|
1940
Het jaar dat de Duitsers Rotterdam platbombarderen.
Op een affiche staat: "Engelsche vliegers kennen geen genade
voor vreedzame burgers.
Daarom, blijft in huis"
Het
is Oorlog

1940
Kazernes
In de Sarphatistraat in Amsterdam, waar ik tijdens de oorlog
woon, zijn de kazernes, onder andere de Cavaleriekazerne. Waar
de paarden stonden zijn nu de ateliers van de studenten van de
Rijksacademie voor Beeldende Kunsten.
De Nederlandse soldaten maken plaats voor de Duitse. De romantiek
en de geur van slechtgewassen zware soldatenkleding en leren riemen
blijft me bij. Het maakt geen verschil of het Nederlandse of Duitse
soldaten zijn, ze ruiken eender. Voor jongetjes zijn bij de kazernes
spannende dingen te beleven. In de oorlog worden de kazernes voorzien
van bunkertjes en afzettingen. Soms mogen we 's avonds de straat
niet op en zit ik voor het raam naar het gedoe van de soldaten
aan de overkant te kijken
Dik
Trom en Pietje Bel
De strips uit die tijd zijn 'In de Soete Suikerbol', 'Tom Poes',
'Bruintje Beer', 'Bulletje en Bonestaak' en de typische kleine
dikke, voor mij verboden, stripboekjes van de judo-detective-held
Dick Bos.
'Sjors en Sjimmie'-de pikzwarte Sjimmie en de hoogblonde
Sjors die vandaag niet door de discrimineerbeugel kunnen, maar ook
de sprookjesverhalen in afleveringen, 'De wondere avonturen van
Arretje Nof', uitgegeven door de Oliefabriek Calvé Delft,
horen voor mijn gevoel bij die tijd. 'Kapitein Rob' en de
'Katzenjammer Kids' zijn waarschijnlijk van na de oorlog.
Sjabbatgoy
De eerste bommen vallen en ik zie voor het eerst van mijn leven
een door een bom verwoest huis op de hoek van de Gelderse kade
en de Rechtboomssloot. Later komen horden vliegtuigen over. Een
angstig en tegelijkertijd vertrouwenwekkend gebrom. De luchtbescherming,
de zoeklichten. Granaatscherven die op straat vallen en die ik
'nog heet' kan oprapen en verzamelen. De vervolgingen beginnen
en één voor één verdwijnen de joodse
buurjongetjes uit de Sarphatistraat en de Weesperbuurt.
Ik moet af en toe als Sjabbatgoy bij orthodoxe joden het licht
aan doen. Ons huis, in het midden van de straat, wordt bij razzia's
steeds als eerste binnengevallen. De beelden van de horden 'Grüne
Polizei' die naar binnen rennen om dan in de tuin te speuren naar
ontsnappende mensen blijven mij bij. De onderduikkinderen die
bij ons in bed liggen als er zo'n inval is. De kinderen zijn maar
kort bij ons en worden naar boeren in Friesland gebracht.

1945
Tekenles
Op het eind van de oorlog krijg ik tekenles van Ton
Pluymers,
een echte kunstschilder in een atelier in de Pijp waar het ruikt
zoals het hoort, naar terpentijn.
Het avontuur van de straat trekt, zoals de speurtochten naar brandstof,
meer dan de kunst. De houten, geteerde blokjes tussen de tramrails
weghalen. Kooltjes graven op het terrein van het voormalig Weesperpoortstation,
dat in mijn kindertijd afgebroken is. Hout slopen uit de verlaten
huizen in de Weesperstraat.
Ik heb er veel tijd voor want de school gaat vaak niet door na
een luchtalarm.
De school die me dwingt om strakke diklijnige tekenvoorbeelden
zonder vlekken na te tekenen. Na iedere strakke tekening mag ik
als beloning een 'vrije tekening' maken. Ik herinner mij zo'n
vrije tekening, een winterlandschap waar de sneeuwvlokken met
dikke plakkaatverfklodders uit de hemel vallen.
De Volksmuziekschool van Willem Gehrels
Eerst krijg ik er eem algemene muziek opvoeding. De noten met
voorgeschreven handgebaren voeren me naar de juiste melodieën.
Later les op gitaar. Iedere les neem ik een nieuw, leeg, sigarenkistje
mee als voetenbankje. Lege kistjes genoeg, sigaren zijn stinkend
surrogaat, bundels kruiden in bruin papier gewikkeld. Jammer genoeg
moet die gitaar plaats maken voor andere bezigheden.
Volkse
Geest
Ondanks de bezetting is er in Bilthoven een WVO conferentie over
Kunstzinnige Vorming, maar Kunst en Cultuur zijn in de oorlog
slechts ingezet als propaganda voor de 'Volkse Geest' van het
Nationaal Socialisme. En dat had helemaal niets op met vrije persoonlijke
expressie.
naar
boven
|
|