|



Voorwerpen die verhalen uitlokken

Nadenken over de wisselwerking tussen
taal en beeld.
Kindertaal
De taalontwikkeling van jonge kinderen is hun meest opvallende
intellectuele prestatie
Over hoe dat gaat zijn de deskundigen het niet altijd eens.
Er is een visie die de taalverwervingskracht zelf het belangrijkste
vindt. Dan is er een visie die aandacht voor de ondersteuning
van de taalontwikkeling vraagt. Noam Chomsky dat taalverwerving
een aangeboren vermogen is. Waar dat vermogen dan zit, daarover
is men het niet eens.
Als dat vermogen er is moet het gevoed worden door de moedertaal,
zodat kinderen zelf die taal gaan produceren. Chomsky is bang
voor de slordigheden in het taalgebruik van de opvoeders: ze onderbreken
elkaar voortdurend, maken zinnen niet af of mompelen maar wat.
Tegenover baby's en heel jonge kinderen: een hoog stemmetje opzetten;
nadruk op intonatiecontouren van zinnetjes; pauzes tussen woorden
en zinnetjes; articulatie en mondstanden; babywoordjes; geluidnabootsingen;
verkleinwoorden; 'plasje doen' in plaats van 'plassen'; herhalingen;
vragen: 'wat doet papa?'; 'bokke pelen' meteen corrigeren in:
'O, je wil met de blokken spelen?'; in hier en nu termen spreken;
semantische relaties leggen door aantrekkelijke onderwerpen ter
sprake te brengen.
Waar
zijn we het over eens?
Een goed taalaanbod is nodig, liefst vanaf de geboorte. Als dat
voor de puberteit er niet is komt het niet meer goed. Kortom er
is nog wel wat te doen aan de relaties tussen taalaanbod van de
omgeving en het taalgebruik van de kinderen die allemaal een eigen
leerstijl blijken te hebben.
***
Kinderen
zijn geen foto's,
ze ontwikkelen zichzelf
De ontwikkeling bij kinderen is geen mechanisch of
chemisch proces.
Menselijke ontwikkeling drijft op eigen kracht.
Een ervaringsgerichte leerkracht is niet iemand die zegt te weten
wat geleerd moet worden.
Die helpt kinderen om zelf hun weg te vinden.
De grondlegger van Ervaringsgericht Onderwijs is Ferre
Leavers die het EGO ontwikkelde aan de Universiteit van Leuven.
Tussen de onderwijsvernieuwende stromingen neemt het een plaats
in naast de pedagogie van Freinet en Whole Language van Goodman.
Een
vonk en een tegenwind
Ondanks dat er veel enthousiaste leerkrachten zijn die de vonk
overnamen zijn er leerkrachten die zich aangevallen voelen. Iedere
vernieuwing betekent het verlaten van de vertrouwde dagelijkse
praktijk. Het eerste dat een onzekere, of gemakzuchtige leerkracht
doet is betwijfelen of het concept haalbaar is en de voorstanders
ervan af te schilderen als lastige betweters.
Die leerkrachten zijn bevreesd als een en ander niet spoort met
de 'leerlijnen' die de inspectie van hen eist.
***
Kinderen
willen lezen
Er is iets merkwaardigs aan de hand. Moeders blijken zich minder
zorgen te maken over wat hun kinderen lezen,
maar meer hoe ze het lezen moeten leren.
Als hun kinderen op school leren lezen blijkt iedere leesactiviteit
zich los van een inhoudelijke noodzaak te voltrekken.
Het
verlangen
Kinderen zijn wezens die van nature willen lezen, spreken en schrijven
en die betekenis geven aan wat ze denken.
Ze verlangen er naar om te lezen. Ze voelen aan het papier van
het boek en beduimelen de bladzijden die ze gelezen hebben. Als
ze dat doen is het niet meer dan waarschijnlijk dat ze daarbij
stemmen horen en met hun lichaam het verlangen voelen iets te
weten te komen.
Zo krijgt leren lezen en schrijven vorm.
***
|
|
1994 Het
jaar waarin Apartheid afgeschaft wordt. Nelson Mandela wordt
de eerste zwarte president van Zuid-Afrika
Voorwerpen
die Taal uitlokken
Dingen
in de kring
Tijdens de presentatie van het boek 'Dingen
in de kring' zie ik hoe vanzelfsprekend kinderen de voorwerpen,
die hun juf op tafel uitstalt, met hun verhalen kleuren.
In de meeste kleutergroepen begint de schooldag in de kring.
Het vormt een klassikaal vast moment van de dag.
Kinderen laten elkaar dingen zien die ze meegebracht hebben
en als het goed is vertellen ze er meer over dan dat ze het
voorwerp benoemen. Ze leren al meteen dat verschil tussen vertellen
en benoemen.
