startpagina

index
literatuur


taalwerkvormen


drukwerkvormen


werkvormen, lessen


eerst beeld


gedichten




Eerst een tekening en daarna de tekst

Dingdrukken



Sinds de inbraak zitten er speciale sloten op de deur.
Als iemand laat weg gaat heeft iemand anders ze al dichtgedraaid.
Dan moet er iemand met een bos sleutels naar beneden rennen.

Dingdrukken is een manier om afdrukken van voorwerpen te maken

Voorwerpen hebben een reliëf waar met een inktroller drukinkt of verf opgebracht kan worden.
Er ontstaan afdrukken die soms een beetje abstract zijn en de oorspronkelijke vorm is soms niet meer te herkennen.
Bij de meeste platte voorwerpen, zoals paperclips, sleutels, munten en dergelijken blijft de vorm duidelijk herkenbaar.

Wat heb je nodig?
Een ruime voorraad voorwerpen die zonder bezwaar met inkt of verf ingerold mogen worden.
> Voorwerpen van papier bijvoorbeeld krijg je niet meer schoon.

Zeer geschikt zijn: paperclips, veiligheidsspelden, platte sleutels, munten, roerstokjes, verpakkingen van kauwgum, dekseltjes, dopjes, ijsstokjes, schaartjes, bierviltjes, oude strippenkaarten, propjes papier, spulletjes uit gereedschapskist etc.
Zachte inktrollertjes en inktbakjes

Dikke rubber rollers.
Ik denk dan aan een dikke roller 12 cm. breed en een omtrek van 12 cm., waarop een voorwerp past van ongeveer 10 cm.

> Hoe dikker de rol, hoe ruimer de omtrek van de rol is en hoe groter de voorwerpen kunnen zijn die we ermee
kunnen afdrukken.

Schoonmaak lapjes.
Kladpapier.
Afdrukpapier met kader.
Potloden en pennen.

Werkwijze
In principe is dingdrukken niet zo moeilijk uit te voeren.
Ik adviseer de leerkracht echter nadrukkelijk vooraf de gehele werkwijze zelf uit te voeren om te ontdekken wat de knelpunten in de werkwijze zijn.

Voorwerpen zoeken
De voorwerpen moeten een formaat hebben dat op de omtrek en breedte van de schone rubberroller waarop de afdruk als tussenstadium overgenomen kan worden.

De voorwerpen moeten voldoende platte kanten hebben om een interessant beeld af te drukken.
De voorwerpen moeten zonder bezwaar met inkt ingerold mogen worden. Dat zijn de meeste metalen en plastic voorwerpen want die kunnen weer schoongemaakt worden. Voorwerpen van papier kunnen wel afgedrukt worden maar zijn daarna niet meer bruikbaar voor het oorspronkelijke doel.

Opdracht:
Zoek in je laatje of in je broekzak naar spullen die je wil afdrukken.
Als je niets kunt vinden kies je iets uit de doos met spullen.

Afdrukken
1. Leg een voorwerp op een kladblaadje.
2. Rol het voorwerp in met inkt of verf.
3. Schuif het voorwerp op een schoon kladblaadje.

> Deze handeling is noodzakelijk omdat anders de inkt die buiten het voorwerp terechtgekomen is mee drukt.

4. Rol met de schoongemaakte rubberroller zorgvuldig en stevig over het voorwerp.
De afdruk ervan staat nu op de roller.
Er is enige handigheid nodig om het voorwerp tijdens het overnemen niet te laten verschuiven.

> Het is ook mogelijk meerdere voorwerpen, die met verschillende kleuren ingerold zijn, tegelijk op de rubberroller over te nemen.

5. Breng de afdruk over op het afdrukpapier (binnen het kader) door de roller er stevig maar zorgvuldig (zonder te verschuiven) overheen te rollen.
Zorg ervoor dat je de roller zodanig op het papier plaatst dat het begin van het voorwerp het eerste afgedrukt wordt.
6. Maak op deze manier twee afdrukken.
7. Maak de rubberroller schoon.

> Indien er meer dan twee afdrukken nodig zijn, moet de handeling 1 tot en met 5 herhaald worden.

Variatie
Het is aardig om de afdrukken van de voorwerpen te combineren met zelfgemaakte vormen.
Die maken de kinderen bijvoorbeeld van een stuk papier dat eerst fors gekreukeld of meerdere malen gevouwen wordt en vervolgens met inkt ingerold wordt en afgedrukt op de beschreven manier.
Dat kunnen ook vormen zijn die gescheurd of geknipt zijn uit materiaal dat een structuur heeft, zoals ribkarton en andere verpakkingsmaterialen, behangselpapier, stukjes textiel en kant, bladeren uit de natuur, et cetera.

NB
Voordat je de werkvormen in een groep gaat uitvoeren is het goed die vooraf met collega's te doen.
De knelpunten worden daarmee duidelijk en je krijgt de gelegenheid de werkvormen aan te passen.
Uitgebreide beschrijvingen van de werkvormen zijn bij de index te vinden.

Henk van Faassen