startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten





Taalwerkvormen / gedichten
Geschikte onderwerpen voor een gedicht


Een gedicht voor kleine gebeurtenissen

Het verschil tussen een verhaal en een gedicht kan je vergelijken met het verschil tussen een film en een foto. In een verhaal of een film ontwikkelt zich een gebeurtenis.
Een foto en een gedicht laat slechts een momentopname zien.
Een gedicht is geschikt om over kleine gebeurtenissen, over momenten te schrijven.
Ingewikkelde situaties kan je beter in een verhaal beschrijven.
Daar heb je veel woorden bij nodig.

Onderwerpen waarin je dingen moet uitleggen lenen zich niet voor het schrijven van een gedicht, want daar heb je meestal veel woorden bij nodig en kun je niet volstaan met het schetsen van een beeld.

Duidelijk beeld
Een kleine gebeurtenis is bijvoorbeeld iets wat je onderweg hebt zien gebeuren.
Iets wat er even was, maar wat je helder voor ogen is blijven staan.
Als iets je helder voor ogen is blijven staan kan je het ook in een helder beeld opschrijven.

Een gedicht bevat altijd een duidelijk beeld.
Je zou kunnen zeggen dat gedichten gaan over heldere momenten. Ze hebben je op een of andere manier getroffen.
Als je erover schrijft merk je pas wat het voor je betekent: zo had je het nog niet gezien. Al schrijvende kom je erachter. Je doet een ontdekking die je laat zien in je gedicht. Als anderen het ook zien, is het je gelukt duidelijk te zijn.
Duidelijkheid is de eerste vereiste voor een goed gedicht.

Praktijk
Wij schreven met de kinderen gedichten over verschillende soorten momenten:
een moment waarop het even stil was,
waarop je alleen was,
dat je even moest wachten,
je iemand na een tijd weerzag,
je je even heel blij voelde,
je merkte dat het donker werd aan het eind van de middag.
Het gaat om de aandacht voor een klein iets, een detail dat je er uitlicht.
Niet de hele gebeurtenis, maar alleen dat ene moment, niet alles wat je onderweg gezien hebt, maar dat ene dier, die ene kleur.

Er vloog een adelaar door de lucht
hij kwam precies op de rand van het balkon
hij zag er zwart uit en had grote
ogen, maar mijn gulden lag op de rand
toen pikte hij mijn gulden.

Ik zat in de trein, ik hoorde de wielen
op de rails en de wind door het raampje
de trein stopte bij het station
de mensen stapten in en uit
vlak voordat de trein
weg reed
was het even stil

Er vielen gele blaadjes naar beneden
Achter de glijbaan
Op het grasveld

Ik sloot de deur dicht
Een klein stukje verf viel eraf
En onder het blauw
was het grijs


Ik was mijn konijn gaan voeren
In een plas zag ik de lucht
Het was helder oranje

Toen ik op het schoolplein was
ging ik naar de waterkant
Daar waren veel bladeren
ik schopte ze alle kanten op

Ik zat op een brommer
voor het eerst van mijn leven
ik gaf gas en meer gas
en ik schoot vooruit

Lucie Visch

lees verder