startpagina

trefwoorden


literatuur

bekijk foto's, werk


gerelateerde artikelen

taalvorming
en het nieuwe leren

het nieuwe leren
en Kunsteducatie


kinderen
ontwikkelen zichzelf


ervaringsgericht onderwijs


Het Nieuwe Leren maakt de pennen los
De eigen kracht van het nieuwe leren

"Niemand werkt graag zonder te weten waartoe haar inspanning dient,
zonder over het te bereiken doel mee te kunnen beslissen"
Celestin Freinet

De kracht van zinvol onderwijs
Dingen die kinderen willen leren zijn authentiek wanneer ze voor hen betekenis hebben. Ze leren het verband te zien tussen zichzelf, de omgeving waarin ze leven en wat de school hen te bieden heeft.
De emotionele, creatieve, cognitieve en sociaalcommunicatieve ontwikkeling van een kind zal gestimuleerd, en de betrokkenheid vergroot worden als de leerstof zodanig ontworpen is dat die aansluit bij wat hen in deze wereld bezig houdt.
Op basis van dit gegeven worden didactische vernieuwingen de school ingeblazen en worden zelfs geheel nieuwe scholen opgericht.
Volgens de critici meer ingegeven door ideologische sentimenten van de ouders dan voorzien van een wetenschappelijke onderbouwing.

Onze kinderen moeten gelukkig zijn

Kritische kanttekeningen
Als het gaat om ontluikende geletterdheid zegt prof. dr. Adriana Bus uit Leiden *) dat Iederwijs scholen tot 'pseudo-dyslexie' zullen leiden omdat de kinderen niet systematisch genoeg oefenen in het leren lezen.
Zonder systematische foneemtraining blijven de kinderen woorden raden als ze een paar medeklinkers herkennen. Bus verzet zich tegen het misleidende van deze vormen van onderwijs die structuur missen.

Zo komen de ervaringsdeskundigen, die zien dat kinderen beter leren als ze niet het gevoel hebben dat ze aan het leren zijn, te staan tegenover de wetenschappers die voorspellen dat het mis gaat. Bus gaat zelfs zo ver dat ze voorspelt dat de Iederwijs-scholen voor groeiende werkgelegenheid bij haar afgestudeerden zullen zorgen.

Prof.Greetje vd Werf, hoogleraar onderwijzen en leren uit Groningen **) ziet ook niets in het nieuwe leren zolang er niet uitgebreid onderzocht is of het waar is dat het voor de kinderen motiverender en effectiever is.
"Sommige kennis, zoals grammatica bijvoorbeeld, staat zo ver af van de leefwereld van de kinderen dat ze die nooit spelenderwijs zullen ontdekken."
De kinderen hebben hun leerkracht nodig om voor hen klaar te leggen wat ze moeten leren.
De kern van het nieuwe leren is de opvatting dat kinderen van nature gemotiveerd zijn om te leren.
Dat zou kunnen betekenen dat kinderen van nature aanvallen op de nieuwe media om daar hun kennis op te doen en minder zin hebben om in de klas naar de meester of juf te luisteren.
Als de kinderen, in hun zoektocht naar kennis, het internet bewandelen heb je grote kans dat ze essentiële dingen toevallig niet aanklikken.
"Onderzoek wijst uit dat het demotiverend is als je zonder begeleiding moet dolen door de stof die te moeilijk voor je is" aldus vd Werf.
Welaan, redeneren de onderwijspsychologen zoals Ton de Jong, van de Universiteit Twente, dan maken we toch computersimulaties die begeleiders overbodig maken.
Evenwicht tussen vrijheid en structuur, dat is wat we nodig hebben.

Zijn er soms kinderen die voorlezen niet leuk vinden?
Prof. Bus stelt heel terecht vast dat veel en vaak voorlezen een enorme stimulans voor beginnende lezertjes is. Maar dan moeten de kindertjes en hun voorlezende ouders er wel plezier in hebben. Bus en haar Amerikaanse collega Hollis Scarborough gaan er kennelijk van uit dat kinderen gedwongen worden om naar voorgelezen verhalen te luisteren en dat zulks dan niet helpt.
Daar verbaas ik me dan over, want ik heb nog nooit kinderen meegemaakt die geen zin hadden om lekker naast je op de bank te kruipen om een verhaal voorgelezen te krijgen.
Ik ken wel kinderen die zich aan de foneemtraining onttrekken als er geen aandacht is voor de inhoud van de tekst.

