startpagina

trefwoorden


literatuur

bekijk foto's, werk


gerelateerde
artikelen

Whole Language

Wat zouden
we doen
zonder taal?

Ontluikende
geletterdheid


Whole Language
Het nut van taalonderwijs


Het taalonderwijs dat gegeven wordt moet nuttig zijn
Dat is iedereen met elkaar eens. Maar wat de definitie van nuttigheid is in dit verband is moeilijk vast te stellen.
Meestal heeft iedereen een eigen definitie van nut, kwaliteit en belang van taalontwikkeling.

"Taalvaardigheid bepaalt voor een belangrijk deel het schoolsucces van leerlingen.
Te veel leerlingen zijn nu nog onvoldoende taalvaardig als zij de basisschool verlaten.
Investering in de kwaliteit van het taalonderwijs op de basisschool is nodig."

[bron: Ludo Verhoeven e.a."Taalontwikkeling, taalonderwijs, taaldidactiek" Expertisecentrum Nederlands]


Een voor zichzelf sprekend uitgangspunt voor vernieuwingen
Maar is schoolsucces het doel van de ontwikkeling tot een taalvaardig mens?
De vraag is of de vaststelling terecht is dat kinderen onvoldoende taalvaardig zijn aan het eind van groep acht.
Als die taalvaardigheid gemeten is met een ondeugdelijk meetinstrument is daarmee de uitkomst ook niet ondeugdelijk? Waar wordt eigenlijk de maat van genomen, van de inspanningen van het onderwijs of die van de kinderen?
En dan over het aantal onvoldoende taalvaardigen. Bij een op het individu gericht onderwijs mag het weinig uit maken hoeveel kinderen van dit of dat niveau groep drie binnenstappen.
Over de te investeren inzet in de kwaliteitsverbetering zijn we het eens.

Hoe komt die verbetering tot stand en welke rol speelt Taalvorming als werkwijze daarin
"Kinderen leren in een tijdsbestek van slechts enkele jaren hun moedertaal.
Op ongeveer vijfjarige leeftijd beheersen ze de belangrijkste basisprincipes van hun moedertaal.
Ze kunnen zich adequaat uitdrukken en verstaanbaar maken en ze begrijpen wat er tegen hen gezegd wordt.
In de eerste levensjaren ligt het accent in de taalontwikkeling uiteraard op de mondelinge taalvaardigheden in de context van het hier-en-nu."
Dit verklaart misschien de verhevigde aandacht die de taalaanpak in de voorschoolse periode de laatste tijd krijgt. Tegelijkertijd is het een klinische manier van kijken naar kinderen.
Het kan geen kwaad daar een intuïtieve en affectieve manier van kijken tegenover te stellen.
"Kinderen gaan taal gebruiken die geen betrekking heeft op de directe situatie.
In de voorschoolse periode doen kinderen kennis en vaardigheden op over geschreven taal.
Lezen, schrijven en mondelinge taalvaardigheid zijn nauw met elkaar verbonden.
Ontwikkeling van een van deze domeinen brengt ook een ontwikkeling in de andere domeinen met zich mee."
De vaststelling van een meeropbrengst van taalvorming naar een groter geheel aan vormende aspecten is vanzelfsprekend en herkenbaar.

Moederschoot
De taalontwikkeling van heel jonge kinderen speelde zich voorheen uitsluitend af op de schoot van de moeders thuis en doet dat tegenwoordig misschien in belangrijke mate nog wel.
Op de schoot van de werkende moeders bevindt zich tegenwoordig een laptop en de kinderen zitten in de crèche.
Is het daarom dat men wil dat de fase van het gestructureerd taalaanbod verschoven wordt naar de voorschoolse educatie? Het betekent in ieder geval dat de rol van de begeleidsters in de kinderdagverblijven verschuift van kinderoppas naar taalleerkracht.
Dat vereist bijscholing van alle mogelijke aard, maar vooral een herziening van de manier van kijken naar kinderen. De de noodzaak voor deze verschuiving is gelegd bij de vaststelling dat er te veel zogenoemde risicokinderen naar het basisonderwijs doorstromen.
Door het ontbreken van een natuurlijke Nederlandse moedertaalverwerving wordt het voor de allochtone kleuters extra risicovol.
Waar de risico's precies liggen is niet duidelijk.
Het zou best eens kunnen dat die liggen op het terrein van de beheersbaarheid van het onderwijsinstituut en minder bij de kinderen zelf.
Het is niet goed dat kinderen zich moeten aanpassen aan de school.
Het moet andersom, de school moet zich aanpassen aan het vermogen van de kinderen, hoe verschillend die vermogens ook zijn.


(vgl. Kenneth Goodman, Whole Language)

lees meer over: Whole Language