startpagina

trefwoorden


literatuur







Ervaringsgericht onderwijs door Prof. Dr. Ferre Laevers
*)

Perspectief van de ander innemen
welbevinden, betrokkenheid en verbondenheid

Perspectief nemen kan men definiëren als het vermogen om zich op de meest levendige manier een voorstelling te maken van de wijze waarop de lerende de ‘werkelijkheid’ construeert, met aandacht voor het emotionele (gevoelens), het conatieve (motivatie en interesse) en het cognitieve (percepties en cognities).”(Laevers, 2008)

Perspectief nemen heeft te maken met de mate waarin het gezichtspunt van de ander breed wordt meegenomen.
Leraren proberen erachter te komen hoe het kind zich voelt, wat hij denkt en wat hij wil en wat het kind bezighoudt. Vanuit dat perspectief wordt een gerichter en aangepast aanbod in de hoeken gerealiseerd.

Perspectief nemen veronderstelt een absolute openheid voor wat er gebeurt en heeft een affectieve en cognitieve dimensie. Empathie staat voor een emotionele reactie, maar perspectief nemen is breder. Men gebruikt hiervoor de term ‘social perspective taking’.
Het gaat hier om een emotionele en cognitieve reactie.

Perspectief nemen helpt kinderen om zich verbaal te ontwikkelen, je moet immers de ander uitleggen hoe jij denkt dat het spel gespeeld moet worden.

Perspectief nemen leert kinderen ook denken op een meta-niveau.
Deze ‘helikopter view’ wordt in een natuurlijke situatie ontwikkeld. De factoren in de leeromgeving die bepalend zijn voor de betrokkenheid zijn grotendeels terug te voeren tot het vermogen van de leerkracht om bij het vormgeven aan het pedagogisch-didactisch handelen het perspectief van de lerende mee te nemen.


Stadia in de ontwikkeling van kinderen
Ferre Laevers heeft een aantal stadia in de ontwikkeling van kinderen onderscheiden als het gaat om perspectief nemen:

0: Egocentrisch perspectief nemen (3-6 jaar)
Kinderen redeneren vanuit eigen perspectief.
Ze onderkennen nog geen perspectief aan de ander.

1: Subjectief perspectief nemen (6-8 jaar)
Kinderen beseffen dat anderen een verschillend standpunt kunnen innemen, maar dat gebeurt alleen als ze over andere informatie beschikken.

2: Gereflecteerd perspectief nemen (8-10 jaar)
Kinderen zien dat perspectieven van anderen onderling verschillend kunnen zijn.
Ook als men over dezelfde informatie beschikt. Ze kunnen zich ook verplaatsen in een ander en zijn reactie voorspel­len. Ze kunnen nog niet hun eigen perspectief en dat van de ander tegelijkertijd laten meewegen.

3: Wederzijds perspectief nemen (10-12 jaar)
Het kind kan zich tegelijkertijd in verschillende standpunten inleven. Ook kan het de rol van een neutrale persoon innemen en voorspellen hoe de andere betrokkenen reageren.

4: Perspectief nemen op basis van conventies (12 jaar en ouder)
Jongeren maken zich meer los van de concrete situaties.


Studies
Verschillende studies laten zien dat er duidelijke verbanden zijn tussen perspectief nemen en andere eigenschappen of competenties.
Mensen die goed zijn in perspectief nemen hebben een sterk ontwikkeld zelfbeeld (Reiman, 1999), beschikken over goede communicatievaardigheden (O’Keefe & Johnston, 1989), hebben een duidelijk moraliteitsbesef (Blasi, 1980) en zijn cognitief voldoende sterk (Reiman, 1999).

Perspectief nemen hangt ook sterk samen met het vermogen tot reflectie.
Dat geeft aan dat perspectief nemen niet gemakkelijk is. Je moet als persoon voldoende sterk zijn, je moet kunnen reflecteren, je moet kunnen communiceren en gewetensvol kunnen handelen.
Ook in de visie van Vygotsky zijn geletterdheid en fantasiespel de basis van de ontwikkeling. Zij bevorderen de ontwikkeling van de zogenaamde academic skills. Door spel leren kleuters zich in te leven in het perspectief van de anderen leren zij om te ‘verbeelden’.

Zes basisbehoeften
Ferre Laevers spreekt net als Maslow over basisbehoeften en heeft deze beschreven in termen van ervarings gericht onderwijs.
Deze basisbehoeften zijn diepgaand met het mens-zijn verweven en moeten worden vervuld om optimaal te kunnen functioneren.
Een kind zal zich pas welbevinden en zich optimaal kunnen ontwikkelen als aan al zijn basisbehoeften is voldaan.

1. Lichamelijke behoeften
Behoeften betreffende lichamelijk functioneren: behoefte aan eten, drinken, lichaamstemperatuur, rust, beweging, slaap.

2. Behoefte aan affectie, warmte en tederheid
De behoefte aan menselijke warmte, koestering, geknuffeld worden, lichamelijk contact en nabijheid.
Een heel basale behoefte met als psychische component: genegenheid, zorg, liefhebben en met de actieve en passieve pool van liefde en warmte geven en ontvangen.

3. Behoefte aan veiligheid, duidelijkheid en continuïteit
De behoefte te weten waar men aan toe is. Behoefte aan herkenbare en duidelijke structuren en continuïteit. Houvast in de omgeving, aan tijd, ruimte en personen. Controle, zicht, greep hebben op wat er gebeurt en gaat gebeuren en zich niet overgeleverd voelen aan.

4. Behoefte aan erkenning
Door anderen aanvaard, gewaardeerd worden zoals men is, ondanks zijn tekortkomingen. Erkenning krijgen voor de eigen persoon, de eigen kwaliteiten.
Belangrijk, waardevol, de moeite waard zijn. Erbij horen en mee tellen. Recht hebben op een eigen plaats.

5. Behoefte om zichzelf als kundig te ervaren
Behoefte om steeds nieuwe inzichten en vaardigheden te verwerven aansluitend aan de exploratiedrang. Grenzen aan de eigen mogelijkheden willen verleggen. Behoefte aan iets maken en presteren. Zoeken naar uitdagingen, het onbekende, het nog niet bereikte.

6. Behoefte om moreel in orde te zijn
Dit is een behoefte die de voorgaande overstijgt. Behoefte aan zingeving. Zoeken naar waarden, perspectief, doel in het leven. Zichzelf als goed willen beleven.
Zoeken naar de bevestiging dat men voldoet aan morele codes.


*)
Ferdinand (Ferre) Laevers
Leavers wordt beschouwd als de grondlegger van het Ervaringsgericht Onderwijs en is o.m. beïnvloed door Carl Rogers en Jean Piaget.
Vooral het introduceren van “gevoelsbeleving” bij kleuters als element van de vorming, naast de motorische, cognitieve aspecten en taalontwikkeling is baanbrekend.
Het is een poging tot synthese tussen de autoritaire en antiautoritaire opvoedingsstijl.
Prof. Dr. Ferre Laevers, is hoofddocent aan de faculteit psychologische en pedagogische wetenschappen, Katholieke Universiteit Leuven, Expertisecentrum Ervaringsgericht Onderwijs (ECEGO).

naar boven

naar index