De oorlog begint met het bombardement op Rotterdam, 14 mei 1940.
Nederland hoopte dat we, net zoals tijdens de eerte Wereldoorlog, neutraal konden blijven.
De Duiters hadden andere plannen, hoewel hun hoofddoel Frankrijk was en de Rotterdamse haven daarvoor een strategisch object was.
Het bombardement werd op het laatste moment afgeblazen, maar de vliegtuigen lieten hun lading al vallen. Een dodelijke vergissing.



Het Nederlandse leger was op geen enkele manier op een oorlog voorbereid, hoewel de Vesting Holland op verschillende plaatsen, zoals bij de Grebbenberg, heldhaftig verdedigd.





Dick Bos boekjes zijn verboden lectuur
Het zijn boekjes van ongeveer 20x15 cm., één plaatje per pagina, gedrukt op krantenpapier, met een gelig omslagje.
De tekst op de rechter pagina luidt:
"Wie ik ben?...
Ik ben het neefje van Hitler...
Het spijt me, maar ik kan je hier niet gebruiken!...

De tekenaar van de avonturen van de Judo-detective Dick Bos, Alfred Mazure, zat zelf in het verzet.



Een nette- of een vrije tekening
De school dwingt me om strakke diklijnige tekenvoorbeelden zonder vlekken na te tekenen.
Na iedere strakke tekening mag ik als beloning een 'vrije tekening' maken. Ik herinner mij zo'n vrije tekening, een winterlandschap waar de sneeuwvlokken met dikke plakkaatverfklodders uit de hemel vallen
***



1940
Het jaar dat de Duitsers Rotterdam platbombarderen.
Op een affiche staat: "Engelsche vliegers kennen geen genade voor vreedzame burgers.
Daarom, blijft in huis"

Het is Oorlog

De geur van soldaten
In de Sarphatistraat in Amsterdam, waar ik tijdens de oorlog woon, zijn kazernes, onder andere de Cavaleriekazerne.
Waar de paarden stonden zijn nu de ateliers van de studenten van de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten.
Nederlandse soldaten maken plaats voor de Duitse.
De romantiek en de geur van slechtgewassen zware soldatenkleding en leren riemen blijft me bij.
Het maakt geen verschil of het Nederlandse of Duitse soldaten zijn, ze ruiken eender.
Voor jongetjes zijn bij de kazernes spannende dingen te beleven. In de oorlog worden de kazernes voorzien van bunkertjes en afzettingen.
Soms mogen we 's avonds de straat niet op en zit ik voor het raam naar het gedoe van de soldaten aan de overkant te kijken.

Dik Trom en Pietje Bel
De strips uit die tijd zijn 'In de Soete Suikerbol', 'Tom Poes', 'Bruintje Beer', 'Bulletje en Bonestaak' en de typische kleine dikke, voor mij verboden, stripboekjes van de judo-detective-held Dick Bos.
'Sjors en Sjimmie'- de pikzwarte Sjimmie en de hoogblonde Sjors die vandaag niet door de discriminatie-beugel kunnen. Maar er verschijnen ook sprookjesverhalen in afleveringen.
'De wondere avonturen van Arretje Nof', uitgegeven door de Oliefabriek Calvé Delft, horen voor mijn gevoel bij die tijd.
'Kapitein Rob' en de 'Katzenjammer Kids' zijn waarschijnlijk van na de oorlog.

Sjabbatgoy
De eerste bommen vallen en ik zie voor het eerst van mijn leven een door een bom verwoest huis op de hoek van de Gelderse kade en de Rechtboomssloot.
Later komen horden vliegtuigen over.
Een angstig en tegelijkertijd vertrouwenwekkend gebrom. De luchtbescherming, de zoeklichten. Granaatscherven die op straat vallen en die ik 'nog heet' kan oprapen en verzamelen.
De vervolgingen beginnen en één voor één verdwijnen de joodse buurjongetjes uit de Sarphatistraat en de Weesperbuurt.
Ik moet af en toe als Sjabbatgoy bij orthodoxe joodse families het licht aan doen.
Ons huis, in het midden van de straat, wordt bij razzia's steeds als eerste binnengevallen.
De beelden van de horden 'Grüne Polizei' die naar binnen rennen om dan in de tuin te speuren naar ontsnappende mensen blijven mij bij.


Tekenles

Op het eind van de oorlog krijg ik tekenles van Ton Pluymers, een echte kunstschilder in een atelier in de Pijp waar het ruikt zoals het hoort, naar terpentijn.
Het avontuur van de straat trekt, zoals de speurtochten naar brandstof, meer dan de kunst.
De houten, geteerde blokjes tussen de tramrails weghalen.
Kooltjes graven op het terrein van het voormalig Weesperpoortstation, dat in mijn kindertijd afgebroken is. Hout slopen uit de verlaten huizen in de Weesperstraat.
Ik heb er veel tijd voor want de school gaat vaak niet door na een luchtalarm.



De Volksmuziekschool van Willem Gehrels

Eerst krijg ik er eem algemene muziek opvoeding. De noten met voorgeschreven handgebaren voeren me naar de juiste melodieën.
Later les op gitaar. Iedere les neem ik een nieuw, leeg, sigarenkistje mee als voetenbankje.
Lege kistjes genoeg, sigaren zijn stinkend surrogaat, bundels kruiden in bruin papier gewikkeld.
Jammer genoeg moet die gitaar plaats maken voor andere bezigheden.


Willem Gehrels volgde in 1929 een Musikpädagogische Informationskurs .
Hij schreef daarna 'Muziek in Opvoeding en Onderwijs'. Met deze scriptie slaagde hij in 1939 voor het examen pedagogiek MO.
De belangrijkste pedagogische stelling van Gehrels was dat het kind allereerst moet leren beleven wat muziek is. Niet individueel les op een instrument, maar in groepsverband, met zingen als uitgangspunt.
In 1931 werd de Stichting Volksmuziekschool opgericht. De eerste lessen werden in leegstaande lokalen van de Jozef Israëlschool in de Nieuwe Kerkstraat gegeven.
***

Volkse Geest
Ondanks de bezetting is er in Bilthoven een WVO conferentie over Kunstzinnige Vorming, maar Kunst en Cultuur zijn in de oorlog slechts ingezet als propaganda voor de 'Volkse Geest' van het Nationaal Socialisme. En dat had helemaal niets op met vrije persoonlijke expressie.
Het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming stelt een plan op voor de nieuwe vormingsschool op "volksch-socialistische inslag"
De hoofdstrekking van die nieuwe instructies was dat het bij het onderwijs niet gaat om "het kweken van wetenschappelijke, maar maatschappelijke reuzen".
Dat was te bereiken door het "aanvoelen en beleven" van de taal, vooral aan de hand van de "volksche" voorbeelden, zoals het oefenen van actief taalgebruik door voordrachtskunst en toneelspel.
***


naar boven

verder

index