startpagina

trefwoorden


literatuur

bekijk foto's, werk


gerelateerde
artikelen

Moeders met
lezende kinderen


Lezen of spelen

Geletterdheid

Lezen
begint bij kijken



Waarom zijn er boeken geschreven?

Lezen voor je plezier
door: Fie van Dijk (1934-2002)


Gustav Adolph Hennig / Lezend meisje / Museum Leipzig

Hoe krijg je mensen aan het lezen?
Lezen heeft in de loop van de geschiedenis verschillende doelen gehad: om handel te kunnen drijven, om vroom te kunnen zijn, om het geloof te verbreiden, om de opkomende burgerij te vermaken en te beleren. Aanvankelijk konden alleen monniken en mensen van hoge komaf lezen, en dan meestal alleen nog de mannen. Later kwam in vele landen de leerplicht, maar zoals we weten, die is nog geen garantie dat iedereen kan lezen en schrijven.


Tegenwoordig roepen cultuurpessimisten dat er steeds minder gelezen wordt, hoewel we gelijktijdig vernemen dat er steeds meer boeken gekocht worden. In Nederland is er zelfs de Stichting Lezen, die het lezen moet bevorderen.

Uit een miljoenenpot worden de malste zaken gesubsidieerd, tot en met soapseries waarin een boek getoond wordt. In kranten en tijdschriften verschijnen advertenties met teksten als:
Lezen geeft stof tot praten, alsof analfabeten niets te zeggen hebben, en:
Lezen, avontuur bestaat weer - beleven mensen die niet lezen nooit iets? Of, heel moralistisch: Lezen, zelden? jammer eigenlijk.

Je vraagt je af of het niet beter zou zijn als mensen zouden schrijven, maar dat komt niet aan de orde. We moeten niet vergeten dat met die leesbevordering grote economische belangen gemoeid zijn van complete bedrijfstakken en beroepsgroepen.
Het is niet voor niets dat de dagbladpers, de grafische industrie, het boekenvak, het bibliotheekwezen en schrijversorganisaties zeer actief zijn op het gebied van de leesbevordering en ook financieel betrokken zijn bij de Stichting Lezen.



Gerard Dou / Lezen in de Bijbel / (1645) / Louvre

Niet altijd is lezen zo positief benaderd als tegenwoordig
Met name in Duitsland is er in het begin van de negentiende eeuw van een anti lees beweging sprake geweest, zo laat Rudolf Schenda in zijn boek Volk ohne Buch zien. Lezen werd gedoogd door kerken en regering, omdat men hoopte dat lezers geen onruststokers zouden zijn. Maar door de Franse revolutie kwam daar verandering in.
Veel predikanten schreven brochures tegen het lezen, waarbij vooral het lezen van Franse romans als een groot gevaar gezien werd.
In Oostenrijk verbood de censuur zelfs romans en alle uitgaven 'welche weder auf den Verstand noch auf das Herz vortheilhaft wirken, und deren einzige Tendenz ist, die Sinnlichkeit zu wiegen'. Vooral meisjes en vrouwen worden gewaarschuwd tegen de zedeloze romannetjes.
De Franse schrijver J.J.Rousseau zegt in zijn Julie ou la nouvelle Héloïse dat zedige meisjes door het lezen van romans ten onder gaan. In andere boeken staat dat vrouwen die aan het lezen van romans verslingerd raken, ongeschikt voor het huishouden worden ( Mathijsen 1996).


Waarom zou men boeken lezen?
De instanties voor leesbevordering bedoelen met lezen: het lezen van boeken. Je hoort ze er nooit over wat voor boeken gelezen moeten worden. Evenmin wordt er gesproken over kritisch lezen. Kennelijk gaat het er alleen om dat er geconsumeerd wordt. Ook in kringen van de volwasseneneducatie horen we vaak de vraag: hoe krijgen we de cursisten aan het lezen?

