startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten







Taalwerkvormen / gedichten
Rondelen schrijven


Regels die zich herhalen
Een werkvorm waarbij een rondeel gebruikt is om een schrijfproces bij kinderen op gang te brengen en te begeleiden.

Alle inspanningen bij taalvorming zijn er op gericht kinderen kwalitatieve stappen te laten zetten op hun pad naar een beter taalgevoel.
In dit geval gaat het om het schrijven van rondelen. Dat zijn teksten waarbij bepaalde regels herhaald worden.
We beginnen meestal met het voorlezen van een gedicht zodat de kinderen het ritme van vorm herkennen.
Ze ervaren dat ze door die herhalingen in staat zijn een tekst een poëtische kracht te geven. Die kracht openbaart zich meestal het duidelijkst als de kinderen hun eigen teksten voorlezen.

Het gedicht en de werkvormen die er bij gebruikt zijn
gekozen uit de bundel: 'Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is'

Marc groet 's morgens de dingen
Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag
Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn

Paul van Ostaijen

Voorlezen van het gedicht
Aandacht voor de vorm en bijzonder taalgebruik van Paul van Ostaijen.

Vertelronde over voorwerpen
Voorwerpen liggen op tafel, bijvoorbeeld: eierlepeltje; schelp; tas; steen; boodschappentas en zo meer.
De kinderen vertellen over de voorwerpen.
Tussendoor stel je stimulerende vragen:
Wat kun je allemaal met die steen doen?
tekenen, schrijven, krassen, vuur maken, som maken, hinkelen, gooien, wrijven.
Deze woorden komen op het bord, er worden tekeningen bijgemaakt.
Enkele woorden worden wat verder uitgediept:
Hoe maak je vuur met een steen?
Hoe gaat hinkelen precies?
De kinderen worden gedwongen om duidelijk in hun beschrijvingen te zijn, zoals bijvoorbeeld: hoe ziet een hinkelbaan er uit?

Lijstje
Kies één voorwerp en schrijf daaronder minstens drie ervaringen, in steekwoorden, met dat voorwerp.

Tweetalgesprek
Vertel over één van de ervaringen uit je lijstje.
Kinderen die het verhaal van de ander niet helemaal begrijpen, moeten doorvragen tot ze het snappen.

Tekst schrijven
Wat je vertelde schrijf je zo precies mogelijk op.
Als je over meer onderwerpen tegelijk vertelde kies je er maar één uit.

Tekst voorlezen:
Ik kook zes eieren.
Mijn moeder was ziek. Ik ging voor iedereen eieren koken. Ik pakte zes eieren uit de koelkast.
Dan pakte mijn zusje één ei en liet het uit haar hand vallen. "O , wat heb je gedaan?" zeg ik.
Ik kookte de vijf eieren en ruimde de rommel op. Ik breng de eieren naar mijn moeder
.

Rondeel
Herschrijf je tekst over hetzelfde onderwerp in de vorm van een rondeel.
Je schrijft alsof je met het voorwerp spreekt, zoals in het gedicht 'Marc groet de dingen'.

regel 1: Een groet en het voorwerp
regel 2: Waar is het
regel 3: Wat gebeurde er
regel 4: is als regel 1
regel 5: Wat doe je zelf
regel 6: (even open laten)
regel 7: als 1 met één woord erbij
regel 8: als 2 met een variatie als je wil
Na regel 8 beslissen wat er nog in regel 6 bijgeschreven moet worden.

De kinderen schreven:

Dag ei
Op de grond
Mijn zus liet je vallen toch
Dag ei
Ik veeg je op
Dan gooi ik je in de vuilniszak
Dag arme ei
Op witte grond

Hoi boodschappentas
In de kast
Ik deed fruit in je
Hoi boodschappentas
Ik draag je, je bent zwaar
Naar de markt
Hoi boodschappentas, gele, grijze
In de kast


Henk van Faassen

lees ook