1931
1936

1940
1945

1949
1950
1951

1952

1953

1954

1955

1956

1957

1958

1961

1962

1963

1964

1965

1966

1967

1972

1973

1974

1975

1976

1977

1978

1979

1980

1981

1982

1983

1984

1985
1986
1987

1988
1989

1990

1991

1992

1993
1994

1995

1996

1997
1998

1999

2000
2001
2002
2003

2004

2005

2006


1940

Het jaar dat de Duitsers Rotterdam platbombarderen.
Op een affiche staat: "Engelsche vliegers kennen geen genade voor vreedzame burgers.
Daarom, blijft in huis"

Het is Oorlog

1940 Kazernes
In de Sarphatistraat in Amsterdam, waar ik tijdens de oorlog woon, zijn de kazernes, onder andere de Cavaleriekazerne. Waar de paarden stonden zijn nu de ateliers van de studenten van de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten.
De Nederlandse soldaten maken plaats voor de Duitse. De romantiek en de geur van slechtgewassen zware soldatenkleding en leren riemen blijft me bij. Het maakt geen verschil of het Nederlandse of Duitse soldaten zijn, ze ruiken eender. Voor jongetjes zijn bij de kazernes spannende dingen te beleven. In de oorlog worden de kazernes voorzien van bunkertjes en afzettingen. Soms mogen we 's avonds de straat niet op en zit ik voor het raam naar het gedoe van de soldaten aan de overkant te kijken


Dik Trom en Pietje Bel
De strips uit die tijd zijn 'In de Soete Suikerbol', 'Tom Poes', 'Bruintje Beer', 'Bulletje en Bonestaak' en de typische kleine dikke, voor mij verboden, stripboekjes van de judo-detective-held Dick Bos.
'Sjors en Sjimmie'-de pikzwarte Sjimmie en de hoogblonde Sjors die vandaag niet door de discrimineerbeugel kunnen, maar ook de sprookjesverhalen in afleveringen, 'De wondere avonturen van Arretje Nof', uitgegeven door de Oliefabriek Calvé Delft, horen voor mijn gevoel bij die tijd. 'Kapitein Rob' en de 'Katzenjammer Kids' zijn waarschijnlijk van na de oorlog.

Sjabbatgoy
De eerste bommen vallen en ik zie voor het eerst van mijn leven een door een bom verwoest huis op de hoek van de Gelderse kade en de Rechtboomssloot. Later komen horden vliegtuigen over. Een angstig en tegelijkertijd vertrouwenwekkend gebrom. De luchtbescherming, de zoeklichten. Granaatscherven die op straat vallen en die ik 'nog heet' kan oprapen en verzamelen. De vervolgingen beginnen en één voor één verdwijnen de joodse buurjongetjes uit de Sarphatistraat en de Weesperbuurt.
Ik moet af en toe als Sjabbatgoy bij orthodoxe joden het licht aan doen. Ons huis, in het midden van de straat, wordt bij razzia's steeds als eerste binnengevallen. De beelden van de horden 'Grüne Polizei' die naar binnen rennen om dan in de tuin te speuren naar ontsnappende mensen blijven mij bij. De onderduikkinderen die bij ons in bed liggen als er zo'n inval is. De kinderen zijn maar kort bij ons en worden naar boeren in Friesland gebracht.


1945 Tekenles
Op het eind van de oorlog krijg ik tekenles van Ton Pluymers, een echte kunstschilder in een atelier in de Pijp waar het ruikt zoals het hoort, naar terpentijn.
Het avontuur van de straat trekt, zoals de speurtochten naar brandstof, meer dan de kunst. De houten, geteerde blokjes tussen de tramrails weghalen. Kooltjes graven op het terrein van het voormalig Weesperpoortstation, dat in mijn kindertijd afgebroken is. Hout slopen uit de verlaten huizen in de Weesperstraat.
Ik heb er veel tijd voor want de school gaat vaak niet door na een luchtalarm.
De school die me dwingt om strakke diklijnige tekenvoorbeelden zonder vlekken na te tekenen. Na iedere strakke tekening mag ik als beloning een 'vrije tekening' maken. Ik herinner mij zo'n vrije tekening, een winterlandschap waar de sneeuwvlokken met dikke plakkaatverfklodders uit de hemel vallen.

De Volksmuziekschool van Willem Gehrels

Eerst krijg ik er eem algemene muziek opvoeding. De noten met voorgeschreven handgebaren voeren me naar de juiste melodieën. Later les op gitaar. Iedere les neem ik een nieuw, leeg, sigarenkistje mee als voetenbankje. Lege kistjes genoeg, sigaren zijn stinkend surrogaat, bundels kruiden in bruin papier gewikkeld. Jammer genoeg moet die gitaar plaats maken voor andere bezigheden.

Volkse Geest
Ondanks de bezetting is er in Bilthoven een WVO conferentie over Kunstzinnige Vorming, maar Kunst en Cultuur zijn in de oorlog slechts ingezet als propaganda voor de 'Volkse Geest' van het Nationaal Socialisme. En dat had helemaal niets op met vrije persoonlijke expressie.


naar boven