2000
Het jaar
waarin de vuurwerkfabriek S.E. Fireworks
in de volksbuurt Roombeek in Enschede de lucht in vliegt
Betrek
kinderen bij hun leerproces

Vernieuwing:
Er bestaat steeds meer behoefte aan instrumenten die niet alleen
het leerresultaat maar ook het leerproces in beeld brengen.
Evalueren is traditioneel voornamelijk een taak van de leerkracht.
Leerlingen hebben hierbij weinig in te brengen.
Het is van belang in vernieuwd taalonderwijs kinderen actief
te betrekken bij het evaluatieproces.
Een effectief middel voor het volgen
van leerlingen in taalonderwijs is het werken met leerlingportfolio's,
samengesteld samen met de kinderen en bestaande uit teksten
en werkstukken en niet uit een cijferlijst.
Leerkrachten beschikken hiermee over een schat aan gegevens
over de ontwikkeling van kinderen op gebied van geletterdheid..
Tussendoelen Taalontwikkeling
Boekoriëntatie: kinderen
leren met boeken omgaan.
Verhaalbegrip: de opbouw
van verhalen en leren (na)vertellen.
Functies van geschreven taal:
kinderen leren om te gaan met de communicatieve functies van
geschreven taal.
Relatie tussen gesproken en geschreven
taal: ze ontdekken dat gesproken taal in schrift
kan worden vastgelegd, en visa versa.
Taalbewustzijn: ze herkennen
in gesproken taal elementen zoals een woord in een zin, een
klankgroep in een woord, en ze ontdekken het vermogen tot rijmen.
Alfabetisch principe:
kinderen ontdekken dat er een verband is tussen hoe je woorden
uitspreekt en hoe woorden geschreven zijn.
Functioneel 'schrijven' en 'lezen':
geschreven taal (briefjes, lijstjes en dergelijke) gebruiken
voor communicatieve doeleinden.
Technisch lezen en schrijven:
in de eerste plaats de ontsleuteling en schrijven van korte
klankzuivere woorden.
Daarna de ontsleuteling en schrijven van langere klankzuivere
woorden en het gebruik van woord identificatie technieken.
Begrijpend lezen en schrijven:
gemotiveerd en met begrip teksten willen en kunnen lezen
en (beginnen te) schrijven.
De tien tussendoelen voor beginnende geletterdheid passen binnen
het kader van de kerndoelen voor het basisonderwijs die in 1998
vastgelegd zijn in de wet.
Vijf ingangen voor vernieuwing
Inrichting van een rijke leeromgeving
De leeromgeving wordt stimulerend ingericht zodat kinderen uitgenodigd
worden tot het doen van ontdekkingen. Denk bijvoorbeeld aan
de inrichting van taal-, lees-, en schrijfhoeken, thematafels,
boekencollecties in de klas, opschriften bij de materialen en
hoeken in de klas nieuwsborden en woordmuren.
Ontwikkelen en invoeren van nieuwe
activiteiten en routines
In het dagelijks programma worden betekenisvolle activiteiten
opgenomen die gericht zijn op het bereiken van de tussendoelen.
Ook organisatorisch vinden er veranderingen plaats: niet klassikaal
onderwijs maar ook werken in kleine groepen, coöperatieve
werkvormen enzovoorts.
Aanpassing van activiteiten en routines
aan specifieke leerbehoeften van kinderen in de klas.
In de klas wordt uitgegaan van verschillen tussen kinderen,
en dit vraagt om een flexibele toepassing van didactiek. U kunt
hierbij bijvoorbeeld denken aan specifiek woordenschatonderwijs
voor die kinderen die Nederlands als tweede taal spreken. Een
ander voorbeeld zijn kinderen met (dreigende) leesproblemen.
Aanpassingen in het gebruik van methoden.
Hierbij denken we vooral aan een doelgerichte en kritische hantering
van methoden, wat zal leiden tot planning en selectie van leerstof,
en het gebruik van methoden als bronnenboek.
