Wijdt ge ooit aan d 'edle kunst van schilderen uw leven,
Dan wensch ik u geduld, vlijt en volharding toe.
Wil 't eerst naar een goede Teekenaar begeven.
Volg trouw zijn lessen en wordt nooit 't studeren moe






Kindertekeningen en CoBrA kunstenaars.
De schilders zoals Appel, Corneille en Constant sluiten in hun beeldtaal aan bij de vrije vormen die kinderen ontwikkelen.
Omgekeerd is de invloed van CoBrA op de Kunstzinnige Vorming onmiskenbaar.


Teken- en leesles
Het tekenen naar voorbeeld sloot aan bij het leesplankje: Het horloge is van Jan, de appels voor Mien en de wortel voor de bok.
De kinderen waren nog niet vrij en helemaal niet expressief!
***


Van de straatstenen naar het zaagsel
Ida Last-ter Haar, tante Iet, richt Kindercircus Elleboog op.
Ontwikkeling voor toneel onder het motto:
" Alles wat kan mag"

Het idee ervoor kwam van echtgenoot Jef Last die in de Sovjet Unie kinderactiviteiten zag.
De eerste plek waar de straatkinderen hun kunsten vertonen is een zolder in de Galerij op het Frederiksplein in Amsterdam, de plek waar nu de Nederlandse Bank staat.
Een beroemd circus heette circus Knie. De kinderen zeiden: als een circus Knie kan heten kan het onze best Elleboog heten. Het is een voortzetting van De Vrolijke Brigade voor kinderen in de Jordaan.
***


 

1949 Het jaar waarin vol afschuw op de Cobratentoonstelling in het Stedelijk Museum wordt gereageerd. Experimentele kunstwerken mogen er maar kort geëxposeerd worden

Kinderlijke Expressie in onze tijd


De Franse pedagogen Vige Langevin, Jean Lombard en de directeur van het Nutsseminarium, Pancratius Post, publiceren samen over de Kinderlijke Expressie in deze tijd.
Tekenen is meer dan het vervaardigen van een nette kopie van een inhoudsloos voorbeeld.
De kinderen moeten zoveel mogelijk vrij gelaten worden, maar een zekere didactiek mag niet ontbreken.

Gestimuleerde Expressie en Vrijmakende technieken zijn de sleutelbegrippen
Zoals zo vaak ontmoeten de voorstanders een hoop tegenstanders die beweren dat het een soort didactisch Laissez-faire is van kunstenaars die met weinig pedagogische en didactische bagage het onderwijs induiken. 'Vingerverven' en werken met 'waardeloos materiaal' worden verafschuwd en gewantrouwd.


Gebrek aan emotionele ontwikkeling
De Werkgroep Aestetische Vorming van de Werkgemeenschap voor Vernieuwing van Opvoeding en Onderwijs maakt de eerste plannen voor de oprichting van De Werkschuit.
Er heerst binnen het onderwijs een gebrek aan emotionele ontwikkeling van kinderen, vindt men.
***



Kunst en kind

In samenwerking met de Nederlandse Federatie van Beroepsverenigingen van Kunstenaars en de Vereniging van Letterkundigen, organiseert Willem Sandberg directeur van Het Stedelijk Museum Amsterdam een tentoonstelling onder de titel Kunst en Kind.
Er zijn kinderboeken over kunst te zien, maar ook werkstukken van kinderen waarbij alles opzij gelegd wordt als er invloed van volwassenen in te herkennen is. De meeste tekeningen kwamen uit Franse collecties.

Het Nederlandse aandeel werd gevormd door werkstukken die tot stand waren gekomen onder leiding van lna van Blaaderen, de oprichtster van de Werkschuit.


