goed
kijken en nauwkeurig observeren
Lezen
begint bij kijken

Alberto
Manguel was negen jaar oud
Het was een hete en vochtige zomer, in Buenos Aires, en
hij was op bezoek bij een schilderende tante in een koel
atelier waar het heerlijk naar terpentine en olie rook.
In de kamer stonden de doeken in het gelid tegen elkaar
aan.
Manguels eigen boeken, zijn kinderboeken, waren allemaal
geïllustreerd 'met plaatjes die het verhaal herhaalden
of uitlegden'.
De
beelden die hij die middag bij zijn tante zag,
illustreerden geen enkel verhaal. 'Die beelden stonden
beslist op zichzelf, en ze verleidden me tot lezen.'
Er zat voor hem niets anders op dan staren naar die beelden:
het koperen strand, het rode schip, de blauwe mast. 'Ik
bleef maar naar ze kijken. Ik ben ze nooit vergeten.'
Lezen
begint met je ogen
Cicero:
'Ons scherpste zintuig is het gezichtsvermogen.'
De filosoof merkte op dat we een tekst die we gezien hebben,
beter onthouden dan een die we slechts hebben gehoord.
De ogen zijn de plek waar de wereld binnenkomt.
Letters worden opgenomen door de ogen.
Gustave
Flaubert verzette zich tegen het idee
om woorden aan plaatjes te koppelen.
Zelfs de mooiste literaire beschrijving, vond Flaubert,
wordt verslonden door de meest armzalige tekening.
'Zodra het potlood een karakter vastlegt, verliest het
zijn algemene aard; het verliest die overeenstemming met
duizenden andere bekende objecten waardoor de lezer zegt:
''dat heb ik gezien'' of ''zo en zo moet het zijn''. Terwijl
een geschreven vrouw duizenden verschillende vrouwen voor
de geest brengt, lijkt een met potlood getekende vrouw
op een vrouw, dat is alles.'
Zelf
heeft Manguel nooit zo'n onwrikbaar standpunt ingenomen.
Zijn levensmotto is: looking to see.
Maar, vraagt hij zich in zijn boek Kunstlezen
af, laat elke afbeelding zich lezen?
Het beeld schenkt leven aan
het verhaal, dat op zijn beurt leven schenkt aan het beeld
Wanneer we afbeeldingen lezen - alle mogelijke soorten
beelden eigenlijk, of ze nu geschilderd, gebeeldhouwd,
gefotografeerd, gebouwd of geacteerd zijn - 'geven wij
ze de tijdelijke kwaliteit die eigen is aan een vertelling'.
Boeken
zijn 'de spiegel van het universum'.
Manguel, die als twintigjarige in Buenos Aires boeken
voorlas voor de blinde schrijver Jorge Luis Borges,
is een encyclopedische geest. Spiegels, schrijft hij,
hadden in de Middeleeuwen de bijbetekenis verworven van
'encyclopedieën'. Ze zijn in staat alles te reflecteren,
ze zijn 'een geslaagde metafoor voor een verzameling kennis
die de pretentie heeft allesomvattend te zijn'.
Manguel 'leest' de afbeeldingen, herleest ze en gaat zich
vervolgens spiegelen in teksten.
In Kunstlezen
is de tekst met het beeld verweven. Het is een boek over
'beeldtaal'.
Het
lezen van kunst is een allerindividueelste
ervaring, de beelden worden op een autobiografische manier
beschreven, zoals die in het atelier van Manguels schilderende
tante. Zo heeft hij ook over het lezen geschreven. A
History of Reading is de autobiografie van
een hartstochtelijk lezer, Kunstlezen van een kijker.
Het
kijken naar afbeeldingen is hetzelfde als lezen.
Het is een reusachtige creatieve vorm van lezen, 'een
manier van lezen waarin we niet alleen woorden veranderen
in geluiden en daarna in betekenis, maar waarin beelden
veranderen in betekenis en daarna in verhalen'. Beeld
en betekenis weerspiegelen elkaar in een spiegelpaleis.
Het is moeilijk onder woorden te brengen. 'Alle dingen
zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd
van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen.' Maar,
meent Manguel, de ervaring van een kunstwerk kan zonder
twijfel worden begrepen, 'want het is uiteindelijk een
menselijke ervaring'.
Verheffing van het volk
In 1865 besloot de Cubaan Saturnino
Martínez, sigarenmaker en dichter,
een krant te maken voor de arbeiders in de sigarenindustrie.
Er moesten niet alleen politieke onderwerpen in staan,
maar ook artikelen over wetenschap en literatuur, gedichten
en korte verhalen. Zijn opzet was 'om op alle mogelijke
manieren het volk te verheffen'. Maar Martínez
ondervond al gauw dat zijn krant door het analfabetisme
niet echt populair was: slechts 15 procent van de werkende
bevolking kon lezen. In overleg met de directeur van de
fabriek werd een arbeider gekozen als voorlezer, betaald
door zijn medearbeiders. Voorgelezen werden geschiedenisboeken
en didactische romans en een handboek over politieke economie.
Er werd hevig over de inhoud gediscussieerd. De voorlezingen
werden zo populair dat ze overgenomen werden door andere
fabrieken. Maar dat succes leverde ze al gauw de reputatie
van subversiviteit, en in mei 1866 verbood de gouverneur
van Cuba om 'de arbeiders van de sigarenfabrieken af te
leiden door het voorlezen van boeken en kranten'. De politie
moest erop toezien dat dit verbod nageleefd werd. Clandestien
werd er nog hier en daar voorgelezen, maar tegen 1870
was er niets meer van over.
Alberto Manguel, die deze
geschiedenis beschrijft in A
History of Reading, vertelt er jammer
genoeg niet bij of de arbeiders na het verbod op voorlezen
zelf leerden lezen. Ik maak daar uit op dat dit niet het
geval was. Het aardige van het voorlezen in de Cubaanse
fabrieken is, dat er over het gelezene hevig gediscussieerd
werd. In
sommige zwarte gemeenschappen in de Verenigde Staten wordt
stil lezen zelfs als asociaal gezien. Daar wordt de krant,
of een brief van de sociale dienst, op de veranda voorgelezen
en door de omstanders van commentaar voorzien
Alberto
Manguel: Kunstlezen - Over het kijken naar beeldende
kunst.
Vertaling Pieter van Os ea. uitg.: Ambo Amsterdam.
ISBN 90 263 1767 0.
Alberto Manguel: Een geschiedenis van het lezen,
uitg.: Ambo
Amsterdam, 1999 ISBN 90 263 1566 x