|
1936
Het jaar dat er midden op de Veluwe het Kröller-Müllermuseum
voor moderne kunst geopend wordt
De
Werkgemeenschap
voor Vernieuwing van Opvoeding en Onderwijs
Kees
en Betty Boeke
Het is de tijd die aangeduid wordt met 'voor de oorlog'
Meestal komt daar nog achteraan: "voor de oorlog kon je
nog naar de schouwburg voor..." en dan komt een bedrag
in centen en halve centen. Soms hoor ik dat voor de oorlog alles
beter was, wel een moeilijke tijd, maar toch beter.
1935
Kees Boeke richt de Nederlandse afdeling
van de New Education Fellowship, de Werkgemeenschap voor
Vernieuwing van Opvoeding en onderwijs, op
Opvoeding betekent bevordering van de grootst mogelijke ontwikkeling
van de aanleg van ieder individu persoonlijk en als lid van de
gemeenschap.
Er is een dwingend verband tussen de ontwikkeling van de maatschappij
en de opvoeding van kinderen.
Vrede en rechtvaardigheid moeten in een wereldorganisatie gewaarborgd
zijn.
De WVO bestaat tot op de dag van vandaag, evenals het maandblad
Vernieuwing, opgenomen in het SOVO, het Samenwerkingsverband
van Organisaties voor Onderwijsvernieuwing, waarin
de Freinetbeweging, de verenigingen
van Vrije Scholen, Daltonscholen, Jenaplanscholen
en Montessorischolen samenwerken.
De onderwijsinspectie heeft grote bezwaren tegen de
vernieuwende tendensen in het tekenonderwijs.
Die zouden ten koste gaan van de kwaliteit ervan.
Nieuw
is alles eens, maar niets blijft het
Kees Boeke schrijft:
"Ervaren wij het niet als zielig, soms bijna tragisch,
wanneer wij in aanraking komen met iets, dat de naam 'nieuw' draagt,
maar waarvan wij bij de eerste aanblik merken, dat het al evenzeer
verouderd, even duf en star geworden is, als zijn minder pretentieuze
concurrent die zich niet van dit gevaarlijke etiket heeft voorzien?"
Het
vrije tekenen
De WVO haalt Richard
Rothe binnen. Het is een Weense tekenleraar
die een Jugenkunstklasse organiseerde
en die zich opstelde tegen het starre tekenonderwijs van die tijd.
De belangrijkste vernieuwende omslag was dat het tekenonderwijs
zich meer richtte op de innerlijke beleving in plaats van de uiterlijke
waarneming. Dit vrije tekenen werd door de behoudende leraren
als te vrijblijvend ervaren en afgewezen. Het zou toch maar tot
bandeloosheid leiden. Daar tegenover stond dat kindertekeningen
beoordeeld diende te worden als een persoonlijke uiting, het creatieve
proces.
1939
Overheid en Kunst
Emanuel
Boekman, roepnaam: Manus, partijbestuurder SDAP
en wethouder van Onderwijs en Kunstzaken te Amsterdam promoveert
op Overheid en Kunst in Nederland. Hij is pleitbezorger van een
actief kunstbeleid zoals de nationale regering dat pas na 1945
zou gaan voeren, en dat uitging van spreiding van kunst en kultuur
onder achtergestelde maatschappelijke groepen.
1948 Vereeniging
ter bevordering van het Aesthetische Element in het Voortgezet
Onderwijs (VAEVO)
Er verschijnt een historische en psychologische studie van de
kindertekening. De leerkrachten werden geadviseerd meer aandacht
te besteden aan de ontwikkelingsfasen in de kindertekening. Toch
is de VAEVO meer bezig met kunstbeschouwing, lessen in kijken.
De eerste bijeenkomst van de Werkgroep Aesthetische Vorming, afdeling
Tekenen en vrij vormen en het zogenoemde ' pantomime-tekenen'
wordt op 30 september op de Werkschuit gehouden.
1941
Congres Kunstzinnige Vorming van de WVO te Bilthoven
Tijdens WOII werd in binnen- en buitenland aan de voorbereiding
van onderwijsvernieuwing gewerkt.
1944 Internationale
aanpak van Onderwijs
In Londen werd onder leiding van minister
Butler vergaderd zodat direct na de bevrijding met
vernieuwing kon worden gestart. Voor Nederland neemt Dr.
G. Bolkestein, minister v Onderwijs in ballingschap,
aan de besprekingen deel. Hij pleit voor een apart ministerie
voor de kunsten. Er moet meer schoonheid in het leven van de mensch
komen.
Ministeries veranderen nogal eens van
naam en inhoud
1799: Agentschap Nationale Opvoeding;
1818: Ministerie Onderwijs Kunsten en Wetenschap;
1824: Ministerie Publiek onderwijs, Nationale Nijverheid en Koloniën;
1825: Ministerie Binnenlandse zaken, Waterstaat en Onderwijs;
1918: Ministerie. van Binnenlandse zaken;
1922: Ministerie Onderwijs Kunsten en Wetenschappen (OKenW);
1966: Ministerie van Onderwijs en Wetenschap;
1986: Ministerie Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Ministerie
Onderwijs en Wetenschappen (OW)
1994: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
De bal stuitert tussen kunsten en onderwijs
heen en weer
Papierpropjeskunst
In het 'kakschooltje', ook wel bewaarschool en later de kleuterschool,
op het Beukenplein maak ik kennis met het onontkoombare onrechtvaardige.
Ik word gestraft voor het stukmaken van een schaartje door een ander
kind. Ik moet met de twee helften in mijn hand op de kamer van de
directrice uren in de hoek staan.
Mijn verweer wordt niet geaccepteerd. De idealen van de WVO gaan
aan mijn neus voorbij.
Een dergelijk trauma lopen veel kinderen op, ook vandaag nog, als
leerkrachten slordig met hen om gaan. Ik kan me niet voorstellen
dat ik toen besloot het ze later betaald te zetten, maar ik kan
me wel voorstellen dat een dergelijke ervaring mijn latere werk
op scholen heeft geraakt.
Daarnaast zijn er ook herinneringen aan goede dingen. Een juf om
verliefd op te worden. Een spontaan groepswerk, als ik een papieren
vuilniskarretje in elkaar plak. Alle kinderen in de klas kauwen
propjes papier om die in mijn vuilniswagentje te doen.
Mijn leven lang heb ik zulke groepswerken bedacht, hoewel die verder
gaan dan de papierpropjeskunst met de felgekleurde bloembollenvelden.
naar
boven
|
|