ervaringen
Denken en Terugdenken

Wie weet nog hoe merelgezang
en koekoeksroep eens hebben geklonken?
Wat eens zo betoverend klonk
't is al vergeten en verzonken *)
Herinner
je je nog iets wat je lang geleden deed?
Als kinderen moeiteloos ervaringen in hun herinnering
kunnen terugroepen dan zullen ze daar optimaal
gebruik van maken voor hun taalontwikkeling.
De waarde van denken is voor hen dan vanzelfsprekend
geworden.
Het vermogen van kinderen
om terug te denken
Ervaringen zijn dingen die je persoonlijk hebt
meegemaakt, uit de eerste hand gezien, die je
geproefd, geroken, gevoeld hebt. Het is een werkelijk
gebeurde situatie die kinderen kennen uit eigen
waarneming. Tweedehands ervaringen zijn bijvoorbeeld
film- of televisiebeelden. Hoewel kinderen vaak
doen alsof ze die zelf ondervonden hebben, vallen
ze niet onder eigen ervaringen.
Kinderen kunnen geholpen worden om bij hun persoonlijke
ervaringen terug te keren en erop te leren vertrouwen.
Herinneringen aan ervaringen worden onder meer
opgeroepen door kinderen voor te lezen. Het is
dan wel zaak het verhaal naast hun eigen ervaringen
te leggen door te vragen: "zo gaat het
in het verhaal, hoe gaat het nu bij jou?"
Het verhaal mag beslist niet gebruikt worden als
model hoe je iets moet doen.
Voorwerpen brengen mensen
ook bij ervaringen
Verhalen en teksten van andere kinderen doen
dat eveneens.
Het zijn evenzoveel mogelijkheden om een herinneringsstroom
op gang te brengen. Het verhaal van de een roept
herinneringen bij een ander op. Doordat er zoveel
verschillende ervaringen verteld worden, komen
er veel verschillende aspecten van een onderwerp
naar voren. Er ontstaat een sfeer van herkenning.
Je hebt de verhalen uit de groep nodig om bij
je eigen verhalen te komen. Dat is een belangrijke
ervaring voor kinderen. Vertellen is ervaringen
delen, iets te weten komen over elkaar, belangstelling
hebben voor elkaar. Met de vergelijkingen die
de kinderen maken verdiepen ze hun eigen ervaring
en hechten er belang aan. Als kinderen hun ondervindingen
als waardevol ervaren, gebruiken ze die als een
positief element in hun taalontwikkeling.
Suzanne
van Norden
in haar boek: 'Taal leren
op eigen kracht' **)
"Wij maken vaak mee hoe kinderen zich bijna
verzetten tegen het genieten van verhalen in een
taalronde, of hoe ze pas na lang doorvragen echt
iets vanuit zichzelf gaan vertellen. Meestal kan
je het aan gezichten zien, vooral aan hun ogen,
als kinderen ineens betrokken raken bij wat ze
zeggen of horen.(...)
Een paar voorbeelden van lessen:
Over
herinnering en kattenkwaad
Als ik, als consulent taalvorming, de klas binnenkom
reageren de kinderen met opmerkingen als: "Ben
jij er weer, wat gaan we doen?"
We praten over hoe lang geleden het is dat ik
er voor het laatst was. "Herinneren jullie
je dat nog?" Het was "vorige week",
"in augustus", "voor de vakantie",
denken de kinderen. Ze springen slordig met hun
herinnering om. Ze roepen maar iets om de meester
tevreden te stellen. Er blijken nogal verschillen
in hun tijdsbesef te zijn. Daarmee kom ik bij
het onderwerp: 'kort en lang geleden'.
Het is een zogenoemde 'nuloptie' om de les te
beginnen, de kinderen introduceren daarbij het
thema vanuit de gesprekken in de kring.
"Hoe lang is het geleden dat je bent geboren?"