Uit de inleiding van dit stukje blijkt al dat het lezen van boeken lang niet altijd vanzelfsprekend en gewenst is geweest. In het dorp waar ik woonde zeiden de mensen tegen me :
Heb jij luie Hendrik op je rug?
als ze me zagen lezen. En dat was in de jaren vijftig! Je moest je handen uit de mouwen steken!

Trouwens, waarom zou iedereen boeken moeten lezen?
Elke hartstochtelijke lezer kan op deze vraag vele antwoorden geven: een heerlijke vlucht uit de werkelijkheid, wijzer of vrolijker worden, kennis nemen van andere culturen, en ga zo maar door. Elke niet-lezer zal zeggen dat het echte leven veel interessanter is dan een boek.
En laten we ook niet vergeten dat mensen die niet kunnen lezen, vaak heel goede vertellers zijn. Maar lezen heeft nu eenmaal in onze huidige cultuur een hogere status dan spreken.


Richard Caton Woodville / Nieuws over de oorlog (1848)


Verheffing van het volk
In 1865 besloot de Cubaan Saturnino Martínez, sigarenmaker en dichter, een krant te maken voor de arbeiders in de sigarenindustrie. Er moesten niet alleen politieke onderwerpen in staan, maar ook artikelen over wetenschap en literatuur, gedichten en korte verhalen. Zijn opzet was 'om op alle mogelijke manieren het volk te verheffen'.

Maar Martínez ondervond al gauw dat zijn krant door het analfabetisme niet echt populair was: slechts 15 procent van de werkende bevolking kon lezen. In overleg met de directeur van de fabriek werd een arbeider gekozen als voorlezer, betaald door zijn mede-arbeiders. Voorgelezen werden geschiedenisboeken en didactische romans en een handboek over politieke economie. Er werd hevig over de inhoud gediscussieerd.

De voorlezingen werden zo populair dat ze overgenomen werden door andere fabrieken.
Maar dat succes leverde ze al gauw de reputatie van subversiviteit, en in mei 1866 verbood de gouverneur van Cuba om 'de arbeiders van de sigarenfabrieken af te leiden door het voorlezen van boeken en kranten'. De politie moest erop toezien dat dit verbod nageleefd werd. Clandestien werd er nog hier en daar voorgelezen, maar tegen 1870 was er niets meer van over.

Alberto Manguel, die deze geschiedenis beschrijft in zijn prachtige A History of Reading, vertelt er jammer genoeg niet bij of de arbeiders na het verbod op voorlezen zelf leerden lezen. Ik maak daar uit op dat dit niet het geval was. Het aardige van het voorlezen in de Cubaanse fabrieken is, dat er over het gelezene hevig gediscussieerd werd. In sommige zwarte gemeenschappen in de Verenigde Staten wordt stil lezen zelfs als asociaal gezien. Daar wordt de krant, of een brief van de sociale dienst, op de veranda voorgelezen en door de omstanders van commentaar voorzien
(Heath 1983).


Playing with time: mothers and the meaning of literacy, Jane Mace beschrijft hoe Eliza Harrison twee jaar voor haar dood, op haar 81ste, nog leert lezen. Eliza's man, Harry, was maar drie jaar naar school geweest , maar hield veel van lezen.
Eliza had nooit leren lezen. Haar ouders waren ook analfabeet geweest, en Eliza had altijd in het drukke gezin moeten helpen en was nauwelijks naar school geweest.
Eliza was altijd bezig, met het huishouden of met het helpen van andere mensen.
Harry zei wel eens: "Kom eens rustig zitten en luister eens naar wat ik nu weer lees".
Maar dan zei Eliza: "Harry, love, mijn kont is te rond om te zitten. Ik zou van de stoel af rollen". "Iedereen heeft wat rust nodig", zei Harry dan. "Waarom leer je niet lezen? Ik zal je er wel bij helpen. Ik heb hier een boek dat je leuk zou vinden, Mrs. Haliburtons problemen, heet het. Ik kan af en toe een stukje voorlezen, en af en toe, als je er zin in hebt, lees jij een stukje. Wat vind je daarvan?"

