foto: Carel Blazer

Tentoonstelling van granaatscherven
Een van de eerste activiteiten van mijn vriendje en mij is het organiseren van een tentoonstelling over de oorlog.
We hebben iets te vertellen en gebruiken daarvoor de in de oorlog verzamelde granaatscherven en ander oorlogstuig.
De tentoonstelling wordt opgesteld in een ruimte van het Leger des Heils op het Rapenburg en de bescheiden opbrengst aan entreegelden gaat daarom ook naar het Heilsleger.
We roeien door de grachten op vlotten, gemaakt van koekblikken die door de geallieerde vliegtuigen afgeworpen zijn in de hongerwinter. De blikken worden samengebonden met van papier gevlochten touw. Het 'papiertouw' kan niet tegen water, de blikken raken los van elkaar en wij halen een nat pak.
***









Anton Rooskens, litho




De Druksels van het Paradijs
Hendrik Nicolaas Werkman
uit Groningen is de drukker in dat twijfelachtige paradijs.

Niet het bekende paradijs, maar het onbekende, ergens in een werelddeel dat nog door geen mens uit de cultuurstaten is ontdekt - daarheen ben ik gevlucht omdat het in onze wereld haast niet meer uit te houden is.
De handpers is gewillig en het materiaal wijst mij de weg zelf aan.

Ontaarde kunst
Het werk van Werkman bezat zoveel kwaliteit en inhoud, dat het ver uitsteeg boven andere clandestien werk tijdens de oorlog. In zijn werk besteedde hij zoveel aandacht aan vrijheid en menselijkheid, dat het tot een bijzondere vorm van verzet werd gerekend.
Dat bleek wel toen Werkman opgepakt werd en zijn 'Surrealistische Schweinerei', zoals de Duitsers het noemden, meteen in beslag genomen en vernietigd werd.
Op 10 april 1945 wordt Werkman in de bossen bij Bakkeveen gefusilleerd.

Juist door zijn tragische dood kreeg zijn kunst veel meer aandacht. Dat irriteerde de Duitsers.
Toen er een tentoonstelling van dit soort werk georganiseerd werd, bemoeide de Duitse politie zich hier meteen mee. Zij verklaarden de werken ontaard.
De druksels van Werkman zijn een inspiratiebron voor taaldrukkers die zijn improvisaties met drukletters en sjabloontechnieken in hun werkvormen opnemen.
***


De herberg in de Karpathen, uit de serie Chassidische Legenden, sjabloondruk. Nicolaas Werkman 1942








Kindercentra in Italië
Zes dagen na na het einde van de tweede Wereldoorlog bouwen bewoners van Villa Cella, een dorpje iets buiten Reggio Emilia, uit de bakstenen van verwoeste huizen een kindercentrum voor jonge kinderen. Het geld kwam van de verkoop van een legertank, een paar vrachtauto's en twee paarden die de Duitsers achtergelaten hadden.
Dit was het eerste van een reeks kindercentra aan de rand van de stad waar de armste wijken zich bevonden.

Gemeentelijk Kindercentrum Reggio Emilia
Het begin van een beweging die in 1963, onder leiding van Loris Malaguzzi (1920-1994) onstaat.
De werkwijze zich verspreidde zich naar verschillende landen, onder andere naar Nederland.
Het motto is: "Een kind heeft honderd talen, maar de school en de samenleving stelen er negenennegentig van" Malaguzzi was pedagoog en charismatisch en bevlogen idealist.
***

 

 

1945 Het jaar dat de Atoombom op Hiroshima en Nagasaki valt.
De vrijheid is herwonnen, de democratie hersteld.

De Bevrijding



Kunst in Vrijheid
De eerste tentoonstelling na de bevrijding werd in 1945 in het Rijksmuseum ingericht.
De schilder Anton Rooskens [1906-1976] bezocht die tentoonstelling en raakte daar onder de indruk van primitieve etnische kunst. Al in 1935 vestigde hij zich in Amsterdan, waar hij zich geheel op eigen kracht tot schilder ontwikkelde. Zijn eerste werk, voornamelijk landschappen, is beïnvloed door het expressionisme en Van Gogh.

CoBrA en het kind als kunstenaar
Belangrijk voor de bekendheid van de vrije-expressiegedachte bij een breder publiek waren het optreden van Willem Sandberg, sinds 1945 directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, en de adoptie van het artistiek primitivisme door een groep kunstenaars, die onder de naam CoBrA voor opschudding zorgde.
Sandberg wilde de vooroorlogse maatschappelijke verhoudingen vernieuwen en daar paste volgens hem ook een totale artistieke heroriëntatie. In zijn expositiebeleid schonk hij dan ook bij voorkeur aandacht aan vernieuwers. Hij beschouwde kunstenaars als Picasso, Bracque en Matisse als profeten van de toekomst. Daarnaast had hij voorkeur voor onbedorven culturen, die hun zuiverheid hadden weten te bewaren tegenover de vervormende inwerking van de burgerlijke normen en waarden. In dit kader paste vanzelfsprekend ook kindertekeningen.

