startpagina

index
literatuur


werkvormen
lessen





Schrijven in het Joods Historisch Museum
Kinderen vinden hun eigen woorden bij de foto's van Frédéric Brenner

Eerst spelen we het museumkaartspel
Het is een spel van combineren en associëren.
Kaarten met details uit de foto's van Brenner worden gelegd naast afbeeldingen met verschillende onderwerpen.

De kinderen vertellen wat hun eigen ervaringen zijn als ze een kaartcombinatie bekijken.

Dan een speurtocht
Met een detail van een foto in de hand zoeken naar de hele foto die op de tentoonstelling hangt.

Tekenen en schrijven
Met een kijkraampje een detail van een foto zoeken en dat detail tekenen.

Als de tekening af is komen de eigen woorden van de kinderen erbij


Bij de Muiderstraat gaat de brug open
als er een boot aan komt




Het meisje haalt water uit de vijver
om de afwas te doen.
Maar ze moet wel een eindje lopen door de bomen.
Ze is wel moe.
Haar hoofd doet pijn.




Er is een motorshow.
Met alleen maar mannen zonder helm.
Mooie motors.
Oude motors.


Ik keek eens een keer naar een film over wolven.
Er zaten konijnen in een hok.
Het hok was niet goed dicht gedaan.
De konijnen waren weg gelopen.
Maar ze waren wel weer gevonden.


Ik heb een meisje zien jojoën.
Dat vind ik leuk omdat het moeilijk is
.



Toen ik mijn vaders kantoor binnen kwam zag ik hele grote kasten
met allemaal boeken er in.
Ik sloeg een boek open en zag allemaal vreemde tekens.
Toen ik op de zijkant keek zag ik staan
dat het allemaal Joodse tekens waren.
Toen ik dat gelezen had vroeg ik mezelf af: Joods zijn, wat is dat eigenlijk?




Het meisje staat vlak tegen de muur aan.De stenen zitten op haar voeten.
Niemand wil met haar spelen.
Op de paal staat een ster.
Opeens komt er een jongetje naar haar toe.Ze gaan samen spelen en ze zit niet meer alleen.




Ik ging met mijn buurman vissen.
Maar ik niet alleen, ook met Daniël en nog iemand. We hadden veel vissen gevangen. Ze waren de zelfde soorten
Een was iets dikker dan de andere
.


Er waren eens drie mensen die op een mooie dag op een heuvel naar de zonsopgang aan het kijken waren.
Nou eigenlijk juist niet kijken.
Ze hielden hun handen voor hun ogen.


Er staan allemaal mannen waar je een krantje of een souvenir kunt kopen.
Ze staan voor een kerk en twee tempels.




Toen ik op het strand liep zag ik een man die een kronkelige nek had.
Zijn hele lijf was gekronkeld.

naar boven
terug