Taalontwikkeling
Taalvermogen en taalvaardigheid
Het
onderscheid tussen "taalvermogen" en "taalvaardigheid"
zou kunnen liggen in de volgende vaststelling. Onder taalvermogen
zou ik de primaire (biologische, fysieke) factoren kunnen
voegen die het mensen in staat stellen om op verschillende
manieren met elkaar te communiceren. (...)
Toetsen
Ik ervaar dat er meer factoren zijn die kinderen en volwassenen
verhinderen om van hun taalvermogen gebruik te maken dan er
zijn die dit vermogen stimuleren.
In dit verband ervaar ik multiple choise toetsen niet als
een bijdrage om taalvaardigheid te ontwikkelen. (...)
Zwemmen
in echt water
In principe is taal een communicatiemiddel en die taal leer
je al communicerend. Iedere toets zou, in een ideale vorm,
in een communicatieve situatie toegepast moeten worden.
Zoals kinderen al zwemmend in echt water hun A-diploma halen.
Multiple choise-vragen zijn non-communicatief omdat een deel
van de aan te kruisen antwoorden taalmisleidend" is.
Men moet slim zijn om het juiste antwoord aan te kruisen,
terwijl er in de meeste gevallen naar geraden wordt. (...)
Objectieve toets?
Kunstmatige toetsbare reeksen vaardigheidsoefeningen veranderen
scholen in doolhoven waarin kinderen kunnen verdwalen.
Hoe goed de toets ook is samengesteld, hij voltrekt zich in
een situatie waarin de vragen buiten een talige interactie
vallen. (...)
Er zijn verschillende soorten scholen. Zwarte scholen, witte
scholen en scholen met een gemengde populatie. Daar maar ook,
incidenteel, op dorpsscholen. In ieder kringgesprek, zelfs
in de gesprekskringen in de groepen van eenzelfde school,
doen zich unieke talige situaties voor die de moeite waard
zijn om een unieke manier kwalitatief verder ontwikkeld te
worden.
Het is een mijns inziens een verkeerd uitgangspunt om taal
te leren als een "object", om de taal zelf.
De fragmentering van het taalonderwijs
Het is natuurlijk waarneembaar dat kinderen op onderdelen
van hun taalvaardigheid bijvoorbeeld een verkeerde uitspraak
van bepaalde klanken gebruiken. Ik ben er in die situaties
niet voor dat kind een etiket "verkeerde uitspraak"
te geven en het vervolgens van de groep te isoleren om te
oefenen tot het etiket er weer af kan.
Een veel productievere situatie is om in die bepaalde interactieve
situatie in te gaan op wat het kind bedoelt met het uitgesproken
woord en of anderen het herkennen als "buur", dan
wel als "boer" of "boor". (...)
Een
test en toetsloze aanpak
Het spreekt vanzelf
dat het onderwijs aangepast moet zijn aan een situatie
waarin toetsen overbodig zijn. Gedachten over taalvorming
op de plek van taalles gaan in die richting.
Taakgericht onderwijs is, evenals multiple choise -testen,
gericht op de beheersbaarheid van het onderwijs als een soort
mechaniek dat betaalbaar moet blijven. Het aanpassen van taalleerders
aan dat instrument lijkt me geen goede zaak.
Ik maak in de praktijk mee dat kinderen mij vragen: "wanneer
beginnen we met de taalles?" op het moment
dat ze al geruime tijd en volop met hun taalontwikkeling bezig
zijn.
Dat wijst op een conditionering in de richting van "Wat
we nu aan het doen zijn is leuk, dus het kan onmogelijk leerzaam
zijn"
Tweetaligheid thuis
En dan de kinderen met moeders die een andere taal spreken
dan het Nederlands. Die kinderen zijn in staat om zich in
een meertalige omgeving te bewegen. Voorwaarde is dat scholen
en instellingen voor kunstzinnige vorming hen een dergelijke
intensieve taalomgeving aanbieden. (...)
Talige omgeving
Er moet daarom ook aan de cultuuromgeving gedacht worden.
Maar alleen zo'n omgeving aanbieden is niet genoeg. Juist
de laatste jaren tonen onderzoeken over taalleren aan dat
behalve een goede invoer, ook de uitvoer, de nuttige opbrengst
belangrijk is. (...) Veel leerkrachten kunnen van de kinderen
leren hoe ze in talige situaties de kinderen kunnen betrekken
bij de zingeving ervan. Dat betekent wel dat er rigoureuze
veranderingen in het onderwijs voor nodig zijn.