startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten







Eerst een tekening en daarna de tekst

Doorgeeftekening


Een doorgeeftekening is een tekening die door een aantal kinderen samen gemaakt is


De kinderen zitten in een kring. Iedereen begint aan een tekening, maar al na vrij korte tijd wordt er geroepen: 'Doorgeven!' en dan geeft iedereen de tekening naar rechts door.
De ander tekent meteen verder aan de gekregen tekening.
Zo gaat het papier de hele kring rond.
De tekening is klaar als hij bij het vertrekpunt terug is.

De doorgeeftekening en de taaltekening zijn goede voorbeelden
van ontmythologisering van de tekenvaardigheid


Deze manier van tekenen werkt als een gesprek.
Gaandeweg een gesprek bouwen de deelnemers eraan een gedachtegang op en formuleren hun ideeën zonder dat er sprake is van een concept vooraf.

Bij een doorgeeftekening voegen de leerlingen, naar vermogen, iets aan de tekening toe.
Het bijzondere bij deze techniek is dat ieder kind simultaan aan ieders tekening verder werkt.
Na afloop zijn er evenveel tekeningen als er deelnemers zijn, waarbij het niet meer uitmaakt welke lijn door welk kind gezet werd.

Het komt per definitie voor dat er onenigheid over de visuele gesprekstof ontstaat, de kinderen zijn het niet eens met een bepaalde toevoeging. Precies zoals dat ook gebeurt bij een echt gesprek.

De taaltekeningen zijn van individuele aard, maar bij de aanbieding ervan is duidelijk dat het hier niet gaat om een kunstprestatie maar om een visuele toevoeging aan een tweegesprek of groepsgesprek

Wat maakt deze werkvorm zo waardevol?
Alle tekeningen zijn van iedereen.
Alle kinderen hebben er een steentje aan bijgedragen, de goeden en de slechten door elkaar heen. Iedereen krijgt het gevoel dat het lukt.
In plaats van een leeg papier waar je naar kan blijven staren, krijg je een gedeeltelijk voltooide tekening om iets mee te doen.

Nog sterker dan bij praten of schrijven voelen kinderen zich beoordeeld als ze op school tekeningen maken.
Ze verontschuldigen zich bij voorbaat:
'ik kan niet tekenen, meester doe het eens voor'
Vrijwel nooit hoor ik van een kind: 'Ik kan niet praten' of 'Ik kan niet schrijven'.

Ik kom vaak tegen dat ze tekenen zien als kunst; je hebt er wel of geen talent voor.
Dat tekeningen ook iets laten zien, dus iets vertellen, wordt steeds minder normaal gevonden, vooral naarmate de kinderen ouder worden.
Op die manier dreigt een groot gebied van de communicatie weg te vallen.

Bij de doorgeeftekening is tekenen taal
In plaats van woorden of zinnen door te geven om op nieuwe gedachten te komen, geven we afbeeldingen door.
Door zo te werken kunnen we kinderen zelfvertrouwen teruggeven en het tekenen weer net zo'n vanzelfsprekende plaats geven als het in de kleuterklas had.

Spelregels
Bij het doorgeven van de tekening wordt geen overleg gevoerd.
Je tekent verder op wat je denkt dat er te zien is en gaat er niet over kletsen.
Geef, als leerkracht, de eerste paar keer zelf aan wanneer er doorgegeven moet worden, zodat duidelijk wordt hoeveel tijd er ongeveer tussen zit.

Het doorgeven geeft de minste problemen als de kinderen in een grote kring zitten.
Als ze op hun eigen plaats zitten in kleine groepjes, spreek dan af wie naar een volgend groepje toeloopt om de tekening door te geven.

Het doorgeef tempo mag niet afzakken.
Door de snelheid erin te houden dwing je de kinderen associatief te werken en gaan ze niet 'denken' of alleen maar een 'mooie' tekening maken.

Het is heel spannend om halverwege het doorsturen kleurpotloden uit te delen.
Ieder kind mag er dan één pakken.
Daarna kunnen ze kiezen tussen kleur aanbrengen of gewoon doorgaan met tekenen.

In kleine groepjes van ongeveer vier kinderen laat je de tekening steeds rondgaan.
Ze zien hem dan groeien en krijgen steeds opnieuw een kans de tekening te beïnvloeden.

In de groep tekenen
Een andere manier om groepsgewijs te tekenen is het rondsturen van kleine stukjes papier.
Hierop laat je onderdelen en details tekenen van het uiteindelijke beeld.

Deze vorm is te vergelijken met een woordveld maken.
Je laat allemaal onderdelen of aspecten van iets verzamelen.

Door het kleine formaat zijn uitgebreide tekeningen onmogelijk.
Het doorsturen brengt anderen weer op ideeën.

Als er genoeg verzameld is, leg je alles uit op een tafel in het midden.
Op een groter vel mag ieder kind nu een tekening samenstellen met behulp van die onderdelen.
Dat kan door ze letterlijk over te tekenen of door ze te gebruiken als inspiratiebron.
Ze kunnen de papiertjes meenemen naar hun eigen plek en weer terugleggen als ze ze gebruikt hebben zodat anderen ze ook kunnen gebruiken.

