Eerst
een tekening drukken en daarna de tekst maken
Rubberdrukken
met abstracte basisvormen
en dan schrijven

Ik
fietste in de regen Over het Leidseplein
Op de tramrails staan rode flappen
Ik fietste in de regen
Het water drupt in mijn kraag De tram duwt de flappen opzij
Ik fiets in de regen
De tram schuurt op de kale rails
Over het Leidseplein
Rubberdrukken is een grafische techniek
waarbij de vormen uit dun zelfklevend rubber geknipt of gescheurd
zijn.
Dan die vormen op een blad papier plakken, waarmee een drukvorm
ontstaan is.
Meerdere kinderen werken aan dezelfde drukvorm. Deze rubberdrukvorm
met limograafinkt inrollen en met behulp van een drukboek op
afdrukpapier afdrukken. Vervolgens drukken we de verschillende
vormen, in diverse kleuren over elkaar heen, af. Hierdoor ontstaan
mengkleuren en een spannende compositie komt tevoorschijn. De
rubberdrukvormen gebruik je in steeds wisselende combinaties.
Voorbereiding
en benodigd materiaal *)
Vormpapier, stevig papier op het formaat A4 of A5 met
daarop een kader afgedrukt.
Voor ieder kind een stukje zelfklevend cellrubber van bijvoorbeeld
8 x 8 cm.
Scharen
Afdrukpapier, stencilpapier 90 grams A4 of A5
Drukboeken, A4 of A5 (per tafelgroepje minstens één)
Harde rollers (per tafelgroepje minstens één)
Sjablonerollertjes met verfbakjes in verschillende kleuren (per
tafelgroepje drie kleuren).
Stencilinkt in verschillende kleuren.
> Maximale hoeveelheid inkt ter grootte van een koffieboon
op de bakjes aanbrengen.
Schrijfpapier, schrijfonderleggers
Potloden / pennen
De
kinderen zitten in tafelgroepjes van 4 of 5 om te drukken.
Ze maken een kring om te associëren, te vertellen, te schrijven
en voor te lezen.
In het midden van de kring komen een paar grote vellen papier
op de vloer te liggen om de afdrukken op te leggen.
Werkwijze:
vormen
maken:
De opdrachten voor het knippen of scheuren van de vormen zijn
facultatief, met dien verstande dat er een gevarieerde collectie
vormen moet ontstaan: dik, dun; recht, gebogen; grote vlakken,
kleine vormpjes; enzovoort.
Stap voor stap tekenen we de vormen op het bord als leidraad,
met dien verstande dat de kinderen zelf de varianten daarop
knippen.
De
kinderen knippen op een begeleide manier een aantal vormen uit
het rubber.
Stap voor stap veranderen de kinderen het vierkante stukje rubber
in een aantal vormen volgens de opdrachten die ik geef. Ondanks
de uniforme opdrachten ontstaan toch onderling verschillende
vormonderdelen.
Opdracht:
Knip een dun strookje van het rubber. Daarna een golflijn of
een kartellijn. Vervolgens knip je het overgebleven stuk door
midden. Dan een van de stukken diagonaal doorknippen. Uit een
van de stukken knip je een vierkant stuk, dat je vervolgens
tot een rondje knipt. Uit een ander stuk een boogvorm en een
willekeurige vorm.
De kinderen hebben nu een kleine voorraad verschillende vormen.
Gestructureerde
opdracht om de vormen te plakken:
Ter voorbereiding teken ik op het bord een vierkant en praat
over welke dingen er onder je voeten zijn: de vloerbedekking,
de aarde, het water, het gras, het ijs. Wat voor dingen op die
bodem staan: meubels, bomen, mensen en dieren. De dingen boven
ons: plafond, hemel, wolken, zon en maan. De dingen ertussen,
links en rechts, enzovoort. De begrippen die de kinderen roepen
schrijf ik rond het kader op het bord, daaruit kunnen de kinderen
kiezen voor hun vormopbouw.
Opdracht:
Neem het papier met kader en plak een vorm op de onderlijn.
Geen van de vormen die je plakt mag buiten het kader vallen.
Kies voor iets dat onder je kan zijn: (gras, water of ijs: golflijn,
kartellijn of strakke lijn.)
Vervolgens iets dat op die grondlijn is (aarde, vloer, schoen.)
Dan iets dat zich boven kan bevinden (wolken, vogels.)
Vervolgens een vorm tegen de linker kaderlijn en een tegen de
rechter kaderlijn.
Samen een vorm maken
Een kenmerk van rubberdrukken in dit geval is dat de kinderen
met elkaars ontwerpen verder gaan. Dat begint al bij de compositie.
De kinderen zijn verplicht zich in te leven in elkaars vormentaal.
Een gesprek met vormen zou je het kunnen noemen.
Opdracht:
Geef de opgeplakte vorm door aan je linker buur die er een vorm
bij plakt. Je kijkt goed welke vormen er al zijn en welke van
jezelf er goed bij passen. Je mag niet overleggen.
Geef de vorm opnieuw door tot er vijf vormen opgeplakt zijn.
>Deze gestructureerde opdracht heeft als doel dat
er een basisvorm ontstaat die het gehele vlak binnen het kader
beslaat.
