vorm cinquain,
bestaande uit vijf regels en elf woorden.
Onder de naam elf,
bedacht door de taaldrukkers, begon deze vorm aan een
ware opmars door het onderwijs.
Leerkrachten waren enthousiast over de verrassende resultaten
bij hun kinderen. De elf werd vanaf eind 70-er jaren
overal toegepast waar behoefte was aan snel verwezenlijkbare,
niet clichématige kindergedichten. In vrijwel
elke taalmethode werd de elf opgenomen, zij het meestal
niet voorzien van inhoudelijke opdrachten per regel.
De vaste vorm weer loslaten
Maar ook bij de elf bestond het gevaar dat de vorm los
raakte van de inhoud. Zonder goede begeleiding werd
het een soort invullesje, met nauwelijks poëtische
teksten als gevolg.
Het oude probleem was terug: dat de precaire balans
tussen vorm en inhoud van poëzie uit het oog verdween,
en vervangen werd door een woordkunstje.
De Taaldrukwerkplaats probeerde zich van de vastgelopen
elf te bevrijden door meer vormen te introduceren, zoals
het Oudhollandse rondeel.
Een tussenvorm boden de aan regels gebonden teksten,
waarbij kinderen stap voor stap regels schrijven naar
aanleiding van vragen naar één aspect
van hun ervaring.
Het
begrip poëtisch element kwam in gebruik
Eind tachtiger jaren ontstond ook op veel scholen een
nieuwe interesse in de poëtische kracht van vrije
kinderteksten, en daarmee voor de zogenaamde 'vrije
versvorm'.
De teksten bevatten allerlei poëtische elementen,
zoals klankovereenkomsten, ritme, regelafbrekingen.
Daar bleken ook kinderen met belangstelling en plezier
naar te kunnen kijken.
Poëtische kinderteksten passen goed in een Nederlandse
traditie van poëzie over alledaagse onderwerpen,
denk aan de gedichten van Buddingh
over een elastiekje of een jampotdekseltje.
Zelf
vormen ontdekken
In een volgende fase namen taaldrukkers dichtbundels
mee de klas in en confronteerden kinderen met gedichten
van echte dichters. (...)
Gedichten hielpen om op een onnadrukkelijke manier de
relatie tussen vorm en inhoud aan de kinderen voor te
leggen.
Onnadrukkelijk, want er werden nooit gedichten geïmiteerd,
evenmin werd de inhoud uitgelegd. Wel werden gedichten
vaak drie keer voorgelezen, zodat kinderen de kans kregen
om steeds iets nieuws in een gedicht te ontdekken. (...)
Plezier krijgen in de vorm
Een nieuwe generatie literaire vormers, opgeleid aan
de HKU, gaat in hun didactiek vrijer met vormen om dan
de Taaldrukwerkplaats destijds. Vaste vormen worden
soms gebruikt, dan weer losgelaten.
De tijdgeest van steeds sneller, korter en productgerichter
werken maakt het moeilijker om de gevoeligheid te ontwikkelen
die je nodig hebt bij poëzie.
Maar de basis is nog steeds de meer dan dertig jaar
oude praktijk van de Taaldrukwerkplaats, tegenwoordig
de Stichting Taalvorming: het plezier in schrijven over
dagelijkse ervaringen, en daarmee het stimuleren van
zelfvertrouwen en taalgevoel bij kinderen. Nog steeds
schrijven kinderen daardoor gedichten zonder dat het
de opzet was.
Suzanne
van Norden
*)
fragmenten uit: Suzanne van Norden, Het is gewoon
een gedicht!, in Leesgoed, nr 7, 2005
Het
complete artikel opvragen: archief
taalvorming
naar
boven