|


De eerste kindercrèche in kibbutz Degania aan het meer
van Galilea. De kleine Moshe Dayan zit helemaal links.
De kibbutz werd al in 1909 opgericht. Moshe is het tweede kind
dat daar geboren werd. Na een roerige carriëre in het Joodse
leger, de Haganah, werd hij in 1967 Mminister van Defensie.

Vanaf
hun geboorte werden de kinderen in een speciaal huis onder verzorging
van een zogenoemde Metaplet geplaatst.
Moeders geven ze nog wel borstvoeding maar verder zaten ze in
groepjes van zes kinderen bij elkaar.
Tussen het avondeten en bedtijd was er het 'Love hour'
waarin de ouders de kinderen bij zich hadden.
***

Het schilderij 'The House of the Maggid' [1954] van Mordechai
Ardon. Een Maggid was een rondtrekkende prediker en verteller
van verhalen.



Kinderen tekenen in 1976 Jeruzalem ter gelegenheid van de tiende
gedenkdag van de hereniging van de stad. Bij die gelegenheid werden
kinderen uit de hele wereld gevraagd tekeningen in te sturen.
***
|
|
1958 het
jaar waarin Amerikaanse mariniers een invasie op een strand
van Libanon uitvoeren en de badgasten ze hartelijk welkom heten.
Kunstzinnige
Vorming in Israël
De staat Israël bestaat tien jaar
Ik besluit naar het land te liften om te kijken hoe de kinderen
in een kibbutz tekenen en schilderen.
Liften heeft me altijd al aangetrokken. Naar Israël liften,
helemaal over land, moet mogelijk zijn.Een visum staat op een
separaat document. Op deze manier hoop ik geen moeilijkheden
te krijgen als ik door Syrië en Jordanië wil reizen.
Ik heb gehoord dat de Israëli's me er bij de Mandelbaumgate
wel door zullen laten. Het consulaat kijkt er niet van op dat
ik dat zo wil, er zijn meer reizigers die liever geen Israëlisch
stempel in hun paspoort hebben.
Vertrek vanaf het Leidseplein
Op een van mijn laatste dagen in Amsterdam tref ik Cees Nooteboom
op het terras van Reijnders op het Leidseplein. Hij laat me
trots de drukproef van het omslag van zijn eerste roman 'Philip
en de anderen' zien. Als hij hoort dat ik op reis ga, wil
hij onmiddellijk mee. Hij heeft geen liftervaring, en ik weet
niet of het zo'n goed idee is met hem samen op te trekken.
Libanon gesloten, mariniers op het
strand
In Turkije zal het grote avontuur pas echt beginnen. Daar zijn
de mannen met kromzwaarden nog bezig hun harems te verdedigen.
Als ik in de zuidelijke havenstad Mersin een visum voor Syrië
en Libanon probeer te krijgen, lukt dat niet. Het blijkt dat
de Amerikanen een soort landing uitvoeren in Libanon. De politieke
situatie in de regio is behoorlijk gespannen en de grens blijft
voorlopig dicht.
De Libanese president Camille Chamoun heeft de hulp in
van de Verenigde Staten ingeroepen. De Amerikanen hebben toevallig
toch een marinevloot voor de kust van Libanon liggen en zijn
bereid tot een landing op het strand van Khalde vlakbij Beirut.
Dat is een merkwaardige gebeurtenis. De mariniers waren voorbereid
op een invasie in oorlogsgebied, maar werden hartelijk verwelkomd
door zongebruinde Libanezen die genoten van een mooie stranddag.
Per schip naar Haifa
De agent van Turkish Maritime blijkt mij geen ticket te kunnen
geven omdat hij op nadere orders wacht in verband met de invasie.
Ook zijn de prijzen verdubbeld. Ze eisen dat ik in dollars betaal,
terwijl ik een zak vol lira's goedkoop gewisseld heb.
Na veel heen en weer gedoe verzorgen de bank en de agent de
hele zaak en kan ik vannacht vertrekken. Ik moet me wel voor
donker melden. De Marmara ligt namelijk in de baai voor anker
en ik moet met een roeiboot overgeroeid worden.
Ik heb 3e klasse geboekt en zal tussen emigranten, ergens diep
onder in het schip, moeten slapen.
