startpagina

trefwoorden


literatuur

bekijk foto's, werk

gerelateerde artikelen

Uitbreiding woordenschat

Taal is ook koekjes bakken

Bijvoeglijke
woordenschat
ontwikkeling


incidentele- en intentionele woordenschatontwikkeling

Manieren van woordenschatontwikkeling



Is het nodig dat kinderen eerst de woorden leren waarvan de leerkracht verwacht dat ze die nodig hebben, of moet een eigen ervaring leiden tot de opbouw van een woordenschat.

De intentionele aanpak
Bijvoorbeeld: de juf is van plan om met de kinderen naar de kinderboerderij te gaan om daar een les over werkwoorden te geven. De juf gaat met de kinderen op die plek over taarten bakken praten omdat er een verbinding met de natuurlijke grondstoffen voor een taart, zoals: "melk komt van de koe, appels vallen uit de boom, kippen leggen eieren", te maken is. De bedoeling is dat de kinderen over deze specifieke onderwerpen feiten leren.
Om de les te introduceren neemt de juf keukengereedschap mee. In de kring noemen de kinderen de zogenoemde 'doewoorden' er bij.
Ze leren werkwoorden die bij bakken horen. Dit is een intentionele aanpak te noemen.
De leerkracht stelt vast welke woorden aangeleerd zullen worden en welke kennis over voedsel aan de orde moet komen.

De incidentele aanpak komt eerst
Uit een open kringgesprek komen veel meer woorden aan de orde, dan alleen het noemen van werkwoorden die met 'bakken' te maken hebben. Het is een incidentele woordenschatontwikkeling, maar daar werd in de kinderboerderij niets mee gedaan.
Bij het bekijken van de kippen in de kinderboerderij zullen de kinderen zeker ook de eieren betrekken die ze kennen als ze af en toe een gekookt eitje bij het ontbijt krijgen.
Vervolgens gaat het gesprek over meer dingen die je op je bord krijgt. Vandaar over wat wel en niet lekker is. Maar ook waar je het dagelijkse eten koopt en mogelijk ook wat er moet gebeuren voordat het voedsel voorverpakt in de supermarkt ligt.
Door een open gesprek met stimulerende vragen te begeleiden komt er op deze manier een schat van woorden aan de orde.

Bij taalvorming gaan we ervan uit dat als de kinderen met hun eigen handen pellen, roeren, kneden, kloppen, uitrollen, en bakken, ze zich woorden, met de geur van de taart in hun neus en de smaak ervan op hun tong, beter eigen maken. Ze kunnen die woorden verbinden met een zingevende activiteit. We concluderen dat het beter is een incidentele situatie aan te grijpen voor woordenschatontwikkeling. De intentionele verruiming, het selecteren van werkwoorden, kortom de oefening en verdieping, kunnen daarop volgen.
Je kunt jezelf afvragen welke vorm van woordenschatontwikkeling het meest effectief is.

Een ervaringscentrum
De vraag die er op volgt is: hoe organiseer je de incidentele situaties zodanig dat de kinderen hun woordenschat zo uitgebreid mogelijk ontwikkelen. Het betekent dat de leerkracht tijdens ieder kringgesprek ogen en oren open moet zetten om alle incidentele aanleidingen op te vangen. Als een bepaald onderwerp bij de kinderen 'leeft' is het zaak daarbij een 'ervaringscentrum' te organiseren.
Als er bijvoorbeeld een verhaal komt van een kind dat met de fiets gevallen is en bijna overreden, zou je meteen naar buiten moeten gaan om het verkeer te bekijken. De woorden en begrippen die de kinderen tijdens zo'n klein uitstapje op een natuurlijke, incidentele, manier verzamelen en leren, zullen beter beklijven dan die op een intentionele manier bij een project 'verkeer' ingebracht worden.

De voorwaarden en de bezwaren zijn van organisatorische aard.
Zijn leerkrachten bereid en in staat om die ervaringscentra te organiseren?

Henk van Faassen


naar boven
index