Ons
schriftje als tekstverwerker

We
kiezen een gedicht
Een paar weken geleden hebben we
met een stapel gedichtenbundels
in de klas gewerkt.
De kinderen hebben geluisterd naar
de gedichten. Ze hebben zelf teksten
en dialogen geschreven. (...)
Vandaag is er weer die stapel gedichtenbundels.
De boekjes liggen op de grond. We
kiezen per groepje van vijf kinderen
een bundel en die vijf kiezen een
gedicht daar uit dat ze bevalt.
Dat gedicht wordt twee keer voorgelezen,
iedere keer door een ander kind.
Uit ieder voorgelezen gedicht schrijf
ik een spannende regel op het bord.
Als alle gedichten voorgelezen zijn
kiezen we er één.
Daarmee gaan we vanmorgen verder
werken.
STIL
VERBOND
Een jongen uit de buurt
loopt altijd maar wat rond
met een kleine tamme kauw.
Ze vormen een stil verbond.
De
kauw zit op zijn schouder,
deint op zijn voetstap mee.
Hij pikt de jongen in zijn oor.
Net een verliefd stel die twee.
Het
is lief maar ook wel raar.
Ze zijn alleen en bij elkaar.
Bas
Rompa (uit: Achter de verte)
Begrijpen
we het gedicht?
Wat zit er op zijn schouder? Een
tamme kauw, wat is dat nou? Het
moet wel een dier zijn, want die
zijn soms tam en soms wild. Wie
heeft er wel eens een dier op zijn
schouder gehad? Een duif, een aapje,
een kleine papegaai. Het moet wel
een vogel zijn in dit geval, want
die pikken. We moeten nu nog opzoeken
wat voor soort vogel een kauw is.
(...)
Werkwoorden
en zo
We onderstrepen alle zelfstandige
naamwoorden met rood, en de werkwoorden
met groen. De kinderen vertellen
hoe je die kunt vinden en wat het
zijn. Bij persoonsvormen en voltooid
deelwoorden wordt naar het hele
werkwoord gezocht. Taalvorming en
taalles wisselen elkaar op deze
manier af.
Ze
zijn alleen en bij elkaar
Je kunt midden op het drukke schoolplein
met z'n tweeën lekker alleen
zijn. Soms voel je je tussen veel
mensen alleen. Een andere keer doe
je tussen veel anderen even iets
met z'n tweeën zoals bijvoorbeeld
als je met je trainer een bepaalde
techniek doorneemt.
Ik vraag om een lijstje te schrijven
van zelfstandige naamwoorden of
van werkwoorden die te maken hebben
met 'alleen zijn bij elkaar'. Na
een tweetalgesprek schrijven we
het verhaal in ons taaldrukschrift.
We lezen alle verhalen voor. (...)
Maak een lijstje van de hele werkwoorden
en schrijf er de verleden-, of de
tegenwoordige tijd achter.
Ineens blijkt dat sommige woorden
zowel werkwoord als zelfstandig
naamwoord kunnen zijn: "voetballen',
'trainen', 'zwemmen' 'eten'. Per
zin kan dat alleen of het één
of het ander zijn, maar het is toch
wel goed te ontdekken hoe raar taal
in elkaar zit. Wat ontdekken we
nog meer? (...)
Met
gloeiende oren zijn de kinderen
op speurtocht in hun teksten en
komen alle mogelijke dingen tegen.
Dat is precies wat er bedoeld wordt
met taalvorming. De regels van de
taal leer je door die taal te gebruiken.
(...)
Ons
schriftje als tekstverwerker
We doen alsof ons taaldrukschrift
een computer is. Als je op de tekstverwerker
een stuk tekst gaat invoegen, dan
zet je de cursor op die plek waar
je dat wilt doen en je typt vrolijk
een stuk tekst erbij. De rest schuift
steeds een stukje op.
Zet in je schrift bij een werkwoord,
waar je meer over kunt schrijven,
een sterretje. Dat sterretje is
de cursor. Schrijf op de volgende
bladzijde van je schrift de tekst
die ertussen moet. Het is een tekst
die heel precies gaat over wat er
gebeurt en waar dat is en zo meer.
(...)
De
verhalen worden allemaal op de computer
getypt. De stapel teksten wordt
voor vijf groepjes verdeeld en ieder
gaat aan het werk met het beter
maken van de teksten.
Ieder groepje geeft verantwoording
voor de veranderingen. Er is een
spreker voor iedere tekst. De hele
groep luistert naar de voorgestelde
veranderingen, maar de schrijver
behoudt het laatste woord.
De leerkracht noteert alle veranderingen
en de kinderen herschrijven hun
eigen teksten met behulp daarvan
op de tekstverwerker. Een ander
kind dan de schrijver kijkt alles
nog een keer na. Dan krijgt iedereen
alle vermenigvuldigde teksten.(...)
Theo
Kint en Henk van Faassen
Dit
is een verkorte versie, complete
artikel opvragen: archief