startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten








Eerst een tekening en daarna de tekst

Werken met composities uit ruimtelijk materiaal



Naar de dokter
Mijn been moest in het gips het deed erg veel pijn.


In de onderbouw werkt men veel met ruimtelijk materiaal

Helaas gebeurt dat in de midden- en boven bouw veel minder en blijft het beperkt tot de handenarbeidles.

Uitgaande van de waarneming dat de kinderen zichzelf en elkaar verhalen vertellen die tijdens het bouwen opwellen, vind ik dat bouwsels van lego en houten blokken een taalactiviteit stimuleren.

Het is daarmee zinvol ruimtelijk materiaal op dezelfde manier te beschouwen als de rubberdrukken en de sjablonen.
Het zijn uitgangspunten voor associaties.
Je maakt foto's van de ruimtelijke composities.
De foto's worden 'vertaald' in kopieerbare beelden met behulp van sjablonen.
De vormdelen druk je in verschillende kleuren over elkaar waarbij je een doorgeeftechniek gebruikt.

Voorbereiding en benodigd materiaal:
Voor ieder kind een gekopieerd stramien A4,
5 velletjes blanco A4
een velletje A5
Een gekopieerd onderlegblad met liniering
Zwartschrijvende pen
Per tafelgroepje van ongeveer 5 kinderen:
Een vel papier van 50 x 50 cm, met 16 gevouwen vakjes (zoals het stramien)
Gekleurde viltstiften
Drie zachte rollertjes met bakjes in verschillende kleuren

> Maximale hoeveelheid inkt ter grootte van een koffieboon op de bakjes aanbrengen.
Een transparant stramien op het formaat van een foto
Voor de hele groep:
Een digitale camera met een mogelijkheid de opnames snel te printen

Lenen van de kleuterbouw:
Een bak met kleine blank houten blokken
Een bak met kleine gekleurde blokken
Een aantal super grote legoblokken



Werkwijze:

1e ronde:
een ruimtelijk bouwwerk maken

Het is opvallend hoe gretig de kinderen, zelfs die van groep 7 en 8, zich op het bouwmateriaal werpen.
De prettige herinneringen eraan zijn nog levendig.
Naast de geleende blokken uit de kleutergroep, kunnen we ook installaties maken die samengesteld zijn met behulp van spullen uit de klas.

1.
Bouwen.

In tafelgroepjes maken de kinderen bouwwerkjes, waarbij ze in principe op dezelfde manier te werk gaan als bij de composities met rubberdruk of sjablone.
Het zijn en blijven groepswerkjes die erop gericht zijn dat ze aanleiding tot vertellen en schrijven geven.

Opdracht:
Ieder groepje kiest uit de volgende onderwerpen:
"Rommelig': gebruik voorwerpen uit de klas en uit je laatje
"Netjes": gebruik de kleine blanke blokjes
"Rechthoekig": gebruik de grote legoblokken
"Golvend": gebruik de kleine gekleurde blokken

Maak met je groepje een bouwwerk op het grote vel papier met de gevouwen vakjes

> het aantal vakjes komt overeen met de stramienen die we regelmatig gebruiken
Hou er rekening mee dat het van boven af gefotografeerd wordt alsof het een 'plattegrond' is.

2.
Fotograferen

Omdat de bouwwerken niet op de tafel kunnen blijven staan zullen we ze eerst fotograferen.

Het is natuurlijk ook wel mogelijk om de bouwsels voor de tentoonstelling te bewaren.
Ze moeten dan op een stevig stuk karton gebouwd zijn zodat we ze kunnen verplaatsen.

Opdracht:
Klim op een stoel en fotografeer het bouwwerk van bovenaf zodanig dat het hele vel papier met de blokjes precies in de zoeker past. Het is dus eigenlijk een soort plattegrond ervan.
Er zijn scholen waar digitale camera's voorhanden zijn. Daarmee kunnen direct afdrukken geprint worden.

2a.
Wie zijn de bouwers?

Het is natuurlijk facultatief en slechts een leuke toevoeging om ook een foto van de kinderen te maken en die bij de tentoongestelde bouwsels op te hangen.

Opdracht:
We fotograferen alle kinderen van een groepje met hun hoofden bij elkaar op het vel papier.

2e ronde:
associëren bij de bouwwerken.

Al tijdens het bouwen ontstaan er gesprekken over de aard en betekenis van de installatie.
Het zou leuk zijn om bij ieder groepje een bandrecordertje mee te laten lopen, maar dat is niet zo gemakkelijk uit te voeren.
In ieder geval komen fragmenten van deze gesprekken terug in de teksten die de kinderen schrijven.

1.
Het begin van een tekst

Het is goed om niet meteen plompverloren aan een tekst te beginnen.
Daarom vraag ik eerst een soort inventarisatie te maken.
Als de kinderen die hebben kunnen ze uit hun lijstjes kiezen waar ze het liefst over schrijven.
Gelijkertijd hebben ze de gelegenheid om de onderwerpen waar ze liever niet over willen vertellen weg te laten.