's-Morgens vroeg gaat het schip in Iskanderun weer voor anker.
We mogen niet van boord ondanks het feit dat we pas weer 's
middags verder varen. Het heeft allemaal te maken met een uitgebreid
douaneonderzoek. Vooral de emigranten moeten het ontgelden.
Ze hebben tafelzilver en dergelijke bij zich en moeten daarvoor
hoge uitvoerrechten betalen. Mij laten ze met rust.
Als hoge uitzondering mag ik naar de wal om mijn post op te
halen. Als ik terug kom is het douane onderzoek nog aan de gang.
Iedereen moet in de hutten en slaapzalen blijven, wat in de
hitte van de dag eigenlijk niet te doen is. Ik verveel me dood.
Omdat ik buitenlander ben laten ze me vrij rondlopen. In de
bar aan het dek is het beter uit te houden.
Helemaal aan het eind van de operatie blijkt dat ze vergeten
zijn mijn paspoort af te stempelen.
Weer moet ik, op eigen kosten, met een roeiboot naar de wal
om bij de politie een stempel te halen. Ik blijf ik nog wat
in de stad hangen en eet er wat. Dat blijkt geen slechte idee
te zijn want terug op het schip terug blijkt de 3e klas eetzaal
verzegeld te zijn. De immigranten krijgen niets meer te eten.
In de loop van de reis dring ik door tot de eetzaal 2e klasse.
Niemand zegt er wat van zolang ik maar de hoge prijzen betaal.
Het beloofde land
De onophoudelijke harde gesprekken van de Turkse emigranten
wekken me vroeg. Ik ontbijt in de eerste klas restauratie. Israël
komt in zicht en de emigranten raken opgewonden en verdringen
zich aan de reling om het beloofde land te zien. Ik ook. Het
zal nog wel even duren voor we kunnen ontschepen.
De politie komt aan boord voor de paspoortcontrole. Alles verloopt
vlot. De Israëlische douane valt mij niet lastig.
Als ik in Jeruzalem aankom is er af en toe onrust. Ik hoor geweerschoten
en iets dat lijkt op mortiervuur. Niemand trekt zich er echt
iets van aan. De straten naar het oude deel van de stad zijn
dichtgemetseld met betonnen muren die slechts een kleine gleuf
openlaten. Ik mag er niet naar toe.

Ardon: The Trap [L] The
Hous of Cards [M] The unborn [R]
Ik maak kennis met Mordechai Ardon
Hij wordt als Israël's grootste schilder beschouwd. Hij
studeerde aan het befaamde Bauhaus bij Klee, Kandinsky,
en Feininger. Behalve beïnvloed door het Bauhaus
haalt hij tijdens zijn studie aan de Academie van München
zijn inspiratie ook bij de oude meesters, speciaal Rembrandt
en El Greco.
Die schijnbare tegenstelling is in zijn werk te zien.
Ardon gelooft in pure kunst zonder politieke- of maatschappelijke
boodschap. Toch ontkomt hij er niet aan zich via zijn kunst
te verzetten tegen de oorlog en het onrecht in zijn land.
Hij schilderde tussen 1955 en 1988 acht monumentale triptieken
op dit thema.
In een brief aan Willen Sandberg, die ook de eerste directeur
van het Israël Museum was, schreef hij over zijn innerlijke
tegenstellingen dat hij vergelijkt met een conflict tussen Athene
en Jeruzalem.
For thousands of years Jerusalem has been thundering against
Athens, against the radiant, the Apollonian, the Dionysian Athens.
How I admire Athens! How godlike and bright does a Matisse wander
about there. His canvas breathes the sweet fragrance of the
Mediterranean - morning fragrance is in the air.
Dan Hoffner
Ardon is verbonden aan het Ministerie van Onderwijs en Cultuur.
Hij zal me in contact brengen met de schilder Dan Hoffner.
Die is in Leipzig geboren en emigreerde in 1936 naar Israël
Hij studeerde aan de Bezalel kunstschool in Jeruzalem waar hij
later directeur van werd. Hij veranderde de school in een echte
kunstacademie. Hij is tevens inspecteur voor het Kunstonderwijs.
In Tel Aviv heb ik mijn ontmoeting met hem. Hij geeft daar les
aan een kweekschool. Hij laat me zijn werk en veel kindertekeningen
zien.
