|
Zo
begint geletterdheid
"Waar ga
je naar toe?",
vragen de kinderen als ik mijn fiets op de binnenplaats zet.
"Als ik met mijn fiets een lange tocht ga maken
moeten zijn tanden schoon zijn"
antwoord ik en laat mijn schoonmaakspullen aan de kinderen zien.
"Haha, een fiets heeft geen tandjes"
beweert een van de kinderen.
Ik laat de oude vieze tandenborstel zien
waarmee ik het tandwiel steeds schoonmaak.
De kinderen zijn zeer geïnteresseerd.
Dat zijn dus de tandjes van de fiets.
"Kan hij daar ook mee eten?"
Dat is raar, maar een fiets hoeft niet te eten.

Ik deel lapjes
uit en de kinderen beginnen me enthousiast te helpen met het schoonmaken
van mijn fiets. Ondertussen vragen ze mij naar de namen en de
werking van alle onderdelen.
|
|
Mijn
fiets staat midden in een taalkring
De kinderen raken geboeid
door de werking van de ketting die over de derailleur loopt.
De remkabels en de bagageriempjes.
De trappers en het grote tandrad en
de kleine tandwieltjes in het achterwiel.
De spaken en het achterlichtje.

Kinderen
zijn gewend om op fietsen gezet te worden Ze
worden van huis naar het kinderdagverblijf vervoerd.
Ze kennen een fiets als zodanig.
Soms is het goed als ze details van een fiets
nauwkeuriger bestuderen en benoemen.
Dingen hebben namen en functies
en kinderen willen die weten en leren.
Kinderen willen ook graag dingen doen
waar volwassenen mee bezig zijn.
Het is dan zaak dat zo'n activiteit verder gaat dan
"mag ik je helpen?",
maar dat er een talige ontwikkeling bij hen op gang gezet wordt.
naar
boven
terug
|
|