Lezen
voor je plezier

Fie van Dijk (1934-2002)
Hoe
krijg je cursisten aan het lezen?
Lezen heeft in de loop van de geschiedenis verschillende
doelen gehad: om handel te kunnen drijven, om vroom
te kunnen zijn, om het geloof te verbreiden, om de opkomende
burgerij te vermaken en te beleren. Aanvankelijk konden
alleen monniken en mensen van hoge komaf lezen, en dan
meestal alleen nog de mannen. Later kwam in vele landen
de leerplicht, maar zoals we weten, die is nog geen
garantie dat iedereen kan lezen en schrijven.
Tegenwoordig
roepen cultuurpessimisten dat er steeds minder gelezen
wordt, hoewel we gelijktijdig vernemen dat er steeds
meer boeken gekocht worden. In Nederland is er zelfs
de Stichting Lezen,
die het lezen moet bevorderen. (
) Je vraagt je
af of het niet beter zou zijn als mensen zouden schrijven,
maar dat komt niet aan de orde. We moeten niet vergeten
dat met die leesbevordering grote economische belangen
gemoeid zijn van complete bedrijfstakken en beroepsgroepen.
(
)
Niet
altijd is lezen zo positief benaderd als tegenwoordig
Met name in Duitsland is er in het begin van de negentiende
eeuw van een anti lees beweging sprake geweest, zo laat
Rudolf Schenda in
zijn boek Volk ohne Buch
zien. Lezen werd gedoogd door kerken en regering, omdat
men hoopte dat lezers geen onruststokers zouden zijn.
Maar door de Franse revolutie kwam daar verandering
in. Veel predikanten schreven brochures tegen het lezen,
waarbij vooral het lezen van Franse romans als een groot
gevaar gezien werd. In Oostenrijk verbood de censuur
zelfs romans en alle uitgaven 'welche weder auf den
Verstand noch auf das Herz vortheilhaft wirken, und
deren einzige Tendenz ist, die Sinnlichkeit zu wiegen'.
Vooral meisjes en vrouwen worden gewaarschuwd tegen
de zedeloze romannetjes. De Franse schrijver J.J.Rousseau
zegt in zijn Julie
ou la nouvelle Héloïse dat zedige
meisjes door het lezen van romans ten onder gaan. In
andere boeken staat dat vrouwen die aan het lezen van
romans verslingerd raken, ongeschikt voor het huishouden
worden ( Mathijsen
1996).
Waarom
zou men boeken lezen?
De instanties voor leesbevordering bedoelen met lezen
het lezen van boeken. Je hoort ze er nooit over wat
voor boeken gelezen moeten worden. Evenmin wordt er
gesproken over kritisch lezen. Kennelijk gaat het er
alleen om dat er geconsumeerd wordt. (
)
Trouwens, waarom zou iedereen boeken moeten lezen? Elke
hartstochtelijke lezer kan op deze vraag vele antwoorden
geven: een heerlijke vlucht uit de werkelijkheid, wijzer
of vrolijker worden, kennis nemen van andere culturen,
en ga zo maar door. Elke niet-lezer zal zeggen dat het
echte leven veel interessanter is dan een boek. En laten
we ook niet vergeten dat mensen die niet kunnen lezen,
vaak heel goede vertellers zijn. Maar lezen heeft nu
eenmaal in onze huidige cultuur een hogere status dan
spreken.
Verheffing
van het volk
In 1865 besloot de Cubaan Saturnino
Martínez, sigarenmaker en dichter,
een krant te maken voor de arbeiders in de sigarenindustrie.
Er moesten niet alleen politieke onderwerpen in staan,
maar ook artikelen over wetenschap en literatuur, gedichten
en korte verhalen. Zijn opzet was 'om op alle mogelijke
manieren het volk te verheffen'. (
)
Alberto
Manguel, die deze geschiedenis beschrijft
in zijn prachtige A History
of Reading, vertelt er jammer genoeg niet
bij of de arbeiders na het verbod op voorlezen zelf
leerden lezen. Ik maak daar uit op dat dit niet het
geval was. Het aardige van het voorlezen in de Cubaanse
fabrieken is, dat er over het gelezene hevig gediscussieerd
werd. In sommige zwarte gemeenschappen in de Verenigde
Staten wordt stil lezen zelfs als asociaal gezien. Daar
wordt de krant, of een brief van de sociale dienst,
op de veranda voorgelezen en door de omstanders van
commentaar voorzien
(Heath 1983).
Playing
with time: mothers and
the meaning of literacy, Jane
Mace beschrijft hoe Eliza
Harrison twee jaar voor haar dood, op haar
81ste, nog leert lezen. Eliza's man, Harry, was maar
drie jaar naar school geweest , maar hield veel van
lezen. Eliza had nooit leren lezen. Haar ouders waren
ook analfabeet geweest, en Eliza had altijd in het drukke
gezin moeten helpen en was nauwelijks naar school geweest.