In het tweetalgesprek dat op het lijstje volgt is er alle gelegenheid om het verhaal 'proef te draaien'.
Er is dan al een verhaal, je hoeft het dan alleen nog maar op te schrijven.

Een dergelijke opbouw is vanzelfsprekend heel anders als kinderen te horen krijgen: "schrijf een stukje over…"

Opdracht:
Maak een lijstje van de plekken en de gebeurtenissen waaraan je denkt bij het bekijken van het bouwwerk.
We houden een tweetalgesprek.

2.
Schrijf een 'eerste tekst'

Een paar woorden voordat de kinderen aan de slag gaan kunnen geen kwaad.
Ik weet dat in het tweetalgesprek meestal meerdere onderwerpen tegelijkertijd aan bod komen.
Ook zijn er hele lange aanlopen voordat ze aan de kern van de gebeurtenis toekomen.

Opdracht:
Gebruik wat je vertelde om een stukje te schrijven, maar kies voor één onderwerp en laat alle overbodige inleidingen achterwege.

3.
Voorleesronde

4.
Een sterke zin

Een schrijfproces is voortdurend in beweging zijn.
De tekst laat je steeds van alle kanten bekijken.
Deze opdracht is erop gericht dat de kinderen steeds dichter bij de essentie van hun verhaal komen. Het brengt structuur aan.

Opdracht:
Schrijf één 'sterke zin' uit je verhaal op een nieuw blaadje waarbij je niet de plek mag noemen en ook niet alle personen die erbij waren.
Ook niet we gingen...
of en toen...

5.
Voorleesronde

3e ronde:
foto vergroten en sjabloneren

Het is leuk als de foto 'vertaald' wordt in een sjablone.
Die stap levert een geheel nieuw beeld op.
Het is zaak om de kinderen uit te leggen hoe het vergroten met behulp van een stramien in zijn werk gaat.

Het principe is dat over de foto een raster met kleine vakjes ligt.
De vormpjes die in een bepaald vakje voorkomen neem je in het corresponderende vak van het grote stramien vergroot over.

Je maakt een selectie van de kleuren. Ieder kind tekent met één kleur viltstift.
Bij het afdrukken kunnen verschillende kleuren over elkaar heen vallen.
> De uitleg van dit onderdeel komt op het schoolbord te staan.
> Zie ook: werken met sjablonentechniek.

Opdrachten:
1. Leg het transparante stramien over de foto.
2. Ieder kind kiest een kleur viltstift om mee te werken.
3. Kijk naar de vormdelen op de foto die jouw kleur hebben, of die je jouw kleur wil geven, en teken die op het vel met de hokjes over.
4. Snij de vormdelen uit.
5. Rol de uitgesneden vormpjes in met de zachte rollertjes.

> Dit moet heel licht en transparant gebeuren omdat anders het effect van over elkaar gedrukte kleuren weg is.

6. Geef de afdruk aan je buur die er zijn of haar kleur en vorm overheen drukt.
7. Maak een oplage van 5 stuks.
8. De sjablonen bewaren voor later hergebruik.

4e ronde:
Vertelronde
Er is een verschil tussen voorlezen en vertellen. Bij voorlezen staan alle woorden voor je op het blad, bij vertellen zitten alle woorden nog ongeordend in je hoofd. Deze ronde is een tussenvorm. De sterke zin is al eens opgeschreven.

Opdracht
:
In de kring laat ieder kind zijn sjabloonafdruk zien en zegt de 'sterke zin' er uit zijn hoofd bij.

Evaluatie van de ochtend

5e ronde:
Verder schrijven

Op een ander moment in de week ga je verder schrijven.
Er is gelegenheid om de tekst te verdiepen.

Opdracht:
Neem de sterke zin van de vorige les als uitgangspunt en herinnering.
1. Schrijf onder de 'sterke zin" een tweede zin waarin dingen staan die je uit de eerste tekst haalt.

> Probeer te voorkomen dat 'en toen en toen, en dergelijke gemeenplaatsen opnieuw in de tekst terechtkomen.

2. Schrijf de twee zinnen in het net onder de sjablone afdruk en gebruik daarbij het onderlegvel met de lijntjes.

6e ronde:
Oplage maken

Op een later tijdstip komen er meer exemplaren die dan gebruikt worden om in de andere groepen te verspreiden.

Opdrachten:
1. Een of meer teksten in een oplage kopiëren.
2. Boven deze teksten de bijbehorende sjablone afdrukken in oplage.

7e ronde:
Tentoonstelling

Op een later tijdstip kan het werk verzameld worden om het op een centrale plek in de school te presenteren.
Een tentoonstelling is ook een vorm van communicatie.

Opdracht:
Een sjablone afdruk, samen met de foto van het bouwwerk en het groepsportret, op één vel plakken voor de tentoonstelling.

NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed die vooraf met collega's te doen. De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index te vinden.

Henk van Faassen