startpagina

trefwoorden


literatuur

bekijk foto's, werk


gerelateerde
artikelen

Kinderen
ontwikkelen
zichzelf


Lezen of spelen

Hebben kinderen
wat te vertellen



ontroering valt niet te meten

Kunnen kinderen
van geluk spreken en schrijven?

Rutger Kopland [1934-2012] dacht dat geluk niet bestaat.
Geluk is een herinnering aan iets dat je toen beleefde,
maar nu misschien niet meer zo is.
"Ik denk dat ik toen gelukkig was"
Maar geluk komt niet meer terug, het doet pijn.

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant.
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij maar de grauwe, stedelijke wegen,
De' in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht,
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.

Dit heb ik mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

'Domweg gelukkig, in de Dapperstraat'
Misschien wel de meest gekende dichtregel van J.C.Bloem.
De rest van het gedicht blijft veelal ongekend, waarschijnlijk ook voor de kinderen van de Dapperschool. Zijn die nooit gelukkig als ze door de Dapperstraat op weg naar school gaan? Natuurlijk zijn ze dat vaak wel, maar het komt niet veel voor dat ze over dat geluk spreken en schrijven. Dat is jammer.

De kinderen hebben het soms over woorden die je kan vastpakken. "Zelfstandige naamwoorden", zegt een slimmerik. Je kunt niet alle zelfstandige naamwoorden vastpakken. Het woord "geluk", kan je niet vastpakken.
Als ik kinderen vraag wat geluk precies is komen ze met een definitie die gerelateerd is aan ONgeluk.

"Geluk is als het stormt en je loopt in het Vondelpark en er waait een boom om en die valt niet boven op je".

"Geluk is als je een som niet kent en je net geen beurt krijgt."

"Geluk is als je als jongen tussen twee meisjes in de vertelkring terecht komt en dat je dan een wens mag doen".

Ik vraag kinderen het liefst naar hun ervaringen en niet naar hun kennis.
"Wie heeft er wel eens meegemaakt…"

De kinderen voelen zich dan uitgenodigd om over hun geluk of ongeluk te vertellen. Ik probeer dan niet teveel mijn eigen associaties te volgen, maar wil erachter zien te komen welke gelukservaringen de kinderen hebben en wat ze bedoelen als ze iets vertellen.
Zou het zo zijn dat het ervaringsreservoir van kinderen nog onvoldoende gelukzalige herinneringen bevat? Dat je pas in je volwassenheid terug kunt denken aan het geluk dat je als kind beleefde?

Wat in sprookjes allemaal gebeurt weten we
Het begint met: "er was eens…" en eindigt bij:
"Ze leefden nog lang en gelukkig".

En ertussen worden draken verslagen, heksen in het vuur gegooid en prinsessen vergiftigd. Het einde van het verhaal is een soort geruststelling: gelukkig maar, het loopt goed af.
Maar er zijn ook dingen die kinderen zelf meemaken en die gelukkig goed aflopen.
Morina schreef:

De zwerver zwaaide met een ijzere ring.
Het kwam bijna tegen mijn zusje aan.
Ik trok haar weg en de zwerver viel op de grond.
Gelukkig maar.

En het geluk in een tekst van Cherelle:

als ik ga bidden
doe ik een kaarsje aan
ik mag niks zeggen
als ik ga bidden
dan hoop ik dat ik als eerste klaar ben met eten
dat brengt geluk denk ik
als ik ga bidden
doe ik een kaarsje aan

Ontroering valt niet te meten net zo min als geluk en verdriet
Zelfs als er uiterlijke verschijnselen zijn, zoals tranen, kunnen die het bewijs zijn van zowel geluk, verdriet als ontroering. Het meten van de hoeveelheid tranen is daarmee een onbetrouwbaar meetmiddel.
Zijn kinderen daarom nooit gelukkig? Dat kan ik mij niet voorstellen, maar hun geluk heeft een andere bron dan die van volwassenen.
Zoals ik in een klas bezig ben voel ik mij vaak een koekenbakker die bezig is om kinderen de smaak van een goede taaltaart bij te brengen. Mijn uitgangspunt is dat als ik het leuk heb in de klas, de kinderen ook gelukkig zijn.

De laatste regels van "De gelukkige klas", een roman in dagboekvorm van Theo Thijssen zijn:

M'n heerlijke, lieve, lastige stel,
ik weet eigenlijk maar één ding:
de jaar of wat dat ik jullie heb en dat jullie mij hebben,
behoren wij enkel maar een gelukkige klas te zijn.
En de rest is nonsens hoor,
al zal ik dat jullie nooit zeggen.

Henk van Faassen


naar boven

terug naar index