|

Zie kinderen
niet als onvoltooide volwassenen,
maar beschouw volwassenen
eerder als verknoeide kinderen.


De
wet van de educatie moet zijn:
deelname aan het werkelijke leven
Als ik dat vertaal naar kunstzinnige vorming moeten we de handenarbeidlessen
die tot niets anders leiden dan een hoeveelheid gelijkvormige
papier-machédrollen afschaffen
en vervangen door werkplaatsen met echt gereedschap, scherpe messen
en gevaarlijke zagen en volwassenen die geen les geven maar met
kinderen participeren.
Die werkplaatsen hoeven niet noodzakelijkerwijs aan de school
verbonden te zijn maar kunnen overal zijn waar mensen brood bakken,
stoelen timmeren, kleren naaien en woorden op een rij zetten.
Een kinderwerkplaats voor fundamentele
politieke vaardigheden
Daar kunnen kinderen de democratische principes leren.
Politici hebben daar niets te zoeken.
Een fantastische revolutie waarin school van carrière-instituut
transformeert tot een gewone culturele functie.
Celestin Freinet had het daar al lang geleden over.
***
Het Kopenhagen Manifest 31 augustus 1996
De rechten van kinderen en hun bevrijding van uitputtende
arbeid en educatief keurslijf zijn één kant van
deze 'Eeuw van het kind'.
Aan de andere kant bevindt zich de hedendaagse opvatting van kindsheid
als een selectief principe. Kinderen gezien als een deel van het
mensdom dat overblijft. Kinderen die de objecten zijn van ontwikkelingsstrategieën
en doelen van consumententrainingen.
De Kindercultuur moet niet gaan werken als een cultuur vóór
kinderen
We moeten leren ín de cultuur van kinderen te leven. In
veel opzichten nodigen ze ons uit om te delen in hun kunst van
bewust leven, van levensvreugde en in de vaardigheid van uitwisseling
binnen relaties.
De rechten van kinderen
voor wat betreft kindermishandeling en kindermisbruik kunnen
alleen maar door een wet beschermd worden.
Cultuur is een weerspiegeling van alle belangrijke levensvragen
die kinderen ons stellen, soms expliciet maar vaker impliciet.
We moeten wel de moed hebben naar hen te luisteren.
Kinderen, zoals alle deelnemers aan en processen in het leven,
vragen om situaties die vrij zijn en in zoverre beperkt zijn dat
er voldoende ontwikkeling voor het spel van actie en reactie is.
Situaties waarin ze hun mogelijkheden van zelfkritisch onderzoek
en vreugdevolle begaafdheid ontwikkelen omdat ze hun eigen deel
daarin hebben.
Dit alles zien we als een alternatief voor de begrippen autoritair
en antiautoritair onderwijs.
Kinderen zijn tegenwoordig, meer dan ooit, blootgesteld aan overheersende
werking van sommige zogenaamde communicatietechnieken,
aan de geïndustrialiseerde reconstructie van het leven en
aan de vernietiging van hun levenspad.
We eisen een leven met een diep respect voor hun levensvreugde
en hun kracht om de wereld opnieuw te ontdekken.
Onze
moderne samenleving ondergaat een elementaire crisis
Een verwarring in een oriëntatie op denken, handelen en voelen.
We hebben precies datgene nodig wat traditioneel revolutie genoemd
werd, maar we kunnen ons geen revolutie of oorlog meer veroorloven.
Laten we begrijpen dat het enige alternatief voor revolutie de
vernieuwende originaliteit is die onze kinderen ons zo overvloedig
aanbieden.
We verwachten dat de getuigenissen van degene die met de wijsheid
van kinderen leven en zich bekwamen om die wijsheid te beantwoorden.
Het zijn vooralsnog voornamelijk moeders en degenen die een moederlijk
deel in de relaties van onze samenleving innemen, die samengebracht
moeten worden.
Ze moeten gedocumenteerd worden om onze historische manier van
redeneren te realiseren. We eisen daarom dat internationale instituten
zoals UNESCO hun institutionele mogelijkheden beschikbaar stellen
om een dergelijke documentatie op zich te nemen.
