|

Omslag van het tijdschrif Vernieuwing,
ontworpen door de architect H.Th. Wijdeveld.

Maria Montessori in gesprek met Kees Boeke

Feest ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig jubileum van
de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven [6 januari 1951]
Nieuw
is alles eens, maar niets blijft het
Kees Boeke schrijft:
"Ervaren wij het niet als zielig, soms bijna tragisch, wanneer
wij in aanraking komen met iets, dat de naam 'nieuw' draagt, maar
waarvan wij bij de eerste aanblik merken, dat het al evenzeer
verouderd, even duf en star geworden is, als zijn minder pretentieuze
concurrent die zich niet van dit gevaarlijke etiket heeft voorzien?"
***

Een voorbeeld van zogenoemde 'vrije vormgeving',
vouwen, knippen en plakken met de hele groep.
Handenarbeid ter ontwikkeling van het onderwijs.
***
|
|
1936
Het jaar dat er midden op de Veluwe
het Kröller-Müllermuseum voor moderne kunst geopend
wordt
de
Werkgemeenschap
voor Vernieuwing van Opvoeding en Onderwijs
Het is de tijd die aangeduid wordt met 'voor de oorlog'
Meestal komt daar nog achteraan: "voor de oorlog kon
je nog naar de schouwburg voor..." en dan komt een
bedrag in centen en halve centen.
Soms hoor ik dat voor de oorlog alles beter was, wel een moeilijke
tijd, maar toch beter.

Kees
en Betty Boeke
1935 Kees Boeke richt
de Nederlandse afdeling van de New Education Fellowship,
de Werkgemeenschap voor Vernieuwing van Opvoeding en onderwijs,
op
Opvoeding betekent bevordering van
de grootst mogelijke ontwikkeling van de aanleg van ieder
individu persoonlijk en als lid van de gemeenschap.
Er is een dwingend verband tussen de ontwikkeling van de maatschappij
en de opvoeding van kinderen.
Vrede en rechtvaardigheid moeten in een wereldorganisatie
gewaarborgd zijn.
De WVO bestaat tot op de dag van vandaag en is, evenals het
maandblad Vernieuwing, opgenomen in het SOVO, het Samenwerkingsverband
van Organisaties voor Onderwijsvernieuwing, waarin de Freinetbeweging,
de verenigingen van Vrije Scholen, Daltonscholen, Jenaplanscholen
en Montessorischolen samenwerken.
De onderwijsinspectie heeft grote bezwaren tegen
de vernieuwende tendensen in het tekenonderwijs.
Die zouden ten koste gaan van de kwaliteit ervan. Dat werd
geweten aan een gebrekkige opleiding van de onderwijzers.
Tijdens hun opleiding werd voornamelijk gewerkt aan de eigen
vaardigheden van de kwekelingen en minder of in het geheel
niet aan de methodische overdracht naar kinderen.
Behalve dat bleken zo'n 16 verschillende methoden in 53 scholen
te circuleren.
Kortom de inspectie somberde volop.
Het vrije tekenen
De WVO haalt Richard
Rothe binnen. Het is een Weense tekenleraar
die een Jugenkunstklasse organiseerde
en die zich opstelde tegen het starre tekenonderwijs van die
tijd.
De belangrijkste vernieuwende omslag was dat het tekenonderwijs
zich meer richtte op de innerlijke beleving in plaats van
de uiterlijke waarneming.
Dit vrije tekenen werd door de behoudende leraren als te vrijblijvend
ervaren en afgewezen. Het zou toch maar tot bandeloosheid
leiden.
Daar tegenover stond dat kindertekeningen beoordeeld diende
te worden als een persoonlijke uiting, het creatieve proces.
***
1939
Overheid en Kunst
Emanuel
Boekman, roepnaam: Manus, partijbestuurder
SDAP en wethouder van Onderwijs en Kunstzaken te Amsterdam
promoveert op Overheid en Kunst in Nederland. Hij is
pleitbezorger van een actief kunstbeleid zoals de nationale
regering dat pas na 1945 zou gaan voeren, en dat uitging van
spreiding van kunst en kultuur onder achtergestelde maatschappelijke
groepen.
1948
Vereeniging ter bevordering van het Aesthetische Element in
het Voortgezet Onderwijs (VAEVO)
Er verschijnt een historische en psychologische studie van
de kindertekening. De leerkrachten werden geadviseerd meer
aandacht te besteden aan de ontwikkelingsfasen in de kindertekening.
Toch is de VAEVO meer bezig met kunstbeschouwing, lessen in
kijken.
De eerste bijeenkomst van de Werkgroep Aesthetische Vorming,
afdeling Tekenen en vrij vormen en het zogenoemde 'pantomime-tekenen'
wordt op 30 september op de Werkschuit gehouden.
1941
Congres Kunstzinnige Vorming van de WVO te Bilthoven
Tijdens WOII werd in binnen- en buitenland aan de voorbereiding
van onderwijsvernieuwing gewerkt.
1944
Internationale aanpak van Onderwijs
In Londen werd onder leiding van minister
Butler vergaderd zodat direct na de bevrijding
met vernieuwing kon worden gestart. Voor Nederland neemt Dr.
G. [Gerrit] Bolkestein, minister v Onderwijs
in ballingschap, aan de besprekingen deel. Hij pleit voor
een apart ministerie voor de kunsten. Er moet meer schoonheid
in het leven van de mensch komen. Op 31 juli 1945 verklaarde
hij: 'Het lijkt mij van groot belang in ons onderwijs aan
de aesthetische vorming een ruimere plaats te schenken. Het
gaat niet om de vorming van artiesten, maar het gaat om het
aankweken van gevoeg voor schoonheid, zonder hetwelk de mensch
zoo beklagenswaardig veel in zijn leven mist.' Op dit
punt bestond vóór de oorlog reeds incidenteel
een en ander, doch dat zal alles grooter moeten worden aangepakt.
Bolkestein keerde na de oorlog niet meer als minister terug.
Van der Leeuw was maar kort bewindspersoon en hij hield
zich met de buitenschoolse vorming bezig.
Minister Rutten maakte in 1951 een onderwijsplan dat
dat tot ingrijpende hervorming leiden en dat werd uiteindelijk
de Mammoetwet van 1968. De hele sector van de kunstzinnige
educatie kwam in beweging. Iedere discipline voht voor een
eigen plek in het bestel. Duidelijk was dat er nog grote verschillen
lagen tussen kunsteducatieve expressie en traditionele vormen
van cultuurspreiding.
***
Ministeries voor Onderwijs en Kunst
De bal stuitert voortdurend ussen
kunsten en onderwijs heen en weer. Voornamelijk op het punt
van de financiering waren de budgetten nog fors gescheiden.
Het begon als een bijkantoortje van Binnenlandse zaken.
1799: Agentschap Nationale Opvoeding.
Later werden Onderwijs en Kunst ondergebracht in de portefeuilles
van andere ministers.
1818: Ministerie Onderwijs Kunsten en Wetenschap.
1824: Ministerie Publiek onderwijs, Nationale Nijverheid en
Koloniën.
1825: Ministerie Binnenlandse zaken, Waterstaat en Onderwijs.
1918: Ministerie. van Binnenlandse zaken.
Na de Eerste Wereldoorlog kwam er een eigen ministerie,
maar was er nog wel een verschil tussen onderwijs en wetenschap.
1922: Ministerie Onderwijs Kunsten en Wetenschappen (OKenW)
Dan is ineens de kunst niet meer zo van belang.
1966: Ministerie van Onderwijs en Wetenschap.
Vervolgens komen er twee ministeries, een splitsing tussen
cultuur en onderwijs.
1986: Ministerie Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
1986: Ministerie Onderwijs en Wetenschappen (OW)
Tenslotte komt cultuur weer gezellig tussen onderwijs en wetenschap
terug.
1994: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
En zo wordt er bij ieder nieuw kabinet gewikt en gewogen tussen
inhoud en belangen.
***
Papierpropjeskunst
In het 'kakschooltje', ook wel bewaarschool en later de kleuterschool
genoemd, op het Beukenplein maak ik kennis met het onontkoombare
onrechtvaardige.
Ik word gestraft voor het stukmaken van een schaartje door
een ander kind. Ik moet met de twee helften in mijn hand op
de kamer van de directrice uren in de hoek staan.
Mijn verweer wordt niet geaccepteerd.
De idealen van de WVO gaan aan mijn neus voorbij.
Een dergelijk trauma lopen veel kinderen op, ook vandaag nog,
als leerkrachten slordig met hen om gaan.
Ik kan me niet voorstellen dat ik toen besloot het ze later
betaald te zetten, maar ik kan me wel voorstellen dat een
dergelijke ervaring mijn latere werk op scholen heeft geraakt.
Daarnaast zijn er ook herinneringen aan goede dingen. Een
juf om verliefd op te worden.
Een spontaan groepswerk, als ik een papieren vuilniskarretje
in elkaar plak. Alle kinderen in de klas kauwen propjes papier
om die in mijn vuilniswagentje te doen.
Mijn leven lang heb ik zulke groepswerken bedacht, hoewel
die verder gaan dan de papierpropjeskunst met de felgekleurde
bloembollenvelden.
***
>
naar boven
> verder
> terug naar index
|
|