het
Nieuwe Leren
Is
lezen belangrijker dan spelen?

foto Frederice van Faassen
Mensen
vragen altijd hoe kinderen leren lezen als niemand hen vertelt
dat het moet.
Mike Sadofsky
heeft dan een tegenvraag: hoe leert een baby praten?
Niemand eist van een kind dat het gaat praten. Er is geen
overheid die het oplegt. Een baby leert praten, omdat hij
graag wil praten. Hij hoort dezelfde geluiden telkens weer.
Hij realiseert zich dat die geluiden een betekenis moeten
hebben. Een jong kind weet dat anderen met hem willen communiceren.
Het wil kunnen begrijpen hoe zijn ouders, broertjes en zusjes
de wereld zien. Dus wil het ontdekken hoe het mee kan doen.
En zo begint een kind te praten.
Met dezelfde reden zal een kind als het iets ouder is, ontdekken
dat het geschreven woord een belangrijke manier is om kennis
te vergaren en ideeën met anderen uit te wisselen.
Kinderen zien om zich heen dat mensen
lezen
En dus komt er vanzelf een moment dat een leerling een boek
oppakt.
Wíj hoeven ze niet te vertellen wanneer dat moment
is aangebroken.
Alleen omdat ze een bepaalde leeftijd hebben bereikt, kunnen
wij toch niet zeggen dat lezen belangrijker is dan spelen
met hun poppen?
Veel
kinderen hebben het veel te druk om te leren lezen
Ze willen rennen, puzzels leggen, bloemen water geven
in de tuin, wurmen en spinnen bekijken, tegen een bal schoppen,
noem maar op.
In sommige gevallen is een leerling twaalf jaar als hij voor
het eerst gaat lezen. En eerlijk, na een jaar is er geen enkel
verschil tussen zíjn leescapaciteiten en die van iemand
die al op zijn derde begon te lezen.
Mike Sadofsky is één
van de grondleggers van de Sudbury Valley school, nabij Boston.
In Nederland zijn Iederwijsscholen erdoor geïnspireerd.
Er zijn geen leraren die opdragen wat hun leerlingen moeten
doen. Geen overhoringen, geen vakken, geen cijfers, geen rapporten,
zelfs geen klassen. Het concept wordt inmiddels beproefd op
meer dan twintig scholen in verschillende landen.
Iederwijs is in Nederland inmiddels geschiedenis. De laatste
nog overgebleven school uit het netwerk van radicaal vernieuwende
scholen valt niet meer onder het landelijke bestuur. Daarmee
bestaat Iederwijs feitelijk niet meer.
Het lijkt of iedereen aan het spelen
is
Sadofsky schetst een gemiddelde dag op de Sudbury Valley School.
Je ziet twee jongens kaarten aan een tafel. Een groep van
zes meisjes is met hun poppen aan het spelen. In de deuropening
zijn een paar jongens met elkaar aan het stoeien over de grond.
In de zithoek zit iemand in een grote stoel een boek te lezen.
Twee kleuters zijn verderop met een blokkendoos aan het spelen.
Buiten rennen kinderen van alle leeftijden achter een bal
aan. In de kelder zit iemand de hele dag achter een drumstel.
Kortom, het lijkt of ze in deze chaos niets aan het leren
zijn.
Het tegendeel is waar.
Spelen
is een serieuze zaak voor kinderen
Wat ze ervan opsteken, is niet eens zozeer wat onderwijskundigen
en psychologen ervan maken: dat spelen belangrijk zou zijn
voor de ontwikkeling van hun motoriek of voor het creatief
oplossen van problemen.
Dat klinkt allemaal interessant, maar wat werkelijk wordt
geleerd, is iets anders.
Het is de vaardigheid je te concentreren en je aandacht te
richten op datgene waar je mee bezig bent, zonder dat je beperkt
en opgejaagd wordt door een tijdschema dat je vertelt dat
je iets anders moet doen.
Die les is een les voor het leven.'
Mensen
zijn van nature nieuwsgierig
Dit uitgangspunt is te vinden in een oude wijsheid van Aristoteles:
Dat betekent dat mensen - en dus ook kinderen - voortdurend
leren.
Het zit in onze natuur.
