Eerst
een tekening drukken en daarna de tekst maken
De
beelden die kinderen zien
en wat ze er van weergeven

een
paard
De
wereld van de kinderen
De meeste kinderen die ik ontmoet zitten in een klaslokaal bij
elkaar.
Het is een wereld, hun wereld. Er heersen andere regels, er
zijn andere waarden en normen dan in de wereld buiten de school.
Toch hoor ik bijna iedereen die iets met onderwijs te maken
heeft, zeggen dat het belangrijk is dat de kinderen dingen leren
vanuit hun eigen belevingswereld.
Is
dat de kunstmatige wereld van de school waarin ze het grootste
deel van hun dagelijks leven in doorbrengen?
Is dat de wereld van thuis waar ouders zo goed en kwaad als
het mogelijk is de waarden en normen bepalen?
Is het de wereld van de straat waar de regels ongeschreven,
maar daarom niet minder hard en dwingend zijn?
Of bestaat er een uniek universum voor ieder kind, met eigen
beelden, ongekend voor buitenstaanders?
Jonge
kinderen geven volwassenen af en toe onbeschroomd inzicht in
hun universum
Dat doen ze als ze beelden ervan op papier vastleggen.
Later hebben kinderen geleerd dat het beter is te tekenen wat
er van je verwacht wordt.
Natuurlijk, deskundigen op het gebied van de kinderlijke uitingen
zullen moeite doen om het pure naïeve, in de kindertekening
en andere vormen van expressie, te laten voortbestaan.
Het lukt zelden. De krachten van: hoe het hoort, hoe technisch
vaardige volwassenen het doen, hoe de acceptatienormen van de
medescholieren zijn, zijn sterker.
De
kinderen worden op school voortdurend geconfronteerd met handelingen
die op een bepaalde manier uitgevoerd moeten worden.
Ze bewonderen de vaardigheden van volwassenen en proberen die
te imiteren. En
ze zijn overgevoelig voor hoe vriendjes en vriendinnetjes over
hen oordelen.
Dat alles ligt besloten in het systeem dat onderwijs en opvoeden
heet.
Pas later, heel veel later, als alle vormen van onderwijs en
opleiding doorlopen en afgemaakt zijn, is er tijd om te kijken
naar een individuele ontplooiing. De zoektocht naar jezelf begint
daar pas echt. Tenminste als er dan nog gelegenheid voor is.
Praktijk
Het
voorbeeld
Kinderen worden soms aangezet om de visuele grafische producten
van kunstenaars te imiteren.
De uitingen van henzelf zijn echter vele malen waardevoller.
Men gaat er van uit dat kinderen lege maatbekers zijn waar je
kennis en vaardigheden in stopt die er voorheen nog niet in
zat. Steeds iets tot een bepaalde streep bijvullen, overeenkomstig
een theoretische inhoudsbepaling.
Voor een aantal vaardigheden is dat nuttig. Voor een ander deel
is het niet wenselijk.
Ik wil niet voorbijgaan aan de 'zelfvulbaarheid' van kinderen.
Daarmee bedoel ik het vermogen om zonder hulp van buiten in
een eigen ontwikkeling te voorzien.
Vrijmaken
De taak van de begeleider zal zich moeten beperken tot het vrijmaken
van het gebied waarbinnen die eigen ontwikkeling kan plaatsvinden.
Er zijn in dit verband twee rollen voor de opvoeder.
De eerste is de begeleiding in die ontwikkeling, de tweede is
een indirecte rol waarin vrijmakende taken liggen.
In die tweede rol plaats ik veel activiteiten en werkwijzen
van taalvorming en taaldrukken.
Ik
hoor wel eens kinderen roepen:
"We gaan Picassoën" en dan trekken ze willekeurige
lijnen over het papier en vullen de ruimte tussen de lijnen
in met felle kleuren.
Dat is een leuk spelletje meer niet.
De
vraag die meteen zal volgen is: 'hoe moet het dan?'
Op de Werkschuit *) hebben we veel geëxperimenteerd
met het begrip 'vrijmakende technieken'.
Die houden in dat door het aanbieden van een ander materiaal
of een andere hantering van gereedschappen dan gebruikelijk,
de weg vrijgemaakt wordt voor een nieuwe ontdekking van het
kind. Bijvoorbeeld
vraag ik kinderen die met potloodlijntjes, stereotiepe nietszeggende
tekeningen maken, dat ook eens te doen met een hele dikke kwast
en verf, gescheurd papier, of een takje in de inkt gedoopt.
De tekeningen die op deze manier ontstaan vertonen een vormenrijkdom
die voortkomt uit een andere hantering van de gereedschappen
en materialen zonder dat daar een voorbeeld van de een of andere
kunstenaar aan te pas komt.
De houding ten opzichte van het aangeboden materiaal bepaalt
de ontwikkeling naar een nieuwe vormentaal.
Ik
kan niet voorbij gaan aan het feit dat ik daarbij mijn kennis
van het effect dat mijn aanbod heeft, inzet. Wat van belang
is dat ik geen vormen en beelden als voorbeeld aanbied.
De
vrijmakende hoedanigheid ligt dan ook bij de ontwikkeling van
de opvoeder of leerkracht zelf. Die moet zich ontdoen van de
idee dat het onderwijs van zijn of haar persoonlijke vaardigheid
op het desbetreffende gebied afhankelijk is. Niets is minder
waar.
Ik kan me zelfs voorstellen dat er een wisselwerking ontstaat,
Een wisselwerking tussen de werkelijke oorspronkelijkheid van
het kind en die van zijn begeleider.
*)
De Werkschuit aan de Amstel in Amsterdam was de voorloper van
vele instellingen op het gebied van de kunstzinnige vorming
©
Henk van Faassen
naar
boven