***
Geschiedenis van Literaire Vorming 1931-1995
De Jonge geschiedenis van Literaire Vorming, gezien door de ogen
van Henk van Faassen.
Een beschrijving van het ontstaan en de ontwikkeling van de discipline
literaire vorming, taalvorming en taaldrukken. Een objectieve
geschiedschrijving is altijd schijnbaar objectief. De objectiviteit
is meestal het masker waarachter de machthebbers zich met hun
onderdrukkende opinies verschuilen.
Objectiviteit bestaat niet omdat iedereen zijn individuele werkelijkheid
beleeft. Je zou kunnen zeggen dat de natuur pas bestaat als er
door de kunsten aandacht aan geschonken is, als er een schilderij
van gemaakt is of een gedicht over geschreven is.
Het is eigenlijk heel eenvoudig: iedereen kan schrijven, teksten
zijn van iedereen.
Ergo literatuur bestaat niet. Nirav Christophe.
***
Studieconferentie
Kinderen tussen letteren
Kees Baart, hoofd van de Freinetschool in Hoofddorp en de dichter
/ docent Geert Koefoed lezen de kinderteksten.
Een beeld van literaire vorming in het basisonderwijs.
Nora Roozemond,
inspectrice voor Kunstzinnige Vorming noemt het in haar openingstoespraak
een bijzondere bijeenkomst omdat het vermogen van kinderen om
poëtisch te schrijven centraal staat.
Maar ook omdat er zo veel taaldrukkers uit het land bijeen zijn
om te zorgen dat de werkelijke belevingswereld van kinderen een
plaats in het onderwijs krijgt.
Wat Literaire Vorming, schrijven, vertellen, voorlezen, voordragen,
lezen, literatuur beschouwen en taaldrukken moet, of kan, zijn
wordt vastgesteld door de Inspectie KV en AK
***

De
jongste deelnemer aan de conferentie
Hier is taal nog niet geweest
Geert
Koevoed hield een lezing, een
Theo Vesseur Lezing.
'De transcendente kwaliteit van taal is nauw verbonden met
poëzie en lessen creatief schrijven.'
Theo Vesseur zei: "Poëzie onderricht is het leren grenzen
van taalmogelijkheden te overschrijden en het onzegbare toch bij
benadering onder woorden te brengen."
Soms hebben we het gevoel dat we nu geen woorden hebben voor de
ervaring die we willen verwoorden, maar dat ze er in potentie
wel zijn:
"Hier is taal nog niet geweest, maar zij zal er wellicht
nog wel eens komen"
Grenzen van taal: het gevoel Iets te willen zeggen waar geen woorden
voor zijn; het gevoel alleen te zullen blijven met mijn gevoel.
Daartegenover: de ervaring, niet alledaags maar, voor wie er ontvankelijk
voor is, ook weer niet zo zeldzaam, dat er in taal iets nieuws
uitgedrukt wordt, iets moois, iets subliems; dat taal ergens komt
en ons ergens brengt, waar taal zelf en wij nog niet geweest zijn.
Voor wat we voelen ken ik geen beter woord dan ontroering.
***
U kunt deze lezing opvragen bij: archief
|
|
1996
Het
jaar dat er in Groot-Brittannië tien mensen aan de ziekte
van Creutzfeldt-Jacob sterven na het eten van vlees van runderen
die lijden aan BSE, de 'gekkekoeienziekte'
Bananen
en de kunsten
Forum on Children's Culture
28-30
augustus
1996
Kopenhagen Culturele hoofdstad van Europa
The Royal Danisch School
of Educational Studies
Kunst
en Kunstenaar
Er gaapt een steeds grotere kloof tussen kunstenaars en niet-kunstenaars.
Niet dat kunstenaarsmensen beter gevonden worden dan niet-kunstenaarsmensen,
of andersom.
Er ligt een profaan principe aan dit verschil ten grondslag:
kunstenaars moeten betaald worden voor hun inspanningen.
Bakkers kunnen niet leven als alleen bakkers brood kopen. Daaruit
volgt dat het kopen van kunst moet geschieden door niet-kunstenaars.