Het is dus niet nodig dat wij, volwassenen, aan kinderen opdragen
dat ze bijvoorbeeld moeten leren rekenen. Dat werkt zelfs
averechts.
Op scholen gaat veel energie verloren, omdat leraren de lesstof
in de hoofden van leerlingen proberen te hameren, terwijl
zij daar niet zelf om hebben gevraagd.
Als je maar vertrouwen hebt, komt in ieders leven een moment
dat hij wil leren rekenen. En iedereen leert op zijn eigen
manier: de een leert het beste van een volwassene of van andere
leerlingen, de ander in zijn eentje.
Als je kinderen vrij laat, zijn ze veel sneller in staat de
stof op te nemen.
Voor iemand die gemotiveerd is, duurt leren rekenen maar twintig
uur.
Leeftijd
bij leeftijd?
'Het mixen van leeftijden noemen wij wel eens ons "geheim
wapen".
Op gangbare scholen zitten kinderen van acht bij elkaar, kinderen
van negen, kinderen van tien, ga zo maar door.
Wat heeft dat voor zin?
Volwassenen worden toch ook niet verplicht alleen maar om
te gaan met mensen van exact dezelfde leeftijd? Niet leeftijd
telt, interesse telt. En dus zie je bij ons kinderen van elf
tot achttien jaar samen in dezelfde klas zitten, omdat ze
allemaal geschiedenis willen leren. Natuurlijk is niet iedereen
even snel om het te begrijpen. Dat is juist het aardige. Kinderen
helpen elkaar. Dat moet ook wel, anders gaat de les voor hen
veel te langzaam.
Kinderen leggen het elkaar uit
Niet alleen in de klas, maar de hele tijd zie je kinderen
van verschillende leeftijden met elkaar omgaan. Op de bank
kruipt iemand van zes tegen een zestienjarige op, die hem
rustig voorleest uit een boek. Voor beiden kan zo'n situatie
een belangrijke emotionele behoefte vervullen. Of je ziet
iemand van zeven iets vragen aan een kind van twaalf. Tussen
die twee ontstaat een gesprek dat veel waardevoller is dan
wanneer de zevenjarige zich tot een leeftijdgenoot of een
volwassene had moeten richten.
Of je ziet iemand van acht een computerprogramma uitleggen
aan iemand van vijftien. Je moet niet onderschatten wat het
voor een kind betekent om iemand anders iets uit te leggen.
Het geeft enorm veel zelfvertrouwen en voldoening. Bovendien
krijgen ze op die manier de lesstof nog beter onder de knie,
omdat ze nu worden gedwongen om het helder op een rijtje te
hebben.'
Een
school is geen jury
Terwijl Nederlandse scholen alle moeite doen het gemiddelde
cijfer voor Cito-toetsen
op te schroeven, heeft de Sudbury Valley School een andere
aanpak. Het geeft geen cijfers. Sadofsky: 'Wij beoordelen
niets. Leerlingen beslissen voor zichzelf hoe ze hun vooruitgang
meten.
En meestal leggen ze de lat erg hoog voor hun eigen werk.
Kinderen hebben zelf een doelstelling in gedachten. Laat ze
die maar halen op hun eigen manier.
Er zit niet veel logica in het almaar becijferen. Cijfers
hebben bovendien een negatief bijeffect: ze vergelijken kinderen
met elkaar.
Dat zie ik als een schending van hun recht op zelfbeschikking.
De bonus voor ons beleid om geen cijfers te geven, is een
sfeer die vrij is van competitie tussen leerlingen, of een
strijd om de goedkeuring van volwassenen.
Er zijn zelfs leerlingen die helemaal geen diploma willen
als ze hier klaar zijn en naar de universiteit gaan. Zij zeggen:
"Ik heb al die jaren nog nooit een evaluatie gekregen;
waarom nu dan wel?"
De
zienswijze van Iederwijsscholen in Nederland baarde begin
deze eeuw opzien met onderwijs dat de invulling volledig overliet
aan de vraag van de leerlingen. Als kinderen lange tijd zin
hadden om vooral te spelen, dan gebeurde dat. Als ze ergens
iets over wilden opsteken, werd dat aangeboden.
[bron:
'Spelenderwijs' door Marco Visscher in het tijdschrift
Ode]