Op
welke manier beïnvloedt het Nieuwe Leren
het taalonderwijs ?
Taalvorming
en het Nieuwe Leren
Taal
als motor voor vernieuwing
De visies van het Nieuwe Leren en van Taalvorming vertonen
veel overeenkomsten, aldus Frits
Spliethoff: op de Conferentie Taalonderwijs nu
en straks, georganiseerd door het Expertisecentrum Nederlands
en de KPC-groep. Ik herken veel citaten uit het boek Taal
leren op eigen kracht.
Het gaat daarbij vooral om de nadruk op intrinsieke motivatie
van kinderen, en om de verschuiving van taallessen naar taalgebruikssituaties.
Taal leren wordt geplaatst in een totaalvisie op onderwijs.
Centraal daarin staat dat je de ontwikkeling van een kind
van binnenuit moet laten gebeuren. Laat ze dingen leren die
belangrijk voor hen zijn en laat ze dat in hun eigen tempo
doen. Zorg dat er veel verschillende leerbronnen zijn want
kinderen leren altijd en overal. Daarnaast wordt een aantal
uitgangspunten genoemd waar de praktijk van taalvorming heel
goed op aansluit:
Kennis wordt niet gestapeld maar
kinderen leren om persoonlijke kennis te structureren en verwerven
inzicht.
Bij taalvorming verwoorden kinderen de kennis die voortkomt
uit hun persoonlijke ervaringswereld zowel mondeling als schriftelijk.
Door dat verwoorden brengen ze ordening aan in hun ervaringen
en krijgen ze er inzicht in. Door te reflecteren op taal tijdens
de tekstbesprekingen verwerven ze inzicht in de werking van
taal.
Kinderen hebben een groot lerend
vermogen als ze de kans krijgen te leren vanuit hun intrinsieke
motivatie.
Taalvorming gaat door op het natuurlijke proces van taalleren:
kinderen leren taal op eigen kracht omdat ze taal nodig hebben.
Ze leren het in voor hen betekenisvolle interactie met anderen.
Bij taalvorming gebeurt dat tijdens vertelkringen, tweegesprekken
en bespreking van teksten.
Kinderen leren taal in de werkelijkheid.
De inhoud bestaat bij taalvorming uit de werkelijke ervaringen
van de kinderen. In de taalronde leren kinderen praten, luisteren,
schrijven en lezen door het te doen. Niet als doel op zich,
maar om te communiceren over zaken die belangrijk voor hen
zijn.
Taal heeft een wisselwerking met handelen en bewegen.
In de dramalessen van taalvorming beelden de kinderen de ervaringen
die ze in hun tekst beschreven, uit. Ze geven er letterlijk
handen en voeten aan.
Is
er al ervaring met het Nieuwe Leren?
De
leerkrachten die met het Nieuwe Leren werken, heb ik deze
dag niet gehoord. Dat vond ik een gemis want daardoor werd
weinig gezegd over de didactiek en over de vaardigheden die
je als leerkracht nodig hebt om het Nieuwe Leren praktisch
vorm te geven.
In het bijzonder interesseert mij de verhouding tussen individueel
en groepsgewijs werken.
In de zelfstandige werksituaties van het Nieuwe Leren lijkt
het of kinderen alleen nog aan het begin en het eind van de
dag in de kring zitten om het werk te verdelen en er verslag
over te doen aan elkaar.
Ik vraag me af waarom de kring niet gebruikt wordt om als
groep kennis en ervaringen uit te wisselen over een onderwerp.
Wordt een dergelijke kring niet gezien als een plek waar kinderen
van elkaar kunnen leren? Onze ervaring is dat als kinderen
in de kring met elkaar praten, ze iets te weten komen over
elkaar en belangstelling hebben voor elkaar.
Naast deze inhoudelijke en sociale component leren ze ook
van elkaar hoe je iets kunt verwoorden.
Bij taalvorming leren leerkrachten hoe ze zo'n leerrijke kring
kunnen begeleiden.
Bij het Nieuwe Leren wordt veel in hoeken gewerkt.
In de schrijfhoek bijvoorbeeld schrijven kinderen zelfstandig
teksten aan de hand van opdrachtkaarten. De schrijfdidactiek
van taalvorming begeleidt kinderen individueel en groepsgewijs
bij het schrijven. Voordat ze gaan schrijven wordt altijd
eerst verteld; de teksten worden altijd voorgelezen en besproken.
In de begeleiding ligt de nadruk op het proces van het schrijven
en de communicatieve functie van de tekst.
Vormeisen worden niet van tevoren gegeven, maar ontstaan pas
in de loop van het schrijfproces.
De didactiek van taalvorming is in de praktijk ontwikkeld.
Wij trainen leerkrachten hierin op de werkvloer.
Interessante
vragen
Vragen
die voor ons taalvormers interessant zijn en die we gaan onderzoeken:
Is het werken in de kring bij taalvorming onontbeerlijk gezien
de leerwaarde ervan?
Wat kunnen kinderen ook individueel of in tweetallen in een
schrijfhoek doen?
Wat betekent het individueel werken in een hoek voor het schrijfproces
van kinderen?
Wat zijn goede schrijfopdrachten en welke didactiek is geschikt
om kinderen echt een stap verder te helpen in hun schrijfontwikkeling?
Welke onderdelen van de taalronde zijn geschikt om in (eventueel
facultatieve) workshopvorm aan te bieden?
Welke hulp, interventie of interactie van of met leerkrachten
kunnen kinderen niet missen voor een optimale taalontwikkeling?
In
de setting van het Nieuwe Leren zou taalvorming er anders
kunnen gaan uitzien dan in de setting van een reguliere school.
Dat is een uitdaging om te onderzoeken.
Lucie
Visch, stichting Taalvorming Amsterdam