startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten








Eerst een tekening en daarna de tekst
Werken met collages



In de straat waar ik woon, Ik zag het door mijn raam
In de straat waar ik woon, 's middags in de regen
Ik voelde dat ik moe was, ik zat playstation te spelen
In de straat waar ik woon 's middags toen het regende


Werken met collages is het opplakken van uitgeknipte details uit gekleurde- of zwart-wit foto's op een eerder gemaakte sjablone- of rubberdruk.


We gebruiken in dit geval de rubberdrukken uit de eerste les van deze reeks, waarbij gedeelten van de vorm bedekt zijn door een uitgesneden raster alvorens ze opnieuw af te drukken.
In die afdrukken ontstaan op deze manier open plekken waar je de fragmenten van foto's plakt.

Voorbereiding en benodigd materiaal:
Voor ieder kind een gekopieerd stramien op gekleurd A4
Uit het stramien zijn van tevoren willekeurige vakjes uitgesneden zodat er een raster ontstaat.
Ongeveer 4 velletjes blanco A4
Een velletje A5
Scharen
Onderlegbladen met liniering
Zwartschrijvende pennen
Per tafelgroepje van ongeveer 5 kinderen:
Drie zachte rollertjes met bakjes in verschillende kleuren
Drie drukboeken
Twee harde afdrukrollers.
Lijm.
Een aantal tijdschriftfoto's in kleur en zwart wit, op groot formaat in drie categorieën:
a) natuurfoto's;
b) mensen;
c) voorwerpen en gebouwde omgeving.

> De foto's moeten uit tijdschriften van goede kwaliteit geknipt zijn; er mogen geen teksten bij de foto's staan.

Werkwijze:

1e ronde:
De rubberdrukken gedeeltelijk afdrukken.

In deze ronde gebruiken we de rubberdrukvormen die eerder gemaakt zijn opnieuw. Doordat er gedeelten van het beeld afgedekt zijn met een raster verschijnt er een afdruk die uit kleinere vierkanten opgebouwd is.

De rasters zijn op een willekeurige manier uitgesneden zodat de vierkantjes eveneens willekeurig over de afbeelding afgedrukt zijn.
De rasters zijn genummerd en de kinderen kiezen bij iedere afdruk die ze maken een ander raster opdat er gevarieerde vormen ontstaan.
Hoewel we oude vormen gebruiken is de afbeelding weer geheel nieuw.

1.
Drukken met rasters erover

De rasters dekken steeds andere stukken van de rubberdrukvorm af.
Per groepje zijn een aantal verschillende rasters beschikbaar.

Opdracht:
Kies de rubberdrukvorm die je gemaakt hebt in de 1e ronde van de eerste les.
Rol de vorm in met inkt.
Leg een van de rasters over de rubberdrukvorm; een gedeelte is door de vakjes zichtbaar.
Plaats een schoon vel papier over de vorm
Maak een afdruk met behulp van het drukboek.
Geef de afdruk door aan je buur en die drukt zijn vorm er bij.
Neem steeds een ander raster en zorg ervoor dat dit met de goede kant (de kant waar de vakjes opgedrukt zijn) boven ligt.
Ga zo door tot er vier of vijf vormen over elkaar heen gedrukt zijn.

> Let erop dat de kinderen de afdrukken in de goede stand maken, dat wil zeggen zodanig dat er onder de afbeelding ruimte voor tekst overblijft.

2e ronde:
Collages maken

In deze ronde plakken we details uit tijdschriftfoto's in de gedrukte afbeelding.
Dat kunnen stukjes structuur zijn, maar ook details van herkenbare zaken, een oog, een hand, een bloem of een stukje van een machine en dergelijke.
Met die herkenbaarheid van de details krijgen de teksten die er later bijgeschreven zijn noodzakelijkerwijs een andere wending.

De fragmenten zijn met behulp van de rasters uitgezocht en, in hetzelfde formaat als de openingen in het raster, uitgeknipt.

1.
Fragmenten uit tijdschriftfoto's in de afdruk plakken

Alle afdrukken liggen naast elkaar in het midden van de klas. De tijdschriftfoto's zitten in dozen soort bij soort.

> In een groepje kiezen de kinderen uit de verschillende dozen zodat er een gevarieerde collectie beschikbaar is.

Opdracht:
Kies uit de collectie afdrukken er een die je aanspreekt.
Je krijgt een tijdschriftfoto; zoek met behulp van het raster een detail van de foto die aansluit bij je afdruk.
Trek het detail met een pen om binnen het vakje van het raster.
Knip het detail uit, maar zorg ervoor dat je met rechte lijnen knipt zodat andere kinderen ook details van dezelfde foto kunnen gebruiken.
De uitgeknipte details zijn precies even groot als de kleurvlakjes van de rubberdruk.
Plak het detail in de compositie van je afdruk.
Ruil de foto met je buur en zoek een nieuw detail.
Ga zo door tot er vier of vijf details ingeplakt zijn.
Zorg ervoor dat je binnen het kader van de afbeelding blijft.

