Literaire Vorming
= Taalvorming
= Taaldrukken



Een Wonderbare Reis
Op zoek naar de Taal van Visuele Communicatie bezoek ik
het INSEA-congres in Stockholm.
Art As A Tool And Conveyor Of Knowledge, is het thema



Kinderen afkomstig uit Rinkeby, een buitenwijk 20 jaar oud, tekenen de oude stad van Stockholm, 700 jaar oud.



De beurs van Stockholm, tekening van een jongen van 12 jaar.
***




Mijn ouders zitten op de bank
Mijn broer is opgenomen in een psychiatrische inrichting
Ik probeer mijn zusjes en broertjes bij hen weg te houden
Ik doe de afwas, kook het eten, ik ruim op
Maar waar blijf ik met mijn emoties?
Mijn ouders zitten op de bank
Mijn broer is opgenomen in een psychiatrische inrichting

De beelden die de kinderen van nu opnemen
Onder de titel: 'Houd je hoofd bij de les en leg je hart het zwijgen op' schrijft Anne Ruth Wertheim over emotionerende lesinhouden binnen het projectonderwijs.

Kinderen maken vandaag de dag soms dingen mee die een dergelijke wisselwerking tussen hun ervaringen weergeven.
Ze zien de meest verschrikkelijke dingen op de TV, hoe jonge kinderen al moeten werken, dat er kinderen zomaar verdwijnen, ze zien beelden van de verschrikkingen van oorlog en natuurrampen.
Maar ze zijn ook benieuwd hoe die kinderen dan in dat kamp met elkaar speelden, welke spelletjes ze deden.
De kinderen van vandaag vergelijken die verhalen met het spel dat ze op het schoolplein spelen, maar ook met de erge dingen thuis als hun broertje in een inrichting terecht komt.
***


 



1988 Het jaar waarin boven Lockerbie in Schotland een bom in een vliegtuig ontploft waarna het toestel brandend neerstort op het stadje

De Nota Letterenbeleid

Notitie Literaire Vorming en Taaldrukken
In een bijlage van de Nota Letterenbeleid staat de Notitie Literaire Vorming, want verschil moet er zijn.
De plaats voor taaldrukken is er nog niet duidelijk vastgesteld omdat het een taalactiviteit is en die bestaat nog niet binnen de kunstzinnige vorming.
Taaldrukken moet als een onderdeel van de discipline taal beschouwd worden, waarbij taal als volwaardig deelgebied van de kunstzinnige vorming erkend wordt.

Men discussieert over de definitie en spreekt uit:
Alles tussen alfabetiseringscursussen en het beoefenen van de letterkunde moet tot het terrein van de literaire vorming gerekend worden.'


Men stelt voor Taaldrukken 'Taal- en Literatuurvorming' te noemen

De Raad voor de Kunst zegt:
Enige gedachten over taalbeheersing, taalexpressie en taaldrukken zijn hier op hun plaats.

Correct taalgebruik en taalbeheersing zijn noodzakelijke voorwaarden om tot literaire uitingen te komen.
Als zodanig vindt literaire vorming zijn logische complement in taalvormingsactiviteiten, met name die, welke gericht zijn op creatief en expressief taalgebruik.
Onder creatief en expressief taalgebruik dient in dit geval niet te worden verstaan het louter creëren van zinnen, het in taal vormgeven van denkbeelden en het zoeken naar woorden om eigen gevoelens of gedachten vorm te geven.
Artistieke overwegingen dienen hier, evenals in andere disciplines van de KV, een doorslaggevende rol te spelen. Hetzelfde geldt voor het taaldrukken, een primair op de persoonlijke vorming gerichte werkvorm, waarin heterogene groepen in een laagdrempelige situatie worden uitgenodigd hun eigen teksten te schrijven, te drukken en te verspreiden.

Taaldrukken is laagdrempelig
Het kan niet worden ontkend, dat de lage instap van het taaldrukken een sterk verbredend effect kan hebben voor het bereiken van creatieve activiteiten en het moet niet uitgesloten worden geacht, dat er een uitstroom in de richting van andere taal- of literatuuractiviteiten is.
Voor taaldrukken als werkvorm, met zijn typische vermenging van talige en beeldende invalshoek, is echter slechts dan een plaats binnen de literaire vorming voorzover kunstzinnige criteria centraal staan.



De inspectrice kunstzinnige vorming Nora Roozemond schrijft:
Wij achten specifieke, beleidsmatige aandacht voor taal en literatuur in de kunstzinnige vorming en amateuristische kunstbeoefening als zelfstandige discipline een juiste zaak.
In de afgelopen jaren hebben wij een inhoudelijke groei van de sector taal binnen de KV en AK kunnen constateren, zowel in actieve als in receptieve zin.
Het is ons inziens een terechte zaak deze discipline niet als onderdeel van de dramatische vorming te beschouwen. Taaldrukken als onderdeel van de sector taal en literatuur is naar ons oordeel een goede plaatsbepaling.

Over de naamgeving moet nog wel gediscussieerd worden.

De inspectie adviseert Taalvorming,
d
e Minister besluit dat het Literaire Vorming moet heten
Literaire vorming kenmerkt zich in mijn gedachten door een actieve en een receptieve component, die elkaar in een onderlinge wisselwerking versterken en waarbij steeds aan overwegingen van articiteit en de relatie met literaire kunstuitingen een belangrijke betekenis wordt toegekend.