Daar niets op tegen, een voorwaarde is dat niet-kunstenaarsmensen
zelf ook eens brood mogen bakken in een vorm en met een smaak
die ze bevalt.
Vorming is een begrip uit de zestiger jaren en dient volgens
sommigen vervangen te worden door een 'dynamischer' begrip Kunsteducatie.
Het spoort mensen aan te leren dat er bakkersbrood te koop is,
een soort gedwongen winkelnering ingesteld door een overheid
die graag ziet dat kunstenaars minder subsidie opeisen.
Gerrit Komrij vergeleek de nota 'Verzorgingsstructuur'
met de buikloop van een doodzieke olifant. Hij foeterde nog
wat door op zijn kenmerkende manier: 'In deze dynamische middelpunten
van vorming mogen bejaarden boetseren, werklozen figuurzagen,
invaliden een rollenspel spelen en slonsjes op de trekharmonika,
er wordt met handen en voeten, met knieën en ellebogen
tegelijk geschilderd en arbeiders schrijven er in hun vrije
tijd poëzie. Leve de kunst!'
Zo erg als Gerrit het omschrijft kan het natuurlijk niet geweest
zijn, maar men kon zich wel afvragen of de kunst niet in handen
van welzijnswerkers gevallen was en dat dit wel moest leiden
tot een onwenselijke vorm van kunsteducatieve betutteling.
***

Twee
Professoren en hún Banaan
De gehele conferentie Forum
on Children's Culture zit ingeklemd tussen de lezingen van
twee zeer stramme Pruisische professoren, karikaturen van zichzelf.
Aan het eind van de conferentie zie ik ze op het gazon van de
Koninklijke Deense Educatieve Hogeschool een praatje met elkaar
maken. Beide deftige heren hebben een gepelde banaan in de hand.
De eerste professor is Dr. Hartmund
von Hentig, van The Bielefeld Laboratory School.
De ander Prof. Dr. Rudolf zur Lippe van de universiteit
van Oldenburg.
De banaan van Von Hentig begint met de vraag hoe we de cultuur
van kinderen moeten definiëren.
Von Hentig vindt het onjuist dat we de cultuur van kinderen
willen construeren. De druk van cognitiviteit ontneemt de kinderen
hun natuurlijke mogelijkheden. Er is sprake van een overheersende
werking van techniek, de politiek, de media en zo meer.
Gastvrijheid is ook kunst
Hartmund schudt droevig nadenkend zijn hoofd. Cultuur is niet
de laag die kunst over ons legt.
Cultuur is de kwaliteit van het individu die omgaat met kunst.
Dat is iets dat ik wil doorvertellen: nu hoor je het eens van
een professor!
Hartmund gaat verder: Cultuur is de som van mogelijkheden die
een groep heeft. Niet alleen de mediacultuur, hoe frustrerend
van achterlijkheid ook als ik alle producten voor me zie. Niet
alleen de politieke cultuur, maar vooral een orale cultuur overgedragen
van mens op mens zonder tussenkomst van manipulerende krachten.
De cultuur van gastvrijheid bijvoorbeeld.
Kinderrepubliek
Soms worden ze bij elkaar gelaten om zich in alle vrijheid te
ontwikkelen en te ontplooien.
Maar op een ander moment worden ze gedwongen deel te nemen aan
de cultuur van de volwassenen.
Op die manier kunnen kinderen nooit een eigen cultuur ontwikkelen.
Bestaat er soms een kinderrepubliek? Een kindereconomie of een
kinderpolitiek?
Wacht even, niet iets vóór kinderen maar iets
ván kinderen! Nee toch?
Dan was het in de middeleeuwen wel iets beter. Daar mengden
zich de kinderen tussen de volwassenen, ze werden niet onderwezen
en leerden door participatie.
Dat werd behoorlijk anders toen men de educatie ontdekte, compleet
met alle opgelegde morele waarden.
Daar kwam nog bij dat in de 18e eeuw de school uitsluitend voor
jongens was.
Tegenwoordig worden er pogingen gedaan de kinderlijkheid zoveel
mogelijk af te zonderen van de boze grote mensen wereld.