> Het gaat niet alleen om details van herkenbare afbeeldingen zoals ogen, handen, bomen et cetera, maar ook stukjes kleur en structuur zijn heel mooi bruikbaar.

3e ronde:
We maken een lijstje

Lijstjes maken brengt een ordening in de ervaringen aan. In dit geval wordt het lijstje op een begeleide manier gemaakt.

Opdracht:
Ga in de kring zitten met op je schoot een schrijfonderlegger, een gelinieerde onderlegger, een zwart schrijvende pen, een vel A4 en een klein velletje A5 plus je collage.
Kijk aandachtig naar je collage en schrijf op het kleine velletje dingen die met een ervaring te maken hebben:
Aan welke plek, waar je wel eens was, doet je het denken?
Welke voorwerpen spelen een rol?
Welke planten en dieren zijn erbij betrokken?
Hoe is de weersgesteldheid? En de tijd van de dag?
Welke mensen waren er bij?
Wat gebeurde er?
Hoe lang was het geleden en in welk jaargetijde?
Welke kleren droeg je?
Et cetera.

> De begeleider stelt de vragen een voor een. Een aantal van deze vragen zijn door de kinderen bedacht.
Het is niet nodig dat je bij alle vragen een associatie hebt.

4e ronde:
Tweetalgesprek:

Zoals gebruikelijk is een tweetalgesprek een tussenstap tussen het naar boven halen van een ervaring en het schrijven van een tekst.

Opdracht:
De kinderen met nummer 1 vertellen aan nummer 2 en omgekeerd: het verhaal wat bij je lijstje hoort.

5e ronde:
Rondeel

Een rondeel is een aan regels gebonden tekst.
Teksten waarbij de begeleider bij iedere regel aangeeft hoe de inhoud ervan kan zijn.

Schrijven als opstap naar vorm- en stijlontwikkeling.
Dat wil zeggen dat de vorm een kracht heeft die de kinderen ervaren als ze het rondeel voorlezen.
Kenmerkend zijn de regels die terug komen.
Het spreekt vanzelf dat je als leerkracht voor deze opdracht kiest als de kinderen er aan toe zijn.

Opdracht:
We gaan een rondeel schrijven; steeds één regel tegelijk:
1e regel: gaat over de plek
2e regel: over het tijdstip van de dag en het seizoen
3e regel: over wat je daar deed, de gebeurtenis.
4e regel: schrijf je de eerste regel over.
5e regel: met wie was je daar?
6e regel: hoe voelde je je? Koud, griezelig, blij, et cetera.
7e regel: wat is er nog meer te vertellen over de gebeurtenis
8e regel: schrijf de eerste regel nog een keer over.
9e regel: schrijf de tweede regel over.

> Het is zaak ervoor te zorgen dat de kinderen een samenhangend verhaal schrijven en niet losse woorden die het antwoord op de 'vragen' zijn.

6e ronde:
Voorleesronde.

Iemand leest zijn rondeel voor, waarbij we de collage kunnen zien.
Als je verhaal aansluit bij dat van de voorgaande voorlezer ben je aan de beurt.
Lees het rondeel rustig en duidelijk voor en neem een pauze op de plaatsen waar de zinnen herhaald zijn.

7e ronde:
De tekst nakijken voor die in het net geschreven wordt.

Bij iedere overgang van een dynamische manier van het schrijven van teksten naar de in het net geschreven versie past een zorgvuldige herschrijfronde.

Opdracht:
Bespreek de tekst in een tweetal.
Let op dingen die onduidelijk zijn.
Kijk of er woorden, of lidwoorden, zijn die je misschien anders kunt schrijven.
Als alles goed is schrijf je met behulp met de gelinieerde onderlegger de tekst met een zwarte pen onder de collage.

Variant:
Herschrijven met behulp van 'sprekers"

8e ronde:
De oplage drukken
(op een ander tijdstip)
De collages zijn niet op dezelfde manier als de rubberdrukken en sjablonen in een oplage te drukken.
Er zitten nu immer fotofragmenten in de afbeelding.
Dat betekent dat je eerst fotokopieën van de collages maakt.
Over deze zwart wit kopieën komen vervolgens met de sjablonentechniek weer kleuren.

Opdracht:
Er zijn een aantal collages met tekst uitgekozen om in een oplage te drukken.
Neem een gekopieerde collage en snij alle vormen die op het origineel bijvoorbeeld oranje waren uit. Rol met behulp van het zachte rollertjes de uitgesneden vorm op alle afdrukken
Herhaal dit voor iedere andere kleur.
Meestal is het drukken van drie kleuren in een oplage het meest haalbare.

NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed die vooraf met collega's te doen. De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index te vinden.

Henk van Faassen