Het actieve gedeelte: op creatief en expressief taalgebruik gerichte aspecten: taalexpressie, anderzijds meer ambachtelijke elementen: genres, stijlen, opvattingen, methoden en uitdrukkingswijzen.

Receptief: literatuurbeschouwing en lezen.
Taaldrukken beschouw ik expliciet als onderdeel van Literaire vorming, als mengvorm van talige en beeldende expressie.
De minister, namens deze, P.F.M.Ballings.

***


Art As A Tool And Conveyor Of Knowledge,
het INSEA-congres in Stockholm
Een Wonderbare Reis op zoek naar de Taal van Visuele Communicatie

In de opvattingen van Dr. Elliot Eisner is de kunstproductie gericht op bevrediging en lust en niet op kennisoverdracht.
De filosofische kant is er een die idealiseert. Kunst ontwikkelt geen stellingen.

Er is geen vordering en er is geen onderzoek, dus geen kennis. Kennis is een gebied zonder emoties.

Er bestaat geen artistiek soort kennis en begrip. Er is bij culturele ontwikkeling sprake van twee functies.

De biologische hersenfunctie, waarmee je geboren wordt en die je handelen stuurt. De ander is de geest, het verstand. Kinderen worden zonder verstand geboren.
De geest is cultureel bepaald en is in staat te groeien, kan ontwikkeld worden.
De programma's van leerkrachten zijn daarop gericht. Maar dan is de inhoud van het programma, goed of slecht, plus de leerkracht met een eigen culturele achtergrond, de bepalende factor.

Een filosofisch standpunt van Eisner is:
Een gedicht, of een schilderij en dergelijke, over een bepaald persoon gaat niet over een bepaald persoon maar over een persoon die lijkt op een bepaald persoon.

Kunst is geen imitatie van de natuur maar andersom.
Een schilderij belicht een stukje van de natuur en maakt het in die zin herkenbaar. Schilderijen hebben daarmee een functie in de cognitieve structuren van de natuur.


Kunstzinnige vorming ontwikkelt individuele oplossingen en het onderwijs erin vraagt om een andere aanpak dan bijvoorbeeld technisch taalonderwijs.
Als je spelling onderwijst, wil je dat alle kinderen dezelfde spelling volgen en niet met creatieve oplossingen aankomen.
In de uitvoering van kunstzinnige vorming is er een ruimere blik en een ruimer concept nodig. De creatieve ontwikkeling is teveel verwaarloosd ten gunste van de cognitieve ontwikkeling.

Meer kinderen moeten meer kansen krijgen en kunst is daarvoor niet slechts een stuk gereedschap.
Aldus samengevat: Eisner.


Zo hoor je het eens van een ander!
Om kunstzinnige vorming in het onderwijs in het licht van visuele communicatie te zetten, is voor de Zweedse, zowel als voor de Nederlandse situatie een begrijpelijke zaak.

Het is noodzakelijk het nog steeds, of opnieuw, verstoorde evenwicht tussen de cognitieve en de affectieve gebieden van de opvoeding en het onderwijs te herstellen.

Visuele vormen van kunst, en waarschijnlijk ook auditieve, zijn altijd verwaarloosd waar het ging om de inhoudelijke communicatieve waarden.
Een kindertekening was een kindertekening: leuk om te zien, leuk om mee bezig te zijn, goed voor het oefenen van bepaalde kennisaspecten, zoals hoe we de kleur groen mengen van blauw en geel.
Een kindertekening wordt gemaakt op momenten, dat er een gat in het serieuze schoolprogramma valt.


Taaltekening
Het geven van bijvoorbeeld een meer betekenisvolle plaats van beeldend werken in het onderwijsleerplan is een nuttige zaak.
Het werkelijk accepteren van een Taaltekening met vergelijkbare zorg en aandacht als een dictee, is een andere zaak.
De zorg, dat de kinderen niet als analfabeten opgroeien, heeft het onderwijs nu op zich genomen en we hopen dat het zal lukken een hoger percentage taalvaardigen dan voorheen af te leveren.

Dat alfabetisering met letters te maken heeft ligt in het woord besloten.
Een vergelijkbare term voor 'niet-beeld-vaardigen', met dezelfde sociaal stigmatiserende betekenis als 'analfabeten', bestaat niet.
We stellen ons tevreden met de vaststelling, dat bepaalde mensen geen 'talent' hebben en daar blijft het bij.


Het INSEA-congres staat bol van kunstvaardigheden
Ze moeten aangeleerd worden om de kunst te beoefenen.
Als ik me bezig wil houden met de werkelijke vormingskant van kunst, moet ik een wonderbare reis door een wereld, bevolkt door art-teachers ondernemen.
Het leren zien zonder kunstzinnige bijbedoelingen is hiervoor een zinnige reisbagage.

Als taaldrukker kijk ik naar specifieke nieuwe inzichten in taalvorming. Ze zijn er niet.
Over literaire vorming wordt niet gesproken, de visuele communicatie krijgt alle aandacht.

Gevraagd: een nieuwsgierige houding op het gebied van de eigen belevingen, vertrouwen in eigen waarneming. Vervolgens moeten leraren vertrouwen krijgen in kinderen, die geleerd hebben te vertrouwen op wat ze ervaren.
***


naar boven

verder

index