startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten






Taalwerkvormen / gedichten
Benoemen van voorwerpen

Dingen die een naam hebben
Als kinderen voorwerpen mee naar school nemen kunnen ze dat ding in eerste instantie benoemen door het een naam te geven.
Dat wil niet zeggen dat de benoeming daarmee compleet is.
Het voorwerp moet voor alle kinderen in de kring duidelijk zijn in toepassing en zo meer.

Kwaliteit van de taal zit in kleine dingen

Dat een glas meestal op een bierviltje staat is een alledaagse vaststelling.
Dat het tussen de tafel en het glas zit zou je bijna een literaire waarneming kunnen noemen.
Toch ontstaat zoiets heel gewoon als de kinderen bezig zijn met het benoemen van voorwerpen die één voor één op tafel komen.

Niet alleen: "dit is een bierviltje", maar een zin bedenken die meer zegt.
Het begint dan een beetje moeizaam: "in het café, weet je wel, je zet een glas, nou ja, er staat een glas op".

Totdat het er ineens is:
Een bierviltje is een ding dat tussen de tafel en het glas zit

Praktijk

Samenvoegsels
Erop, eronder, ernaast, erin, erboven, ineens, onderdoor, allemaal samenvoegsels.
We schrijven vandaag de namen van de voorwerpen erbij: Bierviltje bij 'erop' en bierviltje bij 'ertussen', dat kan dus allebei .
Kurkentrekker bij 'erin', want de kurk zit nog in de fles als je met trekken begint.
De schelp bij 'erlangs', want het strand is langs de zee.

Associëren met dingen.
Bij het bierviltje denk je aan de kurkentrekker en de kroonkurk.
De zeep en de tandenborstel bij elkaar.
Maar ook de zonnebril en de schelp bijeen want op het strand...., maar de zonnebril en het glazen potje kunnen ook bij elkaar.

Voor de hand liggende combinaties en minder voorspelbare associaties, voorwerpen die op het materiaal waarvan ze gemaakt zijn, of op de vorm bij elkaar gelegd worden.
Waarom staan het speelgoedvogeltje en de 'spanen' vogel naast elkaar? "het zijn alle twee 'neppe' vogels.
Wat is dat nu voor een woord 'neppe'? Weet je dat niet? Dat is iets wat niet echt is, 'kunst'. 'replica'!.
Wil je dat even uitleggen? "Nou we waren op dat schip bij het scheepvaartmuseum en dat was een replica van een echt oud zeilschip. Deze vogel is een replica, weet je wel".

Zoeken van gedichten bij de dingen.
De 'spreker' is de baas, die regelt de zoektocht.
Vandaag zijn er nieuwe gedichtenbundels.
Het moeilijke is dat de kinderen niet tevreden mogen zijn met een gedicht waar in de titel het voorwerp al genoemd wordt.
Het gedicht dat de kinderen bij een tandenborstel vonden passen:

ik werd vanmorgen langzaam wakker
ik ademde langzaam
en de wekker ging langzaam af

mijn kleren hingen langzaam over een stoel
en mijn linkervoet jeukte langzaam
de zon scheen langzaam door
een langzame kier in de gordijnen

mijn teddybeer lag langzaam naast me

De vorm van het gedicht, de herhaling van het woord 'langzaam' nodigt natuurlijk uit om zelf ook een tekst te schrijven met vaak dat woord erin.
Dat doen we en we lezen voor.
De kinderen willen de gedichten horen waar het meeste 'langzaam' in voorkomt.
Teksten over langzaam voetballen en langzaam scoren, over langzaam de trap op naar school.

Volg de vorm van het gedicht

telkens
als ik een deur door ga
en in een nieuwe ruimte sta
is er een begin -
en als ik dan weer verder ga
en in weer nieuwe ruimten sta
en weer een nieuwe deur door ga
en tussen bloem en rotzooi sta
zijn anderen er ook
ergens niet zo ver -
hun tijd verdicht in mij.
afscheid dat ken ik niet.

Theo Vesseur

Van dit gedicht nemen we een gedeelte over.
Ik vraag de kinderen na te denken over dingen die ze vaak doen.
Een handeling eruit kiezen en we gaan schrijven:
telkens als ik… (wat doe je telkens?)
en… (waar doe je dat?)
is er…
en als ik dan… (laatste zinnen als afsluiting)

De teksten gaan niet uitsluitend over het eigen handelen.
Het meest opmerkelijke gedicht gaat over de jongens die telkens hetzelfde computerspelletje razendsnel kunnen doen.
Zo kan een gedicht ook commentaar geven.

Tjip was
jouw mus.

Iedere mus
en toch
die ene.
(…)

Wat is er zo opvallend aan het gedicht?
"Er staan niet meer dan twee woorden op één regeltje"
"Het hele gedicht is verknipt in korte stukjes"
Zo is dat, zie je wel hoe eenvoudig een gedicht te schrijven is?
Als je maar niet teveel woorden gebruikt!
Nu wij!

De vorm:
1. een naam van een dier dat je kent.
2. het dier met een bezittelijk voornaamwoord: "onze poes"
3. wat doet het dier?
4. waar is het meestal?
En zo verder en zo voort, maar per regel mogen niet meer dan drie woorden, minder wel.

Henk van Faassen

Theo Vesseur, telkens, uit de bundel 'Zeker misschien' uitgeverij De Beuk Amsterdam

lees ook