Vijf ingangen voor vernieuwing
1. Inrichting van een rijke leeromgeving
2. Ontwikkelen van nieuwe activiteiten en routines
3. Aanpassing aan specifieke leerbehoeften van kinderen
4. Aanpassingen in het gebruik van methoden.
5. Veranderingen in de wijze van interactie en instructie.



De IVKO-school



Ruimtelijke Expressie



Taalvisualisatie in de Drukwerkplaats van de IVKO-school

Het grote experiment van de jaren zeventig
Ze hadden de wind mee, de vernieuwers van het Individueel Voortgezet en Kunstzinnig Onderwijs.
Het waren de jaren zeventig: antiautoritair, kritisch en experimenteel. Zolang de leerlingen bevlogen en kunstzinnig waren ging het goed. Maar de aanpak liep uit op een riskant avontuur.
Aldus Bas Blokker die voor de NRC een aantal leerlingen van de lichting 70-75 interviewt.

Het artikel jaagt oud stof opnieuw op.
De inspecteur voor het onderwijs kwam bij me klagen dat ik geen handenarbeid gaf.
Bij mij heette het Ruimtelijk werken. Je zou een stuk hout door bevers in twee stukken kunnen laten knagen, of het doorbranden. De vorm veranderen. Maar ja van de inspecteur moest het met een zaag en alles netjes haaks.

En er mag zeker niet bij geblowd worden.
Nu staat de school op de Plantage Middenlaan en was Pierik l'Istelle, van leerling via dansdocente tot directeur opgeklommen.

Ze weerd ontslagen wegens conflicterende opvattingen over de invulling van het leerplan.
Het is een grote school die valt onder het bestuur van de Montessori Scholengemeenschap Amsterdam.

Er is een keurig nette HAVO afdeling.
Toen deden de leerlingen aan dansexpressie, nu is het playbacken.
De school verhuist eind 2010 naar de Amsteldijk.
Er is daar geen plaats meer voor de drukpersen en zetkasten.

[Bijlage NRC 29 januari 2000]
***

 



Studenten van de schrijfopleiding HKU maken een tijdschrift
Het heet FC Donders, naar het standbeeld voor het gebouw.
Het handelt over het ontstaan van de opleiding, en de wetenswaardigheden van de studenten.

Tien jaar geleden werd de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar, (ook wel het Reumerianum genoemd naar de oprichtster Wanda Reumer), opgenomen in de Faculteit Theater van de Hogeschool der Kunsten Utrecht.
Er komt een Taaldrukwerkplaats op de HKU en het wordt een schrijfopleiding gesplitst in Dramaschrijven / Literaire Vorming.

Helaas is in de loop der jaren niet mogelijk gebleken voldoende consulenten taalvorming op te leiden.
***



2000 Het jaar waarin de vuurwerkfabriek S.E. Fireworks in Roombeek in Enschede de lucht in vliegt

Betrek kinderen bij hun leerproces

Vernieuwing:
Er bestaat steeds meer behoefte aan instrumenten die niet alleen het leerresultaat maar ook het leerproces in beeld brengen.
Evalueren is traditioneel voornamelijk een taak van de leerkracht.
Leerlingen hebben hierbij weinig in te brengen.
Het is van belang in vernieuwd taalonderwijs kinderen actief te betrekken bij het evaluatieproces.
Een effectief middel voor het volgen van leerlingen in taalonderwijs is het werken met leerlingportfolio's, samengesteld samen met de kinderen en bestaande uit teksten en werkstukken en niet uit een cijferlijst.
Leerkrachten beschikken hiermee over een schat aan gegevens over de ontwikkeling van kinderen op gebied van geletterdheid..

Tussendoelen Taalontwikkeling

Boekoriëntatie: kinderen leren met boeken omgaan.

Verhaalbegrip: de opbouw van verhalen en leren (na)vertellen
.
Functies van geschreven taal: kinderen leren om te gaan met de communicatieve functies van geschreven taal.

Relatie tussen gesproken en geschreven taal: ze ontdekken dat gesproken taal in schrift kan worden vastgelegd, en visa versa.

