Familieverhalen
Uit mijn hoofd

Twee
voorbeelden van overleveringen, vastgelegd door mensen voor
wie schrijven een bijzondere activiteit is en een verzameling
familieverhalen uit Zuid Afrika.
Gebeurtenissen
uit het leven van Nelis
Het moet uit zijn hoofd zoals hij zelf zegt.
Nelis Vogelenzang heeft
jaren in de Jordaan gewoond in een tehuis voor verstandelijk
gehandicapten "de Platanen"
Hij is tien jaar geleden naar Amsterdam Noord verhuisd maar
hij bezoekt nog elke week zijn vrienden in de Jordaan.
Over die ontmoetingen vertelt hij.
Nelis kan zelf niet schrijven, hij vertelt zijn verhalen aan
Erna en die schrijft ze voor hem op de computer.
Verhalen over vroeger.
De verhalen staan nu in een boek in de taal die Nelis spreekt.
Een paar ervan zijn hier overgenomen.
Weeskleren
zijn een ruitjesbloes
Ik heb mijn vader nooit gekend.
En weet heel weinig over mijn moeder.
Ik mocht af en toe wel naar huis komen.
Mijn moeder had bruin haar. Ze was klein.
Ze was niet lief ze was vals.
Mijn vader dronk bier achter elkaar door.
Ook jenever. Later is mijn vader door de politie
aangehouden in een auto.
Ik woonde in een weeshuis
in de buurt van de Koninginneweg.
Bij het Vondelpark.
Ik heb zo'n 12 jaar in dat weeshuis gewoond.
Ik ging toen naar school. Ik had altijd weeskleren aan.
Weeskleren zijn een ruitjesbloes en een kort broekie en
ruitjessportkousen.
Op zondag witte sportkousen en een wit overhemd en een blauwe
jas.
Op zondag droeg ik lakschoenen. Door de week gewone schoenen.
Bruine.
Er waren zusters in dat weeshuis met kappen op het hoofd.
Het waren Rooms Katholieke zusters.
De zusters waren wel lief. Met 16 jaar ging ik uit het weeshuis.
Stratenmakers helpen. Stenen aangeven.
Ik weet niet goed meer waar dat andere huis was.
Daarna naar de Platanen in de Jordaan.
In
de Jordaan
Een schrijver in de Jordaan
Zegt dat het een hele leuke boek is
Die ene man wil zo'n boek kopen
Hij wil er wel 50 gulden voor geven
Hij wil het zo graag kopen
Die fotograaf die het boekje heeft gemaakt van de Platanen
Wil een fototentoonstelling maken
In het museum
Als ik 70 jaar wordt
Oh ja nog een winkel waar ik vaak kom
Weet u de vrouwenwinkel Haasje daar kom ik ook vaak
De klerenwinkel kom ik ook
Bij Sarein de vrouwenkroeg kom ik ook vaak
Die is vijf uur pas open
Bij de bakker om de hoek krijg ik een krentenbol aangeboden
En bij Looijer kom ik vaak
Stadhuis ben ik ook geweest
Waterlooplein
Op het Waterlooplein kan je van alles kopen
Beren, autootjes, stoelen, fietsen
Kleren die je aantrekken ken
Hoeden
Trommeltjes waar je op moet slaan met je handen
Militaire pakken Medailles
Maandag begint de tour de France
De gele trui heb ik aan
De bolletjes trui wil ik nog halen
Wat betekent de regenboog trui?
Voor mijn verjaardag is er uitmarkt
in augustus
Na mijn verjaardag is het prinsjesdag
[bron:
Uit mijn hoofd, Gedichten en verhalen door Nelis
Vogelenzang
Opgeschreven door Erna Ammeraal,
Activiteitenbegeleidster]
Meer
over Nelis >
hier
Strijps
Gedicht, Strijps Gezicht

Strijp
is een wijk waar Els Doeleman
van de Taaldrukwerkplaats in Eindhoven met de bewoners verhalen
en gedichten schreef.
Een van de bewoners verzucht:
"in het begin dacht ik dat het me niet zou lukken,
het was best wel moeilijk en soms kreeg ik zelfs hoofdpijn van
het vele denken"
Oh,
park van meneer Philips
Wat heb je prachtige rustige wandelpaden
Wat zijn je bomen goddelijk
Heerlijk om de bladeren in de herfst voor me uit te schoppen
en me weer even kind te voelen
Ik raap tamme kastanjes glanzend van gezondheid
Ik geniet van het zonnetje tussen de bomen.
Wat prijs ik me gelukkig dat ik dicht bij dit mooie park woon.
Dank aan U, meneer PHILIPS.
Het
bospad
Jarenlang lopen vader en ik
's maandagsmorgens over het bospad
langs de Tilburgse weg
We zetten de regering af, kielhalen politici,
delen onze herinneringen
aan vroeger.
We horen en zien een sperwer
die met trage vleugelslag
verdwijnt tussen de bomen.
Gisteren fietste ik van de Fruittuin naar huis,
mijn tas vol appels.
Bij een kale akker zat de sperwer op een paal.
Hij was er nog, vader niet meer.
De regering blijft aan.
Familieverhalen
uit Zuid Afrika

Een
foto vermoedelijk gemaakt in Mafeking, eind 1902 laat Sol Plaatje
zien. Hij zit vooraan tweede van links. Solomon
Tsheskisho Plaatje werd op 9 oktober 1876 op een
zendingspost geboren en werd journalist, politiek activist en
geheelonthouder.
Popo Molete, zijn vrouw Boitumelo Plaatje en dochter Tsholo,
de nazaten van Sol, wonen nu in Mmabotho, een voorstad van Mafeking.
De voorvaderen van Tsholo hebben een lange geschiedenis van
politieke betrokkenheid. Haar vader is een vooraanstaand leider
van de Black Consciouness Movement
uit de jaren zeventig, die benoemd werd tot de eerste premier
van de provincie Noorwest in het democratische Zuid Afrika.
Tumi
Plaatje:
"Sol Plaatjes werk was niet af; niet dat ik mijzelf met
hem wil vergelijken hoor! Het was een moeilijke tijd toen ik
terugkeerde naar de plaats waar Sol een belangrijk deel van
zijn leven heeft doorgebracht. Ik wist niet wat ik moest doen,
wat moest een 'first lady' doen? Ik noem mijzelf altijd 'first
servant'. Ik ben erg betrokken bij vrouwenzaken, ook vrouwen
in gevangenschap. Ik praat met hen en geef hun hoop en vertel
ze dat misdaad niet loont"

Tsholo met haar moeder Tumi voor het huis in Mafeking in 2001
In
het voorwoord van het boek dat met de familieverhalen is uitgegeven
schrijft Nelson
Mandela:
"Ik vertrouw erop dat dit prachtige boek ons zal doen herinneren
dat erkenning en kennis van het verleden, een eerste, cruciale
stap tot een waarlijk begrip van het verleden en dat ondanks
alle uiterlijke verschillen, de persoonlijke ervaring van verlies
en eenzaamheid, geluk en succes universeel is."
[bron:
Een groepsportret, familieverhalen
uit Zuid Afrika. samenstelling Paul
Faber.]
Henk
van Faassen
naar
boven