Roestige monumenten als waarschuwing
Liften naar Tel Aviv gaat betrekkelijk goed, alhoewel er veel
militairen liften en die worden altijd eerst meegenomen. Langs
de weg blijven kapotgeschoten auto's verroest als monumenten
liggen. Ze houden de Israëli's waakzaam.
Het museum in Tel Aviv heeft oude Hollandse meesters en natuurlijk
Chagall.
Ter gelegenheid van het 10 jarig bestaan van de staat Israël
exposeren veel Israëlische schilders er. Zo krijg ik een
goed overzicht van wat er gemaakt wordt.
In Jeruzalem zie ik een grote tentoonstelling. Het is een teleurstellend
rommelig geheel van kris kras opgehangen werken in loodsachtige
ruimten. In het 'Artist House' ontmoet ik Ardon weer. Hij geeft
mij een introductiebrief voor het bezoeken van kunstenaars in
de kibbutzim.
Lunchen in elke kibbutz die ik tegen
kom
Rijen tafels waar alle inwoners aanschuiven. Midden op tafel
een blik voor de uitgespuugde olijvenpitten.
Een smerige gewoonte, maar die blikken horen bij het beeld van
alle eetzalen.
De kinderen blijven veelal in de crèches. Op Sabbat eten
ze wel mee.
Het is heel gewoon dat er reizigers mee aan tafel schuiven.
Het woestijnlandschap dient zich aan
Ik heb het adres gekregen van een jeugdcentrum in Beer Sheva.
Daar hoop ik kindertekeningen te zien.
Men stuurt mij verkeerd en ik kom bij de jeugdherberg terecht.
Men telefoneert voor mij met het resultaat dat ik door een auto
van het ministerie van onderwijs word afgehaald. Jammer genoeg
was de tekenjuf er niet. De vakanties zijn net begonnen. Ik
zag wat opgehangen tekeningen maar kon er met niemand over praten.
Ik word naar het ministerie zelf gebracht, want men wil de gast
uit Nederland wel goed ontvangen.
Ministerie is wel een groot woord voor het kleine eenvoudige
bureau in een van de karakterloze zandstenen gebouwen waarvan
er in Israël zo veel zijn.
Het hoofd van de afdeling onderwijs geeft me tips voor plaatsen
waar ik kinderwerk kan zien.
Samen met hem bezoek ik een school voor moeilijk opvoedbare
kinderen waar Rivka tekenles geeft.
Ze laat mooi werk van de kinderen zien. Ze is erg enthousiast
over haar werk en teleurgesteld over het weinige geld voor materiaal
dat ze ter beschikking heeft.
Als moeilijke kinderen tekenen kunnen ze zich van alle problemen
ontdoen en kinderen zijn.
De moeilijkheden doen zich voornamelijk voor in hun relaties
met volwassenen die hen niet begrijpen en dingen van ze willen
die ze niet te bieden hebben.
Kibbutz Ha-ogen
Een prachtig dorp met mooie tuinen. Ze hebben, behalve
vanzelfsprekend een landbouwbedrijf, ook een plastic fabriek.
Dat is in de eetzaal goed te merken. Alle mislukte borden en
kopjes worden daar gebruikt waardoor je een tafel voor je ziet
waarbij alles scheef en gebobbeld is. Een beeld van pure dronkenschap.
Jammer genoeg is de schilder, Schraga Weil, die ik wilde
bezoeken niet thuis.
Ik spreek met zijn vrouw die in de wasserij werkt. Ik bekijk
zijn atelier. Het is een van de mooiste en meest doelmatig ingerichte
werkplaatsen die ik ooit zag.

Het lukt om kunstenaar in een kibbutz
te zijn
De gemeenschap neemt de kunstenaar op en geeft hem de kans op
zijn eigen manier te werken. Wat hij verdient gaat naar de kas
van de kibbutz die dan ook al zijn materiaal betaalt.
Schraga is op dit moment een van de belangrijkste schilders
van Israël. Ik ben niet onder de indruk van zijn werk en
heb het gevoel dat hij zich moet aanpassen aan de gemiddelde
smaak van de kibbutzniks.
Ik probeer Dan Annitai te vinden Hij blijkt twaalf kilometer
verder in Sarid te wonen. Zijn vrouw ontvangt me en later komt
Dan om me zijn werk en de kibbutz te laten zien.
