De
drukpers op de Freinetschool

Pentekening en zelfgedrukte tekst
gemaakt op de school aan de Abstederdijk in Utrecht (1955)
De
opmars van het computeronderwijs is ingrijpend voor de Freinetschool:
de drukpers, die traditioneel centraal stond, staat nu te
verstoffen.
Daar proberen de scholen wat aan te doen.
We
vinden het belangrijk dat kinderen hun gedachten 'op papier'
kunnen zetten en doormiddel van klassekranten met elkaar communiceren.
Tegenwoordig krijgen we te maken met interactieve kinderkranten
waarbij het papier vervangen is door een interactief scherm
waarop, naast de tekst van een kind, zich veel drukbewegende
knoppen bevinden.
Tikken in plaats van zetten
In
groep zeven/acht van de Nieuwe Regentesseschool in Utrecht
wordt 'gediscussieerd' over wie er achter de computer mag
tijdens het zelfstandig werken. ,,Mag ik tikken, mag ik
tikken?'', roepen de kinderen door elkaar.
Eén
verdieping lager zitten twee leerlingen uit de onderbouw met
rode wangen achter de drukpers. Zij mogen hier hun eigen geschreven
teksten zetten en drukken op papier of doek. Het eindresultaat
wordt trots getoond en opgehangen in de school.
Door
de digitalisering in het onderwijs stond de drukpers
op de Utrechtse school lange tijd in een hoekje te verstoffen.
Sinds dit jaar mogen elke week twee kinderen uit de onderbouw
drukken.
Er wordt nu weer met de drukpers gewerkt omdat kinderen dat
leuk vinden, maar het blijft primitief', Werken
met tekst blijft het uitgangspunt
Nederland
telt vijftien Freinetscholen, opgericht naar het
idee van de Franse onderwijzer Célestin
Freinet. Hij voerde in 1923 de drukpers
in op de school waar hij werkte. Het idee hierachter is om
het werk van een kind te vermenigvuldigen en te verspreiden.
Intensief omgaan met een tekst bevordert volgens Freinet de
kennis en leesvaardigheid van een kind.
Het
Freinetlokaal nu en in de nabije toekomst
John
Bronkhorst is lid van de Freinetbeweging
Nederland en werkzaam
op het Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen, waar hij de
kwaliteit van het taalonderwijs op basisscholen onderzoekt.
Bronkhorst noemt de verstofte drukpers in Utrecht exemplarisch
voor het Freinetonderwijs. Hij staat er wel en wordt alleen
nog bij speciale gelegenheden gebruikt.
Kinderen
met dyslexie zijn volgens Bronkhorst meer gebaat
bij werken met de drukpers, vanwege de didactische mogelijkheden
van de pers zoals aanpakken en voelen.
Verder
kun je met een computer evengoed teksten printen en verspreiden.
Ook dan ervaren kinderen dat gedrukte tekst niet heilig is.
Ze gaan dan kritischer naar teksten kijken en bewuster met
tekst om.
De
elektronische leeromgeving werkt volgens het principe
van verankerd leren. Vanuit een gezamenlijke ervaring, dat
'anker' genoemd wordt, doen de kinderen onderzoek. Dat wijst
erop dat het 'leren' al actief onderzoekend bevorderd wordt.
Er is sprake van gestuurde, objectieve, kennis en ongestuurde,
subjectieve, kennis.
Daar draait het steeds om: delen we de taalontwikkeling van
kinderen in bij het kennisdomein
of plaatsen we het liever in het ervaringsdomein.
Wij
staan op school heel welwillend tegenover computer
Drukken is concreters
dan printen. Desondanks wordt in groep acht niet meer gedrukt.
Deze kinderen zijn ouder en willen typen. Op die animo moet
je inspringen, dat is ook Freinet.''
Camiel
en Erik uit groep acht zitten achter de computer. Zij
hebben allebei met de drukpers gewerkt toen zij in de onderbouw
zaten. De computer bevalt hun beter.
Het
gaat veel sneller', zegt Camiel. Zijn klasgenoot vult aan,
wijzend naar een programma om te chatten met bekenden: "Met
de drukpers kun je ook niet msn'en"
[bron:
Maaike Homan in Trouw 17 maart 2004]
naar
boven