startpagina

trefwoorden


literatuur

bekijk foto's, werk


gerelateerde
artikelen:

Ervaringsgericht
onderwijs


Complexe taal

Taalvermogen





Taalvermogen
Taalrijke kinderen zonder 'echte' taal

Taalvorming in de Arabische les, dat leek me geweldig
Toen ik de kans kreeg deed ik het meteen.
Kinderen door middel van hun eigen verhalen confronteren met hun moedertaal.
De taalmethodes die gebruikt worden in Arabische lessen stammen immers uit de tijd van het kolonialisme.


Nederlands is vaak een derde taal
Wekelijks probeerde ik met een groep van zes Arabische kinderen tweetalig te "taalvormen" in hun Arabische les. Deze werd gegeven onder de normale lestijden waardoor de Arabische kinderen andere lesuren missen.
Ik ben er voor dat als ze die lessen krijgen, dan het liefst buiten de reguliere lestijden. De discussie over het belang van het taalonderwijs in de moedertaal van de allochtonen kinderen in Nederland is nog lang niet uitgevochten.
Taalvormers denken, op grond van hun ervaringen, dat wanneer kinderen hun moedertaal goed beheersen zij makkelijker en beter een tweede taal kunnen leren.

De Arabische taal beheersen de meeste Marokkaanse kinderen in Nederland niet. Zouden de taalproblemen hier een indirect gevolg van kunnen zijn?
Ik wilde ze deze taal in ieder geval op een leuke natuurlijke manier leren spreken, schrijven en lezen. Door hun eigen ervaringen met elkaar te delen en deze op te schrijven en te (her)ver-talen, of in twee talen op te schrijven.

Allemaal Marokkaanse kinderen
We beginnen de les altijd met een vertelronde, een van de principes van taalvorming. Hier stuitte ik al op de moeilijkheden. De meeste kinderen spraken geen Arabisch. Het waren ook geen Arabieren maar Berbers. De vertelronde ging in het Arabisch voor wie dat sprak en in het Nederlands voor de rest. De Berberse kinderen durfden niet zo goed omdat ze zich schaamden om in hun taal te praten. Er wordt nooit aan ze gevraagd of ze dat willen doen, behalve binnenshuis.

De grootste meerderheid van de Marokkanen in Nederland zijn Berbers.

Zij spreken hun taal nog wel maar deze wordt niet, of nauwelijks geschreven. Niet eens in de landen van herkomst.
Hier gaat het al meteen mis. Taalvorming gaat er vanuit dat je in je eigen taal, in je eigen woorden je 'verhaal' vertelt. Dat zal dus niet lukken met deze kinderen. Al kunnen ze hun verhaal wel in het Berbers vertellen, ze kunnen het nooit opschrijven. Dat zal dus in het Arabische moeten. Voor de meeste Berberse kinderen is Arabisch een 'vreemde' tweede of derde taal die thuis niet wordt gesproken.

Is er een geschreven moedertaal beschikbaar?
Laat ik de Arabische kinderen als voorbeeld nemen. Deze spreken thuis Marokkaans-Arabisch, iedere regio heeft zijn eigen dialect in Marokko. Zij kunnen hun verhaal in hun moedertaal vertellen, maar schrijven is een ander kwestie. Het gros van het gesproken Marokkaans verschilt zodanig in uitspraak dat het niet meer in het klassiek Arabisch geschreven kan worden, het is een vorm van verbastering. Maar ook verschillen een heleboel woorden door taalinvloeden van buitenaf zoals het Frans, Spaans, Portugees, Hebreeuws en Berbers. Die woorden bestaan niet in het klassiek Arabisch, er zijn andere woorden, met dezelfde betekenis, voor. Maar het is anders dan het gesproken Marokkaans.
Dus het hele principe van taalvorming gaat verloren als je moet gaan vertalen. De authenciteit, de herkenning, het gemak waarmee in een eigen taal verteld, gelezen en geschreven kan worden is er dan niet meer.

Ben je Marokkaans, Arabisch of Berbers?

Het klassiek Arabisch wordt door veel Marokkaanse mensen als een 'verheven' taal ervaren, die ze niet allemaal beheersen. Dit geldt voor de kinderen die één taal thuis spreken, maar er zijn er ook die Arabisch, Berbers en soms zelfs Frans of Spaans spreken. Deze kinderen hebben naar mijn mening en ervaring weinig moeite met taal, welke taal dan ook.

Ondanks die ingewikkelde taalmengsels hebben we hele leerzame en leuke lessen gehad. Juist de kinderen ondervonden dat. De eerste keer dat de kinderen mij zagen vroegen ze, nadat ze hun verlegenheid hadden overwonnen, 'Bent u Marokkaans?' Toen ik volmondig ja antwoordde vroegen ze of ik Arabisch of Berbers was, ik antwoordde: 'Allebei.'
Hun geluk kon niet meer op toen ze er ook achter kwamen dat het niets uitmaakte wat je was en wat je sprak.
De veilige sfeer, een ander principe van taalvorming, was al meteen voor deze les gecreëerd bij het bevestigen van hun achtergrond en taal.

De pan of het eten?

De rijkdom die er in een Arabische les, taalvorming met Marokkaanse kinderen is, is overweldigend. Een voorbeeld uit een taalvormingsles tijdens de ramadan. Het ging over wat ze hadden gegeten 's nachts, met de sahoer.


Lamyae: 'Ik heb met sahoer gegeten'.
Jamila: 'Wat heb je gegeten?'
Lamyae: 'Gamila'.
Mohammed: 'Wat is dat?'
'Een pan', antwoordt een van de anderen.
'Nee, dat is eten', beweert Jamila.
'Ja, dat is vlees in een pan met doperwten en aardappels', zegt Randa in het Marokkaans.
'Oh, dat noemen wij Tajien', zegt Mohammed.
'En wij Marka', zegt Achraf.
'Tajien is bij ons vis', merkt Jamila op.
Ze zijn eventjes stil.
Lamyae gaat verder: ' Mayron was jarig en toen…. '


Omdat de kinderen allemaal uit andere delen van Marokko komen verschilt hun taal een beetje van elkaar. Ze vonden het bijzonder om erachter te komen dat hun klasgenootjes andere woorden hanteerden dan zij.
We hebben vaak de woorden of zinnen die zij het leukst vonden, het dichts bij hen stonden, vertaald. De leerkracht Arabisch kon daardoor hun teksten gebruiken om de lessen Arabisch te geven en toch wat van hun taal te gebruiken.
Het was vaak één grote ontdekkingsreis.
Nisrine Mbarki


Wel Nederlands, geen Nederlander
Dat in Nederland wonende moslims Nederlands moeten leren, daar zijn ze niet tegen. Maar een Nederlands sprekende imam, dat gaat te ver.
"Wij willen een Turkse imam. Die kan de Turkse boeken lezen en ze aan de kinderen uitleggen."
Tamer Onal doet zijn best om te integreren. Zijn kinderen moeten Nederlands leren en hij onderhoudt zijn tuintje voor en achter heel goed. Thuis is hij een Turk, maar buiten probeert hij een Nederlander te zijn. Je moet bij hem niet aankomen met het idee dat imams Nederlands moeten spreken. "Met een Nederlandse imam krijg je taalproblemen." Hij beschouwt zijn kinderen als Turks en niet als Nederlandse moslims van Turkse komaf. Hij wil wel integreren maar niet assimileren. Zijn kinderen en kleinkinderen zullen geen Nederlanders worden. "Ik wil mijn cultuur niet inleveren. Daarom zal ik altijd een imam uit Turkije blijven halen."
Bert Wagendorp


naar boven
index