We stoppen kinderen allemaal in een
soort Disneyland
Scholen zijn getto's voor kinderen geworden. Waar kinderen vroeger
in grote huizen, soms kastelen, met volwassenen samen leefden
zitten ze nu opgeborgen in gezinshokjes. Die gezinnetjes worden
angstvallig afgescheiden van de boze wereld, van het leven op
de straat waar het onveilig moet zijn. Het gezin als hoeksteen
van de samenleving, maar wel een samenleving vol, christelijke,
waarden en normen.
Mevrouw Margaret
Mead zei het al: 'als we onafhankelijke kinderen
willen opvoeden moet er behoorlijk wat veranderen aan het gedrag
van volwassenen'.
Cultuur is geen techniek die je in
een cursus leert
Het is zeer de vraag of we de culturele expressie over kunnen
laten aan kunstmusea en schilder- en dramalessen op centra voor
kunsteducatie. Het lijkt wel een veilig idee om kunsteducatie
als cultuureducatie te beschouwen, maar dat is het niet. In
dat relatief veilige getto van een kunsteducatiecentrum kan
geen blind paard schade doen. Denkt men. Maar dat is niet zo.
Cultuur is een contour van ons bestaan, hoe we ons huis inrichten,
hoe we een verleidelijk lekker diner koken, hoe we onze tijd
indelen en hoe we sterven. Cultuur is de manier waarop we onze
kinderen opvoeden.
Mijn
eigen Banaan
Ik begrijp dat het niet gaat om de techniek van het opvoeden,
maar om de grondhouding van de opvoeder. Maar hoe vertel ik
dat nu aan mensen uit het onderwijs en kunsteducatie die van
opvoeden hun beroep gemaakt hebben?
Ik stel voor dat we als consulenten en docenten kunstzinnige
vorming uitsluitend bezig gaan met onze eigen ontplooiing, maar
dat wel zo doen dat er kinderen en volwassenen bij betrokken
zijn en, als ze dat willen, ons wat leren. Impliciet of expliciet.
Dat houdt in dat we van nu af aan ophouden met slimme leergangen
te bedenken voor anderen, maar goed kijken naar wat mensen ons
te bieden hebben.
We houden op mensen in ons kunstweb gevangen te houden.
Afgesproken.
Maak mensen sterk en hun denken helder
Dat valt allemaal niet te beperken tot kunsteducatie.
Ik herken het verhaal van von Hentig.
Ik wil ook geen methodiek volgen om kinderen te laten experimenteren
met hun zintuigen.
Geen technische verhandelingen over zoogdieren, maar met je
neus in de vacht van een dier in de klas. Geen opsomming van
Latijnse namen van planten, maar met blote voeten in een eigen
schooltuintje.
Economische krachten houden een kleine
revolutie tegen
Neem bijvoorbeeld 'werk'. Het doel ervan is vaker een economische
overlevingskans in plaats van een culturele ontwikkeling.
Hartmut Von Hentig:
Kunst is niet goed in zichzelf
Kunst is goed in relatie tot een rechtvaardig politiek systeem.
Werkelijke educatie kunnen we niet overlaten aan specialisten.
Werkelijke educatie ontstaat door vrijheid van opdoen van ervaringen.
Rudolph Zur Lippe:
Kindercultuur mag absoluut nooit een programma van Cultuur vóór
Kinderen zijn.
We moeten kinderen voorzien van mogelijkheden om op eigen kracht
creatief te zijn.
De begeleiders moeten daarbij het plezier in, en het belang
van, een zinvolle dagelijkse interactie met onze kinderen ontdekken.
Het is een belangrijke voorwaarde voor een goede ontwikkeling
van de menselijke cultuur in het algemeen en die van kinderen
in het bijzonder.
Henk
van Faassen:
Kunst is dat wonderbaarlijk samengestelde proces waarbij de
kunstenaar de grenzen hier en daar verlegt.
Kunsteducatie is per definitie onmogelijk.
Maar we kunnen wel proberen de groei van kunstenaars en niet-kunstenaars
in het verlengde van elkaar te laten plaatsvinden. In vrijheid
opdoen van ervaringen.
Roots
and Wings
Je wortels en je vleugels, deze twee waarden geeft een indiaan
aan zijn kinderen mee.
Daarop gebaseerd is er een Deens project dat een school zonder
muren voorstaat. Een school op wielen bijvoorbeeld waardoor
kinderen mondiaal leren denken maar wel plaatselijk actief blijven.
Er is een Deense wet die zegt dat kinderen hun eigen cultuur
moeten bestuderen en kennis hebben van andere culturen.
Opnieuw komen de aloude ideeën over praktijkervaringen
van Freinet uit de kast.
Zelfkennis als een levenslang proces.
Het Dagelijkse Leven is een onzichtbare
Banaan
Een banaan opgebouwd uit cyclische gebeurtenissen.
Het gevaar bestaat dat als we kinderen in de eerste vijf levensjaren
opbergen in de getto's van de crèches hun leerproces
beperkt wordt. Ze moeten het ware leven in!
Omdat tijd geld is blijkt er weinig tijd te zijn voor het praktische
leren. Daarom probeert men leerprocessen op papier te zetten
en zo over te dragen.
Helaas.
We leven in de eeuw van de informatie
Hoe meer informatie we krijgen hoe minder kennis we verwerven.
Je kunt kinderen informeren als ware het objecten. Je kunt kinderen
echter niet 'be-kennissen'. Kennis is een persoonlijke staat
waarin je je bevindt. Daarom moet kennis omgezet, vertaald worden
naar informatie om het te kunnen overbrengen en niet andersom.
Informatie is op te slaan, kennis is altijd persoonlijk en daarmee
niet op te slaan in algemene systemen als het onderwijs. De
persoonlijke herinnering en nog belangrijker de intuïtie.
Een leerproces van een vaardigheid in het bedienen van bijvoorbeeld
een apparaat verloopt in verschillende stadia. De eerste in
de winkel waar de verkoper je uitlegt hoe het werkt. Daarna
leer je thuis op je gemak met de handleiding erbij tot je uiteindelijk
een automatisch niveau van bedienen bereikt.
Die volgorde is ook voor het leren van kinderen belangrijk.
Kinderen moeten niet getraind worden in het opslaan van informatie
maar in verwerking van wat in de wereld om hen heen aan de orde
is. Kennis van die wereld kan uitsluitend door het kind zelf
opgebouwd worden. Ze leren als ze werken, als ze emotioneel
betrokken zijn. Ze leren niets als ze een bepaalde onder- of
bovengrens bereiken.
Conclusie:
We moeten niet zorgen voor een
goed geïnformeerde generatie, we moeten een generatie van
kennisdragers op laten groeien.
Mijn
banaantje
In mijn dagelijkse taaldrukkerspraktijk komen die uitnodigende
situaties te kust en te keur voor.
Mijn verlangen om kinderen te verlossen van de dwangbuizen van
alle mogelijke dode lesmethodes wordt gesteund door het denken
van Zur Lippe
en Hentig. Daar ben ik blij
om.
Men lijkt slechts geïnteresseerd in de financiële
beheersbaarheid van educatie. Het is treurig te ervaren dat
de oorspronkelijke inzet van de kunstenaars die De Werkschuit
opgericht hebben en de ontwikkeling van Kunstzinnige Vorming
ingezet hebben, nu verkwanseld wordt, ingeruild voor een hype,
de waan van de dag, of liever gezegd de waanzin van de dag.
***

Célestin Freinet en
de kinderen
In
Beweging
Het is honderd jaar geleden
dat Célestin Freinet geboren is. Op 8 oktober 1966 werd
hij in zijn geboortedorp Gars begraven.
Een nieuw Freinettijdschrift verschijnt. Het heet 'In Beweging'.
Dat is een goede naam voor een Freinetbeweging.
Er moet nog steeds voortvarend aan de ontwikkeling van de Freinetpedagogie
gesleuteld worden.
Frans Versluis is de man die de Coöperatie Drukpers
op school" begon en Kees Baart, hoofd van de Freinetschool
in Hoofddorp was de drijvende kracht achter de Freinetbeweging.
En dan was er Willy Jansen Schoonhoven die in 1979 het
boek 'De aktualiteit van
Freinet' schreef. Het handboek 'Freinetonderwijs, een eigen
wijze van onderwijs'werd samengesteld door Jeroen Tans
en John Bronkhorst. Zonder vele anderen te kort te doen
is hiermee wel de harde kern van het Freinetonderwijs in de
begindagen aangegeven.
Boekdrukken is meer dan spelen met
letters
Vanaf 1920, het moment dat Celestin Freinet de waarde van een
drukpers op school herkende voor de kinderen van het dorpsschooltje
in Bar-sur-Loup, heeft hij ervoor geijverd om de teksten die
de kinderen schreven buiten het schooltje te verspreiden.
Om dat mogelijk te maken ontwikkelde hij daarvoor werkvormen
en technieken.
Die technieken gingen verder dan een leuke spelactiviteit.
Freinet herkende de waarde van een handeling, in dit geval van
boekdrukken, die van het begin tot het einde voor de kinderen
inzichtelijk is. Ze kunnen lijfelijk ervaren hoe het is om het
gewicht van het woord te voelen dat je net, letter voor letter,
uit een zetkast samengesteld hebt. Het geluid van de inktroller
te horen en de typische geur van drukinkt op te snuiven. En
bovenal het trotse gevoel dat de kinderen krijgen als de bladen
met hún woorden aan een waslijntje te drogen hangen.
Nog trotser als anderen het boekje in handen nemen en de teksten
lezen.
Hoe
gaat het vandaag aan de dag?
De kinderen typen moeiteloos hun verhalen over zielig gefokte
kippen en huilende zeehondjes op de computer. Een spellingscontrole
maait hen het gras voor de voeten weg als ze zich afvragen of
alle woorden wel kloppen. Grinniken om door elkaar geraakte
letters en vreemd gespelde woorden voor kip en zeehond is er
niet meer bij. Terwijl gebleken is dat de kinderen juist daarvan
zo veel leren.
De computerprogrammeur, een man die ze nog nooit gezien hebben,
heeft ervoor gezorgd dat alles wat je schrijft in de meest bizarre
lettersoorten en in alle kleuren van de regenboog geprint wordt.
O, wil je dat alle woorden dansen als waanzinnigen? Druk maar
op een toets en hup daar gebeurt het.
De kinderen aanvaarden dat moeiteloos, zoals ze ook accepteren
dat een dode kip een pakketje roze spieren is dat in de supermarkt
ligt en een aandoenlijk kijkend zeehondje in de zeehondencrèche
woont. De relatie met de scharrelkippen en de Waddenzee is verbroken.
***
Op weg naar beter onderwijs in de Nederlandse Taal
Als een Commissie ontdekt dat er een taalachterstand bij meertalige
kinderen bestaat zegt de Minister van OCW dat er een actieplan
moet komen. Nederlands in groep 1 en 2 moet meer als onderwijs
dan als ontwikkeling aangeboden worden (volgens Verhoeven &
Vermeer 1989) Iets dat we met de kennis van nu mogen betwijfelen.
Voor lezen moeten er procesgerichte leesmethoden en interventieprogramma's
komen. Het schrijven is sterk op het product gericht en minder
op het proces. Het onderwijs bestaat voornamelijk uit de opdracht:
schrijf een opdracht over dit of dat. De criteria ontbreken.
'Cultuur en school', cultuureducatie
moet versterkt worden.
Alweer een ministeriële notitie
De steunfunctie-instellingen op het gebied van kunstzinnige
vorming moeten een intermediair zijn voor het voortgezet onderwijs
als het nieuwe vak 'Culturele en kunstzinnige vorming' (CKV)
op het rooster komt te staan. CKV1: Cultuur en Maatschappij,
is verplicht vak. CKV2 is een grote bak aan dans, drama, beeldend
en muziek. CKV3, daar zit dan vaktheorie en praktijk bij.
Je kunt in dit vak eindexamen doen en dat doen veel leerlingen
die er de mogelijkheid in zien hun totale examenpakket leuk
op te vrolijken.
***
>
naar boven
> verder
> terug naar index
|
|