startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten






Taalwerkvormen / gedichten
Voorlezen en bespreken van gedichten


Soms lees ik gedichten alleen voor en praten we er kort met elkaar over
Dan schrijf ik een gedicht op het bord met de bedoeling het te bespreken en te veranderen.
Ik heb gemerkt dat het in het begin vooral belangrijk is om het te hebben over beeldend, kort en kernachtig, schrijven.

Een gedicht moet klinken
Omdat het bij een gedicht heel belangrijk is hoe het klinkt, is hardop voorlezen onontbeerlijk.
Gedichten moet je niet alleen zien, maar ook horen. Je krijgt daardoor een beter inzicht in de werking van taal.

De gedichten lees ik het liefst zelf voor. Door mijn manier van voorlezen kan ik de werking van de woorden en de zinnen in het gedicht beter laten horen. Vooral om het ritme van de zinnen of de klankovereenkomsten goed te laten horen.
Als kinderen het, na verloop van tijd, zelf ook zo kunnen, lezen ze eerst zelf voor en daarna ik nog een keer.
Het is zinvol een gedicht meerdere keren voor te lezen om het goed over te laten komen.

Praktijk
Als een groep geen ervaring heeft met het bespreken van gedichten begin ik altijd zelf.
Het voorbeeld stimuleert de kinderen om ook met hun reacties te komen.
Het gaat om positieve reacties op het gedicht. Daarom niet: "Wat vind je van dit gedicht?"
Dat is te algemeen.
Liever vraag ik:
"Wie heeft er een mooie zin of een mooi stukje gehoord?"
Aan de schrijver zelf:
"Welke zin of welk stukje vind je goed gelukt, waar ben je tevreden over?

In eerste instantie reageren de kinderen alleen op de inhoud.
Ze vinden dit een leuk woord en dat een grappige zin.
Wat betreft de inhoud "gaat het er om of we het voor ons kunnen zien. Ik haal de zinnen eruit die daar een goed voorbeeld van zijn.
"Wat laat de schrijver ons zien in zijn of haar gedicht?
"

Hoe klinkt het gedicht.
"Welke zinnen lopen lekker?"
"Hoe klinkt het als we een lettergreep weg halen of er juist aan toevoegen?"

Hoe klinken de woorden?
"Welke woorden klinken heel mooi bij elkaar?"
"Welke klinken een beetje hetzelfde?"

Als het over de regelindeling gaat schrijf ik het gedicht op het bord, precies zoals het kind het heeft geschreven.
Zo lees ik het ook voor. De kinderen horen dan vanzelf of het goed is of niet.
Aan de schrijver vraag ik:
"Hoe zou je de regels anders over het papier kunnen verdelen?"
"Waar wil je een zin afbreken en op de volgende regel laten doorlopen?"

In eerste instantie geef ik het ritme en de klankovereenkomsten in overweging.
Daarnaast laat ik zien dat je je gedicht spannender of leuker kan maken door een zin op een bepaalde plaats af te breken.

Een van de kinderen schrijft in zijn gedicht over een moment van stilte:

Mijn opa masseerde iemand
Hij deed het heel hard
Die man schreeuwde
Opeens was het doodstil
Het leek net of mijn opa die man
dood maakte

Door de laatste zin na man af te breken, wordt het gedicht spannender.

Soms maken kinderen spontaan gebruik van herhaling.
Als ik het tegenkom wijs ik ze daar op. In een gedicht over weerzien schrijft Debbie over haar weggelopen hond:

hij is terug, hij is terug.

Stimulerende vragen stellen
Bij het bespreken en veranderen van een gedicht op het bord stel ik ook vragen als: "Staan er woorden in die eigenlijk niet echt nodig zijn?"
Daarmee wordt soms twee keer hetzelfde gezegd. Het is meestal een verklaring, een uitleg, een mening, zonder dat begrijpen we het ook wel.


Bij sommige bespreekpunten bestaat het gevaar dat kinderen het als trucje gaan toepassen.
Dat is bijvoorbeeld het geval bij klankovereenkomsten en herhaling.
Een herhaling is alleen mooi als hij als hij logisch is in de tekst. Een herhaling om de herhaling is niks.

De school is uit
Ja uit
Het is vrijdag
Ja vrijdag

Soms gaan kinderen op de meest vreemde en onlogische plekken hun regels afbreken om maar klankovereenkomsten aan het eind te krijgen. Dan werkt het niet meer.
Bovendien kan een gedicht daar heel monotoon van worden.
Dus denk goed na over wat jij wilt zeggen in je gedicht, wat wil je ons laten zien en met welke woorden kan je dat het beste doen.

Lucie Visch

lees ook