"Een leuke titel, Mrs. Haliburtons problemen", zei Eliza dan, "maar ik ben bang dat het Mrs. Harrisons problemen worden!" De kinderen van Eliza en Harry wisten dat hun moeder analfabeet was, maar ze hadden daar geen problemen mee gehad: hun vader was de lezer van de familie geweest, handelde brieven af, las de krant en regelde alle andere schriftelijke zaken.

Harry stierf toen hij 87 was.
Eliza was toen 78. Op een keer, toen dochter Joan weer eens op bezoek kwam, zag ze een boek op tafel liggen Het bleek dat Eliza zichzelf had leren lezen. Ze leende zelfs boeken uit de bibliotheek. Joan weet niet waarom Eliza lezen geleerd had. Ze had vroeger wel eens gezegd: als ik ga leren lezen dan doe ik het voor jou, Harry. Dus misschien had ze het gedaan om Harry te gedenken. Maar het kan ook zijn dat ze niet meer zoveel om handen had en meer rust kon vinden.


Tatiana Deriy / Lezen in plaats van slapen


Wat leert deze geschiedenis ons?
Dat we niet weten hoe we anderen aan het lezen kunnen krijgen.
Pedagogen en didactici vertellen ons dat we veel moeten voorlezen aan onze kinderen. In Nederland heeft de Stichting Lezen onderzoek laten doen naar voorlezen: ouders blijken kinderen gemiddeld nog geen kwartier per dag voor te lezen.
Ruim eenderde van de kinderen tot 12 jaar krijgt niet regelmatig een verhaaltje te horen. Tja, als je als ouders problemen hebt met lezen en schrijven, kom je niet zo gemakkelijk aan voorlezen toe. Zou een verhaaltje vertellen ook gelden?
De directeur van de Stichting zegt dat voorlezen helpt bij het leren lezen en bij de ontwikkeling van het taalgevoel en bovendien dat kinderen plezier in het lezen hebben en houden.
Maar eerlijk gezegd heb ik nog nooit een studie gelezen waarin die stellingen bewezen worden. In ieder geval heb ik mijn eigen zoon al voorgelezen toen hij twee maanden oud was, gewoon voor de gezelligheid, en we hebben het er nog wel eens over hoe ontzettend we gelachen hebben om Karlsson op het dak, maar hij is nooit een lezer geworden.

Zelfstandig omgaan met teksten
Toch vind ik het de taak van een docent in alfabetiseringscursussen om de cursisten tenminste kennis te laten maken met leesplezier. Dat kan je doen door uit boeken waar je zelf enthousiast over bent en waarvan je denkt dat ze je cursisten ook zullen aanspreken, voor te lezen.


Valér Ferenczy / Lezende dame

Toch vind ik het de taak van een docent in volwasseneneducatie om de cursisten tenminste kennis te laten maken met leesplezier. Dat kan je doen door uit boeken waar je zelf enthousiast over bent en waarvan je denkt dat ze je cursisten ook zullen aanspreken, voor te lezen.

Het zou prachtig zijn als je met elkaar over de inhoud debatteerde.
Ik zelf heb wel met de cursisten (schijnbaar) eenvoudige gedichten gelezen. Ik stond vaak verbaasd over hun fantasie en inlevingsvermogen. Maar ik had niet de opzet gedichtenverslinders van ze te maken. Een inspiratiebron is het boekje Die aus dem Schweigen kommen, Erwachsene nehmen die Dichter Dichterinnen schreibend beim Wort van Christel Adamczak en Kajo Wintzen.

