ontroering
valt niet te meten
Kunnen
kinderen
van geluk spreken en schrijven?

Rutger
Kopland
denkt dat geluk niet bestaat.
Geluk is een herinnering aan iets dat
je toen beleefde, maar nu misschien niet
meer zo is.
"Ik denk dat ik toen gelukkig was"
Maar geluk komt niet meer terug, het doet
pijn.
Natuur
is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant.
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
Geef
mij maar de grauwe, stedelijke wegen,
De' in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.
Alles
is veel voor wie niet veel verwacht,
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.
Dit
heb ik mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.
'Domweg
gelukkig, in de Dapperstraat'
Misschien wel de meest gekende dichtregel
van J.C.Bloem.
De rest van het gedicht blijft veelal ongekend,
waarschijnlijk ook voor de kinderen van
de Dapperschool. Zijn die nooit gelukkig
als ze door de Dapperstraat op weg naar
school gaan? Natuurlijk zijn ze dat vaak
wel, maar het komt niet veel voor dat ze
over dat geluk spreken en schrijven. Dat
is jammer.
De
kinderen hebben het soms over woorden die
je kan vastpakken. "Zelfstandige
naamwoorden", zegt een slimmerik.
Je kunt niet alle zelfstandige naamwoorden
vastpakken. Het woord "geluk",
kan je niet vastpakken.
Als ik kinderen vraag wat geluk precies
is komen ze met een definitie die gerelateerd
is aan ONgeluk.
"Geluk is als het stormt en je loopt
in het Vondelpark en er waait een boom om
en die valt niet boven op je".
"Geluk is als je een som niet kent
en je net geen beurt krijgt."
"Geluk is als je als jongen tussen
twee meisjes in de vertelkring terecht komt
en dat je dan een wens mag doen".
Ik
vraag kinderen het liefst naar hun ervaringen
en niet naar hun kennis.
"Wie heeft er wel eens meegemaakt
"
De kinderen voelen zich dan uitgenodigd
om over hun geluk of ongeluk te vertellen.
Ik probeer dan niet teveel mijn eigen associaties
te volgen, maar wil erachter zien te komen
welke gelukservaringen de kinderen hebben
en wat ze bedoelen als ze iets vertellen.
Zou het zo zijn dat het ervaringsreservoir
van kinderen nog onvoldoende gelukzalige
herinneringen bevat? Dat je pas in je volwassenheid
terug kunt denken aan het geluk dat je als
kind beleefde?
Wat
in sprookjes allemaal gebeurt weten we
Het begint met: "er was eens
"
en eindigt bij:
"Ze leefden nog lang en gelukkig".
En ertussen worden draken verslagen, heksen
in het vuur gegooid en prinsessen vergiftigd.
Het einde van het verhaal is een soort geruststelling:
gelukkig maar, het loopt goed af.
Maar er zijn ook dingen die kinderen zelf
meemaken en die gelukkig goed aflopen.
Morina schreef:
De zwerver zwaaide met een ijzere ring.
Het kwam bijna tegen mijn zusje aan.
Ik trok haar weg en de zwerver viel op de
grond.
Gelukkig maar.
En
het geluk in een tekst van Cherelle:
als
ik ga bidden
doe ik een kaarsje aan
ik mag niks zeggen
als ik ga bidden
dan hoop ik dat ik als eerste klaar ben
met eten
dat brengt geluk denk ik
als ik ga bidden
doe ik een kaarsje aan
Ontroering
valt niet te meten net zo min als geluk
en verdriet
Zelfs als er uiterlijke verschijnselen zijn,
zoals tranen, kunnen die het bewijs zijn
van zowel geluk, verdriet als ontroering.
Het meten van de hoeveelheid tranen is daarmee
een onbetrouwbaar meetmiddel.
Zijn kinderen daarom nooit gelukkig? Dat
kan ik mij niet voorstellen, maar hun geluk
heeft een andere bron dan die van volwassenen.
Zoals ik in een klas bezig ben voel ik mij
vaak een koekenbakker die bezig is om kinderen
de smaak van een goede taaltaart bij te
brengen. Mijn uitgangspunt is dat als ik
het leuk heb in de klas, de kinderen ook
gelukkig zijn.
De
laatste regels van "De
gelukkige klas", een
roman in dagboekvorm van Theo
Thijssen zijn:
M'n
heerlijke, lieve, lastige stel,
ik weet eigenlijk maar één
ding:
de jaar of wat dat ik jullie heb en dat
jullie mij hebben,
behoren wij enkel maar een gelukkige klas
te zijn.
En de rest is nonsens hoor,
al zal ik dat jullie nooit zeggen.