Samenwerken aan één kunstwerk, kan dat?
Ja, samenwerken aan één kunstwerk was een speciale bezigheid binnen de CoBrA groep.
De kunstenaars werkten samen op één doek, op één stuk papier of op één muur.
Soms lieten de volwassenen hun kinderen meedoen.
Zo maakte Anton Rooskens met zijn zevenjarig dochtertje Marcelle een prentenboek waarin hij de versjes van zijn kind aanvult met kleurrijke voorstellingen.

Er werd een experimentele groep opgericht die later opging in CoBrA.
De schilders uit die beweging, zoals Appel en Corneille hebben hun afdruk achtergelaten op de ontwikkeling van de Vrije Expressie zoals die in de Werkschuit uitgedragen is.
Het had grote publicitaire gevolgen voor de kinderlijke expressie. Voor de oorlog waren er nauwelijks kunstenaars geweest die zich intensief met de vrije expressie bezighielden.
Met de opkomst van CoBrA leek het alsof de Hollandse artistieke avant-garde deze achterstand wilde goedmaken. Geïnspireerd door het werk van Picasso, Bracque, Matisse, Klee en Miró, door het surrealisme, maar ook door 'primitieve' culturen en kindertekeningen gaven beeldende kunstenaars als Appel, Constant en Corneille in felle manifesten en spectaculaire manifestaties blijk van hun afschuw van de heersende kleinburgerlijke saaiheid en benepenheid. De klassieke, westerse cultuur was doodgelopen in conventie en zelfgenoegzaamheid en het ontbrak haar aan een vitale, expressieve kunst die vorm gaf aan spontaniteit, intuïtie en oergevoelens. Het was tijd voor een nieuwe volkskunst, gebaseerd op vrijheid, kinderlijke expressiviteit en collectieve creativiteit, die alleen tot stand kon komen door een proefondervindelijk ontdekkingsproces, waarbij het esthetisch resultaat van secundaire betekenis was. De primitivistische beeldtaal die de Cobravertegenwoordigers ontwikkelden sloot met een voorkeur voor stevige lijnen, felle kleuren en vooral ook met de veelvuldig afgebeelde fantasiewezens nauw aan bij het uiterlijk van
de kindertekening.

In 1949 is in het Stedelijk Museum de roemruchte CoBrA tentoonstelling waaraan Rooskens deelnam.
In die groep werd Anton nogal minachtend bekeken want hij was tekenleraar en dat was te burgelijk. Toen hij ook nog in de katholieke kerk ging trouwen werd hij uit CoBrA gezet.
Een wandtapijt dat geweven is als copie van een wandschildering die Rooskens maakte voor de school waar hij tekenles gaf, is na zijn dood opgehangen in de hal van het Montessori College Oost. Hiermee is zijn actieve betrokkenheid op het naoorlogse tekenonderwijs eer aangedaan.
***

Kunstzinnige vorming
Naast de spraakmakende CoBrA groep bepleitte vooral de Werkgemeenschap tot Vernieuwing van Opvoeding en Onderwijs de vrijeexpressie. Na de oorlog was er aanvankelijk weinig aandacht voor.
De Vernieuwingsraad voor het Onderwijs, die op initiatief van de WVO tot stand kwam, kreeg nauwelijks respons in onderwijskringen.
Erg belangrijk was echter de introductie door wvo-vertegenwoordigers van het werk van de Engelsman Sir Herbert Read, die in zijn boek Education through Art (1943) de opvattingen van de New Education Fellowship over kunst en opvoeding had samengevat en gesystematiseerd.
Hoewel dit werk pas in 1967in vertaling verscheen, vormde het vanaf zijn eerste verschijning een invloedrijke inspiratiebron voor de expressiebeweging. Volgens Read lag het doel van de opvoeding in 'het tot ontwikkeling brengen enerzijds van het unieke, anderzijds van het sociale saamhorigheids- en wederkerigheidsgevoel van het individu'. Read beschouwde de kunst als de grondslag van de opvoeding,
omdat zij alléén in staat zou zijn in het bewustzijn van het kind gevoel en verstand en tegelijk persoon en wereld op elkaar af te stemmen en tot eenheid te brengen.
Read ontleend deze opvatting aan Plato.
Zijn boek, dat als een academische verhandeling geschreven is, blijkt een manifest te zijn voor de broodnodige hervormingen in het onderwijs na de oorlog.
Het meest essentiële deel van zijn idee is niet om lessen in kunst te geven maar meer 'ritme en harmonie' in het onderwijs te brengen. Ontwikkeling van verbeeldingskracht is het sleutelbegrip.
De vraag is wel hoe het komt dat ondanks de vele begaafde opvoeders die vanuit die opvatting gewerkt hebben, er tot op de dag van vandaag niet in geslaagd zijn het onderwijs doeltreffend te vernieuwen.
Er was een tijd, in de jaren '30, dat het meeste kleuteronderwijs op kunst gebaseerd, en kindgericht was.
Denk daarbij aan de pedagogen Pestalozzi, Montessori en Fröbel, of aan Rudolph Steiner.
Later, in de jaren '60, na de studentenrevolutie, werden die begrippen door zenuwachtige docenten vertaald in studentgerichtheid en de vrijheid om iedereen maar tot het universitair onderwijs toe te laten.
Pessimisten verklaren dat daar de oorzaak lag van de tegenwoordig zich misdragende jongeren, criminaliteit, drugsgebruik, het ontbreken van taal- en rekenvaardigheden, en zo meer.
Het zou een reactie zijn op die 'verschrikkelijke' manieren van opvoeden.

