startpagina

trefwoorden


literatuur

bekijk foto's, werk


gerelateerde
artikelen:

Ervaringsgericht
onderwijs


Hardop denken

Lezen begint bij kijken





Waar denken kinderen aan?

Associaties

Als ik de kinderen vraag: "Wat is taal?"
dan geven ze een beschrijving van een taalles
.

Dat is vanzelfsprekend als de leerkracht regelmatig roept: "Nu gaan we taal doen, pak je werkboek".
Taal, daar moet je aan werken, dat is op school duidelijk.
Dat taal er is om met elkaar te overleggen hoe de spelregels van het voetballen op de speelplaats vandaag zijn en dat de kinderen hun gedachten over voetballen verbinden met die van anderen, dát is pas handig.

Taal in het taalboek is iets raars.

Het boek staat vol met op zichzelf betekenisloze symbooltjes, je moet leren om ze in een goede volgorde te gebruiken, en daarom gooien de bedenkers van het taalboek de letters vaak door elkaar en moet je ze weer in orde brengen, poeh hé.

Taal stelt je in staat iets uit te drukken
Iets van wat je denkt en voelt. En dat is iets wat ieder kind wil en dat verbindt kinderen met elkaar en met de grotemensenwereld om hen heen. Kinderen leren hun taal te gebruiken om dingen, ervaringen, voor zichzelf duidelijk te krijgen. Dat leren ze minder uit hun taalboek en meer van andere kinderen. Taal-leren gaat daarmee via ervaringsleren. Ze zien dingen, leggen die naast hun eigen dingen, en vergelijken die. Waar denk je aan als je zoiets ziet of dat hoort of dit meemaakt? Zelfs in hun fantasieën kan taal een ervaring oproepen.
Hoe beeldassociaties kinderen op verhaal laten komen blijkt uit de volgende activiteit

Een museumles
We zijn in het Joods Historisch Museum bij een tentoonstelling van de muurschilderingen die Marc Chagall in 1920 voor het Joods Theater in Moskou maakte.
Eerst vertellen we over twee prentjes waarvan we vinden dat die bij elkaar passen.
Daar schrijven we over.
De helft van de prentjes zijn afbeeldingen op ansichtkaarten, de andere helft details uit de reproducties van de muurschilderingen.
Als de kinderen de eerste vertel en schrijfronde doen hebben ze de tentoonstelling nog niet gezien. We zitten in de 'studeerkamer' van het kindermuseum.


Gaia associeert een stukje Chagall met een reproductie van Charley Toorop en laat haar fantasie de vrije loop. De meeste kinderen associëren de afbeeldingen met sprookjes en beginnen met 'er was eens...'

Er was eens een rover
die voor de andere rover kip moest gaan halen voor de nieuwe barbekjoe. Maar omdat hij geen geld had ging hij naar een restaurant en bestelde rauwe kip. De ober herkende hem en nam hem eens in de maling. Hij gaf hem een nog levende kip die veel honger had. Toen de rover zijn hand uitstak om de kip te pakken beet die hem zo hard dat zijn duim helemaal bloedde. Toen de rover met de kip aan een riempje, met een bloedende duim en lege zakken thuis kwam, werd hij uit het rovershol gegooid. Hij mocht nooit meer terugkomen.
Gaia



Er was een paleis
Daar stond een grote tafel. Er was een heel gekke man en die waste zijn voeten in zijn hoed. Later versteende hij en toen dachten de mensen dat het een pop was. Toen verkochten ze de pop en kreeg hij een mooi plekje bij een bel.
Sophie


De generaal ging naar een danspodium
Eerst gingen de vrouwen dansen en toen de mannen. De mannen sprongen naar het dak. Daar zat een man ondersteboven met een paraplu. De kleren waren heel modern. Drie mensen staan op hun kop en één iemand eet zijn schoen op. Er is een smokkelaar die een paraplu vasthoudt.
Tijmen


Er was eens een drieling theedoeken
Ze hingen aan een haakje. Ze vonden het saai om de hele tijd de afwas af te drogen. Ze gingen op reis. Toen ze buiten kwamen waaiden ze weg. Ze kwamen op een vreemde plek want ze zagen een man die zijn voeten aan het wassen was in een hoed. De geiten vlogen in het rond. Toen gingen ze gauw weer naar hun haakje. Vera


Als de kinderen uitgeschreven zijn gaan we naar de Chagall tentoonstelling en de kinderen kunnen hun prentje terug vinden in de grote muurschilderingen. De kinderen hebben nog meer geschreven, kijk maar > hier

Henk van Faassen