Eliza was altijd bezig, met het huishouden of met het
helpen van andere mensen. Harry zei wel eens: "Kom
eens rustig zitten en luister eens naar wat ik nu weer
lees". Maar dan zei Eliza: "Harry, love, mijn
kont is te rond om te zitten. Ik zou van de stoel af
rollen". "Iedereen heeft wat rust nodig",
zei Harry dan. "Waarom leer je niet lezen? Ik zal
je er wel bij helpen. Ik heb hier een boek dat je leuk
zou vinden, Mrs. Haliburtons
problemen, heet het. Ik kan af en toe een
stukje voorlezen, en af en toe, als je er zin in hebt,
lees jij een stukje. Wat vind je daarvan?"(
)
Wat
leert deze geschiedenis ons?
Dat we niet weten hoe we anderen aan het lezen kunnen
krijgen. Pedagogen en didactici vertellen ons dat we
veel moeten voorlezen aan onze kinderen. In Nederland
heeft de Stichting Lezen onderzoek laten doen naar voorlezen:
ouders blijken kinderen gemiddeld nog geen kwartier
per dag voor te lezen. Ruim eenderde van de kinderen
tot 12 jaar krijgt niet regelmatig een verhaaltje te
horen. Tja, als je als ouders problemen hebt met lezen
en schrijven, kom je niet zo gemakkelijk aan voorlezen
toe. Zou een verhaaltje vertellen ook
gelden? De directeur van de Stichting zegt dat voorlezen
helpt bij het leren lezen en bij de ontwikkeling van
het taalgevoel en bovendien dat kinderen plezier in
het lezen hebben en houden.. Maar eerlijk gezegd heb
ik nog nooit een studie gelezen waarin die stellingen
bewezen worden. In ieder geval heb ik mijn eigen zoon
al voorgelezen toen hij twee maanden oud was, gewoon
voor de gezelligheid, en we hebben het er nog wel eens
over hoe ontzettend we gelachen hebben om Karlsson op
het dak, maar hij is nooit een lezer geworden.
Zelfstandig
omgaan met teksten
Toch vind ik het de taak van een docent in alfabetiseringscursussen
om de cursisten tenminste kennis te laten maken met
leesplezier. Dat kan je doen door uit boeken waar je
zelf enthousiast over bent en waarvan je denkt dat ze
je cursisten ook zullen aanspreken, voor te lezen. Het
zou prachtig zijn als je met elkaar over de inhoud debatteerde.
(
)
Het mooie is dat lezen en schrijven op een natuurlijke
manier met elkaar verbonden zijn en dat het zowel gaat
om communiceren met de dichter als met jezelf.
Ik vind het ook belangrijk dat cursisten leren zelfstandig
met teksten om te gaan. Dat ze verschillen leren zien
tussen een reclamefolder en een boek, tussen een kookboek
en een atlas. Dat ze de verschillende soorten boeken
leren herkennen door naar de kaft te kijken, naar de
inhoudsopgave, naar de illustraties. (
)
In
veel cursussen wordt alleen maar hardop gelezen. Dat
willen de deelnemers/sters vaak zelf, omdat ze willen
weten of ze de tekst correct lezen. Toch zou het goed
zijn als er elke les minstens tien minuten stil gelezen
werd - zonder dat de docent zich geroepen hoeft te voelen
te controleren of en wat de cursist gelezen heeft. Wel
kunnen er vooraf oefeningen gedaan worden om te trainen
de aandacht bij wat langere teksten vast te houden.
Een soort concentratieoefeningen dus.
Het
moet duidelijk zijn dat ik niet veel zie in de bevordering
van lezen om te lezen. De meeste deelnemers/sters aan
lees- en schrijfgroepen hebben van jongs af aan een
zeer problematische verhouding tot lezen en schrijven.
De buitenwereld heeft velen opgezadeld met een enorm
minderwaardigheidscomplex omdat ze moeilijkheden hebben
met lezen en schrijven, terwijl dat maar twee van de
vele dingen zijn waarmee de mens zich door het leven
moet slaan. Ik zou niet weten hoe een faalangst met
betrekking tot lezen om kan slaan naar leesplezier.
Maar ik vind het wel zinnig dat de docent voorwaarden
schept dat de cursisten kunnen lezen.
Door
lezen en schrijven te verbinden met oraliteit
Dus praten over wat je gelezen hebt en praten over wat
je zal gaan schrijven, is de angst voor schriftelijkheid
misschien te overwinnen. En misschien wordt een enkeling
gegrepen door de liefde voor het boek. Al is het op
81-jarige leeftijd, het is natuurlijk toch de moeite
waard.
Fie
van Dijk
literatuur
Christel
Adamczak/ Kajo Wintzen, Die aus dem Schweigen kommen.
Erwachsene nehmen die Dichter Dichterinnen schreibend
beim Wort. Lörzweiler 1993.
Shirley Brice Heath, Ways with Words. Language, life,
and work in communities and classrooms. Cambridge 1983.
Jane Mace, Playing with time: mothers and the meaning
of literacy. London 1998.
Alberto Manguel, A History of Reading. London 1996.
Marita Mathijsen, Gij zult niet lezen. De geschiedenis
van een gedoogproces. Amsterdam 1996.
R.Schenda, Volk ohne Buch. Studien zur Sozialgeschichte
der populären Lesestoffe 1770 - 1910. 2. Aufl.
München 1977.
Dit artikel is op een paar plaatsen ingekort.
Het complete artikel kunt u opvragen bij het archief
naar
boven