Praktijk

Een nachtlampje met plaatjes
Stempelen en er bij tekenen in groep 4

Elk tafelgroepje heeft een paar vormstempels en stempelkussens, voor iedereen een zwarte pen en een blaadje met een klein vierkant kadertje.
Iedereen kiest een stempel en drukt het een keer af in het kader.
Dan gaan ze er met de zwarte pen verder bij tekenen zodat het iets herkenbaars wordt.
Ik vraag ze ook om er een zin naast te schrijven.
De zin moet gaan over iets waaraan je denkt als je je eigen plaatje ziet.

In de kring een voorleesronde
We zitten in de kring met de tekeningetjes en de zwarte pennen.
Iedereen leest zijn of haar zin voor en laat het plaatje zien.

Er blijken zinnen te zijn geschreven die niet verwijzen naar een zelf beleefde ervaring, bijvoorbeeld: 'dit is een oude kerk', 'een bos vol bomen en bloemen', 'in huis had ik gezien dat er een driehoek was'.
Ik zeg er niets van.

Het was een soort oefening voor wat hierna komt en een manier om in de kring meteen te beginnen met voorlezen.
We staan bij sommige zinnen stil als ze niet meteen duidelijk zijn.
Bijvoorbeeld:
'ik heb een koplamp gehad'.
Wat bedoeld wordt met koplamp is niet duidelijk; op het plaatje staat meer een schemerlampje.
Het meisje legt het meerdere keren uit, de juf denkt dat ze een zaklantaarn bedoelt maar ze schudt nee.
Uiteindelijk begrijpen we het: een soort nachtlampje met plaatjes op het kapje.
Er komt een reactie van herkenning bij andere kinderen.

Doorgeeftekening op gestempelde afdrukken
Er is een stapel afdrukken van vormstempels van de vorige keer over.
Iedereen krijgt een afdruk, een onderlegger en een zwarte pen.

Steeds iets in de afdruk er bij tekenen, dan de tekening een plaats doorgeven, weer iets anders tekenen, weer doorgeven, en zo voort.

Elke keer geef ik een andere tekenopdracht.

Eerst een van de gestempelde vormen kiezen en er iets van maken, net zoals we daarnet al deden.
Iets er vlak bij tekenen dat er bij past.
Een mens erbij tekenen, of een stukje van een mens, een hand, een voet, een oog. Dan: nog een mens erbij.
Iets van een achtergrond.
Hier is even een gesprek nodig over het begrip 'achtergrond', we bekijken alle platen die in de klas hangen en benoemen wat er op de achtergrond te zien is.
De kinderen moeten eerst beslissen of de tekening binnen of buiten is.
Dan: iets op de grond, bijvoorbeeld planken, gras, stenen of nog iets anders.

Daarna: iets wat je er zelf nog bij wilt tekenen.
Tenslotte: iets over een afdruk heen tekenen.
De kinderen doen het allemaal vol overgave; het is goed opletten met al dat doorgeven.

Er ontstaan grappige samenhangende prenten, die nergens stereotiep zijn, vanwege de onbedachte vormen en de vele tekenhanden.
De laatste keer worden de tekeningen doorgegeven.
Iedereen schrijft een zin bij de tekening op een apart schrijfblaadje.

Vertellen en vragen stellen bij de zinnen:
Na de pauze is er een vertelstoel in de kring
.
Deze keer wil ik meer aandacht besteden aan de verhalen en daarmee ook aan de teksten.
Dat doen we door een zin te laten voorlezen; daarna vertelt de voorlezer het verhaal dat er nog bij hoort.
Dan mogen twee kinderen iets vragen wat ze nog willen weten over de ervaring.
Daarna komt iemand op de vertelstoel met een bijpassend verhaal.

Het gaat heel goed; iedereen kan bij zijn zin veel meer vertellen omdat de zinnen verwijzen naar concrete, goed herinnerde ervaringen.

Het vragen stellen houdt de aandacht vast, ook al zijn het vaak dezelfde kinderen die een vraag stellen en ook een beurt krijgen van de verteller.
Maar die kinderen zijn ook steeds heel geïnteresseerd en betrokken, en stellen dus goede vragen.

Er zijn prachtige verhalen, bijvoorbeeld over hoe de vader en moeder van Sumit verliefd werden in een park in India en hoe ze later hun hond moesten achterlaten toen ze naar Nederland kwamen.

Awinash vertelt over een duif die voor zijn huis in Suriname kwam rijst eten, en hoe de buren op de duif wilden schieten om het bij de rijst op te eten!

Over een klein jongetje dat vlakbij het huis van een kind verdwaald was en huilend rondliep.

Over in de file staan en slapen op de achterbank en te laat bij oma komen.

Over een moeder die een jas van het balkon naar beneden gooit.

Doorgeeftekening met stempels en sjablonen
Eerste handeling: plaats een vormstempelafdruk binnen het kader.
1. op het 'bevel' doorgeven gaat de afdruk naar links.
2: teken een voorwerp van tafel naast boven of onder stempelafdruk; doorgeven.
3. teken een voorwerp dat bij het eerste voorwerp hoort;
4 teken iets plantaardigs; iets dierlijks; iets menselijks en geef steeds door;
5. teken achtergrond en zo verder en zo voort.

Henk van Faassen