Ze hebben een indrukwekkende collectie reproducties uit boeken
en tijdschriften verzameld. Gila is de tekenlerares van
de kibbutz en we praten over haar aanpak.
Onze ideeën over het tekenonderwijs komen goed bij elkaar.
Er zijn twee tentoonstellingen ingericht, een van de schoolkinderen,
de ander van werk van jongeren die in dienst moeten. De jonge
soldaten krijgen overal speciale aandacht en dat begint al op
de scholen.
Over bergen en door dalen naar het
noorden
Sede Nehemia. Ik zoek Jitschak Slijper, een oude immigrant.
Hij is in de boomgaard. Hij laat me zijn privé wildernis
zien. Een uit het struikgewas gekapt pad leidt naar een moerassige
plek. Er zijn meertjes en er komen kleine riviertjes samen.
Het ene heeft ijskoud water het ander is lauw. Er leeft een
meerval en we baden in de buurt van het dier. Een perfect oerwoud
waarbij ik vergeet dat ik in het woestijnachtige Israël
ben.
Aan de grens met Libanon wandel ik onbezorgd door een gebied
met akkers en velden.
Dan laat men mij een platgebrand stuk zien. Hier werd gisteren
een graanveld door infiltranten platgebrand. Men is er nooit
zeker van dat je hier veilig kunt lopen. Ik weet niet of het
overdreven wordt. Het afgebrande veld ligt er op zichzelf vredig
bij en zou best door de landbouwers zelf afgebrand kunnen zijn.
In de verte kan ik de mensen in de Libanese dorpen zien lopen.
Gewapend op bezoek
De kranten berichten over hachelijke situaties maar op mij maakt
alles een tamelijk vredige indruk. Ondanks het feit dat iedereen
wil dat ik met een geweer rond loop, doe ik dat niet. Het lijkt
me juist een aansporing om moeilijkheden te krijgen. Toch raak
ik onder de indruk van de nerveuze stemming en keer terug naar
Jeruzalem.
Op weg naar huis, het is mooi geweest
De terugreis via Napels heb ik al in Nederland geboekt, dat
was een voorwaarde om een visum te krijgen.
Het wordt na al mijn omzwervingen de meest luxueuze zeereis
die ik ooit maakte.
Ik ga aan boord van een gloednieuw schip en de dure diners zijn
in de prijs inbegrepen. Ik voel me als een excentrieke miljonair
die in z'n vuile kleren tussen de smokings van de rest van de
passagiers ligt. Niemand neemt er aanstoot aan.
Napels ken ik van mijn vorige reis toen ik er was tijdens de
Giro d' Italia. Ik sliep toen bij de rondtrekkende zwervers
die de bezoekers van de Giro probeerden te beroven. Omdat ik
er uitzag als een van hen deelden ze hun soep en het houtvuur
met mij. Ik weet niet of ik er nu vuil genoeg uitzie om het
nog eens te proberen.
Ik besluit meteen door te liften naar het Gardameer.
Dat is een afstand van 970 km. Ik slaap niet onderweg. Heel
vroeg kom ik in er aan.
Ik vind onderdak in het atelier van de plaatselijke dorpsgek
die tevens kunstschilder is. Zijn verhalen zijn nauwelijks te
volgen en zijn schilderijen ook niet. Hij bewoont een kasteelachtig
gebouw en maakte voor zichzelf een soort troonzaal, compleet
met een van kleurige planken in elkaar getimmerde troon. Op
de onderste trede ervan val ik in slaap.
De contrasten in mijn omzwervingen zijn groot. Het toerisme
is hier intens.
Snel naar het noorden
Ik merk dat een vrij leventje ook kan gaan vervelen. Vooral
het liftleven valt me tegen na een luxe zeereis.
De Autobahn heeft me op de heenreis al niet geboeid. Nu is het
nog erger. Met een speciaal gevoel kom ik achter in een luxe
auto Amsterdam weer binnen.
Om de een of andere reden heeft het echtpaar mij niet gevraagd
waar ik vandaan kwam. Het zou een tochtje langs de Rijn geweest
kunnen zijn, waar ik van terugkeerde.
***
>
naar boven
> verder
> terug naar index
|
|