Veranderingen aanbrengen in de wijze
van interactie en instructie.
Hierbij denken we aan nieuwe didactieken zoals de invoering
van ankergestuurde instructie, aan de toepassing van strategisch
leren en directe instructie voor die vaardigheden die daarvoor
in aanmerking komen en de stimulering van interactie tussen
kinderen onderling.
[uit "taalontwikkeling, taalonderwijs en taaldidactiek"
Verhoeven en Aarnoutse & Wagenaar juli 2000]
Naar
betere resultaten
Een onderzoek naar de mogelijkheden voor de integratie van taalvorming
in het reguliere taalonderwijs op basisscholen.
Kerndoelen aanwijzen die met taalvorming verband houden, en
die naast curriculum taalvorming leggen.
Belangrijke taalmethodes bekijken op mogelijkheden van integratie.
Observeren van reguliere taallessen (misschien ook zaakvak-lessen),
benoemen van wat er gebeurt, suggesties doen voor invoegen taalvorming
Analyseren en systematiseren van elementen uit onze eigen lesverslagen
Inventariseren en uitproberen van taalvormingsactiviteiten die
buiten de bekende taalronde vallen; hiervan verslagen maken
of korte beschrijvingen
Inventariseren van eenvoudige vervolgactiviteiten naar aanleiding
van taalrondes en eigen teksten
Onder woorden brengen (liefst samen met leerkrachten) van de
kern van taalvorming
Vervolmaken curriculum / volgsysteem en beide uittesten
Interactief
taalonderwijs volgens het Expertise Centrum Nederland
Een zeer uitgebreide en wetenschappelijk verantwoorde uiteenzetting
over hoe de natuurlijke taalontwikkeling gaat bij jonge kinderen
en ook bij kinderen in de basisschoolleeftijd.
Daarna gaat het over de manieren waarop opvoeding en onderwijs
deze natuurlijke taalontwikkeling beïnvloeden, in gunstige
of ongunstige zin.
Het taalonderwijs in Nederland schijnt
slecht af te steken bij dat in andere Europese landen.
Kenmerken zijn: het directe-instructie-model, verkniptheid
in deelaspecten, passiviteit van leerlingen, taalaanbod zonder
betekenisvolle context, weinig interactie tussen leerlingen
en tussen leraar en leerling.
Hier tegenover stelt het ECN het door henzelf ontwikkelde concept
van interactief taalonderwijs.
Uitgangspunten: betekenisvol leren, sociaal leren en strategisch
leren.
Waar
staat Taalvorming?
Wij willen onszelf niet tegenover alle andere vernieuwingsstromingen
te poneren.
Liever willen we bekijken waarop wij gemakkelijk in die stromingen
kunnen invoegen en iets toevoegen.
Ook is het belangrijk om na te gaan op welke gebieden nu precies
onze deskundigheid ligt.
Zo kunnen we gerichter werken op scholen die ook al in een
ander vernieuwingstraject zitten, en blijven de deuren geopend
voor samenwerking met anderen.
Bij bestudering van nieuwe taalmethodes valt op dat ook daar
veel van de nieuwe begrippen worden gehanteerd.
Bijvoorbeeld: je komt in alle inleidingen van methodes tegen
dat taalonderwijs 'zinvol' of 'betekenisvol' moet zijn.
Het is dus van belang om ons te verdiepen in de jargons die
bij de verschillende stromingen horen.
Waneer is iets zinvol?
Opvallend is het geworstel van de methodemakers met de begrippen
'zinvol' en 'betekenisvol'.
'Wanneer een onderwerp geen betekenis heeft voor kinderen,
is het zinloos hieraan aandacht te besteden. Alleen vanuit
betekenisverlening leren kinderen en ontwikkelen ze zich',
aldus de inleiding op het kleuterdeel van Taalleesland.
