startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten







Taalwerkvormen / Gedichten

Gedichten over zintuigen

De gedichten gaan direct of indirect over zintuigen
Zintuigen zetten kinderen in om bij hun ervaringen te komen.
Het verwoorden van zintuiglijke waarnemingen is er op gericht bij kinderen een beter taalgevoel te ontwikkelen.

Gedichten en de werkvormen die er bij gebruikt zijn
Gekozen uit de bundel: 'Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is'

Biologie voor de jeugd

Hoofdhaar is een knolgewas.
Jij hebt knolletjes in je huid.
Taai en herfstachtig gras
komt daar geregeld uit.
En ieder knolletje is een knoest
van o wel duizend cellen.
Studeer je his-to-lo-gie
dan moest je die allemaal tellen.
Ik zeg echter alleen maar dit:
dat onder haar en schedelbeen
een buidel hersencellen zit,
en dat daarvan één cel alleen
wel duizend gedachten wekt.
(Dit vriend zij U ten teken
dat een en ander wel eens lekt;
wij spreken dan van Spreken.)
Eén haartje uit je wonderhoofd
gerukt, ware zij uit je brein ontsproten,
zou dus van een knol ter grootte
van een miljoen gedachten
hebben ontroofd;
en kon ik je zachte hersens strelen
zoals ik nu je kruintje strijk,
dan stond wat je nu voelt gelijk
aan tien biljoen taferelen.

Ontstelt U dus zulk vergezicht
houdt dan Uw schedeldoosjen dicht.

Leo Vroman

Kring
Ga zitten op lengte van je haar.
De kinderen meten elkaars haarlengte.

Vertelronde
Verzorging van haar; kapper; per ongeluk afgeknipt; op wie wil je lijken; bijzondere haarstijlen.

Lijstje en tweetalgesprek
Over meegebrachte spullen: dingen die je kunt betasten.

Schrijven
1e regel: Hoe voelt het
2e regel: Wat gebeurt er
3e regel: Schrijf "maar..." en beschrijf het tegenovergestelde
4e regel: Wat gebeurt er.
5e regel: Schrijf een dichterlijke uitroep zoals "Oh" en maak daarmee een sluitzin.

voorbeelden
Mijn knäckebrod is ruw en hard
Het doet pijn in mijn mond
Maar, in ieder kuiltje boter
Smul ik al krakend en knarsend
Oh, en dat met honing.

mijn melkpak zat vast in de koelkast
de melk klotste op de grond
maar mijn zuurkoolschotel lukte
het waren twee smaken en twee kleuren
och als alles zo maar vanzelf ging.

Variant:
Ruitassociatie

1. begin met één woord: knäckebrod;
2. schrijf vier associaties op dat ene woord: jam; gaatjes; mond; kraak;
3. en daarna twee associaties op die vier woorden: tandarts; lippen;
4. tenslotte één associatie op die twee woorden: spoelen;
Leg eerst uit: een associatie is het eerste waaraan je denkt als je een woord ziet.

Schrijven bijvoorbeeld:
knäckebrod oh knäckebrod
met boter en met honing
de hoekjes van mijn mond doen pijn
knäckebrod oh knäckebrod
het kraakt en knapt
ik voel het in mijn oren
hakkebord oh knäckebrod
met boter en met honing


Definitiezin
Een schedeldoosje is.....
Ieder die een aanvulling weet zegt de hele zin en plakt daar zijn idee aan vast.
Leg eerst uit: een definitie is op een andere manier hetzelfde beschrijven.

voorbeelden:
Een schedeldoosje is een gedeelte van je hoofd waar je hersens en water en bloed in zitten.
Je bewaart er je gedachten in.

Als je door een wesp gestoken wordt dan schrik je eerst en je voelt pijn.
Daarna zwelt het op en ga je heel hard huilen.
Je duikt het zwembad in en je zwemt terug, je haalt het gif eruit en doet er azijn op.

Variant:

Vertelronde

Over soorten haar; kleuren haar; op wie wil je lijken; bij de kapper;

Ruitassociatie
Zie boven

Schrijven
Met het eerste en het laatste woord van de ruitassociatie.
Keuze uit:
Elf woorden gedicht;
Rondeel;
Panthum

Gedicht voorlezen:

Ssstt!! Ssstt!!
De burgemeester van Bellemansluis
zat op een keer voor het raam van zijn huis
en ergerde zich, en maakte zich kwaad
en riep: Goeie help, wat een herrie op straat.
Getoeter, gerammel, gebrom en geronk,
geblaf en gezoem en geschreeuw en gebonk!
Maar nu is het uit! Het is helemaal uit!
En nu wens ik voortaan geen enkel geluid!
En wie nog het kleinste geluid durft te geven,
die gaat in 't gevang voor de rest van zijn leven.

Nu zijn dus de auto's en fietsen verboden,
de paarden zijn daar nu dus weer in de mode,
maar aan ieder paard wordt ten strengste bevolen
om zich voort te bewegen op rubber zolen.
De mensen die sluipen daar zacht op hun tenen,
op straat liggen dekentjes over de stenen,
de radio's zijn in het water geworpen
en niemand mag daar met z'n soep zitten slorpen
en van alle katten en honden
zijn de bekken met lapjes en doeken omwonden.
De torenklok is omwoeld met katoen
en niezen dat mag je volstrekt niet meer doen.
Wie hoesten wil daar, moet dat zeventien dagen
tevoren schriftelijk aan gaan vragen
De snavels van vogels, ook dat is verplicht,

die zitten afdoende met leukoplast dicht.