Taalbewustzijn: ze herkennen in gesproken taal elementen zoals een woord in een zin, een klankgroep in een woord, en ze ontdekken het vermogen tot rijmen.

Alfabetisch principe: kinderen ontdekken dat er een verband is tussen hoe je woorden uitspreekt en hoe woorden geschreven zijn.

Functioneel 'schrijven' en 'lezen': geschreven taal (briefjes, lijstjes en dergelijke) gebruiken voor communicatieve doeleinden.

Technisch lezen en schrijven: in de eerste plaats de ontsleuteling en schrijven van korte klankzuivere woorden.
Daarna de ontsleuteling en schrijven van langere klankzuivere woorden en het gebruik van woord identificatie technieken.

Begrijpend lezen en schrijven: gemotiveerd en met begrip teksten willen en kunnen lezen en (beginnen te) schrijven.
De tien tussendoelen voor beginnende geletterdheid passen binnen het kader van de kerndoelen voor het basisonderwijs die in 1998 vastgelegd zijn in de wet.

Vijf ingangen voor vernieuwing

Inrichting van een rijke leeromgeving
De leeromgeving wordt stimulerend ingericht zodat kinderen uitgenodigd worden tot het doen van ontdekkingen.
Denk bijvoorbeeld aan de inrichting van taal-, lees-, en schrijfhoeken, thematafels, boekencollecties in de klas, opschriften bij de materialen en hoeken in de klas nieuwsborden en woordmuren.

Ontwikkelen en invoeren van nieuwe activiteiten en routines

In het dagelijks programma worden betekenisvolle activiteiten opgenomen die gericht zijn op het bereiken van de tussendoelen. Ook organisatorisch vinden er veranderingen plaats: niet klassikaal onderwijs maar ook werken in kleine groepen, coöperatieve werkvormen enzovoorts.

Aanpassing van activiteiten en routines aan specifieke leerbehoeften van kinderen in de klas.

In de klas wordt uitgegaan van verschillen tussen kinderen, en dit vraagt om een flexibele toepassing van didactiek. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan specifiek woordenschatonderwijs voor die kinderen die Nederlands als tweede taal spreken. Een ander voorbeeld zijn kinderen met (dreigende) leesproblemen.

Aanpassingen in het gebruik van methoden.

Hierbij denken we vooral aan een doelgerichte en kritische hantering van methoden, wat zal leiden tot planning en selectie van leerstof, en het gebruik van methoden als bronnenboek.

Veranderingen aanbrengen in de wijze van interactie en instructie.

Hierbij denken we aan nieuwe didactieken zoals de invoering van ankergestuurde instructie, aan de toepassing van strategisch leren en directe instructie voor die vaardigheden die daarvoor in aanmerking komen en de stimulering van interactie tussen kinderen onderling.

[ Verhoeven en Aarnoutse & Wagenaar, Taalontwikkeling, taalonderwijs en taaldidactiek, juli 2000]
***



Naar betere resultaten
Een onderzoek naar de mogelijkheden voor de integratie van taalvorming in het reguliere taalonderwijs op basisscholen.
Kerndoelen aanwijzen die met taalvorming verband houden, en die naast curriculum taalvorming leggen.
Belangrijke taalmethodes bekijken op mogelijkheden van integratie.
Observeren van reguliere taallessen (misschien ook zaakvak-lessen), benoemen van wat er gebeurt, suggesties doen voor invoegen taalvorming
Analyseren en systematiseren van elementen uit onze eigen lesverslagen
Inventariseren en uitproberen van taalvormingsactiviteiten die buiten de bekende taalronde vallen; hiervan verslagen maken of korte beschrijvingen
Inventariseren van eenvoudige vervolgactiviteiten naar aanleiding van taalrondes en eigen teksten
Onder woorden brengen (liefst samen met leerkrachten) van de kern van taalvorming
Vervolmaken curriculum / volgsysteem en beide uittesten.
***



Interactief taalonderwijs volgens het Expertise Centrum Nederland

Een zeer uitgebreide en wetenschappelijk verantwoorde uiteenzetting over hoe de natuurlijke taalontwikkeling gaat bij jonge kinderen en ook bij kinderen in de basisschoolleeftijd.
Daarna gaat het over de manieren waarop opvoeding en onderwijs deze natuurlijke taalontwikkeling beïnvloeden, in gunstige of ongunstige zin.