Drukken
Nu de drukvormen gereed zijn richt de samenwerking zich op de
afdrukken. In dit stadium zien de kinderen de resultaten van
de over elkaar gedrukte kleuren en raken enthousiast.
Opdracht:
Rol de rubberdrukvorm in met een kleur.
Plaats de ingerolde vorm in het drukboek.
Leg het afdrukblaadje zorgvuldig op de vorm.
Sluit het drukboek en rol stevig met de harde roller over de
buitenkant van het drukboek.
Neem de afdruk uit het drukboek.
> De eenmaal gekozen kleur voor een vorm mag je niet meer
veranderen want anders lopen de kleuren op rollertjes en in
bakjes door elkaar.
Geef de afdruk aan je linker buur.
Druk je vorm over die van je buur op de manier zoals hierboven
beschreven is.
Na
ongeveer drie keer doorgeven gaat het hele stapeltje afdrukken
naar een volgend tafelgroepje die er mee verder gaat tot er
ongeveer vijf kleuren over elkaar gedrukt zijn.
Het is mogelijk dat er al bij minder kleuren een mooi resultaat
ontstaan is. Leg dan die afdruk apart.
> De afdrukken gaan naar een ander tafelgroepje omdat anders
alle afdrukken binnen een groepje er hetzelfde uitzien.
> De vormbladen blijven bewaard om later in combinatie met
andere technieken te gebruiken.
Taal
bij de vormen:
In deze ronde komt het schrijven van teksten, gebaseerd op eigen
ervaringen, aan de orde.
De meest zinvolle taalaanpak bij deze abstracte beelden is de
associatie:
Waar denk je aan als je de afbeelding ziet?
Het kenmerk van een associatie is dat die ontstaat vrij van
normen van anderen.
De kinderen hoeven nooit verantwoording af te leggen voor hun
associaties.
Als de leerkracht een bepaalde mening over een afbeelding heeft
mag die niet doorslaggevend zijn.
Afdruk
kiezen
Nu komt het moment dat de kinderen een afdruk kiezen om wel
met woorden op in te gaan.
Opdracht:
Kijk naar de afdrukken en teken in het kleine kader een fragment
uit één van de afdrukken waar je een associatie
bij hebt. (Waar denk je aan als je die prent ziet?)
> Het is niet de bedoeling dat de kinderen uitsluitend op
hun eigen afdrukken associëren.
Juist het ingaan op beelden die je niet kent vanaf het ontstaan
zijn werkelijke associaties.
> Het is mogelijk dat meerdere kinderen dezelfde afdruk kiezen.
Schrijfronde
Dingen die in een tweetalgesprek verwoord zijn kunnen nu opgeschreven
worden. Het kan geen kwaad tevoren schrijfinstructies te geven.
Opdracht:
Schrijf wat je in het tweetalgesprek vertelde op een nieuw blad
en gebruik de schrijfonderlegger als 'tafeltje' op je knie en
het onderlegblad met de liniering.
Zorg ervoor dat het slechts over één onderwerp
gaat en dat overbodige inleidingen achterwege blijven.
Afspreken dat je niet begint met: 'dit doet me denken aan...'
> Zorg er bij het geven van de opdracht voor dat
de kinderen over zelf meegemaakte gebeurtenissen vertellen.
Gefantaseerde verhalen of verhalen uit een boek, film of video
mogen niet.
Voorleesronde
Bij geen van de activiteiten mag het voorlezen ontbreken. Samen
kijken naar de afdrukken en luisteren naar elkaars verhalen
is de basis van een optimale communicatie.
Opdracht:
De kinderen lezen hun teksten voor en laten zien bij welke afdruk
die hoort.
> Het is verstandig om bijvoorbeeld eerst ieder vijfde
kind te laten voorlezen als de tijd het niet toelaat om alle
kinderen aan de beurt te laten komen.
Teksten
bij de afdrukken schrijven
Zodra de teksten er gaaf uitzien komen ze onder de afdrukken
zodat ze klaar zijn voor de tentoonstelling. Alles in het net
dus.
Opdracht:
Eerst de afdrukken waarbij door meerdere kinderen geschreven
is opnieuw drukken.
Vervolgens schrijven hun kinderen de tekst in het net onder
de afdruk waarbij ze de breedte van de afbeelding aanhouden.
Ze
gebruiken hiervoor het gelinieerde onderlegblad zodat de regels
netjes horizontaal en met gelijke afstand van elkaar geschreven
kunnen worden.
NB
Voordat
je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is
het goed die vooraf met collega's te doen. De knelpunten worden
daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid de werkvormen
aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index
te vinden.
*)
Waar gesproken wordt over stencils en stencilinkt
moet ik aantekenen dat deze materialen, sinds de opkomst
van kopieermachines en printers, in ongebruik geraakt zijn en
daarom niet algemeen aan te schaffen zijn.
Dat betekent dat er geëxperimenteerd moet worden met vervangende
materialen.
Daarvoor komen in aanmerking plakkaatverf of temperaverf zodanig
verdund dat er een transparante laag opgebracht kan worden.
Bij het Bureau
voor Levend Leren zijn tubes glycerine inkt in verschillende
kleuren te bestellen.
Stencils zijn niet meer algemeen verkrijgbaar, maar met enige
moeite nog hier en daar te vinden waar men vroeger met stencilmachines
werkte.
©
Henk van Faassen
naar
boven