Vano weet dit goed te vertellen: "7 jaar
geleden, de dag dat ik geboren ben is mijn verjaardag"
"Herinner je je nog iets wat je vijf jaar
geleden deed, toen je dus 2 of 3 was?" De
antwoorden op die vraag zijn moeilijker. De kinderen
hebben ijkpunten nodig. Er worden vele dingen
genoemd zoals plassen in je luier, stiekem koekjes
pakken etcetera.(...)
Verwerking:
"Teken iets naar eigen beleving, iets stouts
of kattenkwaad dat je vroeger deed". Op de
tekenlijstjes staan 5 vakjes, de kinderen moeten
er minstens 3 gebruiken. Ik merkt dat het ophalen
van een herinnering voor veel kinderen moeilijk
is. Er zijn kinderen die dit samen proberen te
doen, maar op die manier verdwijnt hun eigen verhaal,
dat werkt niet. Je kunt onmogelijk een herinnering
van iemand anders opvissen. Door het stellen van
stimulerende vragen is het wel mogelijk de kinderen
in hun herinnering terug te laten keren naar die
ene plek waar ze iets stouts deden. Een plek is
daarvoor een concreet aanknopingspunt.(...)
Het
verschil tussen de 'nuloptie' en een vastgesteld
thema
Het thema "de winkel" is op dat moment
in de hele school afgesproken. De leerkracht die
ik begeleid vindt de onderwerpen die uit de nuloptie
voortkomen zo op zichzelf staan.
Een open verbinding tussen wat de kinderen inbrengen
en het thema van deze les is van waarde. Een van
buiten opgelegd thema 'winkel' leidt tot een min
of meer technische verhandeling hoe een winkel
werkt. Ik kies voor betrokkenheid en laat het
centrale thema even voor wat het is. In vele gevallen
zorgen kinderen er zelf wel voor dat die twee
thema's bij elkaar komen. Dat gebeurde bijvoorbeeld
toen er verhalen kwamen over dingen die je uithaalt
in de supermarkt, bijvoorbeeld winkelen zonder
mandje.
Over
voorwerpen om bij een herinnering te komen
Een andere les.
Ik vraag de kinderen een ding uit hun zak of la
halen en het voorwerp niet aan de anderen laten
zien en dan in de kring te gaan zitten.
De aanleiding voor deze keuze is dat een paar
kinderen "happertjes" gevouwen hebben
en ermee zitten te spelen. Nu hebben alle kinderen
iets in hun hand.
"Vertel over een handeling die je met het
ding in je hand hebt verricht, maar vertel nog
niet wat het is". "Ik heb iets in mijn
hand waarmee ik kan snijden". De kinderen
moeten de aanhef van deze zin bij hun eigen voorwerp
steeds herhalen. (...)
Over
een gedicht om terug te kunnen denken
Het gedicht "Rommel"
van Karel Eykman sluit prachtig aan bij
het thema van de les die gaat over spullen in
je laatje. Het staat in de verzamelbundel, 'Als
je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd
is' , die ik altijd bij de hand heb. Ik lees het
voor en geeft van tevoren aan waar de kinderen
op kunnen letten. Dat geeft een betere luisterhouding,
het is een belangrijk aspect. Welke dingen uit
het gedicht herinner je je? Wat zijn de rommeltjes
die in het gedicht opgespaard worden? (...)
Het
zomeravondfeest in 't bos
De volle maan boven de bergen
Wie schreef het op, wie hield het vast?
't Is allemaal reeds vervlogen. *)
©
Henk van Faassen
Met
dank aan groep 4 van basisschool De Avonturijn
Amsterdam
*)
Fragmenten uit een gedicht van Hermann Hesse,
in 'De kunst van het ouder worden'
**) Suzanne van Norden, 'Taal leren op eigen kracht'
Dit
artikel is ingekort. De gehele tekst kunt u opvragen:
Archief
naar
boven
index