De architect Aldo van Eyck die zeer enthousiast was over de spontane werkwijze van de CoBrA kunstenaars, richtte de expositie
op een onorthodoxe manier in. Hij hing de doeken op verschillende hoogtes op, soms op wel drie meter van de grond. Enkele werken zet hij op de plint van de vloer.
Voor de Nederlandse dichters van de groep maakte hij een grote kooi van zwarte latten en plaatste deze tegen een muur in een kleine, zwart geschilderde zaal. Tussen de latten werden woordschilderingen, dichtbundels en losse kreten opgehangen. Gedichten van anderen, die de dichters niet goed vonden, werden tegen de wand geplakt en van een groot kruis voorzien. Deze gedichten wilden de Nederlandse experimentele dichters afschaffen.


De tentoonstelling zorgt voor veel ophef in de pers
De primitivistische, maatschappelijke beeldenstormers van CoBrA propageerden vrijheid in de kunsten.
Spontane kinderlijke expressiviteit en collectieve creativiteit.

De expositie trok, mede dankzij alle nevenactiviteiten, veel belangstelling van pers en publiek

Op de tentoonstelling hoorden de bezoekers tromgeroffel uit Afrika op de achtergrond.

Een heftig protest tegen de saaiheid van de tekenvoorbeelden en de kleinburgerlijke opvoedingsprincipes.
Er moest maar eens een eind komen aan de verheerlijking van de bourgeoisie en vastgelopen esthetische iidealen.
Maar het volk en de pers konden dat niet waarderen.
In de kranten werd fel gereageerd op de tentoonstelling.
In Het vrije Volk spreekt de criticus over 'Geklad, Geklets en Geklodder in het Stedelijk Museum'. Appel, Constant en Corneille worden gezien als 'knoeiers, kladders en verlakkers'.

Een nieuw verschijnsel waren de groepstekeningen van kinderen.
De werkstukken, gemaakt door een stuk of twintig kinderen, op groot formaat en met gebruikmaking van gemengde technieken, trokken veel aandacht. Deze werkstukken ontstonden vanuit individuele schetsen.
De individuele scheppingsdrang moest in het collectief zorgvuldig begeleid worden. De sociale vorming van de kinderen werd hiermee gestimuleerd.

laat het kind zijn spontaniteit sprak de wethouder
De Wethouder van Onderwijs en Kunstzaken mr. A de Roos zegt in zijn openingstoespraak:
'... de vorming van de persoonlijkheid is noodzakelijk, de opvoeding mag niet eenzijdig intellectueel gericht zijn. Zij moet zich aanpassen bij de innerlijke behoeften van het kind.
De volwassene moet de kinderlijke uiting niet onderdrukken: laat het kind zijn spontaniteit...'

***

We houden de kwaliteit in de gaten
Er komt een Inspectie Kunstzinnige Vorming, eerst alleen voor muziekscholen. Toen er meer creativiteitscentra opgericht werden kwam er in 1977 een inspectie voor Beeldende- en Audiovisuele Vorming; in 1979 voor Dans en Drama en pas in 1988 voor Literaire vorming.
Er was een benoembaarheid nodig voor ieder die binnen de centra les gaf .
In 1986 wilde het ministerie van WVC er weer van af.
Vanaf 1989 ressorteerde de inspectie Kunstzinnige Vorming en Amateuristische Kunstbeoefening (KV/AK) onder de Landelijke Stichting Kwaliteitsbewaking.

***

Nederlands Cultureel Contact (NCC)
Het was een zuildoorbrekend ontmoetingspunt voor mensen die actief waren op sociaal-cultureel terrein.
In deze kringen werd gesproken over een cultuurcrisis, die zich in 2010 dreigt te herhalen door de rigoureuze bezuinigingen van een gedoogd minderheidskabinet Rutten.
Berucht is een artikel van prof. dr Fred L. Polak in De Gids.
Daarin projecteerde deze socioloog en futuroloog, tevens adjunct-directeur van het Centraal Planbureau, alle verderfelijke eigenschappen van de massacultuur op televisie.
Het nieuwe medium zou leiden tot analfabetisme en smaakbederf. De televisiekijker zou een 'geestelijke lilliputter' worden, het televisiebeeld kweekte slechts 'oppervlakkige, inhoudsloze mensen'
***