Het taalonderwijs in Nederland schijnt slecht af te steken bij dat in andere Europese landen.
Kenmerken zijn: het directe-instructie-model, verkniptheid in deelaspecten, passiviteit van leerlingen, taalaanbod zonder betekenisvolle context, weinig interactie tussen leerlingen en tussen leraar en leerling.
Hier tegenover stelt het ECN het door henzelf ontwikkelde concept van interactief taalonderwijs.
Uitgangspunten: betekenisvol leren, sociaal leren en strategisch leren.


Waar staat Taalvorming?

Wij willen onszelf niet tegenover alle andere vernieuwingsstromingen te poneren.
Liever willen we bekijken waarop wij gemakkelijk in die stromingen kunnen invoegen en iets toevoegen.
Ook is het belangrijk om na te gaan op welke gebieden nu precies onze deskundigheid ligt.
Zo kunnen we gerichter werken op scholen die ook al in een ander vernieuwingstraject zitten, en blijven de deuren geopend voor samenwerking met anderen.
Bij bestudering van nieuwe taalmethodes valt op dat ook daar veel van de nieuwe begrippen worden gehanteerd.
Bijvoorbeeld:
je komt in alle inleidingen van methodes tegen dat taalonderwijs 'zinvol' of 'betekenisvol' moet zijn.
Het is dus van belang om ons te verdiepen in de jargons die bij de verschillende stromingen horen.

Waneer is iets zinvol?
Opvallend is het geworstel van de methodemakers met de begrippen 'zinvol' en 'betekenisvol'.
'Wanneer een onderwerp geen betekenis heeft voor kinderen, is het zinloos hieraan aandacht te besteden. Alleen vanuit betekenisverlening leren kinderen en ontwikkelen ze zich', aldus de inleiding op het kleuterdeel van de methode Taalleesland.
De auteurs hebben geprobeerd er achter te komen wat betekenis heeft voor jonge kinderen: 'Vanuit de belevingen, gedachten en gevoelens van jonge kinderen is beschreven welke betekenis het thema voor hen heeft. Deze beschrijving geeft de leerkracht de mogelijkheid zich in te leven in de gedachtewereld van de kinderen'.

'Het lijkt of de onderzoekers eerst de kinderen onderzocht hebben
De leerkrachten moeten vervolgens gaan lezen over wat die ontdekt hebben.
In de algemene inleiding is geprobeerd wat meer ruimte te laten voor inbreng van de kinderen zelf:
'In de introductieles staat altijd een ervaringsgesprek centraal. Daardoor leveren de leerlingen aan het begin van elke leseenheid een eigen bijdrage aan de invulling van het thema. Zo krijgen de leerlingen er meer greep op'.
Wat een gewring!
***



Taalvorming is geen taalmethode
Taalvorming sluit goed aan bij verschillende opvattingen over de vernieuwing van taalonderwijs zoals die voor ervaringsgericht- of ontwikkelingsgericht onderwijs.
De basis voor taalvorming en taaldrukken is gelegd in de Taaldrukwerkplaats waar deze werkwijze sinds 1974 ontwikkeld is, steunend op het gedachtegoed van Celestin Freinet en Lev Vygotsky.

De verhouding tussen creatief taalgebruik en het taalonderwijs
Die moet onderzocht worden en dat gebeurt ook.
Consulenten taalvorming werken op een praktische manier samen met leerkrachten door het geven van voorbeeldlessen en dergelijke.

Hoe dat toegaat wordt in een artikel beschreven in JSW jaargang 84 zie:
archief
***


Afscheid
De directeur van Kunstweb vertrekt. Per 1 april gaat Dirk Monsma naar de Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam.
De voorzitter van het bestuur Walter Etty wil een Raad van toezicht vormen.
De doelstelling van de inzet van Kunstweb wordt: 'Vergeten doelgroepen en wensen uit de bevolking.
***


naar boven

verder

index