‘Door de kracht van woorden uit literaire teksten en gedichten wordt het mogelijk het zwijgen te verbreken en die angst te benoemen. Dat die kracht kan komen uit woorden die tot dan toe ontoegankelijk moesten blijven, uit literatuur, uit gedichten, uit teksten van mensen die net zo voelen als men zelf doet, uit eigen verwoordde gedachten, dat kunnen diegenen die het lezen en schrijven al vroeg ontsloten hebben zich bij lange na niet voorstellen en niet hopen, omdat ze de macht, of beter gezegd het geweld van het woord ondergaan, dat vroeg in het leven begonnen is en niet meer ophoudt te werken.’

Het mooie van dit boekje is dat lezen en schrijven op een natuurlijke manier met elkaar verbonden zijn en dat het zowel gaat om communiceren met de dichter als met jezelf.

Ik vind het ook belangrijk dat mensen leren zelfstandig met teksten om te gaan. Dat ze verschillen leren zien tussen een reclamefolder en een boek, tussen een kookboek en een atlas. Dat ze de verschillende soorten boeken leren herkennen door naar de kaft te kijken, naar de inhoudsopgave, naar de illustraties.
Dat ze leren hoe bibliotheken de verschillende soorten boeken aangeven met pictogrammen: een detectiveroman door een revolver, een misdaadroman door een doodshoofd, een kasteelroman door een kasteel., een doktersroman door een slangetje. Zo leren de cursisten doelgericht een boek uitzoeken.

In veel cursussen wordt alleen maar hardop gelezen. Dat willen de deelnemers/sters vaak zelf, omdat ze willen weten of ze de tekst correct lezen. Toch zou het goed zijn als er elke les minstens tien minuten stil gelezen werd - zonder dat de docent zich geroepen hoeft te voelen te controleren of en wat de cursist gelezen heeft. Wel kunnen er vooraf oefeningen gedaan worden om te trainen de aandacht bij wat langere teksten vast te houden. Een soort concentratieoefeningen dus.


Daniel Authouart / Lezen in de Metro

Het moet duidelijk zijn dat ik niet veel zie in de bevordering van lezen om te lezen. De meeste deelnemers/sters aan lees- en schrijfgroepen hebben van jongs af aan een zeer problematische verhouding tot lezen en schrijven. De buitenwereld heeft velen opgezadeld met een enorm minderwaardigheidscomplex omdat ze moeilijkheden hebben met lezen en schrijven, terwijl dat maar twee van de vele dingen zijn waarmee de mens zich door het leven moet slaan. Ik zou niet weten hoe een faalangst met betrekking tot lezen om kan slaan naar leesplezier. Maar ik vind het wel zinnig dat de docent voorwaarden schept dat de cursisten kunnen lezen.


Sandra Bierman / Oude vrouw leest de krant

Door lezen en schrijven te verbinden met oraliteit
Dus praten over wat je gelezen hebt en praten over wat je zal gaan schrijven, is de angst voor schriftelijkheid misschien te overwinnen. En misschien wordt een enkeling gegrepen door de liefde voor het boek. Al is het op 81-jarige leeftijd, het is natuurlijk toch de moeite waard.

Fie van Dijk

Fie van Dijk is 8 februari 2002 overleden
Haar laatste woorden waren: "Niet te lang treuren, blij zijn dat we elkaar gehad hebben"


literatuur
Christel Adamczak/ Kajo Wintzen, Die aus dem Schweigen kommen. Erwachsene nehmen die Dichter Dichterinnen schreibend beim Wort. Lörzweiler 1993.
Shirley Brice Heath, Ways with Words. Language, life, and work in communities and classrooms. Cambridge 1983.
Jane Mace, Playing with time: mothers and the meaning of literacy. London 1998.
Alberto Manguel, A History of Reading. London 1996.
Marita Mathijsen, Gij zult niet lezen. De geschiedenis van een gedoogproces. Amsterdam 1996.
R.Schenda, Volk ohne Buch. Studien zur Sozialgeschichte der populären Lesestoffe 1770 - 1910. 2. Aufl. München 1977.

naar boven
terug naar index