Bus heeft het allemaal onderzocht en na een reeks van experimenten is gebleken dat kinderen er zelden van nature zin in hebben om te lezen of voorgelezen te worden.(Bus, 2001) Wat een vreemd soort kinderen zijn daar als proefkonijn gebruikt.
Het is natuurlijk wel zo dat kinderen niet meteen de literaire bedoelingen van de kinderboekenschrijver doorgronden. Sommige beginnende lezertjes scheppen er zelfs voldoening in het boek in de mond te nemen.
Het is niet vreemd dat de voorlezer bepaalde woorden uit het verhaal aanpast aan het begripsniveau van het kind.
Bus keert zich tegen de kinderboeken die een bepaalde leeropdracht inhouden over gezond eten, de tandarts, de angst voor monsters, en zo meer. Dat ben ik hartgrondig met haar eens, maar dat soort boeken worden meestal niet door sensitieve ouders voorgelezen.

Levende boeken
Is het werkelijk zo dat we in het digitale tijdperk verkeren en voorleesboeken helemaal niet meer nodig hebben?
De schermen van computerprogramma's worden wel eens in de vorm van bladzijden uit een boek weergegeven, in de marge hoor je ook nog een stem. De kinderen kunnen naar hartelust naar aanvullende illustraties zappen, plaatjes die plotseling nog gaan bewegen ook.
De helft van de tijd om zo'n boek te 'lezen' gaat op aan computerspel en weinig van het verhaal blijft over (de Jong&Bus, 2002)

Toch worden de kinderen in de Haagse Schilderswijk met levende boeken geconfronteerd. Als er in het digiboek staat dat de kat groen van nijd wordt, gebeurt dat inderdaad en met de bijpassende tovergeluiden van de heks. En wat bleek, het verhaalbegrip bij kinderen met een lage Cito score verbeterde als ze digitaal voorgelezen werden (Verhallen 2004)
Gelukkig vraagt prof. Bus zich af waarom die gameboykinderen zo slecht voorbereid zijn op het leren lezen en hoe het komt dat hun taalbegrip schade oploopt van televisiekijken.
De antwoorden op die vragen kan ik best bedenken, maar eerst moeten er wetenschappelijke experimenten uitgevoerd worden (door prof. Bus en haar studenten op zoek naar werkgelegenheid)
Ondertussen blijf ik maar lekker op de bank zitten voorlezen uit de boeken die de kinderen voor me uit de kast trekken.


...heb je dat gezien?...

...wat?...daaaat...

...is een kat...

...ik zie niet een kat...kijk dan een kat...
...dat is een poes......nou ja, een poes...

Taal leren op eigen kracht
Taal wordt aangeleerd als kinderen door en over taal leren, alles tegelijkertijd en in de context van gesprekken met elkaar en met volwassenen, als ze voorgelezen worden en tijdens de spelactiviteiten die ze zelf bedenken.
Hoewel ik niet kan volhouden dat de kinderen in de bovenstaande fotoserie bezig zijn met het ontwikkelen van hun woordenschat, komt het er wel dicht bij.
Het is beslist niet zo dat 'je eerst leert lezen en daarna leest om te leren'.
Het gaat gelijkertijd en het meest intensief als kinderen niet bewust in de 'leerhouding' zitten
Dat geldt ook voor het aanleren van alle regels die bij taal horen.

De onderzoekers stellen vast dat zin en functie van taal in het taalonderwijs verdwenen of ver verstopt zijn.
Dat kan best zo zijn als lezen door de kinderen geassocieerd wordt met leren en leren geassocieerd wordt met moeite doen om kennis te vergaren.
Dan is de lol van lezen er gauw van af.
Als kinderen in de Cito-taaltest slecht presteren komt dat misschien omdat er niet zoiets is als een 'multiple choice toets voorgelezen worden'.
Het is daarom zaak dat er een zinvol evenwicht aangebracht wordt tussen:
taal als communicatiemiddel (taalvorming) en taal als stelsel van oefeningen en regels (taalonderwijs).
Dan zal het met de pseudo-dyslexie ook wel meevallen.

Henk van Faassen

*) bron: prof. dr. Adriana Bus: Two More Miles To Go. Naar een balans tussen foneemtraining en betekenisverwerving in de bestrijding van leesproblemen en pseudo-dyslexie.
**) bron: Peter Giesen en Mirjam Schöttelndreier in de Volkskrant 5 maart 2005

naar boven