Was de theorie van Read onjuist?
Onderwijs door middel van kunst werd door kunstdocenten gegeven.
Maar het idee was nu juist dat het de basis van het gehele stelsel van opvoeding en onderwijs moest zijn.
Dat vereiste eerst een complete heropvoeding van alle leerkrachten, en waarschijnlijk ook van alle ouders, en schoolbesturen, in feite van ons allemaal, voordat zo'n idee uit de grond gestampt kan worden.
Herbert Read werd tijdens de Eerste Wereldoorlog tweemaal gedecoreerd voor moed in de loopgravenoorlog.
Hij werd pacifist en anarchist en dat bracht hem ertoe temidden van de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog zijn boek te schrijven.
***

Nederlandse Federatie van Beroepsverenigingen van Kunstenaars

Onder leiding van cultuurfilosoof Jan Kassies is het één van de organisaties die de ideeën van Read volgt.
Volgens de Federatie van Kunstenaarsverenigingen en lynxprogressieve politici moest de kunst een andere rol in de samenleving gegeven worden.
Meer dan voorheen zouden kunstenaars aan de vorming van de burgers moeten bijdragen.
Kunst en kunstenaar moesten uit hun 'ivoren toren' komen en ter bevordering van het welzijn een centrale en stimulerender rol in de samenleving spelen.
Om de kloof tussen burger en kunst te dichten zou de bevordering van 'cultuurdeelname' door middel van kunstzinnige vorming nog meer nadruk moeten krijgen. Daarbij was het niet de bedoeling om 'kunstenaartjes te kweken', maar om de ontwikkeling van individuele burgers tot breed gevormde persoonlijkheden te bevorderen.
Cultuurbeleid moest, overeenkomstig de idealen van de vrijexpressie beweging, in de eerste plaats bijdragen aan de bevordering van individuele creativiteit.
Kunst diende niet langer in de eerste plaats een zaak van een elite te zijn. Het was niet de bedoeling zich uitsluitend te richten op in 'burgerlijke' opvattingen over 'schoonheid' en 'hogere waarden'.
Integendeel, volgens Kassies moest de kunst geheel in het licht van 'democratisering en vernieuwing' worden geplaatst. Voor velen werd 'schoonheid' een besmet woord waarmee een tekort aan maatschappelijk engagement werd benoemd.
***




MiKoJel
Er komt een een sociaal-pedagosche opleiding voor jeugdleiders 'Middeloo' in Amersfoort, die later samen met 'De Kopse Hof' in Nijmegen en 'de Jelburg' in Baarn de 'MiKoJel' gaan heten. Op Middeloo komt drama op het rooster te staan. De handenarbeidleraren zoals Ad Pieters en Ab Meilink zijn ook betrokken bij De Werkschuit.



Het Scapino Ballet
Het ballet, dat speciaal gericht is op pedagogische uitvoeringen voor de schooljeugd, wordt door Hans Snoek samen met Nicolaas Wijnberg en Hans van Norden opgericht. Het was de eerste jeugdballetgroep ter wereld. Zes jaar later kwam daaruit de Scapino Balletschool voort, waarvan zij jaren leider en artistiek leider bleef. Ook ritte zij het jeugdtheater De Krakeling, de IVKO-school en de stichting Operatie Onmisbare Kunst op.
Met het Scapino Ballet bracht Hans Snoek ballet en scholieren bij elkaar.
Ze kreeg voor haar werk in 1990 de zilveren eremedaille van de stad.

Marshall-hulp
Ik maak kennis met de speciale geur van de stencils waarop ik de tekeningen voor de schoolkrant maak.
De hele vaderlandse geschiedenis in stripvorm op één A4tje. Een soort canon van de de geschiedenis van ons land. Van de Marshall-hulp krijgt de school zegge en schrijven één doos kleurpotloden.
De directeur overhandigt die plechtig aan mij, een grote verantwoordelijkheid.
Dat, en een 10 voor tekenen op het eindexamen, geeft aan waar ik naar toe moet: naar de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem, die dan nog Kunstoefening heet.
***


naar boven

verder

index