Dus als je nu voortaan heel rustig wilt leven,
dan moet je je daar, naar dat stadje begeven,
maar als je er komt, daar in Bellemansluis,
doe alles heel zachtjes! Zo zacht als een muis!
Want als je daar hardop de weg durft te vragen,
dan word je direct in de boeien geslagen.

Annie M G Schmidt

Lijstje en tweetal
Over natuurlijke en kunstmatige geluiden.

Schrijven
Over geluiden die wel of niet bij de natuur horen.

regel 1: (één woord) Een geluid.
regel 2: Wil je wel/niet, waar, horen. Het woord 'horen' op het eind van de regel.
regel 3: Wat maakt dat geluid.
regel 4: Wat doet het ding dat het geluid maakt.
regel 5: Zelfde geluid, ander woord.
regel 6: Een zin die eindigt met het woord 'oren'
regel 7: Sluitzin; hoe wil je het anders.

voorbeelden van kinderteksten

geronk
dat wil ik buiten niet horen
de auto's
die rijden maar af en aan
getoeter
doet pijn aan mijn oren
vandaag mag het anders gaan.

getjilp
dat wil ik in de achtertuinen wel horen
de merels
ze zitten op de hoogste tak
gefluit
is muziek voor mijn oren
's morgens luister ik op mijn gemak.

gekwebbel
dat wil ik op school wel horen
de kinderen
vertellen dingen aan elkaar
gepraat
is prettig voor mijn oren
nu is mijn verhaal al klaar

opmerking:
Het rijmen van de 4e en 7e regel zat niet in mijn opdracht, maar bleek heel vanzelfsprekend te ontstaan, mede vanuit het ritme van de tekst.

Gedicht voorlezen:

De reiger

Met die reiger aan de waterkant
zou ik wel een praatje willen maken
naast hem hurken en vragen:
'Nog wat kikkers gevangen?'

Samen kijken over het water en
als hij een beetje vertrouwd raakt
wil ik met mijn hand zachtjes
glijden langs zijn hals.

Hem eens lekker pakken
in zijn verenjas en later
de spitse snavel gevaarlijk
laten rusten tegen mijn wang.

Remco Ekkers

Kring
Lievelingsdieren van de kinderen soort bij soort.

Praatronde
Andere antwoorden bedenken op de vraag die in de 4e regel van het gedicht gesteld wordt: "nog wat kikkers gevangen?"

Voorbeeld:
Naast hem hurken en vragen:
"Eet je wel eens een boterhammetje met pindakaas?"


Lijstje en tweetalgesprek
Over dieren waar je wel eens mee 'praat'.

Schrijfronde
1e regel: Welk dier en waar is het.
2e regel: Wat wil je met het dier doen?
3e regel: Hoe doe je het; 'en vragen:'
4e regel: Wat vraag je.

voorbeeld
De fuut in het Amsterdamse bos
Samen een duik nemen
En hem op de bodem vragen:
Wie van ons houdt het hier het langste uit?

Variant:

Relaties

Doel
De kinderen er toe bewegen steeds een stap verder te komen als ze over dingen nadenken.

Lijstje
Een lijstje maken van de dieren waar je iets mee hebt.
Er zijn drie vormen van relaties die je met dieren kan hebben.
a. je aait ze en je geeft ze eten
b. ze zijn niet aaibaar en ze prikken of bijten je.
c. je eet ze op
Dieren die je alleen van verhalen kent tellen niet mee.

Kring
Nummer één kiest een dier uit zijn lijstje en vraagt aan de groep of er iemand is die een dier op zijn lijstje heeft staan dat een relatie daarmee heeft.
Als er iemand is, mag die naast hem gaan zitten en die is dan aan de beurt om een dier te noemen.
Zoek naar iets meer dan de relatie van kat tot poes.
Een hond en een kat hebben ook een relatie als ze elkaar najagen.
De reiger heeft een relatie met een vis.

Vertelronde
Vertel over de keer dat je die twee dieren samen zag en wat er toen voorviel.
Voorbeeld
Ik zag een hondje dat steeds maar achter een andere duif aan rende.

Gedicht voorlezen:

Het lied van de zwarte kater
Ik ben de kat Hieronymus
of eigenlijk de kater.
Ik ben geen zachte lieve poes,
geen dot, geen schat, geen lieve snoes,
ik ben een mensenhater.

Mauw, maaaauw, máááuww!

Wanneer je me soms aaien wil
bedenk je dan maar tijdig.
Mijn snorren staan steeds recht omhoog
en toegeknepen is mijn oog,
want ik ben altijd nijdig

Mauw, maaaauw, máááuww!
Helaas, de tijd waarin ik leef,
dat is voor mij een slechte.
wanneer ik vroeger had bestaan,
was ik in dienst bij 'n heks gegaan,
een onvervalste echte!

Mauw, maaaauw, máááuww!

Hans Andreus

Kring
Op volgorde van geluiden, van heel hard tot super zacht, geluiden die je maakt met de spulletjes op je tafel.
Op het bord wordt met cijfers van 1 tot 10 een cirkel van geluidsterkte gemaakt.

Lijstje en tweetal
Over natuurlijke en kunstmatige geluiden.

Schrijfronde
Versje van elf woorden
regel 1: Geluid (één woord)
regel 2: Wat maakt het (twee woorden)
regel 3: Waar (drie woorden)
regel 4: Gebeurtenis (vier woorden)
regel 5: Ander woord voor dat geluid

Voorbeeld:
Koerend
De duif
In de dakgoot
Het gedoe is hinderlijk
Getrippel

lees ook