De auteurs hebben geprobeerd er achter te komen wat betekenis
heeft voor jonge kinderen: 'Vanuit de belevingen, gedachten
en gevoelens van jonge kinderen is beschreven welke betekenis
het thema voor hen heeft. Deze beschrijving geeft de leerkracht
de mogelijkheid zich in te leven in de gedachtewereld van
de kinderen.
'Het lijkt of de onderzoekers eerst
de kinderen onderzocht hebben
De leerkrachten moeten vervolgens gaan lezen over wat die
ontdekt hebben.
In de algemene inleiding is geprobeerd wat meer ruimte te
laten voor inbreng van de kinderen zelf: 'In de introductieles
staat altijd een ervaringsgesprek centraal. Daardoor leveren
de leerlingen aan het begin van elke leseenheid een eigen
bijdrage aan de invulling van het thema. Zo krijgen de leerlingen
er meer greep op'. Wat een gewring!
Taalvorming is geen taalmethode
Taalvorming sluit goed aan bij verschillende opvattingen over
de vernieuwing van taalonderwijs zoals die voor ervaringsgericht-
of ontwikkelingsgericht onderwijs.
De basis voor taalvorming en taaldrukken is gelegd in de Taaldrukwerkplaats
waar deze werkwijze sinds 1974 ontwikkeld is, steunend op
het gedachtegoed van Celestin Freinet
en Lev Vygotsky.
De verhouding tussen creatief taalgebruik
en het taalonderwijs
Die moet onderzocht worden en dat gebeurt ook.
Consulenten taalvorming werken op een praktische manier samen
met leerkrachten door het geven van voorbeeldlessen en dergelijke.
Hoe dat toegaat wordt in een artikel beschreven in JSW jaargang
84 nr. 5
U kunt dit aanvragen door een Email te sturen naar: archief
Studenten
van de schrijfopleiding HKU maken een tijdschrift
Het heet FC Donders, naar het standbeeld voor het gebouw.
Het handelt over het ontstaan van de opleiding, en de wetenswaardigheden
van de studenten.
Tien jaar geleden werd de Academie voor Expressie door Woord
en Gebaar, (ook wel het Reumerianum genoemd naar de oprichtster
Wanda Reumer), opgenomen
in de Faculteit Theater van de Hogeschool der Kunsten Utrecht.
Er komt een Taaldrukwerkplaats op de HKU en het wordt een schrijfopleiding
gesplitst in Dramaschrijven / Literaire Vorming.
Helaas is in de loop der jaren niet mogelijk gebleken voldoende
consulenten taalvorming op te leiden.
De
IVKO-school en het grote experiment van de jaren zeventig
Ze hadden de wind mee, de vernieuwers van het Individueel
Voortgezet en Kunstzinnig Onderwijs.
Het waren de jaren zeventig: antiautoritair, kritisch en experimenteel.
Zolang de leerlingen bevlogen en kunstzinnig waren ging het
goed. Maar de aanpak liep uit op een riskant avontuur.
Aldus Bas Blokker die voor
de NRC een aantal leerlingen van de lichting 70-75 interviewt.
Het artikel jaagt oud stof opnieuw
op.
De inspecteur voor het onderwijs kwam bij me klagen dat ik geen
handenarbeid gaf. Bij mij heette het Ruimtelijk
werken. Je zou een stuk hout door bevers in twee
stukken kunnen laten knagen, of het doorbranden. De vorm veranderen.
Maar ja van de inspecteur moest het met een zaag en alles netjes
haaks.
En er mag zeker niet bij geblowd worden.
Nu staat de school op de Plantage Middenlaan en was Pierik
l'Istelle, van leerling via dansdocente tot directeur
opgeklommen. Ze is inmiddels ontslagen wegens conflicterende
opvattingen over de invulling van het leerplan.
Het is een grote school die valt onder het bestuur van de Montessori
Scholengemeenschap Amsterdam.
Er is een keurig nette HAVO afdeling.
Toen deden de leerlingen aan dansexpressie, nu is het playbacken.
[Bijlage NRC 29 januari 2000]