Een studiecentrum en een Nutsvolksschool

Binnen de WVO wordt de Werkgroep Aestetische Vorming opgericht waarvan De Werkschuit in 1950 het studiecentrum wordt.
Deze werkgroep fungeerde als ontmoetingsplaats van de voorstanders van invoering van de vrije expressie in het kunstonderwijs. De subwerkgroep 'tekenen en vrij vormen', waartoe onder meer Piet Klaasse, Ina van Blaaderen, Pancratius Post, Ab Meilink en Ad Pieters behoorden, was de actiefste sectie.
Er werd geëxperimenteerde met materialen en technieken en men besprak de psychologische, pedagogische en artistieke uitgangspunten en consequenties voor de beeldende vorming van kinderen.
Al snel kwam de gedachte op een eigen studiecentrum te beginnen. Dat werd de Werkschuit.

Intussen was in Amsterdam in 1949 de Nutsvolksschool voor Beeldende Kunsten tot stand opgericht.
Dit was een initiatiefvan Pancratius Post, die na een verblijf als onderwijzer in Batavia door zijn mentor prof. Kohnstamm was benoemd tot medewerker aan het Nutssemniarium, onder meer om de didactiek van de expressievakken te onderzoeken.
De Nutsvolksschool, waaraan ook Ina van Blaaderen en Ad Pieters verbonden waren, had een experimentele opzet, met als doel kinderen op authentieke wijze vorm te laten
geven aan hun eigen beleving door hen vrij te maken van de invloed van het schoolse tekenonderwijs. Vooral het kennis laten maken met onbekende materialen en technieken werd daartoe geschikt geacht.

Hoewel Post vond dat men de kinderen zo vrij mogelijk moest laten, wilde dat niet zeggen dat de didactiek geheel ontbrak.
Vrij werkenwerd afgewisseld met opdrachten, en het gebruik van nieuwe materialen werd eerst toegelicht. In feite was er sprake van een gestimuleerde expressie.
Toen bleek dat slechts een deel van de kinderen expressief werkte, vormde dat geen aanleiding tot wijziging van de aanpak.
Didactische vraagstukken bleven ondergeschikt.
Pogingen om door te dringen in het reguliere onderwijs mislukten vanwege de overwegend intuïtieve aanpak en de grote problemen met het bewaren van de orde in de klas.
Uiteindelijk bleven alleen geïnteresseerde kinderen over.
De Nutsvolksschool ontwikkelde zich verder tot een buitenschools instituut voor beeldende activiteiten in de vrije tijd.
***

Amsterdamse Schoolkunstcommissie
Eerst was dat de Adviescommissie Schoolvermakelijkheden en de Jeugdkunstcommissie.
De overdracht van cultuur naar de jeugd bevorderen was de taak van de commissie.

Organisatie van het onderwijs in esthetische vorming
Het initiatief tot het organiseren van museumrondleidingen voor schoolklassen uit het primair onderwijs in Amsterdam is al voor de Tweede Wereldoorlog genomen.
De eerste stappen werden gezet door Van Gool, een amateurkunstschilder samen met wethouder Boekman. Na dien is een museumrondleidingsproject gestart. Het ging later 'Kunstkijkuren' heten en werd onderdeel van een groter geheel van 'esthetische vorming'

Kunstonderwijs
Dit werd georganiseerd vanuit de Dienst Onderwijs Instellingen van de gemeente Amsterdam.
Het Bureau Schoolactiviteiten van die dienst organiseerde Esthetische Vorming en activiteiten die moeilijk in het normale lessenpakket pasten.
Museum- en muziekdocenten, belast met het geven van esthetische vorming, waren aangesteld bij dit bureau. Zij gaven series museum- en muziekluisterlessen voor de klassen 5 en 6 van de lagere scholen.
De leerlingen bezochten ook concerten, opera- en balletvoorstellingen.
***


naar boven

verder

index