Er is rust, niemand loopt rond of sliert over de grond. De kinderen
kunnen elkaar goed zien en verstaan en ze weten wie er allemaal
zijn en wie er niet is. Wat is met de zieke kinderen aan de
hand? Dat willen we weten.
Verplicht nummer
Kringen waren lang een verplicht maandagochtend-nummer waar
leerkrachten van moesten zuchten.
Al die identieke verhalen over bezoeken aan pretparken en grootouders.
Vooral in de midden- en bovenbouwgroepen hoor je dat de leerkrachten
er niet meer aan beginnen.
Kringen die bestemd zijn om naar elkaars authentieke verhalen
te luisteren en daarna te gaan schrijven, spelen of drukken,
zijn nooit saai of moeizaam.
Als voorwerpen de bron van die verhalen zijn kan er eigenlijk
helemaal niets fout gaan. De associaties vliegen moeiteloos
door de kring.
Dat valt te leren van hoe het gaat met dingen in de kring en
hoe dat werkt in de onderbouw.
Het
boek is een belangrijke steun en bevat een complete leerlijn
door de hele basischool.
[Dingen in de kring, taalvorming
en drama in meertalige middenbouwgroepen, Suzanne
van Norden, 1994, uitgave SKVA/Kinderkultuur
en Bekadidact Baarn/Utrecht.]
[ Kinderculturen, over ervaringsgericht
intercultureel onderwijs, Suzanne van Norden, 1990, uitgave:
Stichting Kunstzinnige Vorming Amsterdam.]
***
Taal
bestaat niet zonder Beeld
De wisselwerking tussen ver-beelding en ver-woording een
voorwaarde is voor een talige ontwikkeling.
Vygotsky is van mening dat egocentrisch praten leiding geeft
aan het eigen doen, sturing aan het gedrag.
Hij voegt daar een dimensie aan toe: de intrapersoonlijke functie.
De functie van de taal is richting geven aan het eigen denken.
Het kan geen kwaad de theoriebloem van Vygotsky in de hele tuin
van onderwijstheoretici te plaatsen en daarbij de plaats van
taaldrukken aan te geven.
Schakels tussen Concreet en Abstract
'Taal bestaat niet zonder beeld
en niet zonder handelen.'
De oriënteringsfase is de voorbereiding op de uitvoering
van de materiële handeling.
De materiële fase: iets concreet doen.
De verbale fase: iets doen en verwoorden.
De mentale fase, een naar binnen gericht en geautomatiseerd
taalgebruik, wat je denken zou kunnen noemen.
Taal is een voorwaarde om als mens
te kunnen fungeren
De uitvoer: Wat je er ook instopt, er komt iets uit. Geklets,
mammawoordjes, brabbelen, echt praten.
De sociale functie van taal lijkt onomstreden.
Over de functie van egocentrisch taalgebruik lopen de meningen
uiteen. Voor Piaget is het een betrekkelijke functieloze overgangsperiode.
Piaget zoekt binnen het gebeuren van in- en uitvoer, schakels
tussen taalontwikkeling en verstandelijke ontwikkeling.
Creativiteit en Geletterdheid
Genoeg redenen om met meer dan normale aandacht naar het
begrip 'beeld' in het verband van taal te gaan kijken.
Taaldrukkers bewegen zich in de grensgebieden van ontwikkeling
van creativiteit, geletterdheid en technische leerprocessen
op taalgebied.
Daarboven in het interactieve gebied van taal en beeld.
Het is daarom niet vreemd dat in kringen van taaldrukkers veel
en vaak nagedacht wordt over beeldtaal en taalbeeld.
Mag het een geluk zijn dat ze een en ander niet vanuit een puur
wetenschappelijke houding onderzoeken?
Ontluikende Geletterdheid
Een term die men als paraplu gebruikt om alle kinderen van
de onderbouw te laten schuilen. In groep 2 en 3 van de basisschool
beginnen krabbels de vormen van letters aan te nemen.
De werkelijke bron van ontluikende geletterdheid in de beste
zin van het woord.
Met taaldrukwerkvormen kunnen ervaringen van kinderen op dat
moment voor het eerst, behalve met beelden, ook met woorden
vastgelegd worden, klaar om door anderen gelezen te worden.
Een eigen woord bij een eigen ervaring
Woorden die op dat moment voor hen van belang zijn, naast
of in plaats van de woorden die methodisch geleerd moeten worden.
Op een leuke en zinvolle manier leren omgaan met de letters
voor je eigen woorden en dat vanaf het allereerste moment.
De verhalen drukken ze zelf af op de limograaf. Ze maken vormstempels
als stap van ver-beelden naar ver-woorden.
Ze 'lezen voor' uit hun zelfgemaakte boekjes.
De stap van Vorm naar Letter
Dat de kinderen een eigen beleefde ervaring kunnen vertellen
is zinvoller dan te beginnen met roos, vis en pim.
Verwoorden en verbeelden, luisteren, naar een verhaal en naar
elkaar. Ze halen hun ervaringen aan de hand van gestelde vragen
voor de geest en associëren.
De kinderen schrijven en tekenen precies hoe dingen bij hen
zelf gaan, wat er gebeurt, waar het gebeurd is en zo meer. Ze
vertellen alsof ze 'voorlezen' wat ze hebben laten bijschrijven.
Een oude discussie
Beginnen we meteen met schrijfschrift, of komen de stokletters
eerst? Zijn de stokletters er alleen om te lezen? Op de scholen
is men daar niet helemaal uit maar doet men toch meer dan uitsluitend
oefenen van het schrijven.
Hoe ver liggen de schrijfmethode en het vertellend schrijven
uit elkaar?
Zonder
uitstel
Ik moet een onderscheid benadrukken tussen het leren van
de technische schrijfvaardigheid en de inhoud van het kunnen
schrijven: het verwoorden van ervaringen en het vastleggen ervan.
Die twee vormen staan een beetje op gespannen voet met elkaar.
Bij het leren verwoorden van ervaringen mogen kinderen niet
belemmerd worden door de techniek. Omgekeerd heb je de techniek
nodig om woorden herkenbaar op papier te krijgen.
Wat betreft de lettervorm die geleerd wordt: Kinderen worden
met een heleboel lettervormen geconfronteerd in kranten, op
Brintapakken, etiketten van pindakaaspotten, boeken, opschriften
in winkels en zo meer.
Het kan daarom geen kwaad dat ze met die verschillen leren omgaan.
***
Ontwikkelingsgericht Onderwijs
Een aantal Amsterdamse scholen wil onderwijsvernieuwing.
Een paar scholen kiezen voor ontwikkelingsgericht onderwijs
en vragen ondersteuning van de Taaldrukwerkplaats.
Na Freinet wordt nu de aandacht op Vygotsky
en de door hem ontwikkelde ideeën gericht.
Bij beide pedagogen is de talige ontwikkeling een bijzonder
aandachtspunt. Freinet die kinderen al jong wil confronteren
met de mogelijkheid van het verspreiden van eigen gedrukte teksten
en Vygotsky die zegt:
'Geschreven taal is niet alleen maar een vertaling van gesproken
taal. Het is een taal zonder geluid, onder meer een conversatie
met een stuk papier.'
De kenmerken van Ontwikkelingsgericht
Onderwijs
Observeer een kind in zijn activiteit en bepaal de volgende
stap;
Ontwikkel een handelingsgerichte aanpak;
Zorg voor samenhang tussen het kennisgebied en de vaardigheden;
Werk preventief: zorgverbreding is beter dan remediëring;
Werk met de kinderen in thematische hoeken.
'Wanneer we de ontwikkelingskansen van kinderen willen vergroten
moeten we rekening houden met de totale persoonlijkheid van
het kind.'
De Theorie van Vygotsky
Lev Vygotsky
(1896-1934) is een van de Russische onderwijskundigen
die lange tijd een beetje op de achtergrond geraakt is. Zijn
werk werd als 'anti-marxistisch' verdonkeremaand in de USSR.
Zoals Celestin
Freinet bekend is van het werken met de drukpers,
is dat voor Vygotsky
'de zone
der naaste ontwikkeling en de didactische beginsituatie'.
Ontwikkelend
Onderwijs nader bekeken
Het theoretisch onderzoek vanuit het Vygotskyaanse perspectief
van Ontwikkelend onderwijs is door Ineke de Jonge
bestudeerd. Enerzijds ziet ze, zoals wij, positieve effecten.
Anderzijds, als ze een en ander over het raster van de stellingen
van Van Oers
en Van Parreren legt, krijgt ze geen sluitend antwoord
en komt ze tot negatieve conclusies.
Die tweeslachtigheid zou bij een nadere bestudering minder kunnen
zijn. Ineke heeft onvoldoende antwoord gekregen op vragen:
Waarom vinden kinderen taaldrukken leuk?
Waarom krijgen taaldrukkers 'zwijgers' aan het praten?
Waarom zijn de kinderen trots op hun schrijfwerk en willen ze
het voorlezen?
Het gaat erom dat het kind in zijn ontwikkeling vooruit geholpen
wordt.
Als het onderwijs de zone van de naaste ontwikkeling moet zoeken,
geeft die de activiteiten aan waartoe het kind gemotiveerd kan
worden. Het heeft daarbij steun nodig. Kinderen kunnen en willen
meedoen als het een betekenisvolle culturele activiteit betreft.
Bijvoorbeeld als we een kind voorlezen zou je dat samen lezen
kunnen noemen omdat het kind meeleest, -denkt, -kijkt, -praat.
Dat is zo'n zone van de naaste ontwikkeling voor zelfstandig
lezen.
Spontaan begrip ontstaat door zelfgekozen handelingen en directe
omgang met mensen en dingen.
De taaldrukkers spreken over de ontwikkeling van een eigen deskundigheid
(de ervaring) als bron voor een authentieke talige productie.
Basisprincipes van de Ervaringsgerichte
Praktijk
Dialoog:
aktief luisteren en betrokken doorvragen, eigen initiatief en
een rijk en uitdagend milieu.
Vergroting van de betrokkenheid van het kind op wat het moet
leren.
Mondelinge taalontwikkeling: Er
wordt in het algemeen te weinig gepraat in de klas. In een kringgesprek
zijn bepaalde kinderen steeds aan het woord en haken andere
af. Eerst moet er een bepaald niveau binnen mondelinge taalontwikkeling
ontwikkeld worden alvorens begrijpend lezen en stellen aangeboden
kan worden. Lezen moet op hetzelfde niveau als luisteren en
spreken geplaatst worden.
Voor de leerkracht betekent dat: Een goede observatie en inschatting
van het taalniveau, taal uitlokken door goede dialoog, organisatie
van de klas aangepast aan taalaanbod en veel aandacht voor zij-instromers.
Lezen
moet vanaf het begin betekenisvol zijn
Functioneel voor 'begrip' en 'beleving'. Het moet aansluiten
bij individuele leesontwikkeling. Betrokkenheid bij lezen ontstaat
door aan te sluiten bij wat kind kan en weet. Eigen taalervaringen
inzetten. Vergroten van de activiteit van het kind met betrekking
tot lezen.
Vergroten van de samenhang tussen praten-schrijven-lezen.
***
Taaldrukken en Lezen
Naast technisch lezen en begrijpend lezen is er naar mijn
mening een groter en in het kader van ontwikkelingsgericht onderwijs
relevant gebied, namelijk Actief
lezen. Technisch lezen is het ontwikkelen
van een vaardigheid. Begrijpend lezen is ontwikkelen van een
vermogen tot inzicht in de stof.
Actief lezen omvat het hele gebied van creatieve betrokkenheid
op de inhoud. Toepasbaarheid van het lezen in communicatieve
processen. In dat laatste gebied houd ik mij het meest op.
Waarom vinden kinderen Taaldrukken leuk?
Als je kinderen vraagt wat ze van taaldrukken vinden, zeggen
ze altijd: 'Leuk'.
Pas wanneer ik in een nagesprek stel: 'Het woord leuk mag maar
één keer genoemd worden', komen andere, zoals:
interessant, leerzaam, tof, gezellig en dergelijke.
Ik geloof niet dat de kinderen op zo'n moment kwalificaties
geven voor taaldrukken op zich, maar weergeven hoe ze zich tijdens
het taaldrukken voelen. Dat is voor mij voldoende rechtvaardiging.
Kinderen vinden taaldrukken leuk omdat ze de reeks werkvormen
als totaal als plezierig ervaren. Ze herkennen het ontbreken
van een prestatiedwang omdat er in de reeks meerdere momenten
voorkomen waarop zelfs de leerling die in een taalles door alle
mogelijke oorzaken moeilijk meekomt, zich kan presenteren.
Hoe Taaldrukkers zwijgers aan het praten
krijgen
Het waarom is van toepassing op de leerkracht die de leerling
niet aan het praten krijgt. Er is een groot verschil in aanpak
tussen een leerling met taalachterstand die naar bijvoorbeeld
een remedial teacher gestuurd wordt en dezelfde leerling die
binnen de groep zijn persoonlijke talige waarde kan tonen.
Taaldrukken begint met een werkelijke belangstelling op te brengen
voor wat kinderen te vertellen hebben. Die houding voelen de
zwijgers aan.
Waarom zijn de kinderen trots op hun
Schrijfwerk
Het is een stukje van jezelf. Het zou wel eens zo kunnen zijn
dat het verwoorden van een persoonlijke ervaring productiever
is dan het bedenken van woorden bij een invuloefening. Een individuele
variatie is per definitie iets om trots op te zijn en bevrediging
in te ervaren.
Taaldrukken en de Wetenschap
Taaldrukken treedt werkzaam op in een van de theorieën
die Van Parreren
noemt:
'Er is een wezenlijk verband tussen leren en cognitieve ontwikkeling
en tussen cognitieve en persoonlijkheidsontwikkeling.
Kortom mijn stelling
Kind-volgend-onderwijs biedt de noodzakelijke bouwstenen voor
ontwikkelingsgericht onderwijs.
Taaldrukken hoeft geen vorm van ontwikkelend onderwijs te zijn
maar heeft wel gunstige effecten op de toepassing ervan.
***
>
naar boven
> verder
> terug naar index
|
|