startpagina

index
literatuur


werkvormen
lessen




taalactiviteit in het kinderdagverblijf
Peuters en hun vormstempels

De stempels doen het ook in de sneeuw.
De afdrukken smelten, die moet je snel bekijken.



De peuters van een kinderdagverblijf in Amsterdam maakten vormstempels,
drukten die af in het vakje en ze vertelden er bij.


Driehoeken die gaan lijmen want ze hebben snavels.
Harde wind, dan waaien ze weg
Vogels kunnen vliegen maar niet zwemmen hoor!
Kleine eendjes wel en grote zwanen.


Heel veel eekhoorntjes die gaan gewoon op mijn handen lopen, dat kriebelt zo.


Vissen eten hun eigen voer en ik eet vis.


Hokje voor het hondje.
En tunneltjes.
Dan gaan ze botjes zoeken.


Dat is de bus, dan gaat ie vallen.
Er komt een auto tegen.
Er komt ook een auto tegen de broek.


Ik had geen armbandjes.
Ik had niks aan.
Ik kan al zwemmen zonder bandjes.

Hoe ging het in zijn werk?
De vormstempels zijn kleine houten blokjes waar de peuters vormpjes van zelfklevend cellrubber opgeplakt hebben.
In een dekseltje is wat Ecoline op een viltje gedruppeld.
Dat is het stempelkussentje.
De kinderen gebruiken elkaars stempels en combineren die met elkaar.
Ze bedenken waar een stempeltje moet komen en met welke kleur.
Je kunt het stempeltje ook heel vaak afdrukken.
Soms gaat een peuter met het stempeltje veegjes maken. Dat is de bedoeling niet, maar het is wel leuk om te zien.

Wat de kinderen vertellen
Ze kijken naar de stempelwerkstukken.
Soms benoemen ze slechts de vormen.
Maar als je doorvraagt krijgen de vormen een betekenis.
Dan komen er verhalen los.
Vaak zijn die verhalen verbonden aan de prentenboeken die ze kennen.
Het wordt pas echt spannend als ze vertellen over de dingen die ze zelf gedaan hebben.


Sinterklaas of een heks, die gaat kadootjes brengen
En er is een veulentje die pas geboren is, die hoort bij het moederpaard, die moet in een ander hokje.
En Sinterklaas zegt: "Welkom in Nederland"


Dat is een beetje kapot, die maan, dan gaat ie soms huilen.
De maan is gevallen en dan komt de vogel die vierkant is hem helpen


De broeken waaien allemaal weg.
Heel hoog in de wolken
Het ene rondje lijkt net alsof het kapot is
Die met gaatjes zijn ook wolken

 


Een beer, die hoort niet bij ons in de bus.
Toen kwam de jager aan die zei: "Wie heb jij opgegeten, Maite en Tamar?
Ik ga jou doodschieten"


Ronde billen die tegen elkaar aan zijn.


Daar ben ik onder water.
Een stokje daar boven, dan kan je adem halen
en een brilletje aan.


Drie biggetjes hebben een doek om hun been.
Ze hebben kleren aan en doeken over hun ogen.
Eén biggetje zag de wolf.


De lucht is blauw.
Ja.


Na het eten krijg ik een toetje. Chocoladevla.
Eerst heb ik pasta met spinazie er door heen.
Dat heet kadootjespasta.


De kinderen van de crèche.
Ik weet niet wat ze doen.


In het zwembad met papa en mama en Morris en Tamar en nog een oma er bij. Oma had geen bandje, want oma's kunnen zwemmen.


Een koning. Hij ligt op de grond. Hij is dood.


Een rond maantje.
Een stukje van de maan.
Dan valt ie er af.


Dat is kabeltouw, die maak je aan de boot vast.
Dan ga je uitstappen en los maken.

naar boven

terug