startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten







Taalwerkvormen
Gedichten over vaardigheden

Alle kinderen kunnen goed vertellen over dingen die ze heel goed kunnen.
Daar scheppen ze vaak over op.
Maar er zijn ook dingen die je steeds niet goed lukken.
Daarover valt ook te schrijven.

Gedicht en de werkvormen die er bij gebruikt zijn
Uit de bundel: 'Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is'

Het vlugste of het langzaamste
We doen, we doen
wie het langzaamst kan fietsen.
we doen, we doen
wie het vlugst slapen kan.
We doen, we doen
wie het langzaamst kan niezen.
Zo'n wedstrijd, zo'n wedstrijd,
daar hou ik wel van.
Heeft er al iemand gewonnen?
Nee, we deden zo langzaam,
't was nog niet begonnen!
We doen, we doen
wie het langzaamst kan vallen.
We doen, we doen
wie het vlugst kijken kan.
We doen, we doen
wie het langzaamst kan ballen.
Zo'n wedstrijd, zo'n wedstrijd,
daar hou ik wel van.
Heeft er al iemand gewonnen?
Nee, we deden zo langzaam,
't was nog niet begonnen!

Karel Eykman

In de kring:
Mimen wat je goed kan, de anderen raden wat het is.
In slowmotion bepaalde dingen voordoen.

Lijstje:
Dingen die je vlug kan of waar je lang over doet
.
Schrijven:
Rondeel

1: wat
2: waar
3: hoe
4 = 1
5: ...........
6 = 2

Praktijkvoorbeeld:

Het lukt me niet het lukt me wel

Een poëzie les om naar de positieve kant van dingen te kijken.
Er zijn verschillende manieren om te werk te gaan, en natuurlijk combinaties daarvan.

Laat de kinderen een papier in tweeën vouwen.
Op de linker kant schrijven ze dingen die ze niet kunnen.
Rechts dingen die lukken. "Ik kan niet goed rolschaatsen, maar ik kan heel goed steppen"

Start
Maak een begin met aan al de kinderen te vragen de volgende zin af te maken:
"ik kan niet vliegen, maar ik kan heel goed……"
Voeg alle regels van de kinderen bij elkaar en maak er een groepsgedicht van.

Het is ook mogelijk dat de hele groep dezelfde zin van een bepaald kind afmaakt.
Het geeft de kinderen de mogelijkheid naar hun positieve krachten te kijken.

Een paar voorbeelden:
Ik kan niet vliegen, maar ik kan doen alsof.
Ik kan niet goed zingen maar heel goed fluit spelen.
Ik mag geen hond hebben, maar ik heb veel lol met mijn hamster.
Ik kan nooit alle boeken van de hele wereld krijgen, maar ik kan er zo veel mogelijk lezen.

Ik kan niet vliegen, maar ik kan wel dromen dat ik het kan.
Ik kan niet vliegen, maar ik kan wel genieten van het vliegen van een libel.
Ik kan niet vliegen, maar ik kan wel meescheuren in een vliegtuig.
Ik kan niet vliegen, maar ik kan wel op mijn rug in de wei liggen en kijken naar de vliegende wolken.
Ik kan niet vliegen, maar ik kan wel vliegensvlug rennen.

Je kunt deze oefeningen ook gebruiken om het duidelijke verschil tussen het niet kunnen vliegen en niet kunnen zingen te bespreken.
De kinderen herkennen het verschil tussen menselijke onmogelijkheden en dingen die ze